3.2 Paragraaf Lokale heffingen

Deze paragraaf gaat over de lokale belastingen, heffingen en rechten. De volgende onderwerpen komen aan bod:

  • De inkomsten uit de lokale heffingen;
  • Het beleid rond de lokale heffingen;
  • De kostendekking van de heffingen;
  • De belastingdruk (woonlasten);
  • Het kwijtscheldingsbeleid.

Inkomsten lokale heffingen

Terug naar navigatie - 3.2 Paragraaf Lokale heffingen - Inkomsten lokale heffingen

In onderstaande tabel staan de gerealiseerde opbrengsten van de lokale heffingen. Dit vergelijken we met de in de begroting 2025 geraamde opbrengsten. 

Onroerendezaakbelastingen (OZB)
Er zijn kleine plussen ten opzichte van de gewijzigde begroting. Dat komt doordat de afwikkeling van procedures gunstiger uitpakte dan verwacht. In vergelijking met de primaire begroting is de afwijking groter; in totaal een tekort van € 322.000 (1,3%). Zoals bij de Najaarsnota al is aangegeven komt dit doordat sommige objecten die als niet-woning waren geclassificeerd omgezet moesten worden naar woningen (en dus een lager tarief kregen), er waardeverlies was doordat zonneparken afgewaardeerd moesten worden nadat de tarieven waren vastgesteld en er een na-ijleffect was van bezwaar- en beroepschriften. 

Rioolheffing
Een tekort van € 20.000 (0,3%) vanwege de late afwikkeling van bezwaarschriften, waaronder voor aanslagen grootverbruik.

Afvalstoffenheffing
Een plusje van € 8.000 (0,1%) ten opzichte van de gewijzigde begroting. Ten opzichte van de primaire begroting is het verschil substantieel. Dat komt doordat bij de begroting is gerekend met een beperkte stijging van de afvalstoffenheffing, maar separaat en parallel aan de begroting een bezuinigingsvoorstel is ingebracht waarbij de raad heeft besloten om een meeropbrengst te realiseren.

Toeristenbelasting
De toeristenbelasting wordt na afloop van het belastingjaar opgelegd. In de jaarrekening wordt voor het verantwoordingsjaar een 'nog te ontvangen' post opgenomen. Het verschil van € 124.000 komt doordat er ten opzichte van de nog te ontvangen post 2024 een meeropbrengst was en deze voor 2025 ook is meegerekend.

Lijkbezorgingsrechten
De lijkbezorgingsrechten wijken € 5.000 (1,2%) af ten opzichte van de gewijzigde begroting. Voor de raming in de primaire begroting geldt hetzelfde als voor de afvalstoffenheffing: bij de behandeling van de begroting is ingestemd met een meeropbrengst lijkbezorgingsrechten. 

Leges
Op de leges is ten opzichte van de begroting een voordeel gerealiseerd van € 270.000 (6,1%). Dit komt met name door een incidentele meeropbrengst op de leges omgevingsvergunning omgevingswet. Ook bij leges is rekening gehouden met een bedrag bij wijze van een nog te ontvangen post. Dat komt doordat het belastbaar feit (het in behandeling nemen van een aanvraag voor een vergunning) soms in een eerder jaar is dan het versturen van de aanslag. In vergelijking met de gewijzigde begroting zijn minder aanvragen voor vergunningen ingediend. 

Forensenbelasting
De forensenbelasting is in 2025 geïntroduceerd om een hogere opbrengst van vrij inzetbare middelen te krijgen. Degene die ervoor in aanmerking komen zijn natuurlijke personen, die hun hoofdverblijf in een andere gemeente hebben maar hier een gemeubileerde woning ter beschikking hebben. En dat gedurende meer dan 90 dagen in het jaar. Voor het eerste half jaar hebben we € 64.000 opgelegd. We verwachten dat we op basis van mutaties en extra areaal uitkomen op de geraamde € 90.000. Voor het verschil is ook hier een nog te ontvangen post opgenomen.

