Voor u liggen de jaarstukken 2025 van de gemeente Midden-Groningen. Met deze jaarstukken sluiten wij niet alleen het boekjaar 2025 af, maar ook deze collegeperiode. Daarmee is dit een moment van verantwoording én reflectie: wat we bereikt hebben, waar we nu staan en wat we meegeven aan de volgende bestuursperiode.
We sluiten 2025 af met een positief financieel resultaat. Dit resultaat ontstaat vooral doordat een deel van de voorgenomen werkzaamheden nog niet is uitgevoerd. Het resultaat geeft daarmee op het eerste gezicht ruimte, maar is in belangrijke mate incidenteel van aard. Tegelijkertijd blijft er structurele druk op de begroting en weten we dat het meerjarenperspectief vanaf 2028 fors negatief is. Dit betekent dat de financiële opgave niet achter ons ligt, maar nadrukkelijk onderdeel is van de toekomst.
In deze collegeperiode hebben we gebouwd aan een gemeente die dichter bij haar inwoners staat. Het gebiedsgericht werken heeft zich ontwikkeld van ambitie naar werkwijze. In 2025 is dit zichtbaar in het feit dat in vrijwel alle dorpen en wijken plannen zijn opgesteld en inwoners zijn betrokken bij de inrichting van hun leefomgeving. Tegelijkertijd hebben we gezien dat het betrekken van inwoners in de praktijk wisselend en per dossier verschillend wordt ervaren. Participatie vraagt blijvende aandacht en zorgvuldigheid en blijft in veel gevallen een complex proces. Er is een basis gelegd voor een manier van werken waarin de leefwereld van inwoners nadrukkelijker wordt meegenomen, maar die ook verdere ontwikkeling vraagt.
Ook op andere terreinen zien we een gemengd beeld. In de openbare ruimte is geïnvesteerd in onderhoud en kwaliteit, maar een deel van de geplande werkzaamheden is doorgeschoven. Dit laat zien dat uitvoering en planning niet altijd in hetzelfde tempo verlopen. Binnen het sociaal domein ligt de grootste bestuurlijke en financiële opgave. De spanning tussen wat nodig is voor inwoners en wat financieel houdbaar is, wordt hier het meest zichtbaar. De druk, met name in de jeugdzorg, blijft hoog en structureel van aard. Tegelijkertijd zetten we nadrukkelijk in op preventie en het versterken van de eigen kracht van inwoners, om zwaardere en duurdere vormen van ondersteuning waar mogelijk te voorkomen. In de fysieke leefomgeving is voortgang geboekt op het gebied van woningbouw, economie en verduurzaming. Tegelijkertijd blijft de uitvoering complex en afhankelijk van externe factoren, waardoor planning en realisatie niet altijd synchroon lopen.
Wat deze periode kenmerkt, is dat op veel fronten duidelijke stappen vooruit zijn gezet, terwijl tegelijkertijd duidelijk is geworden dat een deel van de opgaven meerjarig van aard is en niet binnen één bestuursperiode kan worden afgerond. Met deze jaarstukken wordt het beeld over 2025 afgerond. Het laat een organisatie zien die veel van haar plannen grotendeels uitvoert, maar ook te maken heeft met beperkingen in uitvoeringskracht en financiële ruimte. Dit vraagt om een realistische blik op de komende jaren, waarin voortbouwen op wat is ingezet en het maken van scherpe keuzes hand in hand gaan. Het college wenst haar opvolger hier veel succes bij.







