2.3 Fysieke leefomgeving

Visie
We willen een prettige omgeving om in te wonen, werken en leven.

Doelstelling
Het programma Fysieke leefomgeving geeft inzicht in ruimtelijke en economische ontwikkelingen voor 2027 en verder. Wij willen dat ook volgende generaties fijn kunnen wonen, werken en ontspannen in onze mooie gemeente. Daarom houden we in onze beslissingen rekening met de gevolgen op de omgeving.

Wij willen samen met onze inwoners de juiste keuzes maken voor de invulling van de beschikbare ruimte. Wij vernieuwen onze Omgevingsvisie. We maken daarin keuzes voor de beschikbare ruimte voor wonen, werken, mobiliteit en energie. We gaan werken met omgevingsprogramma's. Omgevingsprogramma's bevatten een uitwerking van het beleid in de Omgevingsvisie en zijn gericht op de realisatie van doelen.

Wonen is een topprioriteit. We zetten ons in voor voldoende, passende en betaalbare woningen met een goede kwaliteit. We benutten de kansen die Nij Begun ons biedt voor het versterken, verbeteren en vernieuwen van de kwaliteit van de bestaande voorraad. We ondersteunen onze inwoners zo goed mogelijk bij de energietransitie en de overstap naar aardgasvrij wonen. Wij helpen huurders en huiseigenaren bij het verduurzamen van hun woning en het verlagen van hun energierekening. Voor huurders doen wij dat in samenwerking met de woningcorporaties. We zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de woonomgeving. Een goede woonomgeving is goed bereikbaar. En er zijn geen gevaarlijke situaties in het verkeer. 

Voor de economie is ook ruimte nodig. We hebben een visie voor onze bedrijventerreinen met een uitvoeringsprogramma. In 2025 hebben wij een economische agenda opgesteld om zo onder meer goed aan te kunnen sluiten op de veranderende economie als gevolg van verschillende transities én de regionale economische structuurversterking vanuit Nij Begun. Om winkelcentra aantrekkelijk te houden, willen we zo goed mogelijk voorkomen dat er panden in de winkelcentra leeg staan. Dit doen we door nieuwe winkels zoveel mogelijk alleen in de winkelcentra toe te staan. De landbouw is een belangrijke sector, die voor een groot deel bepaalt hoe ons buitengebied eruitziet. We willen de landbouwsector bijstaan in de ingezette transitie van het landelijk gebied. We willen een gezonde recreatiesector, waar toeristen en onze eigen inwoners graag hun vrije tijd doorbrengen.

Het programma Fysieke leefomgeving bestaat uit de volgende beleidsparagrafen:

  • Ruimtelijke ontwikkeling en kwaliteit
  • Wonen
  • Werken
  • Energie en duurzaamheid

2.3.1 Ruimtelijke ontwikkeling en kwaliteit

Terug naar navigatie - 2.3.1 Ruimtelijke ontwikkeling en kwaliteit - Inleiding

We vinden het belangrijk dat onze leefomgeving van goede kwaliteit is. Onze inwoners moeten goed kunnen wonen, leven en werken. In deze paragraaf beschrijven we de activiteiten en projecten waarmee we de ruimtelijke kwaliteit van onze leefomgeving op orde brengen en houden.

Ambities

  • Een aantrekkelijke en leefbare gemeente. Een gemeente waar het goed wonen, leven, ondernemen en werken is. Dit draagt bij aan de brede welvaart.
  • Goed wonen in Midden-Groningen. We willen voldoende en betaalbare woningen. We zetten in op nieuwbouw en het verbeteren van bestaande woningen. Goed wonen gaat ook over een fijne woonomgeving, zorg en groen.
  • Een sterke lokale economie. We willen voldoende en toekomstbestendige ruimte voor bedrijven en aantrekkelijk zijn voor bedrijven en ondernemers.
  • Een goed bereikbare en verkeersveilige gemeente. We zetten in op duurzame mobiliteit en stimuleren lopen, fietsen en het gebruik van het openbaar vervoer. Het verkeerssysteem moet veilig en toegankelijk zijn en iedereen de mogelijkheid bieden zich te verplaatsen.

Trends en ontwikkelingen
De druk op de beschikbare ruimte neemt toe. Wonen, werken, bereikbaarheid, natuur, energie en andere functies vragen allemaal ruimte. Dit vraagt om keuzes en een goede balans tussen beschermen en benutten.

De vraag naar woningen blijft groot. Tegelijkertijd is er behoefte aan ruimte voor bedrijven en aan het vernieuwen en verduurzamen van bestaande bedrijventerreinen. Ook bereikbaarheid en duurzame mobiliteit vragen aandacht.

Daarnaast spelen verschillende grote regionale ontwikkelingen. De Nedersaksenlijn biedt kansen voor bereikbaarheid en gebiedsontwikkeling. Vanuit Nij Begun komen middelen beschikbaar voor het Masterplan Regiocentra Groningen, waarvan Hoogezand-Sappemeer onderdeel is. Binnen de NOVEX-gebieden werken we met het Rijk, provincies en andere gemeenten aan ruimtelijke opgaven die gemeentegrenzen overstijgen. 

