2.1 Dorpen en wijken

We willen 'groots zijn in kleinschaligheid'. Onze gemeente bestaat uit vitale, lokale gemeenschappen, gevormd door de inwoners van dorpen, kernen en wijken. Onze inwoners ontmoeten elkaar op het sportveld, in de kerk, het dorpshuis en bij vrijwilligerswerk. Al deze gemeenschappen hebben hun eigen identiteit. In het ene dorp zijn de inwoners bijvoorbeeld zeer maatschappelijk actief. In het andere dorp leven inwoners meer hun eigen leven. Overal kennen mensen elkaar en voelen zij zich verantwoordelijk voor elkaar en voor de leefbaarheid in hun directe omgeving. We werken samen met inwoners aan de leefbaarheid van onze dorpen en wijken. Leefbare dorpen en kernen dragen direct bij aan het welbevinden van onze inwoners en de sociale veerkracht van de diverse lokale gemeenschappen.

Doelstelling
Binnen het programma Dorpen en Wijken zetten we in op leefbare dorpen en kernen. Dit betekent dorpen en wijken waarin volop mogelijkheden zijn voor onze inwoners om elkaar te ontmoeten en initiatieven te ontplooien. De inwoners ervaren de omgeving als schoon, heel en veilig. We werken nauw samen met inwoners en organisaties om de leefbaarheid te vergroten. Dit kan op iedere plek anders vorm krijgen. Geen dorp, wijk of buurt is hetzelfde. We stimuleren en ondersteunen de betrokkenheid en initiatieven van inwoners. Activiteiten op het gebied van sport, cultuur, educatie en activiteiten voor specifieke doelgroepen, zoals jongeren en ouderen, dragen wezenlijk bij aan leefbaarheid in de dorpen en wijken. Ze geven kleur en identiteit en stimuleren ontmoeting en samen bezig zijn. Ontmoeting vindt vaak plaats in maatschappelijke accommodaties. We willen dan ook dat ieder dorp beschikt over een gelegenheid of voorziening om elkaar te kunnen ontmoeten. Ons streven is om de voorzieningen die van belang zijn voor het dagelijks leven, zo dicht mogelijk bij mensen te brengen of te zorgen dat deze goed bereikbaar zijn. Ook de openbare ruimte is van belang voor de identiteit van een dorp of wijk en het woonplezier van onze inwoners. Waar dat passend is, bieden we inwoners ruimte om mee te denken over of bij te dragen aan het beheer van hun leefomgeving. We zijn verantwoordelijk voor het afgesproken kwaliteitsniveau.

Het programma Dorpen en wijken bestaat uit de volgende beleidsparagrafen:

  • Het versterken van de sociale cohesie
  • Deelname aan het maatschappelijk leven
  • Sport en Bewegen
  • Veiligheid op het gebied van wonen, werken en leven
  • Fysieke leefbaarheid

2.1.1 Het versterken van de sociale cohesie

Terug naar navigatie - 2.1.1 Het versterken van de sociale cohesie - Inleiding

Het is prettig wonen en leven in onze dorpen en wijken. Wat er nodig is voor een goede leefomgeving verschilt per gebied. Inwoners kennen hun dorp of wijk en kunnen vanuit die ervaring waardevolle informatie, ideeën en aandachtspunten meegeven. Daarom betrekken we inwoners bij ontwikkelingen in hun leefomgeving. Daarbij maken we duidelijk waarover zij kunnen meepraten, wat er met hun inbreng gebeurt en waar de gemeente uiteindelijk een afweging maakt of een besluit neemt.

Gebiedsgericht werken
Gebiedsgericht werken betekent dat we kijken naar wat er in dorpen en wijken speelt en opgaven zoveel mogelijk in samenhang oppakken. Per gebied brengen we in beeld welke ontwikkelingen eraan komen, welke belangen spelen en welke onderwerpen elkaar raken. Daarvoor gebruiken we onder meer gesprekken met inwoners en maatschappelijke partners, data, inwonersonderzoeken, dorps- en wijkplannen, signalen uit de praktijk en bestaande gemeentelijke plannen. Deze informatie gebruiken we om inwoners op passende momenten te betrekken, keuzes beter te onderbouwen en beleid en uitvoering beter op elkaar af te stemmen. Daarbij wegen we de inbreng vanuit dorpen en wijken af tegen andere belangen, gemeentelijke ambities en de beschikbare mogelijkheden.

Ambities
We willen goed zicht hebben op wat er in onze dorpen en wijken speelt en inwoners op een duidelijke manier betrekken bij ontwikkelingen in hun leefomgeving. Inwoners weten waar zij terechtkunnen met ideeën, vragen of zorgen en weten welke ruimte er is om mee te denken of zelf initiatieven te nemen. Met gebiedsgericht werken brengen we verschillende opgaven, belangen en ontwikkelingen per gebied beter met elkaar in verband. Dit helpt ons om onderbouwde keuzes te maken, prioriteiten te stellen en beleid en uitvoering beter op elkaar af te stemmen. Waar inwoners of organisaties zelf initiatieven nemen die bijdragen aan de leefbaarheid, bekijken we welke rol de gemeente daarbij kan spelen.

Trends en ontwikkelingen
Binnen het NPG-project Dorps- en wijkplannen hebben de meeste dorpen en wijken inmiddels gewerkt aan een dorps- of wijkplan. Alle 37 dorpen en wijken krijgen hiervoor de mogelijkheid. De plannen geven inzicht in onderwerpen die inwoners en bewonersorganisaties belangrijk vinden voor hun dorp of wijk.

Op basis van de dorps- en wijkplannen werken bewonersorganisaties en gemeente aan uitvoeringsagenda's. Daarbij wordt bekeken welke ideeën en projecten kunnen worden opgepakt, wie daarin een rol heeft en welke mogelijkheden daarvoor beschikbaar zijn. Niet ieder idee kan worden uitgevoerd. De uitvoeringsagenda helpt om hierover afspraken te maken en duidelijk te maken wat inwoners, organisaties en gemeente van elkaar kunnen verwachten.

De ervaringen met de dorps- en wijkplannen gebruiken we bij de verdere ontwikkeling van het gebiedsgericht werken. Daarbij kijken we ook naar de manier waarop we inwoners betrekken. Niet ieder onderwerp vraagt om dezelfde vorm of intensiteit van participatie. We willen daarom bewuster bepalen wanneer en op welke manier inwoners worden betrokken en vooraf duidelijk zijn over de ruimte die er is voor hun inbreng.

