2.3 Programma Fysieke leefomgeving

2.3.0 Inleiding

Terug naar navigatie - 2.3.0 Inleiding - Opbouw programma

In deze paragraaf beschrijven we hoe we in 2025 hebben gewerkt aan de ruimtelijke en economische ontwikkeling van onze gemeente. We voeren verschillende beleidstaken tegelijk en in samenhang uit. Die hebben direct invloed op de leefomgeving van onze inwoners. Het gaat bijvoorbeeld over wonen, werken, verkeer en duurzaamheid.

Wij willen dat ook volgende generaties fijn kunnen wonen, werken en ontspannen in onze mooie gemeente. Daarom houden we in onze beslissingen rekening met de gevolgen op de omgeving.

Het programma Fysieke leefomgeving bestaat uit de volgende onderdelen:
2.3.1 Ruimtelijke ontwikkeling en kwaliteit
2.3.2 Wonen
2.3.3 Werken
2.3.4 Energie en Duurzaamheid

2.3.1 Ruimtelijke ontwikkeling en kwaliteit

Algemeen

Terug naar navigatie - 2.3.1 Ruimtelijke ontwikkeling en kwaliteit - Algemeen

Wij vinden het belangrijk dat onze leefomgeving van goede kwaliteit is. Wij willen dat onze inwoners goed kunnen wonen, leven en werken. In deze paragraaf beschrijven we de activiteiten en projecten die een bijdrage leveren aan de het op orde brengen en houden van de ruimtelijke kwaliteit van onze leefomgeving. 

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - 2.3.1 Ruimtelijke ontwikkeling en kwaliteit - Doelstellingen

b. Inspelen op ruimtelijke ontwikkelingen

Terug naar navigatie - 2.3.1 Ruimtelijke ontwikkeling en kwaliteit - Doelstellingen - b. Inspelen op ruimtelijke ontwikkelingen

Om woningbouwlocaties of nieuwe bedrijventerreinen mogelijk te maken doen wij ontwerpend onderzoek. Wij maken ook visies en toekomstperspectieven voor deelgebieden en kernen, waarbij wij alle ruimtelijke belangen meenemen. Deze documenten onderbouwen nieuwe ontwikkelingen.

Acties

e. Verdere verbetering van de mobiliteit

Terug naar navigatie - 2.3.1 Ruimtelijke ontwikkeling en kwaliteit - Doelstellingen - e. Verdere verbetering van de mobiliteit

Op 28 november 2024 is het mobiliteitsplan vastgesteld door de gemeenteraad. Hier in staat beschreven hoe de gemeente de komende jaren werkt aan een verdere verbetering van de mobiliteit in onze gemeente. Als aanvulling op het mobiliteitsplan is voor de zomer 2025 het uitvoeringsprogramma vastgesteld door het college. Vanuit dit plan deze plannen zetten we in 2025 specifiek in op het terugdringen van het aantal verkeerslachtoffers in onze gemeente en betere doorstroming van het verkeer in Hoogezand en Sappemeer.

Acties

Indicatoren

Terug naar navigatie - 2.3.1 Ruimtelijke ontwikkeling en kwaliteit - Indicatoren

De gemeente heeft de ambitie om een aantrekkelijke en leefbare gemeente te zijn. Deze ambitie volgen wij aan de hand van de Leefbaarometer op wijkniveau. De Leefbaarometer is een monitor- en signaleringsinstrument van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties waarmee een inschatting wordt gegeven van de leefbaarheid in Nederland. Dat is gedaan aan de hand van een groot aantal kenmerken van de woonomgeving, zoals type voorzieningen, lokale geluidsbelasting en onveiligheid. De Leefbaarometer geeft een indruk van waar het naar verwachting goed of slecht is gesteld met de leefbaarheid (signalering) en hoe die leefbaarheid zich ontwikkelt (monitoring). De Leefbaarometer wordt iedere twee jaar geactualiseerd.

Ten opzichte van 2022 is de leefbaarheidssituatie in 2024 in enkele wijken of dorpen licht gewijzigd. Dit is het gevolg van kleine verschuivingen in de onderliggende kenmerken van de woonomgeving. 