Onderdeel Begroot 2025 Begroot 2025 na wijziging Realisatie 2025 Verschil
Onroerende zaakbelasting woningen Eigenaren 14.269 14.553 14.558 4
Onroerende zaakbelasting niet woningen - Eigenaren 6.069 5.691 5.718 27
Onroerende zaakbelasting niet woningen - Gebruikers 4.409 4.136 4.149 13
Rioolheffing 6.259 6.259 6.239 -20
Afvalstoffenheffing 7.670 8.463 8.472 8
Toeristenbelasting 300 375 499 124
Forensenbelasting 0 90 91 1
Lijkbezorgingsrechten 309 409 404 -5
Leges (inclusief marktgelden) 4.022 4.185 4.455 270
Totaal 43.308 44.163 44.586 423
bedragen x € 1.000

Beleid lokale heffingen

Terug naar navigatie - 3.2 Paragraaf Lokale heffingen - Beleid lokale heffingen

Lokale heffingen kunnen we verdelen in vrij te besteden belastingen, aan een bepaald doel gebonden heffingen, en rechten of leges die we heffen omdat we een dienst leveren. De begrippen heffingen en belastingen worden overigens vaak door elkaar heen gebruikt.

  • Belastingen: de onroerendezaakbelasting (OZB) en de toeristenbelasting. De opbrengst is vrij te besteden en de gemeente is ook vrij om de hoogte van de tarieven vast te stellen; 
  • Gebonden heffingen (bestemmingsheffingen): de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De opbrengst van de afvalstoffenheffing moet gebruikt worden voor de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval. De opbrengst van de rioolheffing moet gebruikt worden voor de wettelijke gemeentelijke watertaken. Bij beide heffingen geldt de opbrengstnorm: de gemeente mag niet meer inkomsten ramen dan de verwachte kosten. Als dat toch gebeurt dan kan de rechter, in geval van een beroepsprocedure, de verordening onverbindend verklaren;
  • Rechten: de leges, de lijkbezorgingsrechten en markt- en liggelden. Het gaat hier om diensten die de gemeente verleent of laat verlenen en waarbij er een individueel belang voor de aanvrager is. Ook hierbij geldt de opbrengstnorm.

Hieronder geven we een beeld van het beleid rond de verschillende heffingen.

Onroerendezaakbelastingen (OZB)
De OZB is de belangrijkste gemeentelijke belasting qua omvang en vrij te besteden bedrag. De hoogte van de aanslag is afhankelijk van de WOZ-waarde en de door de raad vastgestelde tarieven. Er zijn drie verschillende tarieven. Eén voor de eigenaren van woningen, één voor de eigenaren van niet-woningen en één voor de gebruikers van niet-woningen. Niet-woningen zijn niet alleen kantoren, winkels of scholen, maar ook bijvoorbeeld trafo’s of onbebouwde grond. We zijn verplicht om sommige niet-woningen, zoals kerken en landbouwgrond, buiten de heffing te houden. Naast deze verplichte vrijstellingen kan een gemeente ervoor kiezen om zelf bepaalde soorten onroerende zaken vrij te stellen van OZB. Vanwege het gelijkheidsbeginsel is onze gemeente daar terughoudend in. De taxateurs van de gemeente waarderen elk jaar opnieuw alle objecten in de gemeente. Dat gebeurt op basis van de Wet waardering onroerende zaken (Wet woz). De raad heeft met een amendement de mate van indexering van de opbrengst vastgesteld. Het is een samengesteld gemiddelde van vier opeenvolgende consumenten prijsindexcijfers (CPI). Voor 2025 zijn we uitgekomen op 4,9%. 

Rioolheffing 
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet verankering en bekostiging gemeentelijke watertaken. Daarin is de zorgplicht voor opvang en transport van afvalwater en hemelwater geregeld. Ook de beheersing van het grondwaterpeil in de bebouwde kom is een taak van de gemeente. De kosten hiervoor dekken we uit de rioolheffing. De wetgever heeft gemeenten veel ruimte gegeven om de rioolheffing vorm te geven. In onze gemeente zijn er twee soorten heffingen voor eigenaren van percelen: een standaardheffing en een heffing voor percelen kleiner dan 50m2. Daarnaast hebben we sinds enkele jaren een grootverbruikersheffing. Deze is opgelegd aan bedrijven die meer dan 500 m3 afvalwater lozen op de gemeentelijke riolering. De opbrengst van de rioolheffing is, net zoals voorgaande jaren, geraamd op 100% kostendekking.

Afvalstoffenheffing 
Gemeenten hebben de plicht om zorg te dragen voor inzameling en verwerking van huishoudelijk afval. Dat staat in de Wet milieubeheer. De kosten hiervoor dekken we uit de afvalstoffenheffing. Deze aanslag sturen we naar de gebruikers van percelen waar huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan. We hebben het zogeheten diftarsysteem. In onze gemeente houdt dit in dat elk huishouden een bedrag betaalt voor het vastrecht en daarnaast een bedrag voor elke keer dat er een container wordt aangeboden of een vuilniszak gestort. In 2025 bedroeg de kostendekking 85%. Vanaf 2026 ramen we op 100%.

Leges
Onder de naam ‘leges’ heffen we een groot aantal verschillende rechten voor verstrekte diensten. Dit kan gaan om de uitgifte van een paspoort of het sluiten van een huwelijk, maar ook om een vergunning voor het verbouwen van een woning of het houden van een evenement. Belangrijke voorwaarde voor legesheffing is dat de aanvrager een persoonlijk belang moet hebben bij de dienst. De belastingplicht ontstaat op het moment van aanvragen. Deze diensten hebben we in de legesverordening in een drietal hoofdstukken bij elkaar gezet:

  • Hoofdstuk 1: Algemene dienstverlening;
  • Hoofdstuk 2: Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet;
  • Hoofdstuk 3: Dienstverlening vallend onder de Europese Dienstenrichtlijn.

Sinds 2024 zijn de nieuwe Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging bouw (Wkb) van kracht. Dat heeft rechtstreekse gevolgen gehad voor de legesheffing uit hoofdstuk 2. Voor veel bouwwerkzaamheden, waaronder die van nieuwbouwwoningen, kunnen geen bouwleges meer in rekening worden gebracht. Dat komt doordat de gemeente de werkzaamheden daarvoor niet meer uitvoert; deze zijn onder de Wkb belegd bij marktpartijen. Bij de leges is sprake van kruissubsidiëring: sommige producten, zoals leges van Burgerzaken, leveren meer op dan de kosten zodat producten waar het omgekeerde het geval is gedekt kunnen worden. De kostendekking van het totaal van de verordening mag echter niet hoger dan 100% zijn en dat is ook het streven. In 2025 zijn we op 94% uitgekomen.

Toeristenbelasting
Deze belasting is vrij te besteden. We willen de opbrengst wel zoveel mogelijk gebruiken voor kosten die te maken hebben met recreatie en toeristische voorzieningen. De gemeente brengt toeristenbelasting in rekening bij de recreatieondernemer. Deze kan de belasting verhalen op de gasten. We hanteren een standaardtarief per overnachting en een verlaagd tarief voor kampeerplaatsen. Daarnaast hebben we tarieven voor seizoenplaatsen op campings. Toeristenbelasting wordt voldaan op aangifte. De aangiftes worden op regelmatige basis gecontroleerd en elk jaar vindt er areaalonderzoek plaats.

Lijkbezorgingsrechten
Lijkbezorgingsrechten vraagt de gemeente voor het recht op een graf, voor onderhoud van de begraafplaatsen en voor het begraven zelf. Verder zijn er nog aanvullende diensten. Ook voor deze heffing geldt de opbrengstlimiet. We zitten nog niet op 100% kostendekking. In 2024 is het nieuw beleidsbeheerplan ''begraven en herdenken in de gemeente Midden-Groningen 2025-2034'' vastgesteld en voor het jaar 2025 zijn de tarieven opgetrokken naar volledige kostendekking. 

Markt- en liggelden
Marktgelden heffen we alleen voor de locatie aan de Hoofdstraat in Hoogezand. Voor de overige marktkramen is het hoofdstuk over standplaatsen in de legesverordening van toepassing. De liggelden heffen we voor het haventje in Zuidbroek.

Kostendekkendheid van de heffingen

Terug naar navigatie - 3.2 Paragraaf Lokale heffingen - Kostendekkendheid van de heffingen

Voor het berekenen van de kostendekkendheid maken we gebruik van een zogeheten kostenverdeelstaat. In deze kostenverdeelstaat rekenen wij directe en indirecte (overhead) kosten toe aan een heffing.

Toerekening directe lasten
Dit zijn de lasten die rechtstreeks te maken hebben met de uitvoering van taken. Ze staan dan ook verantwoord binnen een taakveld. Een voorbeeld is het Taakveld Riolering: daar staan onder meer de kapitaallasten, de loonkosten van de medewerkers en kosten voor kolken en vegen op. Deze kosten zijn rechtstreeks toe te rekenen aan de rioolheffing.

Toerekening indirecte lasten
Onder de indirecte kosten valt de opbrengstderving door kwijtschelding en oninbaar lijden, maar ook perceptiekosten (de kosten om de heffing daadwerkelijk te verkrijgen). Ook de te betalen BTW over de directe lasten en over de investeringen valt hieronder. Daarnaast rekenen we overhead toe. Dat betekent dat we kosten van administratie, personeelszaken, facilitair en automatisering als een opslagpercentage op de directe personeelskosten meetellen. In de Financiële Verordening is de methodiek voor de toerekening van overhead verantwoord. In de tabellen hieronder zien we de kostendekking van achtereenvolgens de rioolheffing, de afvalstoffenheffing, en de leges van de drie verschillende hoofdstukken.

Kostendekkendheid rioolheffing

Terug naar navigatie - 3.2 Paragraaf Lokale heffingen - Kostendekkendheid rioolheffing

De kostendekking komt na mutatie van € 1.333.000 op de voorziening rioolheffing uit op 100%. Bij de directe netto kosten van riolering worden de indirecte toe te rekenen kosten opgesteld en dit totaal vergelijken we met de opbrengst van de rioolheffing. Het verschil tussen de mutatie op de voorziening begroot 2025 na wijziging en de realisatie 2025 van € 1.051.000 voordelig komt door verschillende oorzaken. De directe lasten en baten riolering exclusief storting voorziening vallen ten opzichte van begroot 2025 na wijziging lager uit. Het gaat om € 718.000 aan lasten en € 31.000 aan baten. Zie toelichting lasten en baten in het financieel overzicht Dorpen en wijken in hoofdstuk 2.1. De indirecte toe te rekenen kosten vallen ten opzichte van begroot 2025 na wijziging ook lager uit. De afwijking is € 357.000 voordelig. Dit komt door de toegerekende overhead die € 79.000 lager uitvalt door een afname in de overheaduitgaven en lagere personeelslasten. De grondslag van de toegerekende overhead zijn de personeelslasten. Tot slot zijn de toegerekende btw-kosten € 279.000 lager dan begroot. Dit komt doordat er minder is uitgegeven aan investeringen en aan directe lasten riolering. Overige afwijkingen tellen op tot een voordeel van € 6.000. Het voordelig resultaat blijft gereserveerd voor het uitvoeren van het Water- en Rioolprogramma (WRP). 

Onderdeel Realisatie 2024 Begroot 2025 Begroot 2025 na wijziging Realisatie 2025
Kosten taakveld 7.2 Riolering * 4.716 4.521 5.136 5.469
Inkomsten taakveld excl. Heffingen * -57 -335 -232 -221
Netto kosten taakveld 7.2 Riolering 4.659 4.187 4.904 5.248
Overhead (naar rato directe personeelskosten) 323 375 375 296
Kwijtschelding 1 1 1 1
Perceptiekosten 14 16 16 17
BTW op exploitatie en investeringen 937 1.681 957 678
Totale kosten 5.935 6.259 6.252 6.239
Opbrengst rioolheffingen -5.935 -6.259 -6.259 -6.239
Dekkingspercentage 100% 100% 100% 100%
* incl. storting/onttrekking egalisatievoorziening Rioolheffing 823 -271 282 1.333
bedragen x € 1.000

Kostendekkendheid afvalstoffenheffing

Terug naar navigatie - 3.2 Paragraaf Lokale heffingen - Kostendekkendheid afvalstoffenheffing

De kostendekking komt na mutatie van € 703.000 op de voorziening afvalstoffen uit op 85%. Genoemde is exclusief bedrijfsafval. Bij de directe netto kosten van afvalstoffen worden de indirecte toe te rekenen kosten opgesteld en dit totaal vergelijken we met de opbrengst van de afvalstoffenheffing. Het verschil tussen de mutatie op de voorziening begroot 2025 na wijziging en de realisatie 2025 van € 817.000 voordelig komt door verschillende oorzaken. De directe lasten afvalstoffen exclusief storting voorziening vallen ten opzichte van begroot 2025 na wijziging lager uit. Het gaat om € 85.000 aan lasten. De baten vallen € 53.000 hoger uit. Zie toelichting lasten en baten in het financieel overzicht Dorpen en wijken in hoofdstuk 2.1. Verder is € 586.000 uit de reserve financiële ruimte onttrokken. Dit heeft betrekking op de inzet van de restant gelden energietoeslag voor de kostendekking afvalstoffenheffing. Genoemde heeft uw raad besloten bij het vaststellen van het voorstel ‘’verhogen van de dekkingsgraad van de afvalstoffenheffing’’. De indirecte toe te rekenen kosten vallen ten opzichte van begroot 2025 na wijziging ook lager uit. De afwijking is € 101.000 voordelig. Dit komt door de toegerekende overhead die € 7.000 lager uitvalt door een afname in de overheaduitgaven. Daarnaast hebben we € 72.000 minder aan kwijtschelding hoeven uit te geven. De perceptiekosten voor het innen van de afvalstoffenheffing is € 8.000 lager. Tot slot zijn de toegerekende btw-kosten € 15.000 lager dan begroot. Dit komt met name doordat er minder aan directe lasten afval is uitgegeven. Overige afwijkingen tellen op tot een nadeel van € 8.000.

Onderdeel Realisatie 2024 Begroot 2025 Begroot 2025 na wijziging Realisatie 2025
Kosten taakveld 7.3 Afval *) **) 8.293 8.246 8.139 9.270
Inkomsten taakveld excl. heffingen *) ***) -2.414 -1.753 -1.126 -2.147
Netto kosten taakveld 7.3 Afval 5.880 6.493 7.013 7.123
Overhead (naar rato directe personeelskosten) 1.426 1.420 1.420 1.413
Kwijtschelding 526 527 427 355
Perceptiekosten 17 19 28 20
BTW op exploitatie en investeringen 1.273 877 1.062 1.047
Totale kosten 9.122 9.336 9.950 9.959
Opbrengst afvalstoffenheffingen -7.446 -7.670 -8.463 -8.472
Dekkingspercentage 82% 82% 85% 85%
*) incl. storting /onttrekking egalisatievoorziening Afvalstoffen -856 -485 -114 703
**) excl. bedrijfsafval lasten 287 210 210 220
***) excl. bedrijfsafval baten -287 -210 -210 -249
bedragen x € 1.000

Kostendekkendheid leges

Terug naar navigatie - 3.2 Paragraaf Lokale heffingen - Kostendekkendheid leges

Onderstaande tabel geeft inzicht in de kostendekkendheid van de publiekrechtelijke heffingen. De tabel bestaat uit de rechten en heffingen die onder de legesverordening vallen. De totale kostendekkendheid van de leges komt in 2025 uit op 94,4%. Ten opzichte van de primitieve begroting is de kostendekking met 26% verbeterd. 

Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening Directe kosten Overhead Baten Kostendekking
Burgerlijke stand € 95.837 € 38.000 € 112.525 84,1%
Reisdocumenten en Nederlandse Identiteitskaart € 845.929 € 142.000 € 900.398 91,1%
Rijbewijzen € 252.217 € 56.000 € 274.266 89,0%
Verstrekkingen in het kader van de Basisregistratie persoonsgegevens € 18.383 € 8.000 € 22.241 84,3%
Overige publiekszaken € 76.896 € 7.000 € 82.038 97,8%
Gemeentearchief € 21.796 € 9.203 € 11.624 37,5%
Leegstandswet (Bijzondere wetten) € 190 € 80 € 85 31,6%
Kansspelen (Bijzondere wetten) € 6.036 € 2.549 € 5.266 61,3%
Telecommunicatiewet (Bijzondere wetten) € 388.988 € 44.078 € 244.302 56,4%
Wegenverkeerswetgeving (Bijzondere wetten) € 22.455 € 9.482 € 8.152 25,5%
Diversen € 3.035 € 1.282 € 3.779 87,5%
Kostendekking Hoofdstuk 1 € 1.731.763 € 317.673 € 1.664.675 81,2%
Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet Directe kosten Overhead Baten Kostendekking
Omgevingsvergunning omgevingswet € 1.795.961 € 513.390 € 2.609.174 113,0%
Wijzigen van het omgevingsplan omgevingswet € 152.340 € 39.600 € 138.476 72,1%
Standplaatsen omgevingswet € 14.506 € 892 € 5.684 36,9%
Kostendekking Hoofdstuk 2 € 1.962.806 € 553.882 € 2.753.334 109,4%
Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2 Directe kosten Overhead Baten Kostendekking
Horeca € 11.054 € 4.667 € 8.900 56,6%
Seksbedrijven € 1.207 € 510 € 723 42,1%
Winkeltijden € 62 € 26 € 88 100,0%
Organiseren evenementen of markten € 80.192 € 33.862 € 17.435 15,3%
Kinderopvang € 5.433 € 2.294 € 6.336 82,0%
In dit hoofdstuk niet benoemd besluit € 10.563 € 4.460 € 3.890 25,9%
Kostendekking Hoofdstuk 3 € 108.510 € 45.819 € 37.371 24,2%
Kostendekking totale tarieventabel legesverordening € 3.803.079 € 917.375 € 4.455.379 94,4%

Woonlasten

Terug naar navigatie - 3.2 Paragraaf Lokale heffingen - Woonlasten

Onderstaande tabel laat een indicatie zien van de ontwikkeling van de woonlasten in 2025. Hierbij kijken we naar de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. We nemen de gegevens die onderzoeksinstituut COELO (verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen) hanteert en vergelijken die met de ons omliggende gemeenten.