Nij Begun
Het kabinetsplan ‘Nij Begun’ bestaat uit 50 maatregelen die zijn gericht op het aanpakken van de gevolgen van de aardgaswinning. Verschillende maatregelen hebben betrekking op de leefomgeving en de sociale samenhang in onze gemeente. Bij de uitvoering daarvan zoeken we waar nodig aansluiting bij het gebiedsgericht werken. Voor nadere informatie verwijzen wij naar het programma Herstel en perspectief in 2.5.

Doelstelling

Terug naar navigatie - 2.1.1 Het versterken van de sociale cohesie - Doelstelling

Inwoners hebben meer invloed op hun leefomgeving en gebiedsopgaven worden beter in samenhang opgepakt

Terug naar navigatie - 2.1.1 Het versterken van de sociale cohesie - Doelstelling - Inwoners hebben meer invloed op hun leefomgeving en gebiedsopgaven worden beter in samenhang opgepakt

We betrekken inwoners bij ontwikkelingen in hun leefomgeving en maken daarbij duidelijk welke ruimte er is voor inbreng en wat daarmee gebeurt. Tegelijkertijd verbeteren we ons zicht op wat er per gebied speelt en welke opgaven en belangen elkaar raken. Met gebiedsgericht werken brengen we deze informatie samen en gebruiken we deze voor onderbouwde afwegingen, duidelijke prioriteiten en een betere aansluiting tussen beleid en uitvoering.

Acties

2.1.2 Deelname aan het maatschappelijk leven

Terug naar navigatie - 2.1.2 Deelname aan het maatschappelijk leven - Inleiding

Kunst, cultuur, archeologie, erfgoed en monumenten maken zichtbaar wie we zijn in Midden-Groningen. Ze vertellen het verhaal van onze dorpen, wijken en landschappen: van oude sporen in de bodem tot nieuwe inwoners die hun eigen gebruiken en ideeën meebrengen. Cultuur zorgt voor ontmoeting, herkenning en trots. Het helpt mensen mee te doen, elkaar te leren kennen en zich thuis te voelen. Daarmee raakt cultuur ook het sociale domein en de gezondheid van inwoners. Samen zingen, maken, bezoeken en herdenken kan eenzaamheid verminderen, veerkracht versterken en bijdragen aan een prettige, gezonde leefomgeving.

Ambities
Inwoners van Midden-Groningen kunnen deelnemen aan een rijk en toegankelijk cultureel leven, waarin cultuur, erfgoed, archeologie, monumenten en lezen en schrijven bijdragen aan identiteit, ontwikkeling, ontmoeting en maatschappelijke betrokkenheid. De bibliotheek vervult een steeds bredere maatschappelijke rol. Naast lezen en taalontwikkeling draagt de bibliotheek bij aan digitale inclusie, ontmoeting, zelfredzaamheid en toegang tot informatie en overheidsdienstverlening.

Trends en ontwikkelingen
De voorgenomen wijziging van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorziening (Wsob) versterkt de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor een toegankelijke en volwaardige openbare bibliotheekvoorziening die aansluit bij de behoefte van inwoners. 

Doelstellingen

Terug naar navigatie - 2.1.2 Deelname aan het maatschappelijk leven - Doelstellingen

a. Inwoners hebben dichtbij huis toegang tot kunst en cultuur en nemen, ongeacht leeftijd, woonplaats of achtergrond actief deel aan het culturele leven van Midden-Groningen.

Terug naar navigatie - 2.1.2 Deelname aan het maatschappelijk leven - Doelstellingen - a. Inwoners hebben dichtbij huis toegang tot kunst en cultuur en nemen, ongeacht leeftijd, woonplaats of achtergrond actief deel aan het culturele leven van Midden-Groningen.

In 2027 vergroten we de toegankelijkheid en spreiding van cultuur in Midden-Groningen. We richten ons in het bijzonder op jeugd en jongeren, inwoners in dorpen en wijken en inwoners voor wie deelname aan cultuur niet vanzelfsprekend is. Via cultuurcoaches en samenwerking met scholen, bibliotheken, dorpshuizen, culturele organisaties en sociaal-maatschappelijke partners brengen we cultuur dichter bij inwoners. 

Acties

b. Kielzog bereikt inwoners van verschillende leeftijden met mogelijkheden om kunst en cultuur te beleven, te leren en zelf te maken

Terug naar navigatie - 2.1.2 Deelname aan het maatschappelijk leven - Doelstellingen - b. Kielzog bereikt inwoners van verschillende leeftijden met mogelijkheden om kunst en cultuur te beleven, te leren en zelf te maken

Kielzog is een van de culturele basisvoorzieningen van Midden-Groningen en biedt inwoners van alle leeftijden mogelijkheden om kunst en cultuur te beleven, te leren en zelf te maken. Het aanbod bestaat uit theater, muziek, beeldende kunst, cultuureducatie en culturele activiteiten in dorpen en wijken. In de prestatieafspraken met Kielzog sturen we op bereik, actieve cultuurdeelname, cultuureducatie, geografische spreiding, toegankelijkheid en kwaliteit.

Acties

c. Inwoners hebben laagdrempelig toegang tot lezen, leren, informatie, ontmoeting en cultuur

Terug naar navigatie - 2.1.2 Deelname aan het maatschappelijk leven - Doelstellingen - c. Inwoners hebben laagdrempelig toegang tot lezen, leren, informatie, ontmoeting en cultuur

De bibliotheek is een publieke, maatschappelijke en culturele basisvoorziening waar inwoners terechtkunnen voor lezen, leren, informatie, ontmoeting en cultuur. Samen met Biblionet zorgen we voor een samenhangend bibliotheeknetwerk dat aansluit bij de behoeften van inwoners en de lokale situatie. De bibliotheek draagt bij aan taalontwikkeling, leesplezier, digitale vaardigheden, cultuurparticipatie en ontwikkelkansen. Daarmee versterkt zij de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie van inwoners. In 2027 richten we ons op het verder versterken en verbinden van het bibliotheeknetwerk, mede met het oog op de toekomstige wettelijke zorgplicht.

Acties

d. In 2027 draagt de Fraeylemaborg bij aan een brede deelname aan erfgoed, cultuur en educatie door een aantrekkelijke, toegankelijke en toekomstbestendige erfgoedlocatie voor inwoners, scholen en bezoekers te zijn.

Terug naar navigatie - 2.1.2 Deelname aan het maatschappelijk leven - Doelstellingen - d. In 2027 draagt de Fraeylemaborg bij aan een brede deelname aan erfgoed, cultuur en educatie door een aantrekkelijke, toegankelijke en toekomstbestendige erfgoedlocatie voor inwoners, scholen en bezoekers te zijn.

