2.1 Programma Dorpen en wijken

2.1.0 Inleiding

Terug naar navigatie - 2.1.0 Inleiding - Visie, doelstelling en opbouw programma

We willen 'groots zijn in kleinschaligheid'. Onze gemeente bestaat uit vitale, lokale gemeenschappen, gevormd door de inwoners van dorpen, kernen en wijken. Onze inwoners ontmoeten elkaar op het sportveld, in de kerk, het dorpshuis en bij vrijwilligerswerk. Al deze gemeenschappen hebben hun eigen identiteit. In het ene dorp zijn de inwoners bijvoorbeeld zeer maatschappelijk actief. In het andere dorp leven inwoners meer hun eigen leven. Overal kennen mensen elkaar en voelen zij zich verantwoordelijk voor elkaar en voor de leefbaarheid in hun directe omgeving. Wij zijn bondgenoot van inwoners in het vergroten van de leefbaarheid. Leefbare dorpen en kernen dragen direct bij aan het welbevinden van onze inwoners en de sociale veerkracht van de diverse lokale gemeenschappen.

Binnen het programma Dorpen en Wijken zetten we in op zelfredzame en leefbare dorpen en kernen. Dit betekent dorpen en wijken waarin volop mogelijkheden zijn voor onze inwoners om elkaar te ontmoeten en initiatieven te ontplooien. De inwoners ervaren de omgeving als schoon, heel en veilig. We werken nauw samen met inwoners en organisaties om de leefbaarheid te vergroten. Dit kan op iedere plek anders vorm krijgen. Geen dorp, wijk of buurt is hetzelfde. De aanpak is dat we de zeggenschap en het eigenaarschap van onze inwoners stimuleren en ondersteunen. Activiteiten op het gebied van sport, cultuur, educatie en activiteiten voor specifieke doelgroepen, zoals jongeren en ouderen, dragen wezenlijk bij aan leefbaarheid in de dorpen en wijken. Ze geven kleur en identiteit én stimuleren ontmoeting en samen bezig zijn. Ontmoeting vindt vaak plaats in maatschappelijke accommodaties. We willen dan ook dat ieder dorp beschikt over een gelegenheid of voorziening om elkaar te kunnen ontmoeten. Ons streven is om de voorzieningen die van belang zijn voor het dagelijks leven, zo dicht mogelijk bij mensen te brengen of te zorgen dat deze goed bereikbaar zijn. Ook de openbare ruimte is van belang voor de identiteit van een dorp of wijk en het woonplezier van onze inwoners. We vergroten de leefbaarheid door inwoners meer zeggenschap en zelfbeheer te geven over bijvoorbeeld het groen in de wijk. We zijn verantwoordelijk voor het afgesproken kwaliteitsniveau. 

 

2.1.1 Het versterken van de sociale cohesie

Algemeen

Terug naar navigatie - 2.1.1 Het versterken van de sociale cohesie - Algemeen

Het is prettig wonen en leven in onze dorpen en wijken. Inwoners zijn zelf primair verantwoordelijk voor hun eigen leefomgeving. Wij zorgen ervoor dat inwoners invloed hebben op hun leefomgeving en samen met ons kunnen werken aan het verbeteren van hun wijk of dorp. Dit doen we onder andere vanuit het programma Gebiedsgericht werken. 

Gebiedsgericht werken betekent dat we meer denken vanuit de leefwereld van onze inwoners, dat we samenwerken met onze inwoners en maatschappelijke partners aan problemen, kansen, ideeën, én opgaven in een gebied in samenhang oppakken. Het doel van gebiedsgericht werken is dat plannen en beleid beter aansluiten bij de behoeften van onze inwoners, dat die beide effectiever zijn en dat inwoners meer invloed hebben op hun leefomgeving. Samenwerking met onze inwoners is onmisbaar. We werken aan deze doelen door met maatschappelijke partners en inwoners naar een dorp, wijk of gebied te kijken en in kaart te brengen wat er speelt en leeft. Welke kansen zijn er? Welke opgaven spelen er of gaan er spelen? In combinatie met het gebruik van data stellen we prioriteiten en maken afspraken over het vervolg.

