Het voordelig saldo voor bestemming op het programma Bestuur en bedrijfsvoering is toegenomen met € 10.238.000 ten opzichte van de begroting 2026. Het voordelig saldo na bestemming is toegenomen met € 8.947.000. We lichten per product de belangrijkste wijzigingen toe.
Bestuur
Het saldo van het product Bestuur is ten opzichte van 2026 met € 235.000 verslechterd. De lasten zijn met € 235.000 toegenomen.
Lasten (€ 235.000 nadelig): De lasten nemen met € 235.000 toe. Dit komt voornamelijk door de kosten van een zesde wethouder (€ 177.000). Deze kosten zijn voor 2026 bij de Najaarsnota 2026 bijgesteld, maar zijn nog niet verwerkt in de begroting 2026 waarmee hier wordt vergeleken. Daarnaast leidt indexatie van loonkosten en overige budgetten tot een nadeel van € 58.000.
Bestuursondersteuning
Het saldo van het product Bestuursondersteuning is ten opzichte van 2026 met € 1.289.000 verslechterd. De lasten zijn met € 1.137.000 toegenomen, de baten zijn met € 155.000 afgenomen en de onttrekkingen aan de reserve zijn met € 3.000 toegenomen.
Lasten (€ 1.137.000 nadelig): De personeelskosten nemen met € 1.025.000 toe door loonindexatie en de formatieve uitbreiding waartoe bij de Voorjaarsnota 2026 is besloten. Het gaat onder andere om capaciteit voor cybersecurity en gegevensbescherming, digitalisering en informatievoorziening en inkoop. Daarnaast zijn centrale personeelsbudgetten in 2027 nog niet functioneel toegerekend, terwijl dit in 2026 gedeeltelijk wel het geval was. Hierdoor zijn de lasten binnen Bestuursondersteuning € 436.000 hoger. Tegenover deze stijging staan € 286.000 lagere ICT-lasten als gevolg van bezuinigingsmaatregelen en lagere kapitaallasten. De lasten voor het Gegevensknooppunt Groningen zijn € 155.000 lager doordat de gemeente sinds 2026 geen penvoerder meer is. Hier staat eenzelfde daling van de baten tegenover. Indexatie van overige budgetten leidt tot een nadeel van € 117.000.
Baten (€ 155.000 nadelig): Sinds 2026 is de gemeente geen penvoerder meer voor het Gegevensknooppunt Groningen. Hierdoor vervallen de bijdragen van andere deelnemende organisaties. Tegenover de € 155.000 lagere baten staan € 155.000 lagere lasten.
Reservemutaties (€ 3.000 voordelig): Vanwege de geringe afwijking wordt dit niet nader toegelicht.
Belastingen
Het saldo van het product Belastingen is ten opzichte van 2026 met € 1.564.000 verbeterd. De lasten zijn met € 68.000 toegenomen en de baten zijn met € 1.632.000 toegenomen.
Lasten (€ 68.000 nadelig): De raming van de uitvoeringskosten voor de OZB is structureel met € 40.000 verhoogd. Daarnaast leidt indexatie tot € 28.000 hogere lasten.
Baten (€ 1.632.000 voordelig): De OZB-opbrengsten nemen met € 1.632.000 toe door indexatie, de eerder vastgestelde bezuinigingsmaatregelen en actualisatie van het areaal.
Treasury
Het saldo van het product Treasury is ten opzichte van 2026 met € 295.000 verbeterd. De lasten zijn met € 276.000 afgenomen en de baten zijn met € 19.000 toegenomen.
Lasten (€ 276.000 voordelig): De rentelasten zijn lager door lagere rente op langlopende geldleningen en een hogere toerekening van rentelasten aan de taakvelden.
Baten (€ 19.000 voordelig): De rentebaten uit schatkistbankieren zijn hoger door een hoger rentepercentage en een hoger saldo in de schatkist.
Gemeentefonds
Het saldo van het product Gemeentefonds is ten opzichte van 2026 met € 7.136.000 verbeterd. De baten zijn met € 7.136.000 toegenomen.
Baten (€ 7.136.000 voordelig): De algemene uitkering uit het gemeentefonds is € 7.136.000 hoger dan in 2026. De stijging hangt onder andere samen met de ontwikkeling van het accres en de uitkeringsbasis. De raming is gebaseerd op de mei- en septembercirculaire 2026.
Overige baten en lasten
Onder Overige baten en lasten worden stelposten en nog niet functioneel toegerekende uitgaven en inkomsten verantwoord. Het saldo verbetert na reservemutaties met € 1.476.000 ten opzichte van 2026. De lasten nemen met € 2.569.000 af, de baten nemen met € 201.000 toe en de reservemutaties leiden tot een nadeel van € 1.294.000.