De Fraeylemaborg is, naast Biblionet en Kielzog, een belangrijk onderdeel van de culturele infrastructuur van Midden-Groningen en heeft tegelijkertijd een duidelijke bovenlokale functie. In 2025 trok het landgoed ruim 138.000 bezoekers, waarvan circa 26.400 voor het museum en/of evenementen en bijna 112.000 voor het park.

De monumentale borg vertelt het lokale en regionale verleden en biedt ruimte aan exposities, educatie, publieksactiviteiten en ontmoeting. In 2027 zetten we in op een open en toegankelijke Fraeylemaborg en op een goede balans tussen publieksbereik, behoud van het monumentale ensemble en de draagkracht van de organisatie.

Tegelijkertijd werkt de Fraeylemaborg aan een aantal grote ontwikkelopgaven, waaronder verduurzaming en klimaatbeheersing, versterking en herstel van aardbevingsschade en de verdere ontwikkeling van de voorzieningen voor bezoekers. Deze ontwikkelingen dragen bij aan het behoud van het erfgoed en aan een toekomstbestendige positie van de Fraeylemaborg.

Acties

e. Beeldende kunst, gedenktekens en oorlogsmonumenten blijven zichtbaar en goed verzorgd

Terug naar navigatie - 2.1.2 Deelname aan het maatschappelijk leven - Doelstellingen - e. Beeldende kunst, gedenktekens en oorlogsmonumenten blijven zichtbaar en goed verzorgd

Beeldende kunst maakt dorpen, wijken en openbare plekken herkenbaar en aantrekkelijk. Gedenktekens en oorlogsmonumenten maken belangrijke gebeurtenissen en verhalen zichtbaar. Ook bieden ze een plek om te herdenken, stil te staan en elkaar te ontmoeten. De gemeente beheert ongeveer 100 kunstwerken, gedenktekens en oorlogsmonumenten in de openbare ruimte. We controleren en onderhouden deze objecten regelmatig. Als dat nodig is, herstellen of restaureren we ze. Zo voorkomen we dat ze achteruitgaan en zorgen we ervoor dat ze veilig en zichtbaar blijven.

Acties

f. Uitvoering geven aan het Erfgoedprogramma

Terug naar navigatie - 2.1.2 Deelname aan het maatschappelijk leven - Doelstellingen - f. Uitvoering geven aan het Erfgoedprogramma

In maart 2026 is het Erfgoedprogramma 2026 – 2028 vastgesteld. In dit Erfgoedprogramma hebben we aangegeven hoe we ons Groninger erfgoed willen behouden, beschermen en ontwikkelen. Het programma is gezamenlijk gemaakt door rijk, provincie, NCG en alle Groninger gemeenten. De beleidsmatige gezamenlijke aanpak in het Erfgoedprogramma is een succes. Het Erfgoedprogramma bestaat al sinds 2018 en is sinds die tijd regelmatig geactualiseerd en verlengd.

In 2027 gaan we verder met het toezien op het zorgvuldig versterken en herbestemmen van erfgoedpanden. Hierbij komt ook het verduurzamen van erfgoedpanden aan bod, een maatregel uit Nij Begun. Een belangrijke rol hierbij is weggelegd voor de gemeentelijke Erfgoedcommissie. Zij adviseert over omgevingsaanvragen van monumenten.

Acties

g. Beschermen archeologische waarden

Terug naar navigatie - 2.1.2 Deelname aan het maatschappelijk leven - Doelstellingen - g. Beschermen archeologische waarden

We beschermen de archeologische waarden binnen onze gemeente en zorgen ervoor dat deze zorgvuldig worden meegewogen bij ontwikkelingen en werkzaamheden in de fysieke leefomgeving.

Bij graafwerkzaamheden wordt vooraf beoordeeld of archeologische waarden kunnen worden aangetast. Deze verantwoordelijkheid is vastgelegd in de Erfgoedwet, waarbij de gemeente bevoegd gezag is. Op basis van het gemeentelijk archeologiebeleid beoordelen we of archeologisch onderzoek noodzakelijk is en welke vervolgstappen nodig zijn. Ook beoordelen we de uitgevoerde archeologische onderzoeken en nemen we hierover besluiten. Voor de inhoudelijke beoordeling laten we ons adviseren door de archeologen van Libau.

De resultaten van archeologisch onderzoek verwerken we in de archeologische waardenkaart en de bijbehorende database. Hiermee houden we onze kennis over archeologische waarden actueel en zorgen we voor passende informatievoorziening over archeologie, zowel binnen de gemeentelijke organisatie als richting inwoners, initiatiefnemers en andere betrokkenen.

Acties

Indicatoren

Terug naar navigatie - 2.1.2 Deelname aan het maatschappelijk leven - Indicatoren
  • Aantal bij de gemeente ingediende archeologische onderzoeken
  • Aantal bestuurlijke besluiten op archeologische onderzoeken die aan de gemeente worden voorgelegd.
Beleidsdoel Kernindicator Huidige waarde Richting Ambitie 2030
Kielzog bereikt inwoners van verschillende leeftijden met mogelijkheden om kunst en cultuur te beleven, te leren en zelf te maken Bezoeken professionele theatervoorstellingen Kielzog lokale registratie → / ↑ 23.000 bezoeken; stabiel tot licht stijgend
Kielzog bereikt inwoners van verschillende leeftijden met mogelijkheden om kunst en cultuur te beleven, te leren en zelf te maken Deelnameplaatsen Muziekschool en Kunstwerkplaats lokale registratie → 1.900 deelnameplaatsen
Kielzog bereikt inwoners van verschillende leeftijden met mogelijkheden om kunst en cultuur te beleven, te leren en zelf te maken Aandeel basisscholen bereikt met Cultuurmenu lokale registratie → 100,00%
Inwoners hebben laagdrempelig toegang tot lezen, leren, informatie, ontmoeting en cultuur Aandeel inwoners dat bibliotheeklid is 18,40% – Ontwikkeling volgen; geen streefwaarde
Inwoners hebben laagdrempelig toegang tot lezen, leren, informatie, ontmoeting en cultuur Gebruik Informatiepunt Digitale Overheid (IDO) lokale registratie Biblionet – Ontwikkeling volgen; geen streefwaarde

2.1.3 Sport en bewegen

Terug naar navigatie - 2.1.3 Sport en bewegen - Inleiding

Sport en bewegen dragen bij aan een gezonde, vitale en verbonden samenleving. Inwoners bewegen bij een sportvereniging, in de openbare ruimte, op school, op het werk en in hun dorp of wijk. Sport en bewegen bevorderen de lichamelijke en mentale gezondheid en dragen bij aan ontmoeting, participatie, talentontwikkeling en sociale samenhang.

