2.2 Sociaal

Niet iedere inwoner in Midden-Groningen heeft dezelfde kansen op een gezond, veilig en zelfstandig leven. We zien verschillen in gezondheid, bestaanszekerheid en mogelijkheden om mee te doen. Ook hebben inwoners vaker vragen die meerdere leefgebieden raken. Daarom zetten we in op gelijke kansen, preventie, een sterke sociale basis en tijdige, passende ondersteuning.

Visie sociale veerkracht
De visie Sociale veerkracht is de basis voor het programma Sociaal. We gaan uit van wat inwoners zelf en samen met hun netwerk en omgeving kunnen. Professionele ondersteuning is beschikbaar waar dat nodig is. Zo versterken we de eigen regie en veerkracht van inwoners en de kracht van dorpen en wijken.

Ambitie
We willen dat iedere inwoner de kans krijgt om gezond en veilig op te groeien, zich te ontwikkelen, bestaanszekerheid te ervaren en naar vermogen mee te doen in de samenleving.

Onze aanpak
We werken vanuit één programma Sociaal, omdat gezondheid, welzijn, jeugd, onderwijs, participatie, werk, inkomen en schuldhulpverlening nauw met elkaar samenhangen. We investeren in preventie en vroegsignalering en bieden ondersteuning dichtbij: zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig. We investeren ongelijk om gelijke kansen te bevorderen. NPG en de sociale agenda van Nij Begun helpen deze beweging te versnellen.

Landelijke ontwikkelingen
Landelijk verschuift de nadruk naar preventie, vroegsignalering en een sterke sociale basis. De Hervormingsagenda Jeugd, Participatiewet in Balans en het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) vragen daarnaast om meer samenhang en samenwerking tussen gemeenten, zorg, welzijn, onderwijs en andere partners.

Regionale ontwikkelingen
In Groningen werken Rijk, gemeenten en maatschappelijke partners samen aan kansengelijkheid, gezondheid, leefbaarheid, participatie en bestaanszekerheid. Via onder meer de sociale agenda van Nij Begun en regionale samenwerking op gezondheid, welzijn, wonen, zorg en jeugd vertalen we deze opgaven naar een samenhangende lokale aanpak.

Ontwikkelingen in Midden-Groningen
In 2027 krijgt de nieuwe stichting voor de sociale teams verder vorm. Daarmee werken we aan een herkenbare, integrale toegang en passende ondersteuning voor inwoners. Ook is 2027 het eerste volledige jaar waarin Midwerk uitvoering geeft aan de Participatiewet. De nadruk ligt op maatschappelijke resultaten: inwoners krijgen passende ondersteuning, ervaren meer bestaanszekerheid en kunnen naar vermogen werken, zich ontwikkelen en meedoen.

Het programma Sociaal bestaat uit de volgende beleidsparagrafen:

  • Gezondheid
  • Welzijn
  • Wmo
  • Jeugd, jeugdgezondheidszorg en onderwijs
  • Participatiewet
  • Schuldhulpverlening
  • Toegang, ondersteuning en sociale basis

2.2.1 Gezondheid

Terug naar navigatie - 2.2.1 Gezondheid - Inleiding

Gezondheid is een belangrijke voorwaarde om mee te kunnen doen en regie over het eigen leven te ervaren. In Midden-Groningen vragen gezondheidsverschillen, mentale gezondheidsproblemen, vergrijzing, bestaansonzekerheid en de gevolgen van de aardbevingsproblematiek blijvend aandacht. Tegelijk neemt de druk op zorg en ondersteuning toe. De gemeente heeft op grond van de Wet publieke gezondheid een verantwoordelijkheid voor bescherming, bewaking en bevordering van de publieke gezondheid.

Ambities
Inwoners van Midden-Groningen krijgen meer mogelijkheden om gezond op te groeien, vitaal ouder te worden en naar vermogen mee te doen. Het bevorderen van een gezonde leefstijl en leefomgeving draagt bij aan het verkleinen van gezondheidsverschillen. Vanuit het ongelijk investeren voor gelijke kansen vindt extra inzet plaats waar de gezondheidsachterstanden het grootst zijn. Regionaal werken we al intensief samen met de andere Groninger gemeenten en binnen Gezond Groningen ook met partners en organisaties. De verdere doorontwikkeling en optimalisering van een sterke regionale structuur is in ontwikkeling en heeft onze aandacht.

Trends en ontwikkelingen
Gezondheidsverschillen, mentale gezondheidsproblemen, vergrijzing, bestaansonzekerheid en de gevolgen van de aardbevingsproblematiek blijven belangrijke opgaven. Tegelijk neemt de druk op zorg en ondersteuning toe. Landelijk en regionaal verschuift de aandacht daarom van zorg naar gezondheid, met meer nadruk op preventie, een sterke sociale basis en een gezonde leefomgeving. Binnen het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) werken gemeenten, zorg- en welzijnspartners samen aan deze beweging. Vanuit Health in All Policies wordt gezondheid verbonden met onder meer bestaanszekerheid, jeugd, sport, onderwijs, welzijn, mobiliteit en leefomgeving. In 2027 worden de landelijke en regionale ontwikkelingen vertaald naar een nieuwe lokale beleidsnotitie gezondheid.

Doelstelling

Terug naar navigatie - 2.2.1 Gezondheid - Doelstelling

a. De integrale gezondheidsaanpak versterken

Terug naar navigatie - 2.2.1 Gezondheid - Doelstelling - a. De integrale gezondheidsaanpak versterken

De gemeente voert regie op een integrale gezondheidsaanpak volgens het principe van Health in All Policies. Samen met de GGD, andere gemeenten, zorg- en welzijnspartners en inwoners werken we aan preventie, gezondheidsbevordering en een gezonde leefomgeving. Gezondheid wordt integraal meegewogen in gemeentelijk beleid, zodat inwoners meer mogelijkheden krijgen om gezond op te groeien, vitaal ouder te worden en naar vermogen mee te doen.

Acties

b. Een gezonde leefstijl en gelijke gezondheidskansen bevorderen

Terug naar navigatie - 2.2.1 Gezondheid - Doelstelling - b. Een gezonde leefstijl en gelijke gezondheidskansen bevorderen

Meer inwoners leven gezond en ervaren een goede gezondheid, waarbij gezondheidsverschillen tussen inwoners en gebieden worden verkleind. De gemeente investeert ongelijk om gelijke gezondheidskansen te bevorderen. De inzet richt zich op preventie, gezond gedrag en een leefomgeving die gezonde keuzes ondersteunt, met extra aandacht voor inwoners en gebieden waar gezondheidsproblemen zich opstapelen. Ook is er extra aandacht voor de (mentale) gezondheid van jongeren, gezond gedrag en leefstijl.

Acties

Indicatoren

Terug naar navigatie - 2.2.1 Gezondheid - Indicatoren
Beleidsdoel Kernindicator Midden-Groningen Provincie Groningen Nederland Richting Ambitie 2030
De integrale gezondheidsaanpak versterken Inwoners die de eigen gezondheid als goed of zeer goed ervaren 72,60% 73,90% 74,10% ↑ Minimaal richting provinciaal gemiddelde
Een gezonde leefstijl en gelijke gezondheidskansen bevorderen Inwoners met overgewicht 55,50% 49,70% 50,00% ↓ Daling richting provinciaal gemiddelde

2.2.2 Welzijn

Terug naar navigatie - 2.2.2 Welzijn - Inleiding

Welzijn gaat over de mate waarin inwoners zich goed voelen, grip ervaren op hun leven en kunnen meedoen in Midden-Groningen. Een sterk sociaal netwerk, werk, vrijwilligerswerk, mantelzorg, ontmoeting en een zinvolle daginvulling dragen hieraan bij. Investeren in dorpen en wijken waarin inwoners elkaar kennen, elkaar ondersteunen en zich van betekenis voelen in 2027 draagt bij aan een sterke sociale basis dichtbij huis.

Ambities
Alle inwoners kunnen naar vermogen meedoen, ervaren grip op hun leven en kunnen van betekenis zijn voor hun omgeving. Ondersteuning is zoveel mogelijk dichtbij, toegankelijk en gericht op het versterken van de eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van inwoners.