Wijk Leefbaarheidssituatie
2002 2008 2012 2014 2016 2018 2020 2022 2024
Foxham en Hoogezand-Noord  6 6 6 6 6 6 6 5 6
Hoogezand-Zuid  4 4  4 4  4 4 4 5 5
Kalkwijk  7 7  8 8 8 8 8 8 8
Sappemeer  6  6  6  6  6  6  6  7  6
Kiel-Windeweer  9 9 9 9 9  8 8 8 8
Kropswolde  8  8 8 9  9 9 9  8  8
Foxhol  4 6 6 6 6 6 6  5  5
Westerbroek en Waterhuizen  7 7 7 7  8  7  7 8 8
Harkstede, Scharmer en Woudbloem  7 7  7  8 8 8 8 8 8
Kolham  7  7  7  8  8 8  7 7 7
Froombosch  6 6 6 7 8 7 7 7 7
Slochteren  6  6 6 7 7 7 6 7 6
Schildwolde 6 6 6 7 7 7 7 7 7
Hellum 7 7 7 8 8 8 8 8 7
Siddeburen 6 6 6 7 7 7 7 7 6
Eemskanaal-Zuid 7 6 6 7 7 7 7 6 6
Tjuchem en Steendam 7 7 7 8 8 8 8 8 7
Muntendam 6 6 6 6 6 6 6 6 6
Noordbroek 6 6 6 7 6 7 7 7 6
Zuidbroek 7 7 7 7 7 8 8 7 7
Meeden 6 6 6 7 7 7 7 7 7
Legenda:
4 = Zwak, 5 = Voldoende, 6 = Ruim voldoende, 7 = Goed, 8 = Zeer goed, 9 = Uitstekend

2.3.2 Wonen

Algemeen

Terug naar navigatie - 2.3.2 Wonen - Algemeen

Er is in Nederland een tekort aan betaalbare en passende woningen. Met de Wet versterking regie volkshuisvesting wil de landelijke overheid dit tekort terugdringen. Voor gemeenten en provincies verandert er veel door deze wet. Er zijn nieuwe verplichtingen, zoals het volkshuisvestingsprogramma. De wet is nog niet in werking getreden. Toch zijn de Groninger gemeenten en de provincie al aan de slag gegaan met de voorbereiding van het volkshuisvestingsprogramma. Zo wordt een provinciaal woningbehoefteonderzoek uitgevoerd.

In 2026 werken wij aan het lokale volkshuisvestingsprogramma. Wij maken daarbij gebruik van de uitkomsten van het woningbehoefteonderzoek. In het volkshuisvestingsprogramma geven wij aan hoeveel, waar en voor wie wij bouwen en welke maatregelen wij daarvoor nemen. De 'Woonvisie Midden-Groningen 2024-2030, Met focus vooruit' en de Woonzorgwelzijnsvisie Midden-Groningen 2025-2030, Voor iedereen een thuis!' zijn hiervoor een belangrijke basis. 

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - 2.3.2 Wonen - Doelstellingen

a. Versnellen woningbouw

Terug naar navigatie - 2.3.2 Wonen - Doelstellingen - a. Versnellen woningbouw

Tot 2030 moeten in de gemeente ongeveer 1.250 woningen toegevoegd worden. Dit betekent een grote nieuwbouwopgave. De gemeente bouwt zelf geen woningen. Wij maken nieuwbouw mogelijk en willen versnellen. Wij doen dit door zelf locaties (plekken) te ontwikkelen, marktpartijen uit te nodigen en door mee te werken aan goede plannen. Wij houden goed in de gaten of de landelijke overheid en de provincie geld hebben om ons te helpen bij het sneller bouwen van woningen. 

In Hoogezand en Sappemeer (stedelijk gebied) moeten 500-675 woningen worden toegevoegd. In de dorpen moeten 525-750 woningen extra worden gebouwd tot 2030. Er is behoefte aan allerlei woningen. Er moeten meer woningen komen voor kleine huishoudens, vooral sociale huurwoningen, Dit zijn woningen voor jongeren (starters), maar vooral voor ouderen. In Hoogezand en Sappemeer kan dit een mix van appartementen en woningen met een tuintje zijn. In de dorpen is er meer vraag naar kleine woningen met een tuin. Overal in de gemeente is vraag naar koopwoningen voor gezinnen. De meeste vraag is er naar betaalbare (tot € 320.000) en middel dure (€ 320.000 - € 500.000) koopwoningen. 

Acties

b. Goed wonen in de dorpen

Terug naar navigatie - 2.3.2 Wonen - Doelstellingen - b. Goed wonen in de dorpen

Er zijn veel dorpen in de gemeente. Ieder dorp heeft een eigen karakter. Er zijn woondorpen en dorpen met voorzieningen. Ook het landschap waarin de dorpen liggen verschilt. Wij bieden ruimte voor nieuwbouw in alle dorpen. Ook werken wij samen met eigenaren aan woningverbetering. Het gaat dan onder andere om energiezuinig maken. 

Acties

c. Zorgen dat de kwaliteitsslag in het stedelijk gebied zichtbaar wordt.

Terug naar navigatie - 2.3.2 Wonen - Doelstellingen - c. Zorgen dat de kwaliteitsslag in het stedelijk gebied zichtbaar wordt.

Wij werken aan goed wonen en leven in Hoogezand en Sappemeer, die samen het stedelijk gebied vormen. Werken aan wonen in het bestaand stedelijk gebied draagt bij aan een betere kwaliteit van het stedelijk gebied. We bieden ruimte voor nieuwbouw en we werken aan verbetering van de bestaande woningvoorraad. 

Acties

d. Goed en betaalbaar wonen.