Samen met sportverenigingen, andere sportaanbieders, maatschappelijke organisaties en inwoners wordt gewerkt aan een gemeente waarin iedereen kan sporten en bewegen. Er is extra aandacht voor inwoners voor wie deelname minder vanzelfsprekend is, bijvoorbeeld door financiële, lichamelijke of sociale belemmeringen.

Ambities
Alle inwoners krijgen de kans om een leven lang te sporten en te bewegen op een manier die past bij hun mogelijkheden, behoeften en levensfase.
Er wordt gewerkt aan toegankelijk en inclusief aanbod, vitale sportaanbieders, toekomstbestendige accommodaties en een leefomgeving die uitnodigt tot bewegen. Daarmee wordt bijgedragen aan de Gezonde Generatie 2040 en aan een gemeente waarin inwoners gezond kunnen opgroeien, zich kunnen ontwikkelen en naar vermogen kunnen meedoen.

Trends en ontwikkelingen
Het maatschappelijke belang van sport en bewegen neemt toe. Sport en bewegen dragen bij aan een gezonde leefstijl, het voorkomen van gezondheidsproblemen, de mentale gezondheid, sociale verbondenheid en de leefbaarheid van dorpen en wijken. Tegelijkertijd vragen gezondheidsverschillen, vergrijzing en de achterblijvende beweegdeelname in Midden-Groningen om blijvende inzet. In 2024 voldeed 45% van de volwassenen in Midden-Groningen aan de beweegrichtlijn. Provinciaal was dit 50 procent. Bij jongeren voldeed 12% aan de beweegrichtlijn, tegenover 15% provinciaal. Van de jongeren sportte of bewoog 85 procent wekelijks in de vrije tijd. Provinciaal was dit 89%.

Niet alle inwoners hebben dezelfde mogelijkheden om te sporten en te bewegen. Kosten, gezondheid, een beperking, bereikbaarheid of het ontbreken van passend aanbod kunnen deelname belemmeren. Er is daarom bijzondere aandacht voor jongeren, ouderen, mensen met een beperking, inwoners met een laag inkomen en inwoners met lichamelijke of psychosociale klachten. Ook de manier waarop inwoners sporten verandert. Naast deelname aan verenigingen neemt de behoefte aan flexibel, individueel en ongeorganiseerd bewegen toe. Wandelen, fietsen, hardlopen, fitness en sport in de openbare ruimte worden belangrijker. Dit vraagt om een beweegvriendelijke leefomgeving en een gevarieerd aanbod dat aansluit bij verschillende voorkeuren.

Sportverenigingen en andere sportaanbieders hebben te maken met veranderingen in ledenaantallen, een tekort aan vrijwilligers, stijgende kosten, verduurzaming en hogere eisen aan kwaliteit, inclusie en sociale veiligheid. Gemeentelijke ondersteuning wordt daarom gericht ingezet voor activiteiten die aantoonbaar bijdragen aan maatschappelijke doelen en structurele sportdeelname. In 2027 verbinden we sport en bewegen nadrukkelijker met gezondheid, onderwijs, welzijn, participatie en de sociale basis. Er wordt aangesloten bij het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord en andere landelijke en regionale kaders.

Doelstelling

Terug naar navigatie - 2.1.3 Sport en bewegen - Doelstelling

a. Meer inwoners sporten en bewegen

Terug naar navigatie - 2.1.3 Sport en bewegen - Doelstelling - a. Meer inwoners sporten en bewegen

Meer inwoners sporten en bewegen regelmatig en kunnen deelnemen aan aanbod dat past bij hun mogelijkheden, behoeften en levensfase. Sport en bewegen worden ingezet als doel en als middel. Enerzijds zodat inwoners plezier beleven aan sport en bewegen. Anderzijds wordt sport en bewegen ingezet om de lichamelijke en mentale gezondheid, sociale contacten, participatie en eigen regie van inwoners te versterken. Er wordt in het bijzonder ingezet op inwoners die onvoldoende bewegen of belemmeringen ervaren om deel te nemen.

Acties

b. Sportaanbieders ondersteunen bij vitaliteit en toekomstbestendigheid

Terug naar navigatie - 2.1.3 Sport en bewegen - Doelstelling - b. Sportaanbieders ondersteunen bij vitaliteit en toekomstbestendigheid

Sportverenigingen en andere sportaanbieders zijn organisatorisch, financieel en maatschappelijk voldoende toegerust om kwalitatief, veilig, inclusief en passend aanbod te blijven bieden. Vitale sportaanbieders vormen een belangrijk onderdeel van de lokale sportinfrastructuur en de sociale basis. Zij dragen bij aan sportdeelname, ontmoeting, vrijwilligerswerk en betrokkenheid bij dorpen en wijken. De gemeente ondersteunt sportaanbieders wanneer hun activiteiten aansluiten bij de gemeentelijke doelen en voldoen aan de randvoorwaarden uit het addendum. Ondersteuning is gericht op maatschappelijke impact, kwaliteit, samenwerking en structurele sportdeelname. Regulier of commercieel aanbod wordt niet zonder meer door de gemeente gefinancierd.

Acties

Indicatoren

Terug naar navigatie - 2.1.3 Sport en bewegen - Indicatoren

Onderstaand de indicatoren omtrent sporten en bewegen in de gemeente Midden-Groningen en de provincie Groningen. 

Beleidsdoel Kernindicator Midden-Groningen Provincie Groningen Nederland Richting Ambitie 2030
Meer inwoners sporten en bewegen Inwoners die niet wekelijks sporten (niet-sporters) 51,00% – 42,50% ↓ Daling richting landelijk gemiddelde
Meer inwoners sporten en bewegen Inwoners die voldoen aan de beweegrichtlijn 44,40% 50,30% ca. 49% ↑ Groei richting provinciaal gemiddelde

2.1.4 Veiligheid op het gebied van wonen, werken en leven

Terug naar navigatie - 2.1.4 Veiligheid op het gebied van wonen, werken en leven - Inleiding

We willen dat inwoners veilig kunnen wonen, werken, ondernemen en opgroeien in Midden-Groningen. Daarbij werken we nauw samen met inwoners, politie, Openbaar Ministerie, Veiligheidsregio Groningen, RIEC, scholen, zorg- en welzijnspartners, woningcorporaties en ondernemers.

