3.5 Paragraaf Financiering

Het gevoerde treasurybeleid, de beheersing van de financiële risico's en de ontwikkeling op het gebied van rente en financiering in 2025 is in deze paragraaf toegelicht. Treasury omvat het besturen, beheersen, verantwoorden en toezicht houden op de geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico's. Uit de financieringsparagraaf moet blijken dat: 

  • De uitvoering van de financieringsfunctie uitsluitend de publieke taak dient;
  • Aan de kasgeldlimiet en de renterisiconorm wordt voldaan;
  • Het beheer prudent en risicomijdend is. 

 De risicobeheersing richt zich op renterisico's, kredietrisico's, koersrisico's en valutarisico's. De Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo) bepaalt de vereisten ten aanzien van de kredietwaardigheid van financiële instellingen. 

Wettelijk kader
De uitvoering van de gemeentelijke financieringsfunctie dient plaats te vinden binnen de wettelijke kaders van de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido), die op 1 januari 2001 is ingevoerd en voor het laatst in 2013 is gewijzigd. In de wet staan transparantie en risicobeheersing centraal. De transparantie komt tot uitdrukking in een verplicht Treasurystatuut en een financieringsparagraaf in de begroting en de jaarrekening. Een ander belangrijk uitgangspunt van de Wet Fido is dat deze wet aan de lagere overheden de verplichting oplegt financiële risico’s op treasurygebied te beheersen. In het Treasurystatuut zijn binnen de mogelijkheden van de Wet Fido en de Ruddo de kaders vastgelegd voor de uitvoering van de treasuryfunctie bij de gemeente.

Vermogenspositie

Terug naar navigatie - 3.5 Paragraaf Financiering - Vermogenspositie

In onderstaande tabel is het verloop van de langlopende vaste geldleningen over het jaar 2025 weergegeven ten opzichte van de begrotingsraming. Er zijn in 2025 geen nieuwe langlopende geldleningen aangegaan. 

1-1-2025 Opname Aflossing 31-12-2025
Begroting 105.064 0 8.572 96.492
Werkelijk 105.064 0 8.572 96.492
Verschil 0 0 0 0
bedragen x € 1.000

Kasgeldlimiet

Terug naar navigatie - 3.5 Paragraaf Financiering - Kasgeldlimiet

Herfinanciering en aanvullende financiering
In 2025 zijn geen externe financieringsbronnen benodigd geweest. Vanwege het verplichte schatkistbankieren waren er voldoende middelen in de schatkist van de gemeente aanwezig om de aflossingen, investeringen en lopende uitgaven te betalen. 

Financieringsbeleid
Om te voorzien in de financieringsbehoefte heeft de gemeente beschikking over interne en externe financieringsmiddelen. De interne financieringsmiddelen bestaan uit de reserves, oftewel eigen vermogen en de voorzieningen. De externe financieringsmiddelen bestaan uit de opgenomen langlopende geldleningen en kortlopende middelen (onder andere rekening-courant geld en kasgeldleningen), oftewel het vreemd vermogen. Op het moment dat de uitgaven worden gedekt door inzet van reserves vindt een substitutie plaats van eigen vermogen naar vreemd vermogen. We werken vanuit totaalfinanciering. Kenmerk is dat er geen één-op-één relatie wordt gelegd tussen een investering en financiering, maar dat wordt gekeken naar de totale financieringsbehoefte. Het systeem van totaalfinanciering maakt optimale benutting van externe financieringsbronnen mogelijk.

Liquiditeitenbeheer
Liquiditeitenbeheer is het beheren, reguleren en besturen van de inkomende en uitgaande geldstromen en de effecten daarvan op de rekening-courantsaldi. In de financieringsovereenkomst met de BNG-bank is een kredietlimiet van € 10 miljoen overeengekomen. Daarnaast beschikken wij over een intra-daglimiet van € 10 miljoen. Door het opstellen en tussentijds actualiseren van een meerjarige prognose van de liquiditeit, die gebaseerd is op de meerjarenbegroting (inclusief de meerjarige investeringsplanning), proberen we liquiditeitenrisico’s zoveel mogelijk te beperken. De prognose is opgesteld met daarin de schattingen van de uitgaven en inkomsten die verband houden met de exploitatie, grondexploitatie en investeringen. Eén en ander is mede afhankelijk van een goede informatievoorziening vanuit de gehele organisatie. 

Ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt
Vanwege de hoge inflatie is de rente op de geld- en kapitaalmarkt in 2022 onder druk komen te staan. De Europese Centrale Bank (ECB) heeft destijds besloten om de rente stapsgewijs te verhogen, voor het laatst in september 2023 met 0,25%. In 2024 en 2025 is de depositorente in meerdere stappen verlaagd en momenteel staat de depositorente op 2%. De verwachting is dat de rente in 2026 gelijk zal blijven of verder zal gaan dalen, omdat de inflatie afneemt en is teruggedrongen naar de gewenste 2% per jaar. In juli 2025 heeft de ECB besloten de depositorente op dat moment ongewijzigd te laten. Of de depositorente verder wordt verlaagd, zal afhankelijk zijn van economische en geopolitieke ontwikkelingen. 

Kasgeldlimiet 
De kasgeldlimiet is een wettelijke limiet en bedraagt de maximale omvang van de kortgeldpositie in enig jaar. Voor 2025 is het begrotingstotaal(lasten) geraamd op € 321 miljoen. De toegestane kasgeldlimiet bedraagt € 27 miljoen (8,5% x € 321 miljoen). Het uitgangspunt is dat een eventueel financieringstekort, zolang we maar binnen de kasgeldlimiet blijven, zoveel mogelijk met kortlopende financiering wordt gefinancierd. Er is in 2025 geen nieuwe kasgeldlening aangegaan. 