De ruimtelijke ambities uit onze beleidsvisies vragen om forse investeringen. Met de Ruimtelijke Investeringsagenda brengen we de ruimtelijke ambities, projecten en benodigde middelen samen. We werken aan een investeringsagenda voor zowel het stedelijk als het landelijk gebied.

Doelstelling

Terug naar navigatie - 2.3.1 Ruimtelijke ontwikkeling en kwaliteit - Doelstelling

b. Inspelen op ruimtelijke ontwikkelingen

Terug naar navigatie - 2.3.1 Ruimtelijke ontwikkeling en kwaliteit - Doelstelling - b. Inspelen op ruimtelijke ontwikkelingen

Om woningbouwlocaties en nieuwe bedrijventerreinen mogelijk te maken, doen we ontwerpend onderzoek en maken we visies en toekomstperspectieven voor deelgebieden en kernen. Daarbij wegen we de verschillende ruimtelijke belangen in samenhang af. Deze documenten bieden een basis voor nieuwe ontwikkelingen.

Acties

c. Samenwerking Omgevingsdienst Groningen

Terug naar navigatie - 2.3.1 Ruimtelijke ontwikkeling en kwaliteit - Doelstelling - c. Samenwerking Omgevingsdienst Groningen

We vinden een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving belangrijk. De Omgevingsdienst Groningen voert in opdracht van de gemeente Midden-Groningen vergunningverlening, toezicht, handhaving en advisering uit op het gebied van milieu.

De uitvoering vindt plaats binnen de gezamenlijk vastgestelde regionale uitvoerings- en handhavingsstrategie. De afspraken voor Midden-Groningen leggen we jaarlijks vast in de jaaropdracht. Samen met de ODG volgen we de uitvoering, voortgang en bereikte resultaten.

d. Werken onder de Omgevingswet

Terug naar navigatie - 2.3.1 Ruimtelijke ontwikkeling en kwaliteit - Doelstelling - d. Werken onder de Omgevingswet

De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. De Omgevingswet voegt 26 oude wetten samen en bevat regels voor wat er buiten te zien, horen en ruiken is. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft de gemeente van rechtswege een tijdelijk omgevingsplan gekregen. Dit tijdelijke omgevingsplan bestaat onder andere uit alle bestemmingsplannen, de gemeentelijke verordeningen en de Bruidsschat met de verkregen rijksregels. Andere kerninstrumenten van de gemeente zijn de omgevingsvisie, het omgevingsprogramma en de omgevingsvergunning.

Acties

e. Verdere verbetering van de mobiliteit

Terug naar navigatie - 2.3.1 Ruimtelijke ontwikkeling en kwaliteit - Doelstelling - e. Verdere verbetering van de mobiliteit

Op 28 november 2024 is het Mobiliteitsplan 2025-2040 vastgesteld door uw raad. Het bijbehorende Uitvoeringsprogramma bevat de maatregelen die hieraan uitvoering geven. Het Mobiliteitsplan en Uitvoeringsprogramma kennen vijf pijlers:

  • Verkeersveilig bewegen;
  • Duurzaam verplaatsen;
  • Leefbaar platteland;
  • Bereikbare economie;
  • Wegencategorisering.

Het Uitvoeringsprogramma wordt jaarlijks geactualiseerd.

Acties

f. Behartigen van onze belangen in plan- en beleidsvorming van derden

Terug naar navigatie - 2.3.1 Ruimtelijke ontwikkeling en kwaliteit - Doelstelling - f. Behartigen van onze belangen in plan- en beleidsvorming van derden

Het is belangrijk om betrokken te zijn bij planvorming van andere overheden en organisaties. Zo kunnen we de belangen van onze gemeente tijdig inbrengen en kansen benutten om meerwaarde voor Midden-Groningen te creëren.
In 2027 blijven we daarom betrokken bij onder andere de planvorming rond de N33 en de Nedersaksenlijn, de jaarlijkse overleggen over de dienstregeling van het streekvervoer, de NOVEX-gebieden en de Economische Agenda van Nij Begun.

Indicatoren

Terug naar navigatie - 2.3.1 Ruimtelijke ontwikkeling en kwaliteit - Indicatoren

De gemeente heeft de ambitie om een aantrekkelijke en leefbare gemeente te zijn. Deze ambitie volgen wij aan de hand van de Leefbaarometer op wijkniveau. De Leefbaarometer is een monitor- en signaleringsinstrument van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties waarmee een inschatting wordt gegeven van de leefbaarheid in Nederland. Dat is gedaan aan de hand van een groot aantal kenmerken van de woonomgeving, zoals type voorzieningen, lokale geluidsbelasting en onveiligheid. De Leefbaarometer geeft een indruk van waar het naar verwachting goed of slecht is gesteld met de leefbaarheid (signalering) en hoe die leefbaarheid zich ontwikkelt (monitoring). De Leefbaarometer wordt iedere twee jaar geactualiseerd. 