Het Integraal Veiligheidsbeleid 2025–2028 vormt het kader voor onze inzet. In 2027 blijven de zes daarin vastgestelde prioriteiten leidend: ondermijning, jeugd en veiligheid, NPG Verbeteren Veiligheid Midden-Groningen, mensenhandel, maatschappelijke onrust en personen met onbegrepen gedrag. Daarnaast werken we aan de vier strategische thema’s cybercriminaliteit, actualisering van de APV, crisisbeheersing en evenementenbeleid.

Doelstelling

Terug naar navigatie - 2.1.4 Veiligheid op het gebied van wonen, werken en leven - Doelstelling

a. De informatiegestuurde aanpak van ondermijning en mensenhandel versterken

Terug naar navigatie - 2.1.4 Veiligheid op het gebied van wonen, werken en leven - Doelstelling - a. De informatiegestuurde aanpak van ondermijning en mensenhandel versterken

We willen onze inzet steeds meer baseren op beschikbare signalen en risico’s. Daarmee richten we preventie, controles en bestuurlijke interventies op de branches, locaties en fenomenen waar de risico’s het grootst zijn.

Acties

b. Kwetsbare jongeren eerder in beeld brengen en eerder ondersteunen of begrenzen

Terug naar navigatie - 2.1.4 Veiligheid op het gebied van wonen, werken en leven - Doelstelling - b. Kwetsbare jongeren eerder in beeld brengen en eerder ondersteunen of begrenzen

We willen voorkomen dat jongeren afglijden naar structurele overlast of criminaliteit. Daarom brengen we kwetsbare jongeren eerder in beeld en handelen we sneller op signalen uit hun leefwereld: thuis, op school, in de wijk, op straat en online. Signalen worden vroegtijdig gedeeld en leiden waar nodig tot een passende preventieve, ondersteunende of handhavende interventie.

Acties

c. De samenwerking tussen veiligheid en zorg verder professionaliseren

Terug naar navigatie - 2.1.4 Veiligheid op het gebied van wonen, werken en leven - Doelstelling - c. De samenwerking tussen veiligheid en zorg verder professionaliseren

We willen voorkomen dat complexe problemen van inwoners of gezinnen escaleren. Inwoners en professionals moeten signalen op een herkenbare manier kunnen melden. Bij complexe casuïstiek moet duidelijk zijn wie verantwoordelijk is voor de regie en wanneer opschaling nodig is.

Acties

d. Veiligheids- en leefbaarheidsproblemen in dorpen en wijken gericht aanpakken

Terug naar navigatie - 2.1.4 Veiligheid op het gebied van wonen, werken en leven - Doelstelling - d. Veiligheids- en leefbaarheidsproblemen in dorpen en wijken gericht aanpakken

We richten onze inzet op locaties waar overlast, verloedering en onveiligheid zich concentreren. Daarbij verbinden we signalen van inwoners en partners met preventie, toezicht, handhaving en sociale interventies.

Acties

e. De gemeentelijke voorbereiding op incidenten en maatschappelijke onrust versterken

Terug naar navigatie - 2.1.4 Veiligheid op het gebied van wonen, werken en leven - Doelstelling - e. De gemeentelijke voorbereiding op incidenten en maatschappelijke onrust versterken

We willen dat de gemeentelijke organisatie bij incidenten, crises en maatschappelijke spanningen snel en gecoördineerd kan handelen. Daarvoor moeten taken, verantwoordelijkheden, mandaten en opschalingsroutes vooraf duidelijk zijn.

Acties

2.1.5 Fysieke leefbaarheid

Terug naar navigatie - 2.1.5 Fysieke leefbaarheid - Inleiding

De openbare ruimte is dé plek waar onze bewoners, ondernemers en bezoekers elkaar ontmoeten, naar het werk gaan, spelen, sporten en ontspannen. In deze openbare ruimte bevinden zich onze kapitaalgoederen zoals wegen, bruggen, parken, speelplaatsen, lantaarnpalen en verkeerslichten. Naast het dagelijks beheer en onderhoud in de openbare ruimte, dragen we ook bij aan nieuwe projecten. Het gaat dan bijvoorbeeld om de versterkingsopgave en diverse fases van inrichting in de wijken Gorecht en Vosholen. We blijven verbeteren, bijvoorbeeld door te werken aan een meerjarige integrale onderhoudsplanning. 

We hebben veel kapitaalgoederen in beheer en onderhoud. In 2024 is een begin gemaakt met actualisaties van beleid en beheerniveaus van de kapitaalgoederen en het wegwerken van achterstanden en zijn ook de beleidsnota's vastgesteld voor het beheer en onderhoud van wegen en kunstwerken. In 2025 is hier in de opstartfase verder invulling aan gegeven. Vanaf 2026 ligt meer de nadruk op uitvoeren en wegwerken van de achterstanden. De werkzaamheden lopen nog wel enige jaren door.

Ambities
We willen de openbare ruimte beheren en onderhouden zodat deze ‘schoon, heel, veilig en duurzaam’ is. We streven naar een gemeenschap waarin inwoners, ondernemers en bezoekers tevreden zijn over de openbare ruimte en waar zij medeverantwoordelijk zijn voor de leefbaarheid van hun dorp of wijk. Daar waar wij verantwoordelijk zijn voor het basisbeheer en -onderhoud, kan in een gebiedsgerichte samenwerking met partners een 'plus' geleverd worden. De openbare ruimte gaan wij voorbereiden op de opgaven die klimaatverandering met zich meebrengt. Dit zal met name gericht zijn op het voorkomen van wateroverlast en hittestress. 

Trends en ontwikkelingen
De kosten voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte blijven onder druk staan door stijgende marktprijzen, hogere kosten voor grondstoffen en krapte op de arbeidsmarkt. Tegelijkertijd hebben ontwikkelingen zoals klimaatadaptatie, de energietransitie en de toenemende drukte in de ondergrond steeds meer invloed op het beheer van de openbare ruimte. Werkzaamheden aan kabels en leidingen zorgen ervoor dat wegen, voetpaden en groenstroken vaker worden opengebroken, wat gevolgen kan hebben voor de kwaliteit en levensduur. Door meer pieken in neerslag, temperatuur en uitschieters in wind en droogte moeten we een robuustere en ook 'veerkrachtigere' groene omgeving inrichten. Deze trends zullen langzaam maar zeker in onze inrichting ingebed moeten gaan worden. Ook neemt de belasting van wegen en kunstwerken toe, onder andere door zwaardere (elektrische) voertuigen. Deze ontwikkelingen vragen om blijvende aandacht voor de kwaliteit, levensduur en constructieve veiligheid van onze infrastructuur.

