Lokale heffingen kunnen we verdelen in vrij te besteden belastingen, aan een bepaald doel gebonden heffingen, en rechten of leges die we heffen omdat we een dienst leveren. De begrippen heffingen en belastingen worden overigens vaak door elkaar heen gebruikt.
- Belastingen: de onroerendezaakbelasting (OZB) en de toeristenbelasting. De opbrengst is vrij te besteden en de gemeente is ook vrij om de hoogte van de tarieven vast te stellen;
- Gebonden heffingen (bestemmingsheffingen): de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De opbrengst van de afvalstoffenheffing moet gebruikt worden voor de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval. De opbrengst van de rioolheffing moet gebruikt worden voor de wettelijke gemeentelijke watertaken. Bij beide heffingen geldt de opbrengstnorm: de gemeente mag niet meer inkomsten ramen dan de verwachte kosten. Als dat toch gebeurt dan kan de rechter, in geval van een beroepsprocedure, de verordening onverbindend verklaren;
- Rechten: de leges, de lijkbezorgingsrechten en markt- en liggelden. Het gaat hier om diensten die de gemeente verleent of laat verlenen en waarbij er een individueel belang voor de aanvrager is. Ook hierbij geldt de opbrengstnorm.
Hieronder geven we een beeld van het beleid rond de verschillende heffingen.
Onroerendezaakbelastingen (OZB)
De OZB is de belangrijkste gemeentelijke belasting qua omvang en vrij te besteden bedrag. De hoogte van de aanslag is afhankelijk van de WOZ-waarde en de door de raad vastgestelde tarieven. Er zijn drie verschillende tarieven. Eén voor de eigenaren van woningen, één voor de eigenaren van niet-woningen en één voor de gebruikers van niet-woningen. Niet-woningen zijn niet alleen kantoren, winkels of scholen, maar ook bijvoorbeeld trafo’s of onbebouwde grond. We zijn verplicht om sommige niet-woningen, zoals kerken en landbouwgrond, buiten de heffing te houden. Naast deze verplichte vrijstellingen kan een gemeente ervoor kiezen om zelf bepaalde soorten onroerende zaken vrij te stellen van OZB. Vanwege het gelijkheidsbeginsel is onze gemeente daar terughoudend in. De taxateurs van de gemeente waarderen elk jaar opnieuw alle objecten in de gemeente. Dat gebeurt op basis van de Wet waardering onroerende zaken (Wet woz). De raad heeft met een amendement de mate van indexering van de opbrengst vastgesteld. Het is een samengesteld gemiddelde van vier opeenvolgende consumenten prijsindexcijfers (CPI). Voor 2025 zijn we uitgekomen op 4,9%.
Rioolheffing
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet verankering en bekostiging gemeentelijke watertaken. Daarin is de zorgplicht voor opvang en transport van afvalwater en hemelwater geregeld. Ook de beheersing van het grondwaterpeil in de bebouwde kom is een taak van de gemeente. De kosten hiervoor dekken we uit de rioolheffing. De wetgever heeft gemeenten veel ruimte gegeven om de rioolheffing vorm te geven. In onze gemeente zijn er twee soorten heffingen voor eigenaren van percelen: een standaardheffing en een heffing voor percelen kleiner dan 50m2. Daarnaast hebben we sinds enkele jaren een grootverbruikersheffing. Deze is opgelegd aan bedrijven die meer dan 500 m3 afvalwater lozen op de gemeentelijke riolering. De opbrengst van de rioolheffing is, net zoals voorgaande jaren, geraamd op 100% kostendekking.
Afvalstoffenheffing
Gemeenten hebben de plicht om zorg te dragen voor inzameling en verwerking van huishoudelijk afval. Dat staat in de Wet milieubeheer. De kosten hiervoor dekken we uit de afvalstoffenheffing. Deze aanslag sturen we naar de gebruikers van percelen waar huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan. We hebben het zogeheten diftarsysteem. In onze gemeente houdt dit in dat elk huishouden een bedrag betaalt voor het vastrecht en daarnaast een bedrag voor elke keer dat er een container wordt aangeboden of een vuilniszak gestort. In 2025 bedroeg de kostendekking 85%. Vanaf 2026 ramen we op 100%.
Leges
Onder de naam ‘leges’ heffen we een groot aantal verschillende rechten voor verstrekte diensten. Dit kan gaan om de uitgifte van een paspoort of het sluiten van een huwelijk, maar ook om een vergunning voor het verbouwen van een woning of het houden van een evenement. Belangrijke voorwaarde voor legesheffing is dat de aanvrager een persoonlijk belang moet hebben bij de dienst. De belastingplicht ontstaat op het moment van aanvragen. Deze diensten hebben we in de legesverordening in een drietal hoofdstukken bij elkaar gezet:
- Hoofdstuk 1: Algemene dienstverlening;
- Hoofdstuk 2: Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet;
- Hoofdstuk 3: Dienstverlening vallend onder de Europese Dienstenrichtlijn.
Sinds 2024 zijn de nieuwe Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging bouw (Wkb) van kracht. Dat heeft rechtstreekse gevolgen gehad voor de legesheffing uit hoofdstuk 2. Voor veel bouwwerkzaamheden, waaronder die van nieuwbouwwoningen, kunnen geen bouwleges meer in rekening worden gebracht. Dat komt doordat de gemeente de werkzaamheden daarvoor niet meer uitvoert; deze zijn onder de Wkb belegd bij marktpartijen. Bij de leges is sprake van kruissubsidiëring: sommige producten, zoals leges van Burgerzaken, leveren meer op dan de kosten zodat producten waar het omgekeerde het geval is gedekt kunnen worden. De kostendekking van het totaal van de verordening mag echter niet hoger dan 100% zijn en dat is ook het streven. In 2025 zijn we op 94% uitgekomen.
Toeristenbelasting
Deze belasting is vrij te besteden. We willen de opbrengst wel zoveel mogelijk gebruiken voor kosten die te maken hebben met recreatie en toeristische voorzieningen. De gemeente brengt toeristenbelasting in rekening bij de recreatieondernemer. Deze kan de belasting verhalen op de gasten. We hanteren een standaardtarief per overnachting en een verlaagd tarief voor kampeerplaatsen. Daarnaast hebben we tarieven voor seizoenplaatsen op campings. Toeristenbelasting wordt voldaan op aangifte. De aangiftes worden op regelmatige basis gecontroleerd en elk jaar vindt er areaalonderzoek plaats.
Lijkbezorgingsrechten
Lijkbezorgingsrechten vraagt de gemeente voor het recht op een graf, voor onderhoud van de begraafplaatsen en voor het begraven zelf. Verder zijn er nog aanvullende diensten. Ook voor deze heffing geldt de opbrengstlimiet. We zitten nog niet op 100% kostendekking. In 2024 is het nieuw beleidsbeheerplan ''begraven en herdenken in de gemeente Midden-Groningen 2025-2034'' vastgesteld en voor het jaar 2025 zijn de tarieven opgetrokken naar volledige kostendekking.
Markt- en liggelden
Marktgelden heffen we alleen voor de locatie aan de Hoofdstraat in Hoogezand. Voor de overige marktkramen is het hoofdstuk over standplaatsen in de legesverordening van toepassing. De liggelden heffen we voor het haventje in Zuidbroek.