Trends en ontwikkelingen
Door vergrijzing, mentale gezondheidsproblemen, bestaansonzekerheid en een groeiende ondersteuningsvraag neemt het belang van preventie en een sterke sociale basis toe. Inwoners willen zo lang mogelijk zelfstandig wonen, deelnemen aan de samenleving en ondersteuning dichtbij huis ontvangen.

Binnen het AZWA (Aanvullend zorg- en welzijnsakkoord) wordt de samenwerking tussen gemeenten, welzijn, eerstelijnszorg en andere zorgpartners verder versterkt. Welzijn krijgt hierdoor een grotere rol bij het voorkomen of uitstellen van zwaardere ondersteuning en zorg. De sociale teams werken daarom nauw samen met welzijnsorganisaties, vrijwilligersorganisaties en zorgpartners. Ondersteuningsvragen worden zo vroeg en zo dichtbij mogelijk opgepakt. Waar dit passend is, wordt ondersteuning in de buurt of in groepsverband aangeboden.

In 2027 worden landelijke en regionale afspraken door vertaald naar de lokale aanpak. Welzijn op Recept, mantelzorg, mentale gezondheid, ouderen en toegankelijke ondersteuning dichtbij huis zijn speerpunten. Inwoners die nog onvoldoende in beeld zijn, zoals eenzame inwoners en inwoners met langdurige stress of zorgen, worden beter bereikt. Het programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen en de gemeentelijke Woonzorgwelzijnsvisie 2025–2030 sluit hierbij aan. Deze visie geeft richting aan de inzet op zelfredzaamheid, samenredzaamheid, passend wonen en leefbare dorpen en wijken.

De sociale agenda van Nij Begun biedt structureel de mogelijkheid om via bewezen interventies de leefbaarheid, gezondheid, ontmoeting en participatie in dorpen en wijken verder kracht bij te zetten. Voor de sociale agenda wordt verwezen naar paragraaf 2.5.3. 

Doelstelling

Terug naar navigatie - 2.2.2 Welzijn - Doelstelling

a. Psychosociaal welzijn van inwoners versterken

Terug naar navigatie - 2.2.2 Welzijn - Doelstelling - a. Psychosociaal welzijn van inwoners versterken

Inwoners met psychosociale klachten krijgen tijdig passende ondersteuning, waardoor zij meer welzijn en grip op hun leven ervaren en beter kunnen meedoen. Gezondheid gaat niet alleen over lichamelijk functioneren. Inwoners kunnen te maken krijgen met stress, somberheid, angst of eenzaamheid. In het aardbevingsgebied komen psychosociale klachten relatief vaak voor. Een medische behandeling is niet altijd nodig of passend. Ontmoeting, bewegen, vrijwilligerswerk of deelname aan een andere activiteit kan inwoners helpen om zich beter te voelen en weer grip op het dagelijks leven te krijgen.

Welzijnscoaches en inwonerondersteuners bieden laagdrempelige ondersteuning. Zij kijken samen met de inwoner wat nodig is en leggen waar nodig de verbinding met activiteiten, informele ondersteuning of professionele hulp.

Acties

b. Inwoners kunnen zo lang mogelijk gezond, zelfstandig en naar eigen wens wonen en deelnemen aan de samenleving

Terug naar navigatie - 2.2.2 Welzijn - Doelstelling - b. Inwoners kunnen zo lang mogelijk gezond, zelfstandig en naar eigen wens wonen en deelnemen aan de samenleving

De toenemende vergrijzing zorgt voor een groeiend aantal inwoners van 75 jaar en ouder. Om zelfstandig wonen en deelnemen aan de samenleving mogelijk te maken, zijn vitaliteit, ontmoeting, passende woonvormen, toegankelijke informatie en ondersteuning dichtbij huis belangrijk. Het uitvoeren van de Woonzorgwelzijnsvisie, het integrale ouderenbeleid en de lokale aanpak van valpreventie, dementie en eenzaamheid in samenhang met elkaar. Hierbij samenwerken met inwoners, mantelzorgers, vrijwilligers, woningcorporaties, zorgorganisaties, welzijnsorganisaties en andere betrokken partners. Behoud van mobiliteit en bereikbaarheid heeft daarbij onze aandacht.

Acties

c. Mantelzorgers en vrijwilligers worden tijdig en passend ondersteund, zodat zij hun inzet kunnen volhouden en informele ondersteuning dichtbij beschikbaar blijft

Terug naar navigatie - 2.2.2 Welzijn - Doelstelling - c. Mantelzorgers en vrijwilligers worden tijdig en passend ondersteund, zodat zij hun inzet kunnen volhouden en informele ondersteuning dichtbij beschikbaar blijft

Veel inwoners zetten zich in voor anderen. Dat is belangrijk voor sterke dorpen en wijken. Vrijwilligerswerk, mantelzorg en inwonersinitiatieven helpen om ondersteuning dichtbij te organiseren. In 2027 gaan we deze informele ondersteuning versterken, Informatie en advies geven, delen kennis en waarderen van mantelzorgers en vrijwilligers. We zetten in op bredere bekendheid rondom respijtzorg. De steunpunten Mantelzorg en de vrijwilligerscentrale van Kwartier Zorg en Welzijn blijven hierin belangrijk.

Acties

Indicatoren

Terug naar navigatie - 2.2.2 Welzijn - Indicatoren
Beleidsdoel Kernindicator Midden-Groningen Provincie Groningen Nederland Richting Ambitie 2030
Psychosociaal welzijn van inwoners versterken Inwoners met hoge veerkracht 48,90% 49,70% 53,60% ↑ Groei richting landelijk gemiddelde
Psychosociaal welzijn van inwoners versterken Inwoners die sterk eenzaam zijn 13,20% 13,40% 13,20% ↓ Daling ten opzichte van 2024
Ouderen kunnen zo lang mogelijk gezond, zelfstandig en naar eigen wens wonen en deelnemen aan de samenleving Inwoners die matig tot veel regie over het eigen leven ervaren (18+) 88,00% 87,80% 88,30% ↑ Minimaal gelijk aan landelijk gemiddelde
Mantelzorgers en vrijwilligers worden tijdig en passend ondersteund, zodat zij hun inzet kunnen volhouden en informele ondersteuning dichtbij beschikbaar blijft Mantelzorgers die zich zwaar tot overbelast voelen 18% (2022) 17% (2022) 19% (2022) ↓ Daling ten opzichte van uitgangssituatie
Mantelzorgers en vrijwilligers worden tijdig en passend ondersteund, zodat zij hun inzet kunnen volhouden en informele ondersteuning dichtbij beschikbaar blijft Inwoners die vrijwilligerswerk doen 26,10% 27,40% 26,10% ↑ Groei richting provinciaal gemiddelde

2.2.3 Wmo

Terug naar navigatie - 2.2.3 Wmo - Inleiding

Op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) ondersteunen we inwoners die door een beperking, chronische ziekte, psychische of psychosociale problemen hulp nodig hebben om zelfstandig te wonen en mee te doen aan de samenleving. Samen met de inwoner onderzoeken we wat nodig is. Daarbij kijken we naar de eigen mogelijkheden, het sociale netwerk en algemene voorzieningen. Als dat niet voldoende is, zorgen we voor passende maatwerkondersteuning.

We willen dat inwoners zoveel mogelijk regie houden over hun eigen leven en zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen en meedoen. Dit vraagt om ondersteuning die aansluit bij de situatie van de inwoner, een sterke sociale basis en goede samenwerking tussen inwoners, gemeente en maatschappelijke partners.

Ambities
Inwoners kunnen binnen hun mogelijkheden zo zelfstandig mogelijk wonen en meedoen aan de samenleving. Wanneer ondersteuning nodig is, is deze passend, toegankelijk en van goede kwaliteit.