Doelstelling

Terug naar navigatie - 2.1.5 Fysieke leefbaarheid - Doelstelling

a. Afvalinzameling verbeteren en overlast beperken

Terug naar navigatie - 2.1.5 Fysieke leefbaarheid - Doelstelling - a. Afvalinzameling verbeteren en overlast beperken

We willen het aantal bijplaatsingen verder verminderen en structurele overlast rondom inzamelvoorzieningen voorkomen, met als doel de leefbaarheid te verbeteren en de kosten voor het opruimen van afval te beperken.

Acties

b. Groen, spelen en begraafplaatsen planmatig beheren

Terug naar navigatie - 2.1.5 Fysieke leefbaarheid - Doelstelling - b. Groen, spelen en begraafplaatsen planmatig beheren

We beheren en onderhouden het groen, de speelvoorzieningen en de begraafplaatsen op basis van vastgestelde beleids- en beheerplannen. Daarbij werken we steeds meer op basis van beeldkwaliteit en de feitelijke onderhoudsbehoefte.

Acties

d. Riolering klimaatbestendig en toekomstbestendig beheren

Terug naar navigatie - 2.1.5 Fysieke leefbaarheid - Doelstelling - d. Riolering klimaatbestendig en toekomstbestendig beheren

We geven uitvoering aan het Water- en Rioolprogramma 2024-2028. Daarbij werken we aan een betrouwbaar rioolstelsel en een klimaatbestendige openbare ruimte. We lossen knelpunten op, verbeteren waar nodig de capaciteit en koppelen waar mogelijk hemelwater af van het vuilwaterriool.

Acties

f. Kunstwerken, watergangen en beschoeiingen planmatig beheren

Terug naar navigatie - 2.1.5 Fysieke leefbaarheid - Doelstelling - f. Kunstwerken, watergangen en beschoeiingen planmatig beheren

We geven uitvoering aan het beleidsplan Kunstwerken en zetten het structurele onderhoud van vaste en beweegbare bruggen en andere kunstwerken voort. Ook bereiden we werkzaamheden aan watergangen en beschoeiingen voor en voeren deze uit.

Acties

2.1.6 Verplichte beleidsindicatoren (BBV)

Terug naar navigatie - 2.1.6 Verplichte beleidsindicatoren (BBV) - Indicatoren

In deze paragraaf zijn de verplichte beleidsindicatoren vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) opgenomen. 

Naam indicator Eenheid Peiljaar MG Nederland
Verwijzingen Halt Aantal per 1.000 jongeren 2025 15,0 10,0
2024 10,0 9,0
2023 8,0 9,0
2022 8,0 8,0
Winkeldiefstallen Aantal per 1.000 inwoners 2025 1,0 2,1
2024 7,0 2,2
2023 1,2 2,5
2022 0,9 2,3
Geweldsmisdrijven Aantal per 1.000 inwoners 2025 3,9 4,6
2024 3,3 4,4
2023 2,8 4,3
2022 3,3 4,6
Diefstallen uit woning Aantal per 1.000 inwoners 2025 0,7 1,2
2024 0,8 1,2
2023 1,4 1,3
2022 1,6 1,4
Vernielingen en beschadigingen in de openbare ruimte Aantal per 1.000 inwoners 2025 3,5 4,0
2024 3,6 4,0
2023 3,2 3,9
2022 4,2 4,0
Niet-sporters % 2024 51,0% 42,5%
2022 58,0% 46,4%
2020 59,7% 49,2%
2016 57,9% 48,7%
Omvang huishoudelijk restafval Kg/inwoner 2024 124 148
2021 136 164
Hernieuwbare elektriciteit % 2024 69,9% 42,5%
2023 90,1% 40,0%
2022 96,0% 32,7%
2021 83,3% 24,9%
Nieuw gebouwde woningen Aantal per 1.000 woningen 2024 4,3 8,4
2023 3,4 9,1
2022 13,2 9,3
2021 5,4 8,9
De gegevens kunnen onderhevig zijn aan verandering en zijn overgenomen van waarstaatjegemeente.nl op peildatum 15-7-2026

2.1.7 Financieel overzicht Dorpen en wijken

Terug naar navigatie - 2.1.7 Financieel overzicht Dorpen en wijken - Financieel overzicht
Omschrijving (bedragen x € 1.000) Realisatie 2025 Begroot na wijziging 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 Begroting 2030
Lasten
Openbare ruimte 13.012 14.802 15.961 17.273 17.472 17.418
Cultuur 7.084 8.016 8.012 8.196 8.425 8.662
Sport 6.055 5.718 6.170 6.379 6.395 6.536
Openbaar groen 8.186 8.286 8.486 8.683 8.841 9.056
Riolering 5.487 4.804 4.955 5.072 5.741 5.916
Afval 9.392 8.391 9.120 9.776 10.295 10.818
Milieu 4.804 5.366 5.529 5.592 5.722 5.855
Begraafplaatsen 658 797 789 812 812 835
Totaal Lasten 54.677 56.180 59.020 61.782 63.702 65.095
Baten
Openbare ruimte 1.257 832 775 792 809 831
Cultuur 980 768 764 710 731 753
Sport 1.964 1.441 1.439 1.448 1.457 1.501
Openbaar groen 271 145 147 129 110 113
Riolering 6.449 7.109 7.502 7.074 7.299 7.532
Afval 10.237 11.209 11.529 12.329 13.000 13.666
Milieu 1.520 2.016 161 2.109 2.168 2.228
Begraafplaatsen 415 565 585 606 616 635
Totaal Baten 23.094 24.085 22.903 25.196 26.191 27.258
Saldo voor bestemming -31.584 -32.095 -36.117 -36.586 -37.511 -37.837
Stortingen
Openbare ruimte 90
Cultuur 181
Sport 695
Milieu 2.053
Totaal Stortingen 966 2.053 0 0 0 0
Onttrekkingen
Openbare ruimte 255 839 397 574 406 406
Cultuur 171
Sport 333 69 69 69 69 69
Openbaar groen 86 25 3 3 3 3
Riolering 11
Afval 631
Milieu 266 125 225 125 25 0
Totaal Onttrekkingen 1.583 1.229 694 771 503 478
Totaal mutatie reserves 617 -824 694 771 503 478
Saldo na bestemming -30.967 -32.919 -35.423 -35.815 -37.008 -37.359

Toelichting

Terug naar navigatie - 2.1.7 Financieel overzicht Dorpen en wijken - Toelichting

In de financiële toelichting wordt de afwijking verklaard tussen de begroting 2027 en de begroting 2026 na wijziging. Het nadelig saldo voor bestemming op het programma Dorpen en wijken is toegenomen met € 4.022.000 ten opzichte van de begroting 2026. Het nadelig saldo na bestemming is toegenomen met € 2.504.000. We lichten per product de belangrijkste wijzigingen toe.