Woonlasten Midden-Groningen 2025 en omliggende gemeenten (bron COELO)
Gemeente Ozb Afval Riool Totaal
Tynaarlo 394 223 204 821
Aa en Hunze 391 265 196 852
Stadskanaal 459 250 196 905
Eemsdelta 413 301 232 946
Oldambt 492 238 245 975
Pekela 490 398 187 1.075
Midden-Groningen 600 283 198 1.081
Veendam 522 405 175 1.102
Groningen 657 318 173 1.148
Westerwolde 483 367 316 1.166
bedragen in €
*) OZB voor een koopwoning met gemiddelde waarde, afvalstoffenheffing 2 persoonshuishouden en rioolheffing voor eigenaar/bewoner

Kwijtscheldingen

Terug naar navigatie - 3.2 Paragraaf Lokale heffingen - Kwijtscheldingen

In ons collegeprogramma 'Samen aan de slag!' is bestrijding van armoede nadrukkelijk benoemd. Kwijtscheldingsbeleid is één van de manieren waarop we dit kunnen doen. De beleidsruimte is echter beperkt. De bevoegdheid van de gemeenteraad beperkt zich tot:

  • Bepalen welke belastingen voor kwijtschelding in aanmerking komen;
  • Het norminkomen voor de toetsing vaststellen tussen 90% en 100% van de bijstandsnorm;
  • Kwijtschelding mogelijk maken voor de woonlasten van kleine ondernemers;
  • De volledige AOW-norm als norminkomen gebruiken in plaats van de lagere AIO-norm (aanvullende inkomensvoorziening ouderen);
  • De netto kosten voor kinderopvang (het verschil tussen de betaalde kosten en de kinderopvangtoeslag) meetellen in de beoordeling van aanvragen van werkende eenoudergezinnen;
  • Extra ruimte aan de vermogensvrijstelling geven.

Onze gemeente heeft de meest ruimhartige invulling gegeven aan de keuzemogelijkheden die hierboven staan. Uw raad heeft dit via de Verordening kwijtschelding Midden-Groningen vastgesteld. 

De belastingen waar kwijtschelding voor kan gelden zijn de woonlasten: OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. 

Kwijtschelding is mogelijk voor huishoudens met een inkomen rond het bijstandsniveau en weinig vermogen. De berekening van de betalingscapaciteit en de vermogensvrijstelling is vastgelegd in de landelijk geldende Uitvoeringsregeling Invorderingswet. De gemeente heeft wel de bevoegdheid om nadere regels over de uitvoering te geven. Die regels staan in de Leidraad Invordering 2025 en ook hierbij zijn de uitgangspunten van ons collegeprogramma leidend. Kwijtschelding voor de OZB en de rioolheffing is bijna verdwenen vanwege de stijgende WOZ-waarden. Als aanvragers een eigen woning hebben met overwaarde, dan wordt dat als vermogen gezien en is kwijtschelding verlenen niet meer toegestaan. Onze gemeente heeft voor dergelijke situaties wel een coulanceregeling, zodat mensen die in het verleden een woning konden kopen maar naderhand op een minimuminkomen aangewezen zijn, niet buitenproportioneel getroffen worden door de stijging van de WOZ-waarde.

De kwijtschelding wordt via geautomatiseerde toetsing voor een zo groot mogelijk deel van de doelgroep direct geregeld. Zij zien dit op de aanslag staan en hoeven geen aanvraag meer in te dienen. Sinds 2022 is de afhandeling van de kwijtschelding uitbesteed aan het Noordelijk Belastingkantoor. Daardoor kunnen aanvragers volstaan met één aanvraag voor de gemeentelijke belastingen en de waterschapslasten tegelijk. 

Kwijtscheldingen Begroot 2025 Begroot 2025 na wijziging Realisatie 2025 Verschil
Afvalstoffenheffing 527 427 355 -72
Rioolheffing 1 1 1 0
OZB 1 1 2 1
Totaal 529 429 358 -71
bedragen x € 1.000