Trends en ontwikkelingen
Toenemende en complexere ondersteuningsvraag
De vraag naar Wmo-ondersteuning neemt toe. Inwoners wonen langer zelfstandig en ondersteuningsvragen worden complexer. Problemen spelen daarbij vaker op meerdere leefgebieden. Tegelijkertijd staat de beschikbaarheid van zorgprofessionals onder druk. Dit vraagt om preventie, een sterke sociale basis en passende ondersteuning. Wanneer passende ondersteuning of huisvesting ontbreekt, neemt ook het risico op dak- en thuisloosheid en een beroep op maatschappelijke opvang toe.

Wonen, welzijn en zorg
In 2027 voeren we samen met onze partners de voor de Wmo relevante onderdelen van de uitvoeringsagenda van de Woonzorgwelzijnsvisie uit. Vanuit onze regierol versterken we de samenwerking tussen wonen, welzijn en zorg en stimuleren we ondersteuning dichtbij. Zo dragen we eraan bij dat inwoners zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen en meedoen.

Samenwerking over domeinen heen
Ondersteuningsvragen beperken zich niet altijd tot één leefgebied of wettelijke regeling. Daarom versterken we de samenwerking tussen betrokken organisaties en beleidsterreinen. In 2027 bouwen we samen met regionale partners de Domeinoverstijgende Samenwerking verder uit. Ook verbeteren we binnen de gemeente de samenhang in de ondersteuning voor jongeren bij de overgang naar volwassenheid.

Beschermd wonen en maatschappelijke opvang
De druk op Beschermd Wonen en maatschappelijke opvang blijft hoog. Ondersteuningsvragen worden complexer en een tekort aan passende huisvesting belemmert de door- en uitstroom. Tegelijkertijd zetten we de beweging voort naar preventie, herstel en ondersteuning in de eigen leefomgeving. In 2027 werken we met regionale en lokale partners verder aan het voorkomen van instroom, het bevorderen van doorstroom en het mogelijk maken van duurzaam zelfstandig wonen.

Doelstelling

Terug naar navigatie - 2.2.3 Wmo - Doelstelling

a. Inwoners kunnen zo zelfstandig mogelijk wonen en meedoen aan de samenleving

Terug naar navigatie - 2.2.3 Wmo - Doelstelling - a. Inwoners kunnen zo zelfstandig mogelijk wonen en meedoen aan de samenleving

Inwoners houden binnen hun mogelijkheden regie over hun eigen leven en kunnen zo lang mogelijk zelfstandig wonen en deelnemen aan de samenleving. Wanneer ondersteuning nodig is, draagt deze hieraan bij.

Acties

b. Inwoners ontvangen passende en kwalitatief goede ondersteuning

Terug naar navigatie - 2.2.3 Wmo - Doelstelling - b. Inwoners ontvangen passende en kwalitatief goede ondersteuning

Inwoners die ondersteuning nodig hebben, kunnen rekenen op ondersteuning die aansluit bij hun situatie, toegankelijk is en van goede kwaliteit is. We bewaken dat ondersteuning rechtmatig wordt ingezet en geleverd.

Acties

Indicatoren

Terug naar navigatie - 2.2.3 Wmo - Indicatoren
Beleidsdoel Kernindicator Midden-Groningen Provincie Groningen Nederland Richting Ambitie 2030
Inwoners kunnen zo zelfstandig mogelijk wonen en meedoen aan de samenleving Demografische druk 77,2% (2025) – 70,70% – Context: ontwikkeling volgen
Inwoners kunnen zo zelfstandig mogelijk wonen en meedoen aan de samenleving Inwoners met één of meer lichamelijke beperkingen 27,2% (2024) 23,70% 22,80% – Context: ontwikkeling volgen
Inwoners kunnen zo zelfstandig mogelijk wonen en meedoen aan de samenleving Cliënten met een maatwerkarrangement Wmo per 10.000 inwoners 820 (2025) – 660 – Ontwikkeling volgen
Inwoners kunnen zo zelfstandig mogelijk wonen en meedoen aan de samenleving Wmo-cliënten die aangeven dat de ondersteuning bijdraagt aan zelfstandig functioneren en meedoen n.v.t. n.v.t. ↑ Verbetering t.o.v. uitgangssituatie

2.2.4 Jeugd, jeugdgezondheidszorg en onderwijs

Terug naar navigatie - 2.2.4 Jeugd, jeugdgezondheidszorg en onderwijs - Inleiding

De jeugd is de toekomst. In onze gemeente wonen ruim 11.000 kinderen en jongeren tot en met 18 jaar. We willen dat zij kansrijk, gezond en veerkrachtig opgroeien en zich zo goed mogelijk kunnen ontwikkelen. Daarvoor is een sterke basis nodig: een veilige en stabiele thuissituatie, goed en passend onderwijs, een gezonde leefstijl en een omgeving waarin kinderen en jongeren zich gezien en gesteund voelen. Ouders spelen hierin een belangrijke rol, samen met school, kinderopvang, de jeugdgezondheidszorg, verenigingen, de buurt en andere betrokkenen. Als gemeente dragen we bij aan het versterken van deze pedagogische basis. We verrijken het onderwijs, stimuleren een gezonde leefstijl en ondersteunen ouders bij het opvoeden. We zetten in op preventie en vroegsignalering en zorgen dat ondersteuning dichtbij beschikbaar is als dat nodig is. Ook helpen we kinderen en jongeren om vaardigheden te ontwikkelen waarmee zij kunnen omgaan met stress, tegenslag en veranderingen. Zo willen we problemen zoveel mogelijk voorkomen of vroeg aanpakken en ervoor zorgen dat kinderen, jongeren en gezinnen tijdig passende ondersteuning of zorg krijgen.

Ambities
Ieder kind groeit gezond en veilig op, ontwikkelt zijn talenten en krijgt de kansen die nodig zijn om mee te doen en zich te ontwikkelen.

Trends en ontwikkelingen
Landelijk en regionaal kader jeugdhulp 
Landelijk: De Hervormingsagenda jeugd en het Toekomstscenario jeugd en gezin dateren uit 2023 en vormen, ondanks vertraging in de uitvoering door betrokken partijen, nog steeds een algemeen kader voor de regionale en lokale kwaliteitsverbetering in de jeugdhulp. Zo is er door het Rijk nog geen invulling gegeven aan de beperking van de reikwijdte van jeugdhulp. Intussen hebben gemeenten wel te maken met korting op de middelen voor jeugdhulp op basis van de Hervormingsagenda. Begin 2027 wordt een nieuw advies verwacht van de commissie Van Ark. We hebben vooralsnog te maken met een scheve verhouding tussen moeilijk beïnvloedbare kosten voor jeugdhulp en middelen van het Rijk.

Regionaal: Door anders in te kopen werken we als tien regiogemeenten aan kwalitatieve verbetering en kostenbeheersing van de jeugdzorg. Leidraad is het Langjarig perspectief transformatie jeugdhulp uit 2025. Er wordt geleidelijk afscheid genomen van de Open-House-inkoop door segmenten van jeugdhulp onder te brengen bij samenwerkingsverbanden van een beperkt aantal aanbieders. Midden-Groningen brengt het segment basishulp onder bij de gemeentelijke stichting voor de toegang, gefaseerd vanaf 2028. Aanvullende jeugdhulp, die voornamelijk bestaat uit jeugd-ggz, wordt aanbesteed vanaf 2029. De aanbesteding van het segment hoog-specialistische hulp is gestart in 2026 en loopt door tot 2030.

Transformatie lokale toegang
Kwartier Zorg & Welzijn is de brede toegang voor ondersteuning en hulp voor de doelgroep 0-100 jaar. Kwartier wordt omgevormd tot een nieuwe stichting, waarvoor een business case en personele afspraken zijn gemaakt. De stichting gaat van start in de nieuwe vorm op 1 januari 2027. Basishulp jeugd wordt vanaf 2028 toegevoegd als nieuw organisatieonderdeel. De voorbereiding daarvoor loopt van eind 2026 tot in 2027. Behalve basishulp wordt ook toegang tot basishulp, in de vorm van expertise voor de analyse van zorgvragen, toegevoegd aan de stichting.