Wijk Leefbaarheidssituatie
2002 2008 2012 2014 2016 2018 2020 2022 2024
Foxham en Hoogezand-Noord  6 6 6 6 6 6 6 5 6
Hoogezand-Zuid  4 4  4 4  4 4 4 5 5
Kalkwijk  7 7  8 8 8 8 8 8 8
Sappemeer  6  6  6  6  6  6  6  7  6
Kiel-Windeweer  9 9 9 9 9  8 8 8 8
Kropswolde  8  8 8 9  9 9 9  8  8
Foxhol  4 6 6 6 6 6 6  5  5
Westerbroek en Waterhuizen  7 7 7 7  8  7  7 8 8
Harkstede, Scharmer en Woudbloem  7 7  7  8 8 8 8 8 8
Kolham  7  7  7  8  8 8  7 7 7
Froombosch  6 6 6 7 8 7 7 7 7
Slochteren  6  6 6 7 7 7 6 7 6
Schildwolde 6 6 6 7 7 7 7 7 7
Hellum 7 7 7 8 8 8 8 8 7
Siddeburen 6 6 6 7 7 7 7 7 6
Eemskanaal-Zuid 7 6 6 7 7 7 7 6 6
Tjuchem en Steendam 7 7 7 8 8 8 8 8 7
Muntendam 6 6 6 6 6 6 6 6 6
Noordbroek 6 6 6 7 6 7 7 7 6
Zuidbroek 7 7 7 7 7 8 8 7 7
Meeden 6 6 6 7 7 7 7 7 7
Legenda: 4 = Zwak, 5 = Voldoende, 6 = Ruim voldoende, 7 = Goed, 8 = Zeer goed, 9 = Uitstekend

2.3.2 Wonen

Terug naar navigatie - 2.3.2 Wonen - Inleiding

Midden-Groningen moet een fijne plek zijn om te wonen, voor huidige en toekomstige inwoners. Daarvoor zijn voldoende woningen nodig die passen bij de behoeften en financiële mogelijkheden van onze inwoners. Naast nieuwbouw vraagt ook de bestaande woningvoorraad aandacht. Woningen moeten waar nodig worden verduurzaamd, verbeterd of aangepast, zodat ze ook in de toekomst prettig en geschikt zijn om in te wonen.

De Woonvisie Midden-Groningen 2024-2030 Met focus vooruit! en de Woonzorgwelzijnsvisie Midden-Groningen 2025-2030 Voor iedereen een thuis! vormen hiervoor de basis.

Ambities
Met de woonvisie zetten we in op:

  • versnelling van de woningbouw;
  • passende woningbouw en leefbare dorpen;
  • versterking van het stedelijk gebied;
  • goede, duurzame en betaalbare woningen;
  • extra aandacht voor inwoners die moeilijk zelfstandig passende woonruimte vinden.

Met de woonzorgwelzijnsvisie richten we ons daarnaast op inwoners die zorg of ondersteuning nodig hebben om prettig en zelfstandig te kunnen wonen. Daarbij gaat het om passende woningen, een ondersteunende woonomgeving en voorzieningen en een goede samenwerking tussen wonen, welzijn en zorg.

Trends en ontwikkelingen
De druk op de woningmarkt blijft groot. Tegelijkertijd verandert de woonbehoefte door onder andere demografische ontwikkelingen en de behoefte aan passende woningen voor verschillende doelgroepen. Dit vraagt zowel om versnelling van de woningbouw als om aandacht voor betaalbaarheid, de bestaande woningvoorraad en de combinatie van wonen, welzijn en zorg.

Sinds 1 juli 2026 is de Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv) van kracht. De wet geeft Rijk, provincies en gemeenten meer mogelijkheden om te sturen op woningbouw en de huisvesting van aandachtsgroepen. Voor Midden-Groningen betekent dit onder andere dat we regionale afspraken maken over woningbouw, betaalbaarheid en de huisvesting van aandachtsgroepen.

In 2026 zijn we gestart met het opstellen van het verplichte volkshuisvestingsprogramma. Hierin werken we de doelen uit de woonvisie en woonzorgwelzijnsvisie verder uit en geven we invulling aan de Wvrv. Het woonbehoefteonderzoek uit 2025/2026 vormt hiervoor een belangrijke basis. In 2027 stellen we het volkshuisvestingsprogramma vast.