Terug naar navigatie - 2.3.2 Wonen - Doelstellingen - d. Goed en betaalbaar wonen.

Wij werken aan een goede woning in een prettige omgeving voor al onze inwoners. Er moet een goede mix zijn. Er moeten woningen zijn voor starters en voor ouderen, voor grote en kleine huishoudens, voor huishoudens met en zonder kinderen. Er moeten koop- en huurwoningen zijn met verschillende prijzen. In ieder geval moeten er voldoende betaalbare woningen zijn. Er is behoefte aan ongeveer 360 extra sociale huurwoningen tot 2030. 

Acties

e. Speciale aandacht voor groepen die dat nodig hebben.

Terug naar navigatie - 2.3.2 Wonen - Doelstellingen - e. Speciale aandacht voor groepen die dat nodig hebben.

Wij willen dat iedereen goed kan wonen in de gemeente. Daarom hebben wij speciale aandacht voor een aantal groepen. Dit zijn jongeren/starters en ouderen. Dit zijn mensen met een zorgvraag. Dit zijn ook mensen die begeleiding nodig hebben bij het wonen. 

Acties

Indicatoren

Terug naar navigatie - 2.3.2 Wonen - Indicatoren

Om onze woningbouwambities te monitoren gebruiken wij onderstaande indicator. 

woningvoorraad (bron: CBS) 2022 2023 2030
beginstand woningvoorraad per 1 januari 28.313 28.587 > 29.663

2.3.3 Werken

Algemeen

Terug naar navigatie - 2.3.3 Werken - Algemeen

Wij vinden het belangrijk dat iedereen mee kan doen, goed kan wonen en werken. Wij willen een economie waar zoveel mogelijk mensen aan het werk zijn. Want met een baan kunnen mensen hun rekeningen betalen en krijgen ze geen geldproblemen. Als je werk hebt, heb je ook meer sociale contacten. En daarmee krijgen mensen een positieve eigenwaarde. Om te zorgen voor voldoende banen in onze gemeente, moeten we goed voor onze bedrijven zorgen. We willen voldoende ruimte voor bedrijven om te zorgen dat bedrijven door kunnen ontwikkelen in onze gemeente. Onze werklocaties moeten aantrekkelijk zijn voor ondernemers, zodat ze in onze gemeente willen blijven. Aantrekkelijke werklocaties voor bedrijven trekt bovendien ook nieuwe bedrijven naar onze gemeente. Met de volgende doelen willen we dat bereiken:

  • Wij willen een uitstekende service bieden voor ondernemers en instellingen;
  • Wij willen een duurzaam perspectief voor de landbouwsector;
  • Wij willen aantrekkelijke winkelgebieden;
  • Wij willen een groeiende en vitale vrijetijdssector.

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - 2.3.3 Werken - Doelstellingen

a. Wij willen een uitstekende service bieden voor ondernemers en instellingen

Terug naar navigatie - 2.3.3 Werken - Doelstellingen - a. Wij willen een uitstekende service bieden voor ondernemers en instellingen

Wij denken mee met bedrijven die in onze gemeente willen starten of bedrijven uit onze gemeente die willen groeien. Dit doen wij ook bij bedrijven die willen samenwerken met elkaar of met het onderwijs. Zo helpen wij mee met ideeën van bedrijven om te vernieuwen en te ontwikkelen. 

Acties

b. Wij willen een duurzaam perspectief voor de landbouwsector

Terug naar navigatie - 2.3.3 Werken - Doelstellingen - b. Wij willen een duurzaam perspectief voor de landbouwsector

De landbouw is voor onze gemeente belangrijk. Met een duurzaam perspectief bedoelen we dat er voor boeren duidelijkheid voor de langere termijn moet zijn, met een goede toekomst. Net als in de rest van Nederland krijgt de landbouw in onze gemeente te maken met grote veranderingen. Samen met landbouwers, maatschappelijke organisaties en inwoners is een agenda opgesteld.

Acties

c. Wij willen aantrekkelijke winkelgebieden

Terug naar navigatie - 2.3.3 Werken - Doelstellingen - c. Wij willen aantrekkelijke winkelgebieden

Winkelgebieden hebben verschillende functies. Aantrekkelijke winkelgebieden zijn belangrijk voor de economie en de werkgelegenheid. Daarnaast hebben zij een sociale functie: het zijn plekken waar mensen elkaar ontmoeten. Ook dragen goede winkelgebieden bij aan het woongenot.

In Midden-Groningen is meer winkelruimte dan er winkels zijn. Daardoor staan sommige winkelpanden leeg. Leegstand is niet goed voor de uitstraling en de sfeer van een winkelgebied. Ook kunnen lege panden in slechte staat raken. Leegstand in winkelgebieden hangt samen met veel factoren, zoals economische ontwikkelingen en het veranderende winkelgedrag van consumenten. Niet alle factoren zijn direct door de gemeente te beïnvloeden. Onze inzet richt zich daarom vooral op het sturen op de structuur van de detailhandel. Wij beperken het aantal locaties waar winkels zijn toegestaan, met name buiten de bestaande winkelgebieden. Zo voorkomen we versnippering en blijven onze winkelgebieden compact, aantrekkelijk en levendig.