Openbare ruimte
Het saldo van het product Openbare ruimte is ten opzichte van 2026 met € 1.658.000 verslechterd. De lasten zijn met € 1.159.000 toegenomen, de baten zijn met € 57.000 afgenomen en de onttrekkingen aan de reserve zijn met € 442.000 afgenomen.

Lasten (€ 1.159.000 nadelig): Voor de areaaluitbreiding in de openbare ruimte heeft uw raad bij de Voorjaarsnota 2026 vanaf 2027 structureel € 381.000 beschikbaar gesteld. Het gaat onder andere om de ontwikkeling van bedrijventerrein De Gouden Driehoek in Zuidbroek en de IJsbaanlocatie in Meerstad. Deze middelen zijn in de begroting 2027 opgenomen. Daarnaast verwachten we € 491.000 hogere kapitaallasten voor investeringen in onder andere wegen, water en oevers en civieltechnische kunstwerken. De indexatie van de uitvoeringsbudgetten voor het onderhoud van de openbare ruimte leidt tot € 101.000 hogere lasten. De toegerekende personele lasten nemen met € 120.000 toe, met name door de indexatie van de loonkosten. Voor mobiliteit en verkeer nemen de toegerekende personele lasten met € 210.000 toe. Daartegenover vervallen de incidentele lasten van € 84.000 voor de fietscampagne bedrijventerreinen uit 2026. Het structureel benodigde budget voor de uitvoering van het mobiliteitsplan neemt met € 50.000 toe. Daarnaast stijgen de kapitaallasten voor investeringen uit het mobiliteitsplan met € 63.000. Deze twee bedragen worden gedekt door een onttrekking aan de reserve Investeringsfonds dorpen en wijken. Overige afwijkingen binnen mobiliteit en verkeer leiden tot een voordeel van € 19.000. Voor de gladheidsbestrijding heeft uw raad bij de Voorjaarsnota 2026 incidenteel € 350.000 beschikbaar gesteld. Dit bedrag vervalt in 2027. Voor de brugbediening was in 2026 incidenteel € 100.000 beschikbaar. Vanaf 2027 is hiervoor structureel € 155.000 nodig. Ten opzichte van 2026 leidt dit tot € 55.000 hogere lasten. Tot slot nemen de toegerekende lasten voor tractie, materieel en huisvesting met € 83.000 toe. Dit komt met name door hogere kapitaallasten en onderhoudskosten. Overige afwijkingen leiden per saldo tot een nadeel van € 58.000.

Baten (€ 57.000 nadelig): De incidentele baten van € 84.000 voor de fietscampagne bedrijventerreinen uit 2026 vervallen in 2027. Daarnaast verwachten we € 83.000 minder legesinkomsten uit vergunningverlening voor glasvezel. Daartegenover staan € 12.000 hogere inkomsten uit vergoedingen voor degeneratiekosten en € 82.000 hogere inkomsten uit schadevergoedingen voor wegen en openbare verlichting. Overige afwijkingen leiden tot een voordeel van € 16.000.

Mutaties reserves (€ 442.000 nadelig): Er wordt € 244.000 meer aan de reserve Investeringsfonds dorpen en wijken onttrokken. Dit betreft € 131.000 voor personele inzet voor mobiliteit en verkeer, € 50.000 voor de uitvoering van het mobiliteitsplan en € 63.000 voor kapitaallasten van investeringen uit het mobiliteitsplan. Daartegenover staat een € 654.000 lagere onttrekking aan de afschrijvingsreserve Wegen. Ook wordt € 32.000 minder onttrokken aan de bestemmingsreserve Inflatiebuffer voor de uitvoering van het beleidsplan wegen. Per saldo leidt dit tot € 442.000 lagere onttrekkingen aan reserves.

Cultuur
Het saldo van het product Cultuur is ten opzichte van 2026 met € 171.000 verslechterd. De lasten zijn met € 4.000 afgenomen, de baten zijn met € 4.000 afgenomen en de onttrekkingen aan de reserve zijn met € 171.000 afgenomen.

Lasten (€ 4.000 voordelig): Vanwege de geringe afwijking wordt dit niet nader toegelicht.

Baten (€ 4.000 nadelig): Vanwege de geringe afwijking wordt dit niet nader toegelicht.

Mutaties reserves (€ 171.000 nadelig): In 2026 waren twee incidentele onttrekkingen opgenomen: € 83.000 voor het versterken van de bibliotheekvoorziening en € 88.000 aan de reserve Financiële ruimte 2024 voor het programma gebiedsgericht werken. Deze onttrekkingen vervallen in 2027. Dit leidt tot een nadeel van € 171.000.

Sport
Het saldo van het product Sport is ten opzichte van 2026 met € 454.000 verslechterd. De lasten zijn met € 452.000 toegenomen en de baten met € 2.000 afgenomen.

Lasten (€ 452.000 nadelig): De salarislasten zijn € 160.000 hoger door indexatie en personele mutaties. De kapitaallasten nemen door investeringen in sport en bewegen met € 86.000 toe. Daarnaast nemen de toegerekende huisvestingslasten voor sportaccommodaties met € 165.000 toe. Hiervan hangt € 120.000 samen met een hogere storting in de voorziening groot onderhoud vanwege hogere onderhoudskosten op lange termijn. De overige € 45.000 betreft indexatie van de huisvestingskosten. Overige afwijkingen leiden per saldo tot een nadeel van € 41.000.

Baten (€ 2.000 nadelig): Vanwege de geringe afwijking wordt dit niet nader toegelicht.

Openbaar groen
Het saldo van het product Openbaar groen is ten opzichte van 2026 met € 220.000 verslechterd. De lasten zijn met € 200.000 toegenomen, de baten met € 2.000 toegenomen en de onttrekkingen aan de reserve zijn met € 22.000 afgenomen.