Doelstelling

Terug naar navigatie - 2.3.2 Wonen - Doelstelling

a. Versnellen woningbouw

Terug naar navigatie - 2.3.2 Wonen - Doelstelling - a. Versnellen woningbouw

Tussen 2023 en 2030 moeten er in Midden-Groningen 1.250 woningen bijkomen. Tot en met 2025 zijn 661 woningen aan de woningvoorraad toegevoegd. Samen met woningcorporaties, ontwikkelaars en andere partners werken we aan voldoende locaties en plannen om de woningbouw verder te versnellen.
In 2027 stellen we het volkshuisvestingsprogramma vast. Hierin actualiseren we de woonbehoefte voor de periode tot en met 2036 en geven we zo concreet mogelijk aan waar en voor wie woningen nodig zijn. Het woonbehoefteonderzoek uit 2025/2026 vormt hiervoor een belangrijke basis.

Acties

b. Goed wonen in de dorpen

Terug naar navigatie - 2.3.2 Wonen - Doelstelling - b. Goed wonen in de dorpen

We willen dat onze dorpen fijne plekken zijn om te wonen. Daarom voegen we woningen toe die passen bij de lokale behoefte. We willen jongeren de mogelijkheid bieden in hun eigen dorp te blijven wonen en zorgen voor meer geschikte woningen voor ouderen. Zo kunnen ouderen die dat willen doorstromen naar een levensloopgeschikte woning in hun eigen dorp.

Acties

c. Zorgen dat de kwaliteitsslag in het stedelijk gebied zichtbaar wordt

Terug naar navigatie - 2.3.2 Wonen - Doelstelling - c. Zorgen dat de kwaliteitsslag in het stedelijk gebied zichtbaar wordt

Ook in Hoogezand en Sappemeer moeten woningen worden toegevoegd. Tegelijkertijd werken we aan het verbeteren van bestaande woningen en de woonomgeving. In de Zeeheldenbuurt-West in Hoogezand-Noord worden verouderde sociale huurwoningen vervangen door nieuwe woningen en is ruimte voor toevoeging van woningen. Ook op andere locaties in Hoogezand en Sappemeer werken we aan woningbouw.

Acties

d. Goed en betaalbaar wonen

Terug naar navigatie - 2.3.2 Wonen - Doelstelling - d. Goed en betaalbaar wonen

We blijven werken aan goed en betaalbaar wonen in Midden-Groningen. Samen met de woningcorporaties werken we aan prettig wonen in bestaande wijken en buurten en maken we afspraken over nieuwbouw, vervanging en verbetering van sociale huurwoningen. We zetten in op een gevarieerd woningaanbod voor verschillende inkomens, huishoudens, leeftijden en levensfasen. Daarbij gaat het om sociale huur, betaalbare koop en duurdere woningen.

Acties

e. Speciale aandacht voor groepen die dat nodig hebben

Terug naar navigatie - 2.3.2 Wonen - Doelstelling - e. Speciale aandacht voor groepen die dat nodig hebben

Niet alle inwoners vinden zelfstandig passende woonruimte en sommige inwoners hebben ondersteuning nodig om zelfstandig te kunnen wonen. Vanuit de woonvisie en woonzorgwelzijnsvisie besteden we daarom extra aandacht aan deze groepen.

Acties

2.3.3 Werken

Terug naar navigatie - 2.3.3 Werken - Inleiding

Een sterke economie draagt bij aan een aantrekkelijke gemeente. In deze paragraaf gaat het over economie, waaronder landbouw, detailhandel en recreatie en toerisme. Deze onderwerpen zijn belangrijk voor werkgelegenheid, leefbaarheid en een aantrekkelijk woon- en vestigingsklimaat.

Ambities
We willen een sterke en toekomstbestendige lokale economie waarin zoveel mogelijk mensen kunnen werken. Daarvoor is het belangrijk dat bestaande bedrijven zich kunnen ontwikkelen en dat Midden-Groningen aantrekkelijk is voor nieuwe bedrijven. We zorgen voor voldoende en toekomstbestendige ruimte voor bedrijven en aantrekkelijke werklocaties. Daarnaast benutten we onze cultuur, historie, landschap en andere kwaliteiten om de vrijetijdseconomie verder te versterken.

Trends en ontwikkelingen
De economie ontwikkelt zich, maar ondernemers blijven te maken houden met een krappe arbeidsmarkt. Vooral in sectoren als zorg en techniek is het vinden van voldoende personeel een uitdaging. Ook de industrie, die een belangrijk aandeel heeft in de werkgelegenheid in Midden-Groningen, staat onder druk door onder andere hoge energieprijzen.

Tegelijkertijd is de beschikbare ruimte voor bedrijven schaars. De vraag naar ruimte op bedrijventerreinen blijft groot, terwijl ook andere functies aanspraak maken op de beschikbare ruimte. Netcongestie vormt daarbij een steeds grotere belemmering voor bedrijven die willen uitbreiden, verduurzamen of zich in onze gemeente willen vestigen.

Ook de landbouwsector staat voor grote veranderingen op het gebied van natuur, klimaat, water en bodem. De precieze gevolgen voor de landbouw en het landelijk gebied zijn mede afhankelijk van landelijke en provinciale ontwikkelingen.

In de detailhandel veranderen het koopgedrag en de wensen van bezoekers. Dit vraagt om aantrekkelijke en compacte winkelgebieden. Binnen recreatie en toerisme zien we kansen door de groeiende belangstelling voor natuur, het platteland en bijzondere ervaringen. Ook in Midden-Groningen neemt het aantal overnachtingen toe.

Doelstelling

Terug naar navigatie - 2.3.3 Werken - Doelstelling

a. Wij willen een goede en eenduidige publieke dienstverlening aan ondernemers bieden

Terug naar navigatie - 2.3.3 Werken - Doelstelling - a. Wij willen een goede en eenduidige publieke dienstverlening aan ondernemers bieden

Samen met het bedrijfsleven en instellingen werken we aan de economische en maatschappelijke opgaven van Midden-Groningen. We denken mee met bedrijven die zich in onze gemeente willen vestigen of willen groeien en ondersteunen samenwerking tussen bedrijven, onderwijs en andere partners. Zo dragen we bij aan vernieuwing en economische ontwikkeling.

Acties

b. Wij willen de landbouwsector bijstaan in de ingezette transitie van het landelijk gebied

Terug naar navigatie - 2.3.3 Werken - Doelstelling - b. Wij willen de landbouwsector bijstaan in de ingezette transitie van het landelijk gebied

In 2025 is de Landbouwagenda vastgesteld. Hierin beschrijven we aan de hand van vier thema's welke rol de gemeente wil spelen en welke activiteiten we ondernemen om de landbouwsector te ondersteunen bij ontwikkelingen in het landelijk gebied.

Acties

c. Wij willen aantrekkelijke winkelgebieden

Terug naar navigatie - 2.3.3 Werken - Doelstelling - c. Wij willen aantrekkelijke winkelgebieden

Winkelgebieden bieden ruimte aan winkels en werkgelegenheid en zijn tegelijkertijd plekken voor ontmoeting. Een aantrekkelijk winkelgebied draagt daarmee ook bij aan een prettige woonomgeving.

In Midden-Groningen is meer winkelruimte aanwezig dan nodig is. Om leegstand tegen te gaan en aantrekkelijke winkelgebieden te behouden, zetten we in op concentratie van winkels in bestaande winkelgebieden en op ander gebruik van winkelpanden daarbuiten.

Acties

d. Wij willen een groeiende en vitale vrijetijdssector

Terug naar navigatie - 2.3.3 Werken - Doelstelling - d. Wij willen een groeiende en vitale vrijetijdssector

We zetten ons in voor een volwaardige en vitale vrijetijdssector die bijdraagt aan de brede welvaart in Midden-Groningen. De Visie Vrijetijdseconomie en de bijbehorende uitvoeringsagenda vormen hiervoor de basis.

We werken aan 5 ontwikkelpunten:

  • De buitenruimte op orde;
  • Een aantrekkelijk en beleefbaar aanbod;
  • Een toekomstbestendige vrijetijdssector;
  • Profilering van ons DNA en betere informatievoorziening;
  • Samenwerking met andere overheden gericht op de toekomst.

In 2027 stellen wij de uitvoeringsagenda 2027-2030 vast.

Acties

Indicatoren

Terug naar navigatie - 2.3.3 Werken - Indicatoren

De effecten van het uitvoeren van de uitvoeringsagenda Vrijetijdseconomie zijn meer bezoekers, meer toeristische overnachtingen en een verhoging van de bestedingen. Uiteindelijk draagt dit bij aan een groei van bedrijven en werkgelegenheid. We zien de volgende indicatoren en streefwaarden voor 2030:

Werkgelegenheid in de vrijetijdssector 2022 2023 2024 2030
Aandeel toeristische banen in onze gemeenten t.o.v. totaal aantal banen 5,1% 5,0% 5,2% 5,5%
Bedrijvigheid in de vrijetijdssector 2022 2023 2024 2030
Aantal bedrijven in vrijetijdssector 360 370 430 450
Overnachtingen 2022 2023 2024 2030
Aantal toeristische overnachtingen 207.000 215.000 248.000 > 250.000

2.3.4 Energie en duurzaamheid

Terug naar navigatie - 2.3.4 Energie en duurzaamheid - Inleiding

In 2021 heeft de raad de duurzaamheidsvisie vastgesteld. Sindsdien werken we aan de uitvoering daarvan. Daarbij hebben we nadrukkelijk aandacht voor de sociale kant van de energietransitie. Niet alle inwoners kunnen de verduurzaming van hun woning zelf betalen of organiseren. Tegelijkertijd zijn er vanuit het Rijk en Nij Begun steeds meer middelen beschikbaar voor isolatie, energiebesparing en verduurzaming. Als gemeente helpen we inwoners om deze regelingen te vinden en te benutten.