Onderwijs en jeugd
Kinderen groeien op in een samenleving waarin ontwikkel- en onderwijskansen nog steeds ongelijk zijn verdeeld. Daarom blijven we investeren in gelijke kansen, een rijke ontwikkelomgeving en goede samenwerking tussen onderwijs, opvang, welzijn en jeugdhulp. De regionale transformatie van de jeugdhulp en de doorontwikkeling van de lokale toegang versterken deze samenwerking. Vanuit de Sociale Agenda Nij Begun bouwen we voort op initiatieven die bijdragen aan de brede ontwikkeling en mentale gezondheid van kinderen en jongeren.

Doelstelling

Terug naar navigatie - 2.2.4 Jeugd, jeugdgezondheidszorg en onderwijs - Doelstelling

a. Jeugdigen en gezinnen met zorgvragen ontvangen tijdig passende hulp

Terug naar navigatie - 2.2.4 Jeugd, jeugdgezondheidszorg en onderwijs - Doelstelling - a. Jeugdigen en gezinnen met zorgvragen ontvangen tijdig passende hulp

Jeugdigen en de gezinnen waarin ze opgroeien hebben soms ondersteuning nodig of een intensievere vormen van hulp. We bieden deze inwoners tijdig de passende zorg: licht waar het kan, specialistisch waar het moet en steeds op basis van een deskundige beoordeling. 

Acties

b. Kinderen en jongeren krijgen samenhangende ondersteuning en blijven deelnemen aan onderwijs

Terug naar navigatie - 2.2.4 Jeugd, jeugdgezondheidszorg en onderwijs - Doelstelling - b. Kinderen en jongeren krijgen samenhangende ondersteuning en blijven deelnemen aan onderwijs

Kinderen en jongeren kunnen zich beter ontwikkelen als onderwijs en ondersteuning goed op elkaar aansluiten. Als er problemen zijn thuis, op school of in de ontwikkeling van een kind, is het belangrijk dat deze vroeg worden gezien en in samenhang worden opgepakt. Daarom versterken we de samenwerking tussen gezin, onderwijs, kind-ouderondersteuners, leerplicht, jeugdhulp en de lokale toegang. We werken aan laagdrempelige ondersteuning en duidelijke afspraken over verantwoordelijkheden. Zo willen we voorkomen dat problemen groter worden en dragen we bij aan het voorkomen en verminderen van schooluitval en thuiszitten. Wanneer een kind of jongere toch uitvalt is het belangrijk om samen met het kind, het gezin en betrokken partners te werken aan terugkeer naar een passende onderwijsplek. 

Acties

c. Kinderen hebben gelijke onderwijskansen

Terug naar navigatie - 2.2.4 Jeugd, jeugdgezondheidszorg en onderwijs - Doelstelling - c. Kinderen hebben gelijke onderwijskansen

We investeren vroeg in de ontwikkeling van kinderen. Voor peuters met risico op een achterstand bieden we voorschoolse educatie met extra taal en rekenaanbod. We streven naar een bereik van meer dan 75% van de doelgroepkinderen en werken aan goede kwaliteit, ouderbetrokkenheid en een doorgaande lijn naar het basisonderwijs. We verrijken de ontwikkelomgeving van kinderen en jongeren door onderwijs te verbinden met welzijn, sport en cultuur. Onderwijs, gezin, opvang, jeugdhulp en de lokale toegang werken hierin nauw samen.

Acties

d. Volwassenen kunnen meedoen in de samenleving doordat zij beschikken over voldoende basisvaardigheden

Terug naar navigatie - 2.2.4 Jeugd, jeugdgezondheidszorg en onderwijs - Doelstelling - d. Volwassenen kunnen meedoen in de samenleving doordat zij beschikken over voldoende basisvaardigheden

Iedereen moet kunnen meedoen in de samenleving. Toch hebben nog te veel inwoners moeite met lezen, schrijven, rekenen of digitale vaardigheden. Deze basisvaardigheden zijn nodig om zelfstandig mee te kunnen doen. Met middelen uit de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) en aanvullende regionale middelen investeren we in volwasseneneducatie. Daarnaast werken we aan een samenhangende lokale aanpak van basisvaardigheden, waarin signalering, doorverwijzing en educatie beter op elkaar aansluiten. Via het onderwijskansenbeleid en de voorschoolse educatie investeren we in taalontwikkeling en leesbevordering bij kinderen.

Acties

e. Kinderen krijgen onderwijs in een stimulerend, veilig en toekomstbestendig schoolgebouw

Terug naar navigatie - 2.2.4 Jeugd, jeugdgezondheidszorg en onderwijs - Doelstelling - e. Kinderen krijgen onderwijs in een stimulerend, veilig en toekomstbestendig schoolgebouw

We geven invulling aan onze wettelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting. Dit gaat over nieuwbouw, uitbreiding en renovatie van een school, herstel van constructiefouten en herstel en vervanging in verband met schade. Daarbij kijken we niet alleen naar nieuwbouw, uitbreiding en renovatie, maar ook naar gezondheid, duurzaamheid, inclusiviteit en samenwerking met kinderopvang.

Acties

Indicatoren

Terug naar navigatie - 2.2.4 Jeugd, jeugdgezondheidszorg en onderwijs - Indicatoren
Beleidsdoel Kernindicator Midden-Groningen Provincie Groningen Nederland Richting Ambitie 2030
Jeugdigen en gezinnen met ondersteuningsvragen ontvangen tijdig passende hulp Jongeren met jeugdhulp 16,4% (2024) – 13,2% – Context: ontwikkeling volgen
Kinderen en jongeren krijgen samenhangende ondersteuning en blijven deelnemen aan onderwijs Relatief verzuim 31 per 1.000 (2024) – 28 per 1.000 ↓ Daling richting landelijk gemiddelde
Kinderen en jongeren krijgen samenhangende ondersteuning en blijven deelnemen aan onderwijs Voortijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie 3,2% (2024) – 2,3% ↓ Daling richting landelijk gemiddelde
Kinderen hebben gelijke onderwijskansen Bereik voorschoolse educatie (VVE) ca. 70% n.v.t. n.v.t. ↑ Groei naar 75% van de doelgroep

2.2.5 Participatiewet

Terug naar navigatie - 2.2.5 Participatiewet - Inleiding

We willen dat iedere inwoner kan meedoen en, waar mogelijk, zelfstandig in het levensonderhoud kan voorzien. We ondersteunen inwoners bij het versterken van bestaanszekerheid, participatie en ontwikkeling. 2027 is het eerste volledige begrotingsjaar waarin het sociaal ontwikkelbedrijf onder de naam Midwerk uitvoering geeft aan de Participatiewet. Midwerk brengt inkomensondersteuning, armoedebeleid, ontwikkeling, participatie en werk integraal samen en werkt daarbij nauw samen met werkgevers, onderwijs, sociale teams en maatschappelijke partners. Betaald werk is het uitgangspunt; waar dat niet mogelijk is, ondersteunen we inwoners bij ontwikkeling, participatie of beschut werk.

Ambities
Iedere inwoner heeft bestaanszekerheid, kan zich ontwikkelen en naar vermogen meedoen.

Trends en ontwikkelingen
In 2027 worden de laatste onderdelen van de Participatiewet in Balans ingevoerd. Hiermee ontstaat meer ruimte voor maatwerk, vereenvoudiging van de uitvoering en ondersteuning die beter aansluit bij de persoonlijke situatie van inwoners. De mogelijkheid van een bufferbudget wordt in 2027 afzonderlijk afgewogen.

Rijksmiddelen
De bekostiging van beschut werk sluit de komende jaren beter aan bij de gerealiseerde werkplekken. Daarnaast ontvangt de gemeente middelen voor de doorontwikkeling en toekomstbestendigheid van sociaal ontwikkelbedrijven en voor het realiseren en behouden van werkontwikkelplekken.

Binnen Werk in Zicht creëren we met Waardewerk tijdelijk werkplekken voor inwoners die nog geen aansluiting vinden op de arbeidsmarkt. De Nij Begunbanen vormen hierop het structurele vervolg en worden regionaal verder uitgewerkt voor duurzame inzet binnen de sociaal ontwikkelbedrijven. Met de Kadernota Aanpak armoede Midden-Groningen 2026-2030 versterken we de bestaanszekerheid en pakken we langdurige armoede gerichter aan.