Eerste kwartaal 2025 Tweede kwartaal 2025 Derde kwartaal 2025 Vierde kwartaal 2025
1. Omvang vlottende schuld 3.934 431 2.088 338
2. Omvang vlottende middelen 72.788 74.016 71.727 69.076
3. Netto vlottende schuld (1 - 2) -68.854 -73.585 -69.638 -68.738
Omvang kasgeldlimiet
4. Omvang oorspronkelijke begroting 321.442 321.442 321.442 321.442
5. Bij ministeriële vastgesteld percentage 8,5% 8,5% 8,5% 8,5%
6. Kasgeldlimiet (max toegestaan) 27.323 27.323 27.323 27.323
Toets (6 - 3) 96.177 100.907 96.961 96.060
Ruimte (+) / Overschrijding (-) Ruimte Ruimte Ruimte Ruimte
Bedragen x € 1.000

Renterisiconorm

Terug naar navigatie - 3.5 Paragraaf Financiering - Renterisiconorm

Renterisico en renterisico’s vaste schuld
De Wet Fido definieert vaste schuld als opgenomen geldleningen met een rentetypische looptijd groter dan of gelijk aan een jaar. Van renterisico is sprake als er onzekerheid bestaat rond toekomstige renteniveaus. Deze situatie doet zich op de volgende momenten voor: 

  • Bij variabel rentende leningen; 
  • Indien een toekomstige financieringsbehoefte nog niet afgedekt is; 
  • Bij naderende renteaanpassingen van leningen. 

 Het doel van de renterisiconorm is om op de lange termijn niet afhankelijk te zijn van het renteniveau in een bepaald jaar. Met de norm bevordert de Wet Fido een solide financieringswijze bij openbare lichamen en levert een bijdrage aan de uitstekende kredietwaardigheid van openbare lichamen op de kapitaalmarkt. Jaarlijks mogen de renterisico's niet hoger zijn dan 20% van het lastentotaal van de begroting bij aanvang van het boekjaar. 

Kredietrisico's
Kredietrisicobeheer kunnen we omschrijven als het beheersen van risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid van een waardedaling van onze vorderingen als gevolg van insolventie van tegenpartijen. Leningverstrekkingen kunnen op grond van de Wet Fido en het Treasurystatuut slechts plaatsvinden voor de uitvoering van een publieke taak. Het kredietrisico op verstrekte leningen aan woningbouwcorporaties en stimuleringsleningen is zeer gering. Dit komt doordat we voor de woningbouwleningen zijn aangesloten bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW), dan wel de Nationale Hypotheek Garantie van toepassing is. 

Renterisiconorm Begroting na wijziging Realisatie 2025
1. Renteherzieningen op vaste schuld (og) 0 0
2. Renteherzieningen op vaste schuld (ug) 0 0
3. Netto renteherziening op vast schuld 0 0
4. Aflossingen 8.572 8.572
Renterisiconorm
5. Totaal lasten vóór resultaatbestemming 321.442 334.746
6. Het bij ministeriële vastgesteld percentage 20% 20%
7. Renterisiconorm 64.288 66.949
Toets (7 - 3 - 4) 55.716 58.377
Ruimte (+) / Overschrijding (-) + +
ug = uitgeleende gelden, og = opgenomen gelden Bedragen x € 1.000

Interne rente

Terug naar navigatie - 3.5 Paragraaf Financiering - Interne rente

In de programmabegroting 2025 is uitgegaan van een Rente Omslag Percentage (ROP) van 0,25%. De kapitaallasten 2025 zijn bij de najaarsnota geactualiseerd. Het geraamde ROP is ongewijzigd. De realisatie is eveneens 0,25%. Na actualisatie van de najaarsnota is het geraamde voordelig saldo op Treasury € 690.000. Het werkelijk voordelig renteresultaat is € 846.000. Het verschil van € 156.000 kan verklaard worden door hogere rentelasten op langlopende leningen en hogere rentebaten op rekening-courant.

Renteschema Rente Omslag Percentage
Externe rentelasten over de korte en lange financiering +/+ 1.569.722
Externe rentebaten over de korte en lange financiering -/- 1.864.071
Saldo rentelasten en rentebaten -294.349
Doorbelaste rente naar de grondexploitatie -/- 25.910
Doorbelaste rente naar wonen en bouwen -/- 0
Doorbelaste rente aan projectfinanciering naar taakvelden -/- 0
Rentebaat van doorverstrekte leningen in het kader van
projectfinanciering naar taakvelden n.v.t. 25.910
-320.259
Rente over eigen vermogen +/+ n.v.t.
Rente over voorzieningen +/+ n.v.t.
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente Last -320.259
De aan taakvelden toegerekende rente* Bate -/- 526.006
Renteresultaat op het taakveld treasury (Bate > Last) -846.266
Gegevens van toepassing op de ROP-berekening:
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente o.b.v. het ROP -320.259
Vaste activa boekwaarde 1-1-2025 210.402.515
ROP 2025 - nacalculatie percentage * % 0,25
ROP 2025 - begroting % 0,25
* Toelichting:
De boekwaarde van de activa die integraal zijn gefinancierd per 1 januari bedragen € 210.410.515. De aan taakvelden toegerekende rente bedraagt 0,25 % over € 210.410.515 = € 526.006.
Door het hoge saldo bij het schatkistbankieren zijn de rentebaten in dit jaar hoger dan het saldo van de rentelasten en -baten voor de overige korte en lange financiering. Hierdoor ontstaat een “negatieve” aan de taakvelden toe te rekenen rente van € 846.266 (negatieve renteomslag). Er is daardoor feitelijk geen rentelast die aan de taakvelden moet worden toegerekend.