Lasten (€ 200.000 nadelig): De toegerekende lasten voor tractie en materieel stijgen met € 36.000, vooral door hogere verzekerings-, lease- en onderhoudskosten. De indexatie van de uitvoeringsbudgetten voor het onderhoud van openbaar groen leidt tot € 144.000 hogere lasten. Daarnaast nemen de kapitaallasten voor investeringen in het openbaar groen met € 45.000 toe. In 2026 was incidenteel € 22.000 opgenomen voor een kunstopdracht voor de nieuwbouw van Midwerk. Deze lasten vervallen in 2027. Overige afwijkingen leiden tot een voordeel van € 3.000.

Baten (€ 2.000 voordelig): Vanwege de geringe afwijking wordt dit niet nader toegelicht.

Mutaties reserves (€ 22.000 nadelig): Door het vervallen van de kunstopdracht voor de nieuwbouw van Midwerk wordt in 2027 € 22.000 minder onttrokken aan de reserve Beeldende kunst. Dit leidt tot een nadeel van € 22.000. 

Riolering
Het saldo van het product Riolering is ten opzichte van 2026 met € 242.000 verbeterd. De lasten zijn met € 151.000 toegenomen en de baten zijn met € 393.000 toegenomen.

Lasten (€ 151.000 nadelig): De indexatie van de uitvoeringsbudgetten voor onderhoud aan de riolering leidt tot € 67.000 hogere lasten. De toegerekende personele lasten nemen met € 73.000 toe, met name door de indexatie van de loonkosten. Daarnaast nemen de huisvestingslasten voor rioolgemalen met € 26.000 toe door hogere onderhouds- en kapitaallasten. Lagere kapitaallasten op oudere investeringen leveren een voordeel van € 9.000 op. Overige afwijkingen leiden tot een voordeel van € 6.000. Dit betreft de directe kosten van het taakveld riolering. In de paragraaf Lokale heffingen wordt de kostendekkendheid van het tarief weergegeven, inclusief de kosten die niet rechtstreeks op het taakveld riolering worden verantwoord.

Baten (€ 393.000 voordelig): De opbrengsten uit de rioolheffing zijn in 2027 € 301.000 hoger. Dit hangt samen met een verwachte toename van het aantal objecten kleiner en groter dan 50 m² en het grootverbruik. De opbrengsten zijn gebaseerd op de tarieven uit het door uw raad vastgestelde Water- en rioolprogramma Gemeente Midden-Groningen 2024-2028. Daarnaast verwachten we € 89.000 meer te onttrekken aan de egalisatievoorziening. Overige afwijkingen leiden tot een voordeel van € 3.000.

Afval
Het saldo van het product Afval is ten opzichte van 2026 met € 409.000 verslechterd. De lasten zijn met € 729.000 toegenomen en de baten met € 320.000 toegenomen.

Lasten (€ 729.000 nadelig): De toegerekende personele lasten voor de afvalinzameling nemen met € 238.000 toe door de indexatie van de loonkosten. Voor handhaving nemen de personele lasten en opruimkosten met € 139.000 toe. De verwerkingskosten voor grof- en restafval stijgen met € 348.000, met name door de verhoging van de belasting op afvalstoffen (Wbm) en de CO2-heffing. De toegerekende lasten voor tractie en materieel nemen met € 82.000 toe door hogere kosten voor verzekeringen, onderhoud en brandstof. Vanuit het coalitieakkoord is het ledigingstarief voor GFT-afval vervallen. Het tarief voor het groenaanbrengpunt vervalt ook en is verwerkt in het vastrecht. Door het schrappen van het ledigingstarief verwachten we tegelijkertijd dat meer GFT-afval wordt aangeboden. De hierdoor hogere verwerkingskosten leiden tot een nadeel van € 295.000. De verwerkingskosten van overige afvalstromen, waaronder hout, puin, gruis/accu's en matrassen, nemen met € 191.000 toe. Dit komt door een groter aanbod, prijsindexatie en een nieuw contract voor hout. Overige afwijkingen leiden tot een voordeel van € 94.000, met name door lagere toegerekende huisvestingslasten. Dit betreft de directe kosten van het taakveld afval. In de paragraaf Lokale heffingen wordt de kostendekkendheid van het tarief weergegeven, inclusief de kosten die niet rechtstreeks op het taakveld afval worden verantwoord.

Baten (€ 320.000 voordelig): Ten opzichte van 2026 verwachten we € 262.000 hogere opbrengsten uit de afvalstoffenheffing. Hierin zijn zowel de inkomstenderving door het schrappen van het ledigingstarief voor GFT-afval als de verwachte daling van het aantal ledigingen van restafval verwerkt. Voorgesteld wordt het vaste tarief van de afvalstoffenheffing in 2027 te verhogen om tot 100% kostendekkendheid te komen. Daarnaast verwachten we € 9.000 hogere opbrengsten uit overige afvalstromen, waaronder gruis/accu's, PMD en matrassen. Dit komt door hogere vergoedingen en een groter aanbod. Voor boetes uit afvalhandhaving ramen we € 50.000 aan inkomsten. Overige afwijkingen leiden tot een nadeel van € 1.000.

Milieu
Het saldo van het product Milieu is ten opzichte van 2026 met € 135.000 verbeterd. De lasten zijn met € 163.000 toegenomen, de baten met € 1.855.000 afgenomen en de onttrekkingen aan de reserve zijn met € 100.000 toegenomen en de stortingen zijn met € 2.053.000 afgenomen.

Lasten (€ 163.000 nadelig): De toegerekende lasten voor CDOKE nemen met € 200.000 toe. Daarnaast stijgt de deelnemersbijdrage aan de ODG met € 54.000. Het huidige klimaatadaptatieplan loopt tot en met 2026, waardoor de hiervoor geraamde lasten in 2027 met € 93.000 afnemen. Overige afwijkingen leiden tot een nadeel van € 2.000.

Baten (€ 1.855.000 nadelig): De CDOKE-middelen zijn omgevormd van een specifieke uitkering naar een decentralisatie-uitkering via het gemeentefonds. Hierdoor worden deze middelen vanaf 2027 verantwoord binnen programma 6 Bestuur en bedrijfsvoering. Dit leidt op het product Milieu tot € 1.852.000 lagere baten. Overige afwijkingen leiden tot een nadeel van € 3.000.

Mutaties reserves (€ 2.153.000 voordelig): In 2026 is er een incidentele storting in de reserve CDOKE opgenomen van € 2.053.000. Daarnaast is de vastgestelde bezuiniging energiearmoede € 100.000 hoger in 2027. Deze verschillen leiden tot een voordeel van € 2.153.000.

Begraafplaatsen
Het saldo bij het product Begraafplaatsen is ten opzichte van 2026 met € 28.000 verbeterd. Vanwege de geringe afwijking wordt dit product niet toegelicht.