In 2025 hebben we in verschillende dorpen en wijken stappen gezet in deze werkwijze. Daarnaast hebben we een tussenevaluatie gedaan om te kijken wat goed gaat en waar we bij moeten sturen. In 2026 gaan we met de uitkomsten van die evaluatie aan de slag. Daarnaast is in 2025 nieuw beleid vastgesteld voor participatie. Dit beleid laat zien dat we de inbreng van de inwoners belangrijk vinden en geeft kaders voor hoe we die inbreng ophalen en meenemen in onze plannen en beleid. 

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - 2.1.1 Het versterken van de sociale cohesie - Doelstellingen

Inwoners hebben meer invloed op hun leefomgeving en voelen zich betrokken bij maatschappelijke vraagstukken.

Terug naar navigatie - 2.1.1 Het versterken van de sociale cohesie - Doelstellingen - Inwoners hebben meer invloed op hun leefomgeving en voelen zich betrokken bij maatschappelijke vraagstukken.

Inwoners hebben en ervaren invloed op en zeggenschap over hun dorp of wijk. We werken samen met onze inwoners aan problemen, kansen, ideeën, en opgaven in een gebied. Inwoners nemen regie over zaken die zij zelf willen aanpakken en hebben een aanspreekpunt om ideeën en zorgen over hun leefomgeving mee te bespreken. Dit leidt tot beleid en plannen die aansluiten bij de behoeften van onze inwoners en effectiever zijn. 

We stimuleren de betrokkenheid die inwoners voelen bij hun wijk of omgeving en hun bereidheid om zich daar vrijwillig voor in te zetten. Het gaat ook om het stimuleren van ontmoeting tussen inwoners. Daarbij hebben we speciale aandacht voor inwoners die moeilijk te bereiken zijn en die niet op eigen kracht volwaardig mee kunnen doen aan de maatschappij.

Nij Begun
Het kabinetsplan ‘Nij Begun’ bestaat uit 50 maatregelen die gericht zijn op het oplossen van de problemen die het gevolg zijn van de aardgaswinning. Het kabinet beschrijft in haar plan een gebiedsgerichte crisisaanpak voor versnelling van de versterking. Daarin wordt nadrukkelijk de verbinding gelegd tussen versterking, schadeafhandeling en leefbaarheid. Nij Begun wordt nader toegelicht in programma 5. Gevolgen gas- en zoutwinning én NPG.

Acties

2.1.2 Deelname aan het maatschappelijk leven

Algemeen

Terug naar navigatie - 2.1.2 Deelname aan het maatschappelijk leven - Algemeen

Cultuur, kunst, archeologie, erfgoed en monumentenzorg geven samen kleur aan de identiteit, kracht en eigenheid van Midden-Groningen. Onze gemeente heeft vele gezichten. Inwoners en omgeving verschillen zichtbaar van elkaar en dat hangt voor een groot deel samen met de geschiedenis van onze streek. Juist daarom bieden cultuur en erfgoed herkenning en houvast: ze maken zichtbaar waar we vandaan komen en wat ons eigen maakt. Inwoners voelen zich thuis in hun omgeving en zijn er trots op. Dat versterkt en verbindt de samenleving en geeft sociale veerkracht. Cultuur kun je maken én meemaken. Zelf kunst maken, of ernaar kijken en luisteren, brengt verdieping in het dagelijks leven. Het helpt om anders te kijken en maakt creatiever. Het is de moeite waard om dit te behouden én te verspreiden, zodat iedere inwoner ermee in aanraking kan komen. Daar beginnen we al vroeg mee: op school, met cultuureducatie en erfgoedlessen. Erfgoed en cultuur maken Midden-Groningen bovendien aantrekkelijk voor bezoekers en toeristen. Zo maken zij kennis met de geschiedenis en de eigenheid van onze dorpen en onze streek.