Doelstelling

Terug naar navigatie - 2.2.5 Participatiewet - Doelstelling

b. Inwoners ontwikkelen hun talenten en zetten een passende stap naar werk of participatie

Terug naar navigatie - 2.2.5 Participatiewet - Doelstelling - b. Inwoners ontwikkelen hun talenten en zetten een passende stap naar werk of participatie

Werk en maatschappelijke participatie dragen bij aan gezondheid, zelfredzaamheid en een beter toekomstperspectief. Voor een groeiende groep inwoners is de stap naar betaald werk door meervoudige problematiek niet vanzelfsprekend. Daarom zetten we in op de talenten en mogelijkheden van inwoners.

Acties

f. Oekraïense ontheemden ontvangen tijdig financiële ondersteuning en worden waar nodig begeleid naar werk

Terug naar navigatie - 2.2.5 Participatiewet - Doelstelling - f. Oekraïense ontheemden ontvangen tijdig financiële ondersteuning en worden waar nodig begeleid naar werk

Sinds maart 2022 verblijven er veel ontheemden uit Oekraïne in Nederland. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor hun opvang en voor het verstrekken van leefgeld. 

Acties

Indicatoren

Terug naar navigatie - 2.2.5 Participatiewet - Indicatoren
Beleidsdoel Kernindicator Midden-Groningen Nederland Richting Ambitie 2030
Inwoners met een laag inkomen hebben perspectief op bestaanszekerheid en participatie Inwoners met een inkomen tot 101% van de bijstandsnorm 5,10% 4,3% ↓ Naar 4,3% – conform langetermijnambitie Kadernota Aanpak armoede
Inwoners met een laag inkomen hebben perspectief op bestaanszekerheid en participatie Kinderen die opgroeien in een huishouden met een inkomen tot 110% van de bijstandsnorm 5,1% (ca. 900 kinderen) 6,7% ↓ Aandeel verder terugdringen en onder landelijk gemiddelde blijven
Inwoners met een laag inkomen hebben perspectief op bestaanszekerheid en participatie Kinderen in uitkeringsgezin 7,0% (2024) 6,0% – Context: ontwikkeling volgen
Inwoners ontwikkelen hun talenten en zetten een passende stap naar werk of participatie Netto arbeidsparticipatie 70,5% (2024) 73,2% ↑ Groei richting landelijk gemiddelde
Inwoners ontwikkelen hun talenten en zetten een passende stap naar werk of participatie Inwoners met uitstroom naar betaald werk 146 (2025) n.v.t. ↑ Ontwikkeling volgen
Ondernemers krijgen tijdig passende ondersteuning met oog voor hun situatie Ondernemers met gehele of gedeeltelijke uitstroom uit de bijstand 8 (2025) n.v.t. ↑ Ontwikkeling volgen
Inburgeringsplichtige nieuwkomers ontwikkelen zich naar taal, participatie en werk Tijdig afgeronde inburgeringstrajecten (binnen 3 jaar) 82 (2025) n.v.t. ↑ Ontwikkeling volgen
Oekraïense ontheemden ontvangen tijdig financiële ondersteuning en worden waar nodig begeleid naar werk Oekraïense ontheemden ondersteund met leefgeld 66 (2025) n.v.t. – Context: ontwikkeling volgen

2.2.6 Schuldhulpverlening

Terug naar navigatie - 2.2.6 Schuldhulpverlening - Inleiding

Geldzorgen hebben grote gevolgen voor gezondheid, welzijn, participatie en het dagelijks functioneren van inwoners. Daarom willen we financiële problemen zoveel mogelijk voorkomen en inwoners met schulden bereiken. Samen met inwoners willen wij geldzorgen duurzaam oplossen. De Kredietbank Midden-Groningen voert de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) uit. Het beleidsplan 2027–2030, met de titel Bereiken, oplossen en begeleiden! helpt ons hierbij. 

Ambities
Samen met onze klanten zorgen wij voor rust in geldzaken. Wij willen makkelijk bereikbaar zijn voor onze inwoners en werken op basis van vertrouwen. Wanneer wij hulp bieden, blijven inwoners zoveel mogelijk zelf de baas over hun financiële situatie. Wij hebben een persoonlijke aanpak en stellen onze klant centraal. Dat doen wij vanuit de overtuiging dat iedereen in Midden-Groningen recht heeft op een toekomst zonder geldzorgen. 

Trends en ontwikkelingen
De schuldenproblematiek in Midden-Groningen is groot. In 2025 had 9,7% van de huishoudens geregistreerde problematische schulden. Dit is hoger dan het landelijk gemiddelde van 8,6%. (CBS, schuldenproblematiek in beeld, januari 2025) Wij willen deze problemen aanpakken. Daarom zetten wij in op het bereiken van inwoners met financiële problemen en het bieden van een passende oplossing. Om terugval in schulden te voorkomen bieden wij financiële begeleiding aan. Om deze doelen te bereiken zoeken wij aansluiting bij landelijke en regionale ontwikkelingen.

Het kabinet wil in het hele land het bereik, de kwaliteit en de effectiviteit van de schuldenketen verbeteren. Voor de Kredietbank Midden-Groningen betekent dit dat wij werken aan de invoering van de basisdienstverlening schuldhulpverlening. Deze basisdienstverlening zorgt voor een toegankelijk hulpaanbod met dezelfde onderdelen in elke gemeente. Het onderdeel ‘begeleiding’ binnen de basisdienstverlening vraagt hierbij onze aandacht. Dit is onderdeel van de plannen van Nij Begun.

In de sociale agenda van Nij Begun is de maatregel ‘versterken financiële weerbaarheid’ opgenomen. Deze maatregel biedt inwoners met financiële zorgen de mogelijkheid om te werken aan zelfgekozen doelen. Daarbij ligt de nadruk op begeleiding en coaching. De maatregel bevat ook middelen voor financiële educatie in het onderwijs in de provincie Groningen. De ontwikkeling hiervan gebeurt in samenwerking met regionale kredietbanken en maatschappelijke partners.

Doelstelling

Terug naar navigatie - 2.2.6 Schuldhulpverlening - Doelstelling

a. Wij willen geldzorgen voorkomen en inwoners met schulden bereiken.

Terug naar navigatie - 2.2.6 Schuldhulpverlening - Doelstelling - a. Wij willen geldzorgen voorkomen en inwoners met schulden bereiken.

Inwoners ervaren soms drempels om hulp te zoeken of weten de weg naar hulp niet te vinden. Daarom zorgen we voor een zichtbaar en laagdrempelig hulpaanbod, signaleren we geldzorgen vroeg en zoeken we inwoners waar nodig actief op.

Acties

b. Iedere inwoner bieden wij maatwerk en een passend hulpaanbod

Terug naar navigatie - 2.2.6 Schuldhulpverlening - Doelstelling - b. Iedere inwoner bieden wij maatwerk en een passend hulpaanbod

Inwoners met financiële zorgen krijgen ondersteuning die past bij hun persoonlijke situatie. We kiezen voor de minst ingrijpende vorm van hulp die nodig is en zorgen dat inwoners zoveel mogelijk zelf de regie over hun financiën houden.

Acties

c. We versterken de financiële weerbaarheid van inwoners en voorkomen terugval in financiële problemen.

Terug naar navigatie - 2.2.6 Schuldhulpverlening - Doelstelling - c. We versterken de financiële weerbaarheid van inwoners en voorkomen terugval in financiële problemen.

We begeleiden inwoners naar een financieel stabiele situatie en ondersteunen hen om die situatie zoveel mogelijk vast te houden. Daarbij werken we samen met professionals en vrijwilligers in het sociaal domein.