Acties

d. Wij willen een groeiende en vitale vrijetijdssector

Terug naar navigatie - 2.3.3 Werken - Doelstellingen - d. Wij willen een groeiende en vitale vrijetijdssector

Wij zetten ons in voor een volwaardige en vitale vrijetijdssector, zoals verwoord in de in december 2022 vastgestelde visie op de vrijetijdseconomie en de daarbij behorende uitvoeringsagenda. Wij willen een vrijetijdssector met gezonde en aantrekkelijke bedrijven, waar veel toeristen hun vakantie willen doorbrengen.

De vrijetijdssector draagt bij aan de brede welvaart in onze gemeente. We doen het ook niet alleen, maar samen met de inwoners en met een groot aantal samenwerkingspartners. Deze partners dragen daarmee bij aan de doelstellingen en de acties. 

Acties

Indicatoren

Terug naar navigatie - 2.3.3 Werken - Indicatoren

De effecten van het uitvoeren van de uitvoeringsagenda zijn meer bezoekers, meer toeristische overnachtingen en een verhoging van de bestedingen. Uiteindelijk draagt dit bij aan een groei van bedrijven en werkgelegenheid. Onderstaande tabel laat de ontwikkeling in de afgelopen jaren zien. 

Werkgelegenheid in de vrijetijdssector 2020 2021 2022 2023 2024 2030
Aandeel toeristische banen in onze gemeenten t.o.v. totaal aantal banen 4,4% 4,1% 5,1% 5,0% 5,2% 5,5%
Bedrijvigheid in de vrijetijdssector 2020 2021 2022 2023 2024 2030
Aantal bedrijven in vrijetijdssector 360 30 360 370 430 450
Overnachtingen 2020 2021 2022 2023 2024 2030
Aantal toeristische overnachtingen 201.000 222.000 207.000 215.000 248.000 > 250.000

2.3.4 Energie en duurzaamheid

Algemeen

Terug naar navigatie - 2.3.4 Energie en duurzaamheid - Algemeen

In 2019 heeft uw raad een duurzaamheidsvisie vastgesteld. Sinds die tijd werken wij aan de uitvoering van deze visie. De visie is ambitieus, en we willen die ambitie ook echt waarmaken. Sinds 2021 zijn we een Global Goals-gemeente. De Global goals zijn 17 doelen die alle bijdragen aan één opdracht: duurzame ontwikkeling. Dat wil zeggen zo ontwikkelen dat het goed is voor alle mensen van nu zonder dat we de generaties na ons opzadelen met problemen. 

Ieder jaar kiezen we een aantal thema’s waar we extra op inzetten. We besteden veel aandacht aan de sociale kant van duurzaamheid. Armoede is een groot probleem in onze gemeente en wordt groter. Veel mensen kunnen hun woning niet verduurzamen, bijvoorbeeld door gebrek aan geld. Vooral in wijken met goedkope huizen zijn de energiekosten vaak hoog. Gelukkig zijn er steeds meer regelingen en subsidies voor energiebesparing, verduurzaming en isolatie. Relevante subsidies voor het Programma Energie en Duurzaamheid zijn: SPUK Energiearmoede, SPUK Lokale Aanpak Isolatie (ook wel het Nationaal Isolatieprogramma of NIP), Volkshuisvestingsfonds (VHF), en Maatregel 29 vanuit Nij Begun. 

De overgang naar duurzame energievormen vraagt om veel inspanningen van onze gemeente? De elektriciteit die geproduceerd wordt, moet duurzaam zijn. Dat kan bijvoorbeeld op basis van zon of wind. En de warmte die we gebruiken moet ook op een duurzame manier worden geproduceerd. De plannen die we hiervoor maken, maken we vaak samen met onze buurgemeenten/ in regionaal verband. In 2021 is de Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 vastgesteld. De RES focust op ‘de duurzame energieproductie op land’ en op ‘het duurzaam en aardgasvrij verwarmen van warmtevraag van de gebouwde omgeving’. In 2023 is de RES 2.0 opgeleverd. In 2021 is ook de Transitievisie Warmte (TVW) vastgesteld. De TVW beschrijft per wijk welke mogelijkheden er zijn om hier van het aardgas af te gaan. Wij maken sinds de vaststelling van de TVW in diverse wijken plannen om van het aardgas af te gaan, zogenaamde wijkuitvoeringsplannen. Dit doen wij samen met de inwoners. 