Doelstellingen

Terug naar navigatie - 2.1.2 Deelname aan het maatschappelijk leven - Doelstellingen

b. Cultuur in Kielzog Theater, Muziekschool en Kunstwerkplaats

Terug naar navigatie - 2.1.2 Deelname aan het maatschappelijk leven - Doelstellingen - b. Cultuur in Kielzog Theater, Muziekschool en Kunstwerkplaats

Kielzog ontvangt jaarlijks subsidie en is, naast Biblionet en de Fraeylemaborg, onderdeel van onze culturele infrastructuur. Vanuit de missie 'Kielzog toont kunst, maakt kunst en onderwijst in de beoefening van kunst, draagt zij bij aan ontwikkeling en leefbaarheid in Midden-Groningen. Kielzog biedt een breed programma waarin je kunst kunt bekijken én zelf kunt maken: professionele voorstellingen in het theater en een uitgebreid cursusaanbod (zoals muziek, beeldend, dans en fotografie). Daarnaast organiseert Kielzog projecten en evenementen verspreid over de gemeente en werkt het samen met alle scholen in onze gemeente.

Voor verenigingen, makers en organisaties is Kielzog ook een plek om te spelen, te presenteren en te ontmoeten. Er zijn zalen en ruimtes voor evenementen van 5 tot 400 personen, met ondersteuning van techniek tot catering, en gratis parkeren vlakbij. De cultuurcoaches van Kielzog zorgen voor culturele verbindingen in de gemeente: ze brengen culturele vragen en aanbod bij elkaar en zijn een spil tussen inwoners en scholen en de culturele projecten die Kielzog (samen) uitvoert. Via Kielzog komt elk kind in de gemeente jaarlijks in aanraking met kunst, muziek en theater.

In 2025 realiseerde Kielzog 140.966 kunstmomenten. Een kunstmoment is een contactmoment waarbij iemand in aanraking kwam met theater, muziek (actief of als publiek) of beeldende kunst. Bijna de helft daarvan (49%) betrof jongeren tot 21 jaar. Daarnaast programmeerde Kielzog ruim 130 professionele voorstellingen en faciliteerde het 12 culturele verhuringen. Wekelijks volgden 730 cursisten lessen bij de muziekschool en 765 bij de kunstwerkplaats. Via het onderwijs werden 8.449 leerlingen bereikt.

c. Bibliotheek ontwikkelt taal, cultuur, lezen en digitale vaardigheden

Terug naar navigatie - 2.1.2 Deelname aan het maatschappelijk leven - Doelstellingen - c. Bibliotheek ontwikkelt taal, cultuur, lezen en digitale vaardigheden

In 2025 is in samenwerking met Biblionet Groningen gewerkt aan het versterken van de maatschappelijke functies van de bibliotheek. De bibliotheek vervulde een belangrijke rol als toegankelijke publieke voorziening waar inwoners konden leren, ontwikkelen en ontmoeten. Daarnaast konden zij ondersteuning konden krijgen bij het versterken van basisvaardigheden. Via culturele programmering en activiteiten stimuleerde de bibliotheek ontmoeting, lokale identiteit en deelname aan kunst en cultuur in de verschillende kernen. Deze inzet versterkte de zelfredzaamheid en participatie van inwoners. Dit past bij de voorbereidingen op de landelijke zorgplicht voor gemeenten voor een volwaardige bibliotheekvoorziening.

Om de toegankelijkheid van bibliotheekvoorzieningen verder te vergroten is Biblionet eind 2025 gestart met de pilot 'Mobiele Bibliotheek'. Hiermee werd het bibliotheekaanbod ook op andere locaties dichter bij inwoners gebracht. De inzet op basisvaardigheden en digitale inclusie sloot aan bij bredere regionale en landelijke ontwikkelingen, waaronder de Sociale Agenda Nij Begun, waarin het versterken van basisvaardigheden en digitale vaardigheden van inwoners een belangrijke pijler vormde.

Acties

d. Het historisch erfgoed Fraeylemaborg openstellen.