Acties

Indicatoren

Terug naar navigatie - 2.2.6 Schuldhulpverlening - Indicatoren
Thema Indicator Toelichting Beginstand eind 2025 Beoogd eind 2027
Bereiken Aantal aanmeldingen schuldhulpverlening Aantal ontvangen aanmeldingen schuldhulpverlening stijgt. 309 Stijging
Bereiken Aantal aangevraagde adviesgesprekken Aantal aangevraagde adviesgesprekken stijgt. 148 Stijging
Bereiken Aantal succesvolle contactmomenten Aantal succesvolle contactmomenten met een inwoner naar aanleiding van een contactpoging 16% 25%
Bereiken Het aantal scholen dat gebruikmaakt van ons aanbod voor financiële educatie Wij bereiken minimaal 6 basisscholen en beide middelbare scholen met ons aanbod voor financiële educatie.  2025: 2 6 basisscholen en beide middelbare scholen
Bereiken Percentage huishoudens met geregistreerde problematische schulden Het percentage huishoudens met geregistreerde problematische schulden is gelijk aan, of lager dan, het landelijk gemiddelde. 2025: Landelijk gemiddelde 8,6%, Midden-Groningen 9,7% Gelijk of daling
Oplossen Het aantal betalingsachterstanden bij sociale leningen Wanneer een betalingsachterstand ontstaat pakken wij dit binnen één maand op 1 maand
Begeleiden Aantal inwoners dat zich opnieuw meldt binnen 5 jaar na beëindiging Het aantal inwoners dat zich opnieuw meldt binnen 5 jaar na beëindiging daalt ten opzichte van 2025. 2025: 38 (waarvan 22 nieuwe schulden) Daling ten opzichte van 2025

2.2.7 Toegang, ondersteuning en sociale basis

Terug naar navigatie - 2.2.7 Toegang, ondersteuning en sociale basis - Inleiding

Inwoners kunnen in verschillende fasen van hun leven ondersteuning nodig hebben. We willen dat zij met hun vragen dichtbij en laagdrempelig terechtkunnen en tijdig passende ondersteuning krijgen. Daarbij kijken we breed naar wat er speelt en naar wat inwoners zelf of samen met hun netwerk en omgeving kunnen.

De sociale teams vormen de brede lokale toegang tot ondersteuning. Zij verbinden vragen van inwoners met de sociale basis, basisondersteuning en waar nodig geïndiceerde ondersteuning. We werken vanuit de principes: ongelijk investeren voor gelijke kansen, doen wat nodig is, collectief waar mogelijk en individueel waar nodig. Daarbij versterken we de eigen regie, het netwerk en de sociale veerkracht van inwoners.

Dit hoofdstuk gaat over de brede toegang en samenhangende ondersteuning. De inhoudelijke doelen en inzet op welzijn, Wmo, jeugd en onderwijs, participatie en bestaanszekerheid staan in de betreffende hoofdstukken.

Ambities
Inwoners krijgen tijdig passende ondersteuning en behouden zoveel mogelijk de regie over hun eigen leven, samen met hun netwerk en omgeving. We willen dat ondersteuning dichtbij en toegankelijk is en de eigen mogelijkheden en sociale veerkracht van inwoners versterkt.

Trends en ontwikkelingen
Gewijzigde organisatie voor de lokale toegang Welzijn, Wmo en jeugdwet
Per 1 januari 2027 start de gemeentelijke stichting Wies voor sociale teams en welzijn. Hiermee krijgt de gemeente meer invloed op de uitvoering, kwaliteit en resultaten van de lokale toegang. Wies werkt met integrale sociale teams, een herkenbare werkwijze en een duidelijke verbinding tussen sociale basis, basisondersteuning en geïndiceerde ondersteuning. In 2027 ligt de nadruk op continuïteit van ondersteuning voor inwoners en op het verder ontwikkelen van de integrale werkwijze en resultaatgerichte sturing.

Meer ondersteuning dichtbij
De vraag naar ondersteuning neemt toe en vragen spelen vaker op meerdere leefgebieden. Daarom zetten we in op preventie, vroegsignalering en een sterke sociale basis. We bieden ondersteuning zo dichtbij mogelijk en verbinden individuele ondersteuning waar mogelijk met informele en collectieve ondersteuning. Daarbij investeren we ongelijk om gelijke kansen voor onze inwoners te bevorderen: we zetten extra in waar de ondersteuningsbehoefte en kwetsbaarheid het grootst zijn.

Ondersteuning beter verbinden
Ondersteuningsvragen houden zich niet aan de grenzen van wetten en beleidsterreinen. Daarom werken we vanuit één integrale werkwijze en versterken we de verbinding tussen sociale basis, basisondersteuning en geïndiceerde ondersteuning. Voor jeugd en gezin bereiden we in 2027 ook het onderbrengen van een deel van de jeugdhulp verder voor.

Doelstelling

Terug naar navigatie - 2.2.7 Toegang, ondersteuning en sociale basis - Doelstelling

a. Inwoners krijgen tijdig passende ondersteuning die hun eigen regie en sociale veerkracht versterkt

Terug naar navigatie - 2.2.7 Toegang, ondersteuning en sociale basis - Doelstelling - a. Inwoners krijgen tijdig passende ondersteuning die hun eigen regie en sociale veerkracht versterkt

Inwoners kunnen laagdrempelig met hun vraag terecht. We kijken samen wat nodig is en wat inwoners zelf of met hun netwerk kunnen. Ondersteuning is zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig.

Acties

b. Meer inwoners kunnen terugvallen op hun netwerk en een sterke sociale basis

Terug naar navigatie - 2.2.7 Toegang, ondersteuning en sociale basis - Doelstelling - b. Meer inwoners kunnen terugvallen op hun netwerk en een sterke sociale basis

Een sterk netwerk en voorzieningen dichtbij helpen inwoners om mee te doen en problemen eerder op te vangen. We hebben extra aandacht voor inwoners en gebieden waar de sociale veerkracht en kansen het meest onder druk staan.

Acties

2.2.8 Verplichte beleidsindicatoren (BBV)

Terug naar navigatie - 2.2.8 Verplichte beleidsindicatoren (BBV) - indicatoren

In deze paragraaf zijn de verplichte beleidsindicatoren vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) opgenomen. 

Naam Indicator Eenheid Peiljaar MG Nederland
Absoluut verzuim Aantal per 1.000 leerlingen 2024 12,2 6,7
2023 12,8 6,3
2022 10,5 4,2
2021 1,5 2,7
Relatief verzuim Aantal per 1.000 leerlingen 2024 31 28
2023 29 27
2022 24 24
2021 27 20
Voortijdige schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsv-ers) % 2024 3,2% 2,3%
2023 2,5% 2,3%
2022 2,7% 2,4%
2021 2,3% 1,9%
Banen Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd 15 – 64 jaar 2024 608,4 850,2
2023 606,4 839,9
2022 603,7 827,6
2021 590,4 807,6
Jongeren met een delict voor de rechter % 12 t/m 21 jarigen 2023 1,0% 1,0%
2022 1,0% 1,0%
2021 1,0% 1,0%
2020 1,0% 1,0%
Kinderen in uitkeringsgezin % kinderen tot 18 jaar 2024 7,0% 6,0%
2023 7,0% 6,0%
2022 7,0% 6,0%
2021 8,0% 6,0%
Netto arbeidsparticipatie % van de werkzame beroepsbev. t.o.v. van de beroepsbev. 2025 70,1% 73,2%
2024 70,5% 73,2%
2023 70,1% 73,1%
2022 69,3% 72,2%
Werkloze jongeren % 16 t/m 22 jarigen 2024 3,0% 2,0%
2023 3,0% 2,0%
2022 3,0% 1,0%
2021 2,0% 2,0%
Personen met een bijstandsuitkering Aantal per 10.000 inwoners 2025 256,3 297,9
2024 344,4 280,7
2023 332,1 280,4
2022 329 281,2
Lopende re-integratievoorzieningen Aantal per 10.000 inwoners van 15 – 64 jaar 2024 502,4 203,1
2023 452,3 191,5
2022 469,6 197,7
2021 495,7 197,7
Jongeren met jeugdhulp % van alle jongeren tot 18 jaar 2025 16,3% 13,7%
2024 16,4% 13,2%
2023 17,0% 13,5%
2022 17,1% 13,9%
Jongeren met jeugdbescherming % van alle jongeren tot 18 jaar 2025 1,2% 1,0%
2024 1,3% 1,0%
2023 1,4% 1,1%
2022 1,6% 1,2%
Jongeren met jeugdreclassering % van alle jongeren van 12 tot 23 jaar 2025 0,7% 0,4%
2024 0,6% 0,4%
2023 0,5% 0,3%
2022 0,4% 0,3%
Cliënten met een maatwerkarrangement WMO Aantal per 10.000 inwoners 2025 880 720
2024 890 720
2023 880 700
2022 860 710
Demografische druk % 2026 78,1% 71,3%
Toelichting: Het aantal personen van 0 tot 20 jaar én 65 jaar of 2025 77,2% 70,7%
ouder per honderd personen van 20 tot 65 jaar. 2024 76,0% 70,4%
2023 75,4% 70,3%
De gegevens kunnen onderhevig zijn aan verandering en zijn overgenomen van waarstaatjegemeente.nl op peildatum 15-07-2026