Belangrijk onderwerp in de energietransitie is het overvolle elektriciteitsnet. Het maken van plannen hoe hiermee om te gaan is een spannend proces waar wij samen met andere gemeenten aan werken. Wij verzamelen gegevens over nieuwe plannen en de gevolgen voor de vraag naar elektriciteit en aanbod van elektriciteit en overleggen met Enexis. Dit doen alle Groninger gemeenten samen, onder aansturing van de provincie, in het Provinciale Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (PMIEK). Het PMIEK is bedoeld om keuzes op het gebied van ruimte en energie samen te brengen en af te stemmen. Hierbij zitten de gemeenten, de provincie en de netbeheerders aan tafel. De RES en de PMIEK worden om de?2 jaar vernieuwd, de TVW om de 4 jaar. Dit is een wettelijke verplichting. In 2024 is op provinciaal niveau ‘de Groninger Energie Board’ geïnstalleerd. Op de agenda van deze Energy Board staan alle energieonderwerpen die op regionaal schaal worden opgepakt: 1) de RES, 2) de PMIEK, 3) de CES (Cluster Energie Strategieën); de energietransitie van de industrie en 4) de Warmtevraag regionaal. 

Een thema dat meer in de belangstelling is gekomen sinds het moment dat de duurzaamheidsvisie is vastgesteld is klimaatadaptatie. Hoe passen wij ons aan, aan het veranderend klimaat? Samen met de werkregio Groningen - Noord Drenthe hebben wij de Regionale Adaptatiestrategie (RAS) opgesteld en vastgesteld. In het verlengde van de RAS is de Regionaal Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie (RUA) uitgewerkt. Op basis van deze RUA hebben wij aanspraak gemaakt op de Tijdelijke Impulsregeling Klimaatadaptatie van het Rijk. Input voor de RUA is onze Lokale Adaptatie Strategie. Deze bevat onder meer een lijst met projecten waarmee wij de droogte, de hitte, en wateroverlast bestrijden.? 

Tot slot is er aandacht voor de voorbeeldrol van de gemeente. Wij willen extra stappen maken om verder te verduurzamen. Belangrijke onderwerpen zijn Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI), het verduurzamen van onze gebouwen en het verduurzamen van het wagenpark van de gemeente. 

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - 2.3.4 Energie en duurzaamheid - Doelstellingen

a. Bieden van ondersteuning aan individuele inwoners om te verduurzamen

Terug naar navigatie - 2.3.4 Energie en duurzaamheid - Doelstellingen - a. Bieden van ondersteuning aan individuele inwoners om te verduurzamen

Wij helpen onze inwoners bij het vinden van de juiste informatie en middelen. Ook maken wij het mogelijk dat onze inwoners duurzaam kunnen handelen.

Acties

b. Productie en gebruik van duurzame energie

Terug naar navigatie - 2.3.4 Energie en duurzaamheid - Doelstellingen - b. Productie en gebruik van duurzame energie

In 2023 is het zonneparkenbeleid van onze gemeente herijkt. In de vastgestelde visie is aangegeven waar zonneparken worden toegestaan en onder welke voorwaarden. Participatie is één van deze voorwaarden. Productie op land concurreert met het gebruik van dezelfde grond voor bijvoorbeeld wonen en landbouw. En ook elektriciteit moet worden vervoerd van de producent naar de afnemer. Dit vraagt om uitbreiding en een betere benutting van het elektriciteitsnet, en om efficiënt ruimtegebruik. In de omgevingsvisie zijn voor deze onderwerpen kaders meegegeven. In het omgevingsplan worden deze nader uitgewerkt. De gemeente heeft een rol bij het maken van keuzes bij de ruimtelijke inrichting. Nieuwe afspraken en beleid maakt zij samen met haar inwoners. Maar ook samen met belangenorganisaties als de Natuur- en Milieufederatie, de energiecoöperaties, bewoners vertegenwoordigende organisaties en andere belanghebbenden. 

Acties

c. Aardgasvrije wijken

Terug naar navigatie - 2.3.4 Energie en duurzaamheid - Doelstellingen - c. Aardgasvrije wijken

Wij hebben in 2021 de Transitievisie Warmte (TVW) vastgesteld. De visie beschrijft welke techniek om van het aardgas af te gaan voor de diverse wijken het meest logisch is. Nu de visie is vastgesteld worden wijkuitvoeringsplannen (WUP’s) gemaakt. Het opstellen van de TVW en WUP’s is een wettelijke verplichting. Wij hebben al een aantal lopende projecten waarbij wijken van het aardgas af gaan (Gorecht-noord, Steendam-Tjuchem). En we zijn in een aantal andere dorpen/wijken samen met de inwoners aan de slag met het maken van plannen, bijvoorbeeld in Lageland, de wijken het Zuiderpark en Vosholen in Hoogezand, en de Schildmeerdorpen. Van het aardgas af, raakt iedere inwoner van onze gemeente achter de voordeur. Wij betrekken bij het maken van de plannen de inwoners, maar ook woningcorporaties, bewonersorganisaties, huurdersorganisaties, de GrEK (Groninger Energiekoepel) en energiecoöperaties. Deze laatsten worden steeds belangrijker omdat zij voor de gemeente vaak een goede ingang zijn naar onze inwoners; zij hebben immers goede contacten in de wijk. In 2025 hebben wij elke 6 weken afgestemd met de Regiotafel, waaraan de energiecoöperaties ook deelnemen. 

