2.6 Programma Bestuur en bedrijfsvoering

2.6.1 Bestuur en bedrijfsvoering

Algemeen

Terug naar navigatie - 2.6.1 Bestuur en bedrijfsvoering - Algemeen

De totale lasten van personeel en bedrijfsvoering bedragen € 88,2 miljoen. Dit is € 4 miljoen lager dan begroot. De lagere lasten worden veroorzaakt door:

  1. Lager inzet vanuit de centrale personeelskostenbudgetten voor ziektevervanging, inhuur en OR compensatie € 913.000;
  2. Lagere personeelskosten door personeelsverloop waarbij functies tijdelijk niet worden ingevuld in combinatie met hogere lasten van inhuur door tijdelijke invulling van vacatures. In totaal € 3.036.000;
  3. Overige verschillen tellen op tot € 32.000.
Omschrijving Begroot 2025 na wijziging Realisatie 2025 Verschil 2025
Saldo lasten en baten
personeelslasten 78.020 73.560 4.461 V
bedrijfsvoeringslasten 14.129 14.608 -479 N
Totaal 92.149 88.168 3.982 V
Toelichting: N = nadelig verschil en V = voordelig verschil
bedragen x € 1.000

2.6.2 Verplichte beleidsindicatoren (BBV)

Terug naar navigatie - 2.6.2 Verplichte beleidsindicatoren (BBV) - Beleidsindicatoren
Naam Indicator Eenheid Peiljaar MG Nederland
Gemiddelde WOZ waarde Duizend euro 2025 € 295 € 398
2024 € 275 € 378
2023 € 239 € 368
2022 € 206 € 317
Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden In euro’s 2025 € 1.061 € 957
2024 € 997 € 928
2023 € 954 € 860
2022 € 911 € 823
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden In euro’s 2025 € 1.101 € 1.050
2024 € 1.035 € 1.014
2023 € 997 € 942
2022 € 952 € 905
Formatie Fte per 1.000 inwoners 2025 12,1
2024 11,7
2023 11,3
2022 10,1
Bezetting Fte per 1.000 inwoners 2025 12,0
2024 11,2
2023 11,0
2022 10,4
Apparaatskosten Kosten per inwoner 2025 € 525
2024 € 530
2023 € 535
2022 € 503
Externe inhuur Kosten als % van tot. loonsom + tot. kosten inhuur extern 2025 15,2%
2024 14,8%
2023 17,4%
2022 16,2%
Overhead % van totale lasten 2025 7,9%
2024 8,4%
2023 11,2%
2022 11,0%
De gegevens over WOZ-waarde en Woonlasten zijn overgenomen van waarstaatjegemeente.nl met peildatum 18-02-2026. De indicatoren: formatie, bezetting, apparaatkosten, externe inhuur en overhead worden berekend op basis van eigen gegevens, zodoende zijn hierover bij ons geen landelijke gegevens bekend.

2.6.3 Financieel overzicht Bestuur en bedrijfsvoering

Terug naar navigatie - 2.6.3 Financieel overzicht Bestuur en bedrijfsvoering - Bestuur en bedrijfsvoering
Bedragen x €1.000
Omschrijving Realisatie 2024 Primitief begroot 2025 Begroting 2025 na wijzigingen Realisatie 2025 Verschil 2025
Lasten
Bestuur 4.621 3.554 5.433 6.565 -1.132
Bestuursondersteuning 34.192 37.456 36.090 33.575 2.515
Belastingen 1.518 1.018 1.183 1.199 -16
Treasury 1.605 911 925 1.018 -93
Overige baten en lasten 4.131 -4.215 3.637 3.179 458
Totaal Lasten 46.066 38.724 47.268 45.536 1.732
Baten
Bestuur 37 0 0 0 0
Bestuursondersteuning 836 314 919 1.000 -80
Belastingen 23.343 24.793 24.426 24.460 -34
Treasury 2.671 2.111 1.968 2.219 -251
Gemeentefonds 161.122 162.565 173.858 174.344 -486
Overige baten en lasten 1.630 2.431 3.599 1.652 1.947
Totaal Baten 189.639 192.213 204.770 203.673 1.097
Saldo van baten en lasten voor bestemming 143.573 153.490 157.502 158.138 -635
Stortingen
Bestuursondersteuning 223 4 4 4 0
Overige baten en lasten 1.111 6 3.321 3.321 0
Totaal Stortingen 1.334 10 3.325 3.325 0
Onttrekkingen
Bestuur 15 0 0 0 0
Bestuursondersteuning 527 18 517 450 66
Belastingen 0 0 0 0 0
Overige baten en lasten 2.052 2.418 2.487 3.052 -564
Totaal Onttrekkingen 2.594 2.436 3.004 3.502 -498
Totaal mutatie reserves 1.260 2.425 -321 177 -498

Toelichting

Terug naar navigatie - 2.6.3 Financieel overzicht Bestuur en bedrijfsvoering - Toelichting

Het saldo na bestemming op het programma Bestuur en bedrijfsvoering is € 1.133.000 voordelig. De lasten zijn € 1.732.000 lager en de baten zijn € 1.097.000 lager. De mutatie reserve zorgt voor een voordeel van € 498.000. We lichten hieronder per onderdeel de belangrijkste wijzigingen toe.