2.2.9 Financieel overzicht Sociaal

Terug naar navigatie - 2.2.9 Financieel overzicht Sociaal - Financieel overzicht
Omschrijving (bedragen x € 1.000) Realisatie 2025 Begroot na wijziging 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 Begroting 2030
Lasten
Inkomensregelingen 44.033 46.033 48.444 51.325 53.540 55.635
(Werk)Participatie 22.753 21.438 21.835 22.133 22.827 23.553
Burgerparticipatie 13.223 8.167 8.305 8.257 8.322 7.958
WMO 29.528 31.529 33.519 35.586 34.300 36.164
Accommodaties 1.736 1.896 1.656 1.797 2.192 2.225
Jeugd 44.900 48.480 50.488 50.431 53.619 57.285
Onderwijs 11.948 11.194 10.416 10.868 11.015 11.344
Totaal Lasten 168.122 168.738 174.663 180.398 185.815 194.164
Baten
Inkomensregelingen 38.014 36.599 39.523 40.692 41.903 43.051
(Werk)Participatie 3.321 2.980 2.807 2.527 2.579 2.661
Burgerparticipatie 9.306 2.901 2.934 3.204 3.140 2.864
WMO 7.739 7.159 7.010 8.287 8.441 8.801
Accommodaties 467 210 145 149 154 158
Jeugd 1.275 945 432 1.545 1.559 1.605
Onderwijs 4.708 4.444 3.739 3.773 3.807 3.915
Totaal Baten 64.830 55.238 56.588 60.178 61.583 63.055
Saldo voor bestemming -103.292 -113.499 -118.075 -120.220 -124.232 -131.109
Stortingen
Inkomensregelingen 245
(Werk)Participatie 221
Burgerparticipatie 800
Accommodaties 800
Jeugd 3.164
Onderwijs 205 130 130 130 130 130
Totaal Stortingen 5.435 130 130 130 130 130
Onttrekkingen
Inkomensregelingen 101 193 258 153 73
(Werk)Participatie 847 362 155 283 283 203
Burgerparticipatie 230 257 15
WMO 94
Accommodaties 4 93 4 36 36 36
Jeugd 95 3.007 1.900
Onderwijs 421 120 120 120 120 120
Totaal Onttrekkingen 1.793 3.838 2.371 712 592 433
Totaal mutatie reserves -3.642 3.709 2.241 582 462 303
Saldo na bestemming -106.934 -109.791 -115.834 -119.638 -123.770 -130.806

Toelichting

Terug naar navigatie - 2.2.9 Financieel overzicht Sociaal - Toelichting

Het nadelig saldo voor bestemming op het programma Sociaal is toegenomen met € 4.576.000 ten opzichte van de begroting 2026. Het nadelig saldo na bestemming is toegenomen met € 6.043.000. We lichten per product de belangrijkste wijzigingen toe.

Inkomensregelingen
Het saldo van het product Inkomensregelingen is ten opzichte van 2026 met € 706.000 verbeterd. De lasten zijn met € 2.411.000 toegenomen, de baten zijn met € 2.924.000 toegenomen en de onttrekkingen aan de reserve zijn met € 193.000 toegenomen.

Lasten (€ 2.411.000 nadelig): De lasten voor BUIG, periodieke bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidie nemen met € 2.587.000 toe. Dit komt door een hogere gemiddelde uitkering, indexatie en de jaarlijkse groei van het aantal inwoners dat werkt met loonkostensubsidie. Voor de hersteloperatie Kinderopvangtoeslag stellen we het budget in de P&C-documenten bij op basis van de verwachte declaraties van gedupeerde ouders. Ten opzichte van 2026 leidt dit tot een voordeel van € 215.000. Ook de lasten voor bijzondere bijstand (€ 207.000) en kwijtschelding (€ 104.000) zijn lager. Bij kwijtschelding zien we, ondanks een geraamde toename van het aantal gerechtigden, in de praktijk minder aanvragen. De salarislasten zijn door indexatie € 94.000 hoger. Voor de Kredietbank is € 117.000 extra nodig voor het communicatieplan, schuldhulpverlening aan ondernemers en ondersteuning van inwoners die niet kunnen uitstromen. Deze middelen zijn opgenomen in het beleidsplan van de Kredietbank. Bij de septembercirculaire 2026 is € 88.000 voor vroegsignalering. Overige afwijkingen leiden per saldo tot een nadeel van € 51.000.

Baten (€ 2.924.000 voordelig): De BUIG-baten nemen naar verwachting met € 3.073.000 toe. De hoogte van de rijksbijdrage volgt uit de BUIG-systematiek en is mede afhankelijk van de realisatie in 2026. Ook de groei van de loonkostensubsidie draagt bij aan de hogere rijksbijdrage. Voor de hersteloperatie Kinderopvangtoeslag zijn de baten per saldo € 148.000 lager. De specifieke uitkering wordt in 2027 bijgesteld op basis van de werkelijke declaraties en plannen van aanpak. Binnen het beleidsplan van de Kredietbank is al € 127.000 aan baten geraamd voor de brede ondersteuning aan gedupeerde ouders. Overige afwijkingen leiden tot een nadeel van € 1.000.

Mutatie reserve (€ 193.000 voordelig): Voor steunpunten en personele inzet wordt € 40.000 onttrokken aan de reserve Financiële ruimte 2025. Daarnaast wordt vanaf 2027 structureel € 153.000 onttrokken aan de afschrijvingsreserve Nieuwbouw Midwerk ter dekking van de kapitaallasten.

Werkparticipatie 
Het saldo van het product Werkparticipatie is ten opzichte van 2026 met € 777.000 verslechtert. De lasten zijn met € 397.000 toegenomen, de baten zijn met € 173.000 afgenomen en de onttrekkingen aan de reserve zijn met € 207.000 afgenomen.

Lasten (€ 397.000 nadelig): De groei van het aantal inwoners dat werkt met loonkostensubsidie levert voor het werkbedrijf een voordeel op van € 584.000. Daartegenover stijgen de salarislasten van WSW-medewerkers en medewerkers op beschutte werkplekken met € 467.000 door indexatie en de groei van het aantal beschutte werkplekken. De overige salarislasten stijgen door personeelsmutaties en indexatie met € 353.000. De ingebruikname van de nieuwbouw van Midwerk heeft verschillende financiële effecten. Het vervallen van de tijdelijke huisvesting levert een voordeel op van € 360.000. Daartegenover staan vanaf 2027 € 303.000 aan afschrijvings- en rentelasten. Ook zijn de doorbelaste huisvestingslasten € 145.000 hoger en nemen de afschrijvingslasten voor onder andere machines en inventaris met € 60.000 toe. Overige afwijkingen leiden tot een nadeel van € 13.000.

Baten (€ 173.000 nadelig): De ESF-baten voor het project Weer in beeld zijn € 228.000 lager. In 2026 waren deze baten hoger door verrekeningen over voorgaande jaren. Overige afwijkingen leveren een voordeel op van € 55.000.

Mutatie reserve (€ 207.000 nadelig): Met het vervallen van de tijdelijke huisvesting van Midwerk vervalt ook de hiervoor geraamde onttrekking aan de reserve Nieuwbouw Midwerk. Dit leidt ten opzichte van 2026 tot een nadeel van € 207.000.

Burgerparticipatie
Het saldo van het product Burgerparticipatie is ten opzichte van 2026 met € 362.000 verslechterd. De lasten zijn met € 138.000 toegenomen, de baten zijn met € 33.000 toegenomen en de onttrekkingen aan de reserve zijn met € 257.000 afgenomen.

Lasten (€ 138.000 nadelig): Voor Hoogezand-Noord nemen de lasten met € 360.000 toe voor investeringen in kwaliteit van leven en zingeving en voor de projectorganisatie van het sociale programma. Het vervallen van de incidentele subsidie voor Jongerenwerk+ levert een voordeel op van € 257.000. De salarislasten stijgen door personeelsmutaties en indexatie met € 174.000. Het vervallen van de incidentele middelen voor de transitie van Kwartier, in combinatie met de indexatie van de basissubsidie, levert per saldo een voordeel op van € 147.000. Overige afwijkingen leiden tot een nadeel van € 8.000.

Baten (€ 33.000 voordelig): Vanwege de geringe afwijking wordt dit niet nader toegelicht.

Mutatie reserve (€ 257.000 nadelig): In 2026 werd de incidentele subsidie voor Jongerenwerk+ gedekt uit een reserve. Omdat deze subsidie in 2027 vervalt, vervalt ook de onttrekking. Dit leidt tot een nadeel van € 257.000.

Wmo
Het saldo van het product Wmo is ten opzichte van 2026 met € 2.139.000 verslechterd. De lasten zijn met € 1.990.000 toegenomen en de baten zijn met € 149.000 afgenomen.

Lasten (€ 1.990.000 nadelig): De lasten voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en huiselijk geweld nemen op basis van de begroting van de centrumgemeente gezamenlijk met € 1.211.000 toe. Bij beschermd wonen komt dit vooral door een groei van het aantal cliënten met 3,6% en middelen voor lokale investeringen. Bij maatschappelijke opvang en vrouwenopvang spelen een langere verblijfsduur, lagere uitstroom en een complexere doelgroep een rol. De hogere lasten voor huiselijk geweld hangen samen met het verbeterplan van Veilig Thuis om de wachtlijsten duurzaam terug te dringen. Daarnaast stijgen de lasten voor huishoudelijke hulp met € 251.000 en voor begeleiding en dagbesteding met € 232.000. De salarislasten nemen door personeelsmutaties en indexatie met € 165.000 toe. Door meer ritten en indexatie stijgen de lasten voor Publiek Vervoer met € 143.000. Overige afwijkingen leveren een voordeel op van € 12.000.

Baten (€ 149.000 nadelig): De baten voor beschermd wonen zijn naar verwachting € 147.000 lager. Overige afwijkingen leiden tot een nadeel van € 2.000.

Accommodaties
Het saldo van het product Accommodaties is ten opzichte van 2026 met € 86.000 verbeterd. De lasten zijn met € 240.000 afgenomen, de baten zijn met € 65.000 afgenomen en de onttrekkingen aan de reserve zijn met € 89.000 afgenomen.

Lasten (€ 240.000 voordelig): Het vervallen van incidentele budgetten voor sociaal beheer en huisvesting van wijkcentrum Het Punt (€ 132.000) en de grondverwerving voor het dorpshuis Muntendam (€ 89.000) leidt tot lagere lasten. Ook de toerekening van personele inzet levert een voordeel op van € 60.000. Daartegenover staan € 33.000 hogere toegerekende huisvestingskosten voor dorps- en wijkcentra, vooral door een hogere storting in de voorziening groot onderhoud en hogere exploitatiekosten. Overige afwijkingen leiden tot een nadeel van € 8.000.

Baten (€ 65.000 nadelig): De baten zijn vooral lager door het vervallen van € 69.000 aan externe middelen voor de dorpshuizencoördinator. Daartegenover staan € 4.000 hogere huurinkomsten en vergoedingen voor servicekosten.

Mutatie reserve (€ 89.000 nadelig): De incidentele onttrekking van € 89.000 aan de bestemmingsreserve Hart van Muntendam voor de grondverwerving voor het dorpshuis vervalt in 2027.

Jeugd
Het saldo van het product Jeugd is ten opzichte van 2026 met € 3.628.000 verslechterd. De lasten zijn met € 2.008.000 toegenomen, de baten zijn met € 513.000 afgenomen en de onttrekkingen aan de reserve zijn met € 1.107.000 afgenomen.

Lasten (€ 2.008.000 nadelig): De raming voor jeugdhulp is gebaseerd op de bijstelling in de Voorjaarsnota 2026 en de prognose over het tweede kwartaal. Hierin zijn een loon- en prijsindexatie van 3,59% en, conform het advies van de commissie-Van Ark, een volumegroei van 4,7% verwerkt. De besparingseffecten uit de Hervormingsagenda zijn voor 20% verwerkt in 2027 en vanaf 2028 volledig. Per saldo leidt dit tot € 2.467.000 hogere lasten voor jeugdhulp. Daarnaast stijgen de salarislasten met € 155.000, de uitvoeringskosten van de RIGG met € 179.000 en de wettelijke bijdrage voor jeugdgezondheidszorg met € 81.000. Voor een pilot gericht op het voorkomen van overlast en afglijden naar criminaliteit onder risicojongeren is in 2027 incidenteel € 80.000 opgenomen. Voor de uitvoering van de Wet integrale suïcidepreventie is vanaf 2027 € 30.000 geraamd. Daartegenover staan lagere lasten door het vervallen of anders financieren van verschillende activiteiten. Het vervallen van GALA-middelen leidt tot € 88.000 lagere lasten. De pilot aanvullende jeugdhulp op het Aletta Jacobscollege levert ten opzichte van 2026 een voordeel op van € 366.000 en bij Kwartier ontstaat per saldo een voordeel van € 134.000. Welzijn op Recept wordt vanaf 2027 gefinancierd vanuit de Sociale Agenda binnen programma Herstel & Perspectief. Hierdoor dalen de lasten binnen dit product met € 451.000. Overige afwijkingen leiden tot een nadeel van € 55.000.

Baten (€ 513.000 nadelig): Door het aflopen van de GALA-middelen zijn de baten € 88.000 lager. Daarnaast dalen de baten voor Welzijn op Recept met € 435.000 doordat dit project vanaf 2027 vanuit de Sociale Agenda binnen programma Herstel & Perspectief wordt gefinancierd. Overige afwijkingen leveren een voordeel op van € 10.000.

Mutatie reserve (€ 1.107.000 nadelig): In 2027 wordt € 1.107.000 minder aan de reserve Jeugd onttrokken dan in 2026.

Onderwijs
Het saldo van het product Onderwijs is ten opzichte van 2026 met € 73.000 verbeterd. De lasten zijn met € 778.000 afgenomen en de baten zijn met € 705.000 afgenomen.

Lasten (€ 778.000 voordelig): De lasten voor het scholenprogramma zijn € 555.000 lager doordat hiervoor in 2027 geen lasten meer zijn geraamd. Binnen vastgoed ontstaat een voordeel van € 300.000. Dit komt vooral door het vervallen van de eenmalige extra afschrijving van € 185.000 voor het nieuwe kindcentrum in Muntendam en circa € 100.000 lagere energielasten. Ook de lasten voor nieuwkomersonderwijs zijn € 94.000 lager doordat de hiervoor beschikbare middelen tot en met 2026 zijn toegekend. Daartegenover stijgen de salarislasten door indexatie met € 138.000 en de kosten voor leerlingenvervoer met € 44.000. Overige afwijkingen leveren een voordeel op van € 11.000.

Baten (€ 705.000 nadelig): Doordat voor het scholenprogramma in 2027 geen baten meer zijn geraamd, dalen deze met € 740.000. Ook de baten voor nieuwkomersonderwijs zijn € 94.000 lager. Daartegenover staan € 82.000 hogere baten uit doorbelaste huisvestingslasten. Overige afwijkingen leveren een voordeel op van € 47.000.