Terug naar navigatie - 2.1.2 Deelname aan het maatschappelijk leven - Doelstellingen - d. Het historisch erfgoed Fraeylemaborg openstellen.

Landgoed Fraeylemaborg is belangrijk cultureel erfgoed voor de provincie Groningen én voor Nederland. De Fraeylemaborg is als compleet ensemble bewaard gebleven. De borg, het schathuis, het koetshuis, de oranjerie en het uitgestrekte park zijn rijksmonumenten die als samenhangend geheel uitzonderlijk zijn. Jaarlijks bezoeken tientallen scholen de borg voor educatieve projecten. Fraeylemaborg biedt ruimte aan een cultuurcoach om activiteiten te organiseren op het gebied van erfgoed en geschiedenis. Dit gebeurt voor scholen, maar ook voor groepen als nieuwkomers en ouderen. De Fraeylemaborg is belangrijk als onderdeel van de leefomgeving van omwonenden, als pijler van het culturele voorzieningenniveau en als essentieel onderdeel van de toeristische infrastructuur van de provincie Groningen. 

In 2025 kwamen er in totaal 138.219 bezoekers naar Landgoed Fraeylemaborg. Daarvan kwamen 26.419 bezoekers voor het museum en/of één van de evenementen. Dat zijn er minder dan in 2024 (37.932 bezoekers). Dit verschil heeft vooral te maken met minder evenementen (er was geen lichtfestival, in 2024 nog goed voor 6.000 bezoekers) en pech met de weersomstandigheden. Het bezoek aan het museum en de exposities is constant gebleven (rond de 16.000). Het park van de Fraeylemaborg blijft heel populair: 111.900 bezoekers. In 2025 bezochten meer dan 1.300 kinderen van 34 verschillende scholen de Fraeylemaborg in schoolverband. Fraeylemaborg fungeert ook als trouwlocatie. Het afgelopen jaar werden er 43 huwelijken gesloten.

e. Beeldende kunst en gedenktekens/monumenten onderhouden en realiseren

Terug naar navigatie - 2.1.2 Deelname aan het maatschappelijk leven - Doelstellingen - e. Beeldende kunst en gedenktekens/monumenten onderhouden en realiseren

Beeldende kunst in de openbare ruimte zorgt voor herkenning en geeft karakter aan dorpen en wijken. Gedenktekens en oorlogsmonumenten doen dat ook en zijn plekken van herdenking en troost. Onze gemeente heeft ongeveer 100 kunstwerken en gedenktekens in de openbare ruimte. Wij hebben deze in 2025 onderhouden. Samen met de Stichting Herdenkingsstenen Midden-Groningen zijn de laatste struikelstenen in de gemeente geplaatst en onthuld. Voor ieder weggevoerd slachtoffer van de Tweede Wereldoorlog is er nu een struikelsteen in de gemeente.

Acties

f. Uitvoering geven aan het Erfgoedprogramma

Terug naar navigatie - 2.1.2 Deelname aan het maatschappelijk leven - Doelstellingen - f. Uitvoering geven aan het Erfgoedprogramma

Het Groninger erfgoed bewaren. Ons erfgoed is van belang, omdat het zorgt voor thuis voelen en herkenbaarheid van een gebied. Het vertelt de geschiedenis en ontwikkeling van onze leefomgeving en draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit van wijk en dorp. In 2025 hebben we samen met andere overheden het Erfgoedprogramma geactualiseerd en verlengd. In dit Erfgoedprogramma is aangegeven hoe we ons erfgoed willen behouden, beschermen en ontwikkelen. Er is met name aandacht geweest voor het zorgvuldig versterken en verduurzamen van monumenten en karakteristieke panden. We hebben in 2025 ook de Kerkenvisie vastgesteld, waarin speciale aandacht is voor de toekomst van kerken. Naast dat we uitvoering geven aan het beleidsprogramma promoten we erfgoed en de geschiedenis van onze gemeente op de landelijke Open monumentendagen.