Bestuur

Lasten (€ 1.132.000 nadelig): De storting in de APPA-voorziening is € 1.263.000 hoger dan geraamd. Het rijk heeft bepaald dat de pensioenverplichtingen van wethouders voortaan verplicht moeten worden ondergebracht bij het ABP (algemeen bestuurlijk pensioenfonds). Uiterlijk 31 december 2027 moet de overdracht van wethouderspensioenen aan het ABP zijn afgerond en hiervoor dient de APPA-voorziening hoog genoeg te zijn. Bij de slotwijziging is de raming al bijgesteld naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek in opdracht van het Ministerie van binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) naar de overdrachtswaarde en voorzieningen APPA-pensioenen van wethouders bij alle gemeenten. Sindsdien heeft de commissie BBV een stellige uitspraak gedaan dat de hoogte van de APPA-voorziening en kapitaalverzekeringen gelijk moet worden gesteld aan de prognose van het benodigd vermogen op basis van inkoop Wtp bij ABP zoals genoemd in de brief met resultaten die we hebben ontvangen van het onderzoeksbureau. Op basis hiervan is een aanvullende storting gedaan. Door wijzigingen in bijvoorbeeld de rentestijging en dekkingsgraad is het mogelijk dat voor of bij de overdracht aan het ABP nog afwijkingen ontstaan. De loonkosten van de griffie vallen op dit product lager uit doordat een deel van de kosten gedekt kon worden uit de middelen voor Nij begun € 65.000. De loonkosten voor ondersteuning van de bezwaarschriftencommissie zijn lager dan geraamd en daarnaast is minder inzet van extern bureau Profacto nodig geweest € 80.000. Overige verschillen tellen op tot een nadeel van € 14.000. 

Bestuursondersteuning

Lasten (€ 2.515.000 voordelig): Dit voordeel is het gevolg van:

  • Lagere loonkosten door personeelsverloop waarbij functies tijdelijk niet worden ingevuld (€ 1.313.000).
  • Er is minder aanspraak gedaan op de centrale personeelsbudgetten voor ziektevervanging, inhuur en compensatie OR inzet (€ 913.000)
  • Lagere lasten doordat minder gebruik van externe werving- en selectiebureaus nodig is geweest (€ 236.000).
  • Overige verschillen tellen op tot een voordeel van € 53.000.

Treasury

Lasten (€ 93.000 nadelig): Dit voordeel is voornamelijk het gevolg van hogere rentelasten op de langlopende leningen.

Baten (€ 251.000 voordelig): Dit voordeel is het gevolg van een hogere rentebate op schatkistbankieren.

Gemeentefonds

Baten (€ 486.000) voordelig): Dit voordeel is met name het gevolg van de extra middelen die het Rijk bij de decembercirculaire 2025 beschikbaar heeft gesteld. Het betreft o.a. compensatie voor de meerkosten die gemeenten maken in het sociaal domein in verband met de opvang van Oekraïense ontheemden, aanvullende ondersteuning lokale energiehulp en versterking regie volkshuisvesting. Daarnaast is de algemene uitkering voordelig bijgesteld als gevolg van actualisatie van de verdeelmaatstaven en verrekening van voorgaande dienstjaren. 

Overige baten en lasten

Onder het product overige baten en lasten worden ramingen opgenomen die onder andere betrekking hebben op stelposten en nog niet bestemde uitgaven en inkomsten. Hierdoor fluctueren de ramingen en kunnen de werkelijke uitgaven jaarlijks afwijken van de ramingen.

Lasten (€ 458.000 voordelig). Dit voordeel wordt veroorzaakt door:

  • Van de via de algemene uitkering ontvangen middelen voor taakmutaties resteert op het product overige baten en lasten een bedrag van € 330.000 dat nog niet is besteed en/of waarvan de besteding op andere producten is verantwoord. Het betreft onder andere de resterende middelen ontvangen voor de Tweede Kamerverkiezingen (€ 154.000), participatiewet sociale infrastructuur (€ 90.000) en integraal zorgakkoord (€ 86.000).
  • Hogere kosten centraal verantwoorde personeelsbudgetten € 33.000. Het betreft lagere kosten door resterende middelen kwaliteitsimpuls (€ 389.000), frictie mobiliteit (€ 150.000) en een lagere storting in de RVU-voorziening (€ 127.000). Er zijn hogere lasten in verband met een naheffingsaanslag loonheffing 2020 (€ 201.000), hogere lasten voor ziektewet, werkhervatting gedeeltelijk arbeidsongeschikten (WGA) en werkloosheidsuitkering (WW) (€ 215.000), niet gerealiseerde projecturen door ziekte (€ 200.000) en een hogere storting in de voorziening spaarverlof (€ 83.000).
  • In 2025 is er geen beroep gedaan op de post onvoorzien uitgaven € 150.000.
  • Overige verschillen tellen op tot een voordeel van € 11.000.

Baten (€ 1.947.000 nadelig). Dit nadeel wordt veroorzaakt door:

  • In de voorjaarsnota 2024 is een stelpost opgenomen van € 1,5 miljoen vooruitlopend op het rekeningresultaat. De afwikkeling hiervan leidt tot een nadeel van € 1,5 miljoen.
  • De vrijval van de SPUK Energiearmoede in 2024 € 0,5 miljoen is ingezet ter dekking van het begrote begrotingstekort 2025. Dit was onderdeel van de herijkingsvoorstellen 2025. De afwikkeling hiervan leidt tot een nadeel van € 0,5 miljoen.
  • Overige verschillen tellen op tot een voordeel van € 52.000.

Mutaties reserves (€ 564.000 voordelig): De vrijval van de reserve financiële ruimte 2023 is in totaal € 1,8 miljoen, waarvan € 1,27 miljoen al in de slotwijziging was verwerkt. De resterende vrijval leidt tot een voordeel van € 564.000.