De overgang naar duurzame energie vraagt ook keuzes over warmte, elektriciteit en ruimte. Gemeenten hebben een regierol in de warmtetransitie en werken samen aan duurzame energie en de uitbreiding van de energie-infrastructuur. Voor deze ontwikkelingen is ruimte nodig, terwijl ook woningbouw, landbouw en bedrijvigheid aanspraak maken op dezelfde ruimte. We werken daarom samen met inwoners, buurgemeenten, provincie, netbeheerders en andere partners en maken daarbij steeds de afweging tussen energie, leefomgeving en andere ruimtelijke opgaven.
In 2027 werken we verder aan het Warmteprogramma, de aanpak van netcongestie, klimaatadaptatie en de verduurzaming van onze eigen organisatie en bedrijventerreinen. Ook blijven we regionaal samenwerken binnen onder andere de Groninger Energieaanpak, de Regionale Energiestrategie en het Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat.

Ambities
We werken aan een duurzame samenleving en energievoorziening, met aandacht voor betaalbaarheid, klimaat, landschap, ondernemen en een duurzame gemeentelijke organisatie. We doen dit samen met inwoners en partners. CO2-reductie is daarbij een belangrijk doel. De ontwikkeling van de bekende CO2-uitstoot volgen we via de landelijke Klimaatmonitor.

Trends en ontwikkelingen
De energietransitie versnelt. Meer woningen en voertuigen worden elektrisch en de productie van duurzame elektriciteit groeit. Daardoor neemt de druk op het elektriciteitsnet toe. Netcongestie beperkt op steeds meer plaatsen de ruimte voor woningbouw, bedrijvigheid en verduurzaming. Uitbreiding van het net kost veel tijd door ruimtelijke en juridische procedures en omdat er veel arbeidskracht voor nodig is die onvoldoende voorhanden is. Dit vraagt om nauwe samenwerking met netbeheerders en om een betere afstemming tussen ruimtelijke ontwikkelingen en investeringen in het energienet.

Tegelijkertijd blijft draagvlak belangrijk. Inwoners willen mee kunnen denken over ontwikkelingen die hun leefomgeving raken, bijvoorbeeld bij energieopwekking, batterijopslag en uitbreiding van de energie-infrastructuur. Ook de betaalbaarheid van de energietransitie blijft een aandachtspunt. De hoeveelheid regelingen en subsidies groeit, maar juist inwoners die ondersteuning het hardst nodig hebben, vinden deze niet altijd vanzelf.

Daarnaast worden de gevolgen van klimaatverandering zichtbaarder. Langere droge perioden, hogere temperaturen en hevigere neerslag vragen om verdere klimaatadaptatie. Ook van de gemeente zelf wordt verwacht dat zij het goede voorbeeld geeft door de eigen gebouwen, voertuigen, inkoop en afvalstromen verder te verduurzamen.

Doelstelling

Terug naar navigatie - 2.3.4 Energie en duurzaamheid - Doelstelling

a. Bieden van ondersteuning aan individuele inwoners om te verduurzamen

Terug naar navigatie - 2.3.4 Energie en duurzaamheid - Doelstelling - a. Bieden van ondersteuning aan individuele inwoners om te verduurzamen

De isolatieaanpak van Nij Begun heeft het landschap van ondersteuning aan inwoners bij het verduurzamen van hun woning veranderd. Met diverse andere beschikbare subsidies zetten wij in op andere en aanvullende activiteiten. Daarnaast zorgen we ervoor dat inwoners duurzaam kunnen handelen, onder andere door de ontwikkeling van laadinfrastructuur.

Acties

b. Productie en gebruik van duurzame energie

Terug naar navigatie - 2.3.4 Energie en duurzaamheid - Doelstelling - b. Productie en gebruik van duurzame energie

We sturen op een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van duurzame energie en energie-infrastructuur. Voor grootschalige zonne- en windparken op land is de bestuurlijke koers terughoudend. Er wordt geen verdere medewerking verleend aan grootschalige zonne- en windparken op land. Kleinschalige initiatieven met breed draagvlak kunnen wel op steun rekenen. We zetten maximaal in op de productie van zonne-energie op daken. Tegelijkertijd werken we aan de uitbreiding en beter gebruik van het elektriciteitsnet.

Acties

c. Aardgasvrije wijken

Terug naar navigatie - 2.3.4 Energie en duurzaamheid - Doelstelling - c. Aardgasvrije wijken

We werken aan de overstap naar aardgasvrije woningen. De bestaande Transitievisie Warmte vormt hiervoor de basis en wordt opgevolgd door het Warmteprogramma, Dit betreft een wettelijke verplichting. Bij de uitwerking betrekken we inwoners, woningcorporaties, bewonersorganisaties en energiecoöperaties.

Acties

d. De gemeente voert een duurzame bedrijfsvoering

Terug naar navigatie - 2.3.4 Energie en duurzaamheid - Doelstelling - d. De gemeente voert een duurzame bedrijfsvoering

De gemeente heeft een voorbeeldrol. Daarom verduurzamen we ons vastgoed en wagenpark, verminderen we interne afvalstromen en passen we maatschappelijk verantwoord inkopen toe.

Acties

2.3.5 Verplichte beleidsindicatoren (BBV)

Beleidsindicatoren

Terug naar navigatie - 2.3.5 Verplichte beleidsindicatoren (BBV) - Beleidsindicatoren
Naam Indicator Eenheid Peiljaar MG Nederland
Functiemenging % 2024 44,7% 54,5%
2023 44,9% 54,3%
2022 44,8% 53,9%
2021 44,4% 53,4%
Vestigingen (van bedrijven) Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 t/m 64 jaar 2024 156,8 191,4
2023 147,1 183,1
2022 140,1 174,4
2021 134,8 165,5
De gegevens kunnen onderhevig zijn aan verandering en zijn overgenomen van waarstaatjegemeente.nl op peildatum 15-07-2026

2.3.6 Financieel overzicht Fysieke leefomgeving

Terug naar navigatie - 2.3.6 Financieel overzicht Fysieke leefomgeving - Financieel overzicht
Omschrijving (bedragen x € 1.000) Realisatie 2025 Begroot na wijziging 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 Begroting 2030
Lasten
Brandweer / Openbare veiligheid 6.760 7.392 7.727 8.015 8.422 8.784
Economische ontwikkeling 9.758 11.715 13.071 11.768 10.940 11.313
Bedrijventerreinen 455 725 3.321 4.368 9 9
Grondexploitaties 12.131 14.584 12.938 12.231 13.384 15.858
Toerisme 341 613 496 535 548 560
Openbaar vervoer 23 36
Totaal Lasten 29.467 35.064 37.553 36.917 33.302 36.524
Baten
Brandweer / Openbare veiligheid 292 296 304 314 323 333
Economische ontwikkeling 4.600 4.481 5.469 4.530 3.472 3.572
Bedrijventerreinen 227 1.214 4.644 7.036 15 15
Grondexploitaties 13.003 15.103 13.709 12.346 13.077 15.524
Toerisme 604 522 647 656 666 682
Totaal Baten 18.725 21.616 24.774 24.883 17.553 20.125
Saldo voor bestemming -10.742 -13.448 -12.779 -12.034 -15.749 -16.399
Stortingen
Economische ontwikkeling 697 1.300 1.550 1.800
Bedrijventerreinen 484 1.318 2.663 0 0
Grondexploitaties 1.736 1.264 1.225 537 81 72
Totaal Stortingen 2.433 1.748 2.543 4.500 1.631 1.872
Onttrekkingen
Brandweer / Openbare veiligheid 13
Economische ontwikkeling 2.342 1.792 960 492 469 477
Bedrijventerreinen 232
Grondexploitaties 567 734 441 438 393 391
Toerisme 13 16 16 16 16 16
Totaal Onttrekkingen 3.167 2.543 1.417 946 878 885
Totaal mutatie reserves 733 795 -1.126 -3.554 -753 -987
Saldo na bestemming -10.009 -12.653 -13.905 -15.588 -16.502 -17.387

Toelichting

Terug naar navigatie - 2.3.6 Financieel overzicht Fysieke leefomgeving - Toelichting

Het nadelig saldo voor bestemming op het programma Fysieke leefomgeving is afgenomen met € 669.000 ten opzichte van de begroting 2026. Het nadelig saldo na bestemming is toegenomen met € 1.252.000. We lichten per product de belangrijkste wijzigingen toe.

Brandweer en openbare veiligheid
Het saldo van het product Brandweer en openbare veiligheid is ten opzichte van 2026 met € 326.000 verslechterd. De lasten zijn met € 334.000 toegenomen en de baten zijn met € 8.000 toegenomen.

Lasten (€ 334.000 nadelig): De deelnemersbijdrage aan de Veiligheidsregio Groningen (VRG) stijgt met € 211.000 ten opzichte van de geactualiseerde begroting 2026. Dit komt voornamelijk door loon- en prijsindexatie en hogere bijdragen voor rente- en huisvestingslasten van de Sontweg. Extra personele inzet voor handhaving, veiligheid en toezicht en de indexatie van loonkosten leiden tot € 105.000 hogere lasten. De overeenkomst met Dierentehuis Ter Marse voor dierennoodhulp en dierenwelzijn leidt tot een hogere bijdrage van € 21.000. Daarnaast zijn de toegerekende kosten voor tractie en materieel € 10.000 hoger door hogere lease- en onderhoudskosten. Overige afwijkingen leveren een voordeel op van € 13.000, voornamelijk door lagere toegerekende huisvestingskosten.

Baten (€ 8.000 voordelig): De baten zijn € 8.000 hoger door hogere huurinkomsten en servicekosten (€ 7.000) en hogere legesinkomsten uit APV-vergunningen (€ 1.000).

Economische ontwikkeling
Het saldo van het product Economische ontwikkeling is ten opzichte van 2026 met € 1.200.000 verslechterd. De lasten zijn met € 1.356.000 toegenomen, de baten zijn met € 988.000 toegenomen en de onttrekkingen aan de reserve zijn met € 832.000 afgenomen.

Lasten (€ 1.356.000 nadelig): De toegerekende personeelskosten nemen met € 992.000 toe. Dit betreft onder andere inzet voor grondzaken, ruimtelijke ordening, wonen en vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Een belangrijk deel betreft de formatieve uitbreiding van VTH. Deze uitbreiding wordt binnen bestaande middelen gedekt door het herpositioneren van inhuur- en andere budgetten. Een deel van deze dekking is binnen andere programma's verwerkt. Daarnaast verschillen enkele incidentele projecten tussen 2026 en 2027. In 2026 was € 528.000 geraamd voor grondverwerving voor de grondexploitatie Muntendam. Dit budget vervalt in 2027. Voor de herziening van de omgevingsvisie is in 2027 incidenteel € 160.000 beschikbaar. Dit wordt gedekt uit de reserve Investeringsfonds dorpen en wijken. Voor PAW Steendam-Tjuchem waren in 2026 incidentele lasten geraamd. In 2027 is voor Gasloos Gorecht € 1.150.000 opgenomen voor een subsidie aan de Warmtecompagnie. Overige afwijkingen leiden tot een nadeel van € 47.000.

Baten (€ 988.000 voordelig): De legesopbrengsten voor omgevingsvergunningen stijgen met € 431.000 als gevolg van de eerder vastgestelde verhoging van de leges. De baten voor PAW Steendam-Tjuchem zijn € 463.000 lager. Daartegenover staan € 1.150.000 aan baten voor Gasloos Gorecht. Deze mutaties hangen samen met de hiervoor genoemde lasten. Tot slot zijn de baten van het Rijk voor de uitvoering van de Wet versterking regie volkshuisvesting verschoven naar programma 6, dit leidt tot lagere baten van € 97.000. Overige afwijkingen leiden tot een nadeel van € 33.000.

Mutaties reserves (€ 832.000 nadelig): In 2026 waren incidentele onttrekkingen geraamd van € 589.000 voor de omgevingswet en € 528.000 voor de grondexploitatie Muntendam. Deze vervallen in 2027. Daartegenover staat in 2027 een € 258.000 hogere onttrekking aan de reserve Investeringsfonds dorpen en wijken, conform de besluitvorming bij de Voorjaarsnota 2026. De overige mutaties in de reserves Volkshuisvestingsfonds en PAW Steendam-Tjuchem leiden per saldo tot een nadeel van € 27.000.

Bedrijventerreinen
Het saldo van het product Bedrijventerreinen wijzigt niet ten opzichte van 2026. De lasten en baten bestaan vrijwel volledig uit de grondexploitatie Rengerspark. De lasten en baten worden in de exploitatie verantwoord en via onderhanden werk op de balans verwerkt. Verschillen tussen 2026 en 2027 worden voornamelijk veroorzaakt door de fasering van de grondexploitatie. Voor een nadere toelichting verwijzen we naar de paragraaf Grondbeleid, de Meerjarenprognose Grondexploitaties 2026 en de tussentijdse rapportage 2026.

Grondexploitaties
Het saldo van het product Grondexploitaties wijzigt niet ten opzichte van 2026. De lasten en baten van de grondexploitaties worden in de exploitatie verantwoord en via onderhanden werk op de balans verwerkt. Verschillen tussen 2026 en 2027 worden voornamelijk veroorzaakt door de fasering van de grondexploitaties. Voor een nadere toelichting verwijzen we naar de paragraaf Grondbeleid, de Meerjarenprognose Grondexploitaties 2026 en de tussentijdse rapportage 2026. Conform het coalitieakkoord wordt het budget voor Wonen structureel met € 350.000 verhoogd voor uitbreiding van de projectorganisatie en versnelling van de woningbouw. Omdat vooraf nog niet bekend is welk deel kan worden gedekt uit projecttoerekening en kostenverhaal, wordt vooralsnog uitgegaan van dekking uit de reserve Investeringsagenda Dorpen en Wijken.

Toerisme 
Het saldo van het product Toerisme is ten opzichte van 2026 met € 242.000 verbeterd. De lasten zijn met € 117.000 afgenomen en de baten zijn met € 125.000 toegenomen.

Lasten (€ 117.000 voordelig): De lasten voor de uitvoering van de Visie Vrijetijdseconomie zijn € 92.000 lager, omdat de huidige uitvoeringsperiode eindigt in 2026. Overige afwijkingen leveren een voordeel op van € 25.000.

Baten (€ 125.000 voordelig): De opbrengst van de toeristenbelasting stijgt structureel met € 125.000. Dit komt door een toename van het aantal toeristische overnachtingen en de verhoging van de tarieven vanaf 2027.

Openbaar vervoer 
Wegens geringe afwijkingen wordt dit product niet toegelicht.