Acties

g. Beschermen archeologische waarden

Terug naar navigatie - 2.1.2 Deelname aan het maatschappelijk leven - Doelstellingen - g. Beschermen archeologische waarden

Bij grondwerkzaamheden moet vooraf onderzocht worden of er archeologische waarden aanwezig zijn. Dit volgt uit de Erfgoedwet.

Acties

2.1.3 Sport en bewegen

Algemeen

Terug naar navigatie - 2.1.3 Sport en bewegen - Algemeen

Elke week doen duizenden inwoners in onze gemeente mee aan sport- en beweegactiviteiten. Ze doen dat als sporter, vrijwilliger of professional. We bouwen aan een gemeente waar sporten en bewegen voor iedereen mogelijk én leuk is. We richten ons extra op mensen die kwetsbaar zijn. Ook zij moeten makkelijk kunnen meedoen, zich ontwikkelen en prettig leven. Sport en bewegen helpt daarbij. Het zorgt voor meer welzijn, een betere gezondheid en verbinding.

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - 2.1.3 Sport en bewegen - Doelstellingen

a. Het vergroten van het aandeel inwoners dat regelmatig sport en beweegt

Terug naar navigatie - 2.1.3 Sport en bewegen - Doelstellingen - a. Het vergroten van het aandeel inwoners dat regelmatig sport en beweegt

We willen dat alle inwoners, met of zonder beperking, kunnen sporten en bewegen. Daarom stimuleren we beweging bij jeugd, ouderen en kwetsbare groepen. Het aanbod moet passen bij wat mensen willen. Waar mogelijk zorgen we dat geld geen belemmering is. We verbeteren de toegankelijkheid van sportplekken en speelruimtes in de buitenlucht. Hierbij is er ook aandacht voor ontmoeting. Een team van buurtsportcoaches helpt hierbij. Zij organiseren activiteiten na school, tijdens vakanties, bij schoolvoetbal en de schoololympiade. Ook op feestdagen zijn er sportmomenten.

Acties

b. Het bevorderen van vitale en toekomstbestendige sportverenigingen

Terug naar navigatie - 2.1.3 Sport en bewegen - Doelstellingen - b. Het bevorderen van vitale en toekomstbestendige sportverenigingen

Een belangrijk aandachtspunt de komende jaren is het investeren in kwalitatief sterke sportaanbieders die vooriedereen toegankelijk en veilig zijn. Meer inwoners voelen zich aangesproken en uitgenodigd om te gaan sporten bij sportverenigingen, ondernemende sportaanbieders of via anders georganiseerd aanbod. In het stimuleren van beweging zijn toekomstbestendige sportverenigingen cruciaal. De gemeente kijkt graag samen met sportverenigingen hoe meer inwoners, jong en oud, (structureel) in beweging kunnen komen en betrekt daarbij ook de inwoners zelf om het aanbod goed aan te laten sluiten bij de huidige behoefte. 

Acties

c. Het harmoniseren van het accommodatiebeleid

Terug naar navigatie - 2.1.3 Sport en bewegen - Doelstellingen - c. Het harmoniseren van het accommodatiebeleid

Door de herindeling bestaan er grote verschillen in de afspraken met, en ondersteuning van, sportverenigingen met betrekking tot de sportaccommodaties. Door de harmonisatie van het accommodatiebeleid maken we eerlijke en eenduidige afspraken samen met sportverenigingen. Hiermee werken we toe naar een toekomstbestendige sportinfrastructuur. 

Acties

2.1.4 Veiligheid op het gebied van wonen, werken en leven

Algemeen

Terug naar navigatie - 2.1.4 Veiligheid op het gebied van wonen, werken en leven - Algemeen

Wij zetten ons in voor een veilige en leefbare woonomgeving voor inwoners en ondernemers in Midden-Groningen. Veiligheid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Daarom werken wij intensief samen met veiligheidspartners zoals de politie, het Openbaar Ministerie, de Veiligheidsregio Groningen, het RIEC, het Zorg- en Veiligheidshuis, maatschappelijke instellingen, woningcorporaties, ondernemers en inwoners. 