Acties

e. Bestrijden van droogte, hitte en wateroverlast als gevolg van het veranderd klimaat

Terug naar navigatie - 2.3.4 Energie en duurzaamheid - Doelstellingen - e. Bestrijden van droogte, hitte en wateroverlast als gevolg van het veranderd klimaat

Hogere temperaturen, langere droge perioden, en zwaardere regenbuien vragen om een andere inrichting van de ruimte dan voorheen. Hiermee moeten we bij de vorming van beleid en de uitvoering van projecten rekening houden.

Acties

f. Circulaire economie/ duurzaam ondernemen

Terug naar navigatie - 2.3.4 Energie en duurzaamheid - Doelstellingen - f. Circulaire economie/ duurzaam ondernemen

In 2025 is actief ingezet op het benaderen en stimuleren van ondernemers om te verduurzamen en circulair te ondernemen. Ondernemers zijn gericht geïnformeerd en begeleid bij het benutten van provinciale regelingen, met name het Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen en het Programma Ontzorging MKB. Daarbij is gebruikgemaakt van de expertise en netwerken van Groningen Werkt Slim en Circulair Groningen Drenthe voor advisering en ondersteuning. 

Om een duidelijke versnelling en kwaliteitsimpuls te realiseren, is een nieuwe medewerker geworven (Bedrijvencontactfunctionaris Duurzaamheid per september). Deze medewerker richt zich de komende jaren specifiek op het aanjagen van verduurzamingsinitiatieven en het verbinden van ondernemers, gemeente, onderwijs en ondersteunende partijen. Hiermee is een structurele basis gelegd voor verdere ondersteuning van ondernemers en het toewerken naar concrete en meetbare verduurzamingsdoelen. 

2.3.5 Verplichte beleidsindicatoren (BBV)

Beleidsindicatoren

Terug naar navigatie - 2.3.5 Verplichte beleidsindicatoren (BBV) - Beleidsindicatoren

De verplichte beleidsindicatoren zijn opgenomen in onderstaande tabel.

Naam Indicator Eenheid Peiljaar MG Nederland
Functiemenging % 2024 44,7% 54,5%
2023 44,9% 54,3%
2022 44,8% 53,9%
2021 44,4% 53,4%
Vestigingen (van bedrijven) Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 t/m 64 jaar 2024 156,8 191,4
2023 147,1 183,1
2022 140,1 174,4
2021 134,8 165,5
De gegevens kunnen onderhevig zijn aan verandering en zijn overgenomen van waarstaatjemgemeente.nl op peildatum 18-02-2026

2.3.6 Financieel overzicht Fysieke leefomgeving

Terug naar navigatie - 2.3.6 Financieel overzicht Fysieke leefomgeving - Economie Financieel Overzicht
Bedragen x €1.000
Omschrijving Realisatie 2024 Primitief begroot 2025 Begroting 2025 na wijzigingen Realisatie 2025 Verschil 2025
Lasten
Brandweer / Openbare veiligheid 6.545 7.146 7.262 6.760 503
Economische ontwikkeling 8.784 13.934 14.251 9.758 4.493
Bedrijventerreinen 206 3.077 1.265 455 810
Grondexploitaties 12.336 16.698 16.151 12.131 4.020
Toerisme 511 721 583 341 242
Openbaar vervoer 23 28 28 23 5
Totaal Lasten 28.405 41.605 39.540 29.467 10.072
Baten
Brandweer / Openbare veiligheid 235 287 287 292 -5
Economische ontwikkeling 3.524 5.975 5.672 4.600 1.073
Bedrijventerreinen 97 4.276 1.726 227 1.499
Grondexploitaties 13.477 17.800 16.807 13.003 3.804
Toerisme 472 382 472 604 -132
Totaal Baten 17.805 28.720 24.964 18.725 6.239
Saldo van baten en lasten voor bestemming -10.600 -12.885 -14.575 -10.742 -3.833
Stortingen
Economische ontwikkeling 7 330 697 697 0
Bedrijventerreinen 0 1.193 455 0 455
Grondexploitaties 1.724 1.360 889 1.736 -847
Totaal Stortingen 1.732 2.883 2.041 2.433 -392
Onttrekkingen
Brandweer / Openbare veiligheid 0 0 13 13 0
Economische ontwikkeling 659 1.274 3.310 2.342 968
Bedrijventerreinen 112 0 0 232 -232
Grondexploitaties 539 193 173 567 -394
Toerisme 38 13 13 13 0
Totaal Onttrekkingen 1.348 1.481 3.509 3.167 342
Totaal mutatie reserves -384 -1.403 1.467 733 734

Toelichting

Terug naar navigatie - 2.3.6 Financieel overzicht Fysieke leefomgeving - Toelichting

Het saldo na bestemming op het programma fysieke leefomgeving is € 3.099.000 voordelig. De lasten zijn € 10.072.000 lager en de baten zijn € 6.239.000 lager. De mutatie reserve zorgt voor een nadeel van € 734.000. We lichten hieronder per onderdeel de belangrijkste wijzigingen toe.

Brandweer / Openbare veiligheid

Lasten (€ 503.000 voordelig): We hebben een incidenteel voordeel van € 477.000 op de personeelslasten door het niet of niet tijdig kunnen invullen van vacatureruimte. Dit komt met name door de krapte op de arbeidsmarkt. Daarnaast is er een voordeel van € 68.000 door vertraging in de inventarisatie en het uitvoeren van het witte-vlekkenplan (aanwezigheid en bereikbaarheid van brandkranen). Verder valt de bijdrage aan het Dierentehuis Ter Marse voor het uitvoeren van de wettelijke verplichting op het gebied van dierennoodhulp en dierenwelzijn € 26.000 hoger uit. Dit geldt ook voor de uitvoeringskosten op het handhaven van de openbare veiligheid. Dit leidt tot een nadeel van € 23.000. Overige verschillen tellen op tot een voordeel van € 7.000.

Baten (€ 5.000 voordelig): Deze afwijking wordt niet toegelicht.

Economische ontwikkeling

Lasten (€ 4.493.000 voordelig): Voor het Volkshuisvestingsfonds zijn de lasten € 3.359.000 lager dan begroot, als gevolg van minder verstrekte subsidies. Hierdoor zijn ook de baten en de onttrekking uit de reserve lager. De lasten voor vergunningverlening sloop/bouw en VTH zijn € 388.000 lager door toerekening van kosten aan de Omgevingswet en het Programma Gevolgen Gaswinning. De lasten voor de Omgevingswet zijn € 254.000 lager door lagere personeels- en inhuurkosten; hiertegenover staat een lagere onttrekking uit de reserve. Binnen grondzaken is sprake van een nadeel van € 142.000, voornamelijk door hogere kosten voor externe expertise (nota grondbeleid en planeconomie). Op economische ontwikkeling resteert een voordeel van € 130.000 door vertraging in de uitvoering van onder meer de bedrijventerreinenvisie, landbouwagenda en overige uitvoeringsbudgetten. De lasten voor ruimtelijke ordening en stedenbouw zijn € 163.000 lager door minder externe inzet en niet volledig bestede onderzoeks- en visiebudgetten. De toerekening van salariskosten leidt tot een voordeel van € 447.000 door niet ingevulde vacatures en het stilleggen van handhaving bij vakantieparken. Bij het project Gasloos Gorecht is de afwijking ten opzichte van de begroting € 165.000 nadelig. De lasten passen binnen het projectplan, maar de begroting was daar niet op aangepast. Omdat deze lasten volledig gedekt worden uit een Rijksbijdrage heeft dit geen effect op het saldo. Overige verschillen tellen op tot een voordeel van € 59.000.

Baten (€ 1.073.000 nadelig): De baten van het Volkshuisvestingsfonds zijn € 2.559.000 lager door het lagere aantal verstrekte subsidies. De baten voor de bouwleges VTH zijn € 309.000 hoger. De hoogte van de leges is lastig te voorspellen in verband met een sterke afhankelijkheid van de markt en kent daarmee een opwaartse of neerwaartse spiraal.  De baten voor dwangsommen VTH zijn € 214.000 hoger, voornamelijk door een ontvangen dwangsom van € 240.000 van Kikkoman wegens overtreding van milieuvoorschriften. Voor de Specifieke Uitkering Realisatiestimulans wordt € 637.000 ontvangen, deze baat was niet begroot. De baten voor wonen zijn € 110.000 hoger door een niet begrote subsidie voor de aanpak van de particuliere woningvoorraad in Muntendam en een subsidie van € 66.000 van de Regio Groningen-Assen voor een gemeentelijke uitvoerings- en investeringsagenda. Bij het project Gasloos Gorecht is de afwijking ten opzichte van de begroting € 165.000 voordelig. De lasten uit het projectplan worden volledig gedekt uit een Rijksbijdrage, maar de begroting was daar niet op aangepast. Overige verschillen tellen op tot een voordeel van € 51.000.

Mutatie reserves (€ 968.000 nadelig): Uit de reserve Volkshuisvestingsfonds is € 667.000 minder onttrokken door lagere gerealiseerde kosten. Uit de reserve financiële ruimte 2023 is € 105.000 minder onttrokken doordat kosten voor formatie-uitbreiding van team Projecten & Grondzaken niet zijn gemaakt. Daarnaast is uit de reserve financiële ruimte 2024 € 78.000 minder onttrokken voor de Omgevingswet vanwege lagere kosten. Uit de reserve PAW Steendam-Tjuchem is € 118.000 minder onttrokken om te zorgen dat het budget in de reserve voldoende blijft om de kosten van de regeling in de komende jaren te dekken. Omdat ook voor € 118.000 minder naar de balans geboekt is heeft dit geen effect op het rekeningresultaat.

Bedrijventerreinen en grondexploitaties algemeen 

Dit betreffen grondexploitaties. Voor een meer uitgebreide toelichting verwijzen we u naar de Meerjaren Prognose Grondexploitaties (MPG) en paragraaf 3.7. 

Bedrijventerreinen

Lasten (€ 810.000 voordelig): De lagere lasten worden voor het grootste gedeelte veroorzaakt door lagere kosten woonrijp maken van € 888.000 op Rengerspark doordat werkzaamheden opschuiven naar volgende jaren. Er zijn meer gronden verkocht op Rengerspark dan begroot, dit leidt tot een nadeel van € 216.000 (de grondopbrengsten van de grondexploitatie Rengerspark worden als last overgeboekt naar de balans) en zijn de planbegeleidingskosten op Rengerspark € 115.000 lager. Overige verschillen tellen op tot een voordeel van € 23.000.

Baten (€ 1.499.000 nadelig): Door meer grondverkopen op Rengerspark zijn de baten € 216.000 hoger. Ondanks dit voordeel is de winstneming € 687.000 lager uitgevallen. Het overige nadeel van € 1.026.000 betreft de lagere lasten op de grondexploitatie Rengerspark. Deze worden als (lagere) baat overgeboekt naar de balans. Overige verschillen tellen op tot € 2.000 lagere baten. 

Mutaties reserves (€ 687.000 voordelig)Binnen het product bedrijventerreinen is per saldo € 687.000 minder gestort in de reserve grondexploitaties door een lagere winstneming op Rengerspark. 

Grondexploitaties

Lasten (€ 4.020.000 voordelig): In 2025 zijn de kosten voor verwervingen, bouw- en woonrijp maken en planbegeleiding € 1.782.000 lager, deze schuiven door naar volgende jaren. De baten op de woningbouwexploitaties worden via de lasten overgeboekt naar de balans. Dit resulteert in een voordeel op de lasten door niet gerealiseerde grondverkopen op de grondexploitaties van per saldo € 2.870.000, met name bij Stadshart en vrijkomende locaties. De grondverkopen schuiven door naar volgende jaren. De uitkomst van de MPG resulteert in extra stortingen in de verliesvoorzieningen van totaal € 392.000. Verder zijn de algemene kosten voor de grondexploitaties zoals inhuur € 245.000 hoger uitgevallen. Overige verschillen tellen op tot een voordeel van € 5.000.

Baten (€ 3.804.000 nadelig): De lasten van de woningbouwexploitaties worden via de baten overgeboekt naar de balans. Het saldo van de lagere kosten voor verwervingen, bouw- en woonrijp maken en planbegeleiding van totaal € 1.782.000 hebben hier (nadelig) effect op. De grondverkopen op de grondexploitaties zijn per saldo € 2.870.000 lager uitgevallen, vooral bij Stadshart, Vrijkomende locaties en Werfkade. Verder is door een gunstige uitkomst van de MPG 2026 € 698.000 meer uit de verliesvoorzieningen grondexploitaties onttrokken en zijn de winstnemingen € 128.000 hoger dan begroot. Overige verschillen tellen op tot een voordeel van € 22.000.

Mutatie reserves (€ 453.000 nadelig) De resultaten uit de Meerjaren Prognose Grondexploitaties 2026 hebben geresulteerd in een hogere storting van € 847.000 in de reserve grondexploitaties door onttrekkingen uit diverse verliesvoorzieningen van totaal € 698.000 en door hogere winstnemingen op de woningbouwexploitaties van € 128.000. Overige verschillen tellen op tot een nadeel van € 21.000. Hiertegenover staat een hogere onttrekking van € 394.000 vanwege dekking voor stortingen in diverse verliesvoorzieningen van totaal € 392.000 op basis van de uitkomsten van de MPG 2026. Overige verschillen tellen op tot € 2.000 voordeel.

Toerisme

Lasten (€ 242.000 voordelig): In 2023 zijn structurele en incidentele middelen beschikbaar gesteld voor de visie Vrijetijdseconomie. Door vertraging in de uitvoering resteert hierop een voordeel van € 110.000. Daarnaast zijn de kosten voor onderhoud en kapitaallasten € 150.000 lager, doordat investeringen voortkomend uit de visie nog niet zijn afgerond. Overige verschillen tellen op tot een nadeel van € 18.000.

Baten (€ 132.000 voordelig): De baten uit toeristenbelasting zijn € 124.000 hoger dan begroot. Overige verschillen tellen op tot een voordeel van € 8.000.

Openbaar vervoer

Lasten (€ 5.000 voordelig): Deze afwijking wordt niet toegelicht.