We hebben gewerkt in overeenstemming met het Integraal Veiligheidsbeleid 2025–2028 dat in 2025 is vastgesteld. Dit beleid geeft richting aan de gemeentelijke inzet op veiligheid en leefbaarheid en is gebaseerd op landelijke en regionale kaders, een veiligheidsanalyse en lokale prioriteiten. De uitvoering kenmerkt zich door een integrale benadering, waarbij preventie, handhaving en nazorg in samenhang worden ingezet. 

De inzet richt zich op de volgende prioritaire veiligheidsthema’s:

  • ondermijning;
  • jeugd en veiligheid;
  • verbeteren van veiligheid en leefbaarheid in wijken (NPG);
  • mensenhandel;
  • maatschappelijke onrust;
  • personen met onbegrepen gedrag.
  • Daarnaast zijn cybercriminaliteit, crisisbeheersing, actualisering van de APV en evenementenbeleid benoemd als strategische en doorlopende thema’s.  

 
Maatschappelijke onrust of verdeeldheid bij overheidsbeslissingen. 

Bij ondermijnende criminaliteit of ondermijning gaat het vrijwel altijd om misdaden die worden uitgevoerd in georganiseerd verband. Voorbeelden hiervan zijn: 

  • Georganiseerde drugscriminaliteit;
  • Fraude en misbruik in de vastgoedsector;
  • Witwassen en financieel-economische criminaliteit en mensenhandel 

Problemen op het gebied van leefbaarheid en veiligheid komen vooral voor in wijken waar sprake is van een opeenstapeling van problemen zoals armoede, schulden, lage opleiding, wonen en (psychische) gezondheid. De uitzichtloosheid voor sommige gezinnen/inwoners maakt die onder meer bevattelijk voor drugs en drugs gerelateerde criminaliteit. Ook thuisprostitutie en prostitutie gerelateerde criminaliteit kunnen voor deze inwoners een weg naar snel geld verdienen zijn. De gevolgen worden niet overzien. Binnen de kortste keren raken inwoners (met een extra risico voor jongeren) verstrikt in de criminaliteit. En als je eenmaal ín de fuik' zit is het lastig om eruit te komen. 

 

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - 2.1.4 Veiligheid op het gebied van wonen, werken en leven - Doelstellingen

a. Aanpak georganiseerde en ondermijnende criminaliteit

Terug naar navigatie - 2.1.4 Veiligheid op het gebied van wonen, werken en leven - Doelstellingen - a. Aanpak georganiseerde en ondermijnende criminaliteit

Georganiseerde en ondermijnende criminaliteit blijft een structurele bedreiging voor de veiligheid en integriteit van de samenleving. Het vraagt om een stevige bestuurlijke aanpak, versterking van de informatiepositie en intensieve samenwerking binnen en buiten de gemeente.

Acties

b. Effectieve verbinding veiligheid en zorg

Terug naar navigatie - 2.1.4 Veiligheid op het gebied van wonen, werken en leven - Doelstellingen - b. Effectieve verbinding veiligheid en zorg

Veiligheidsvraagstukken raken steeds vaker aan zorgproblematiek. Personen met onbegrepen gedrag en multiproblematiek vragen om een integrale, domeinoverstijgende aanpak, gericht op het voorkomen van escalatie. Casuïstiek, bijvoorbeeld bij (woon)overlast, wordt volgens het AVE (Aanpak Voorkomen van Escalatie) model opgepakt. Deze werkwijze richt zich op vroegsignalering, duidelijke regieafspraken en domeinoverstijgende samenwerking tussen zorg, veiligheid en het sociaal domein. Door het gezamenlijk wegen van signalen en het tijdig inzetten van passende zorg- en veiligheidsinterventies is escalatie zoveel mogelijk voorkomen. Indien nodig zijn casussen opgeschaald naar het Zorg- en Veiligheidshuis Groningen voor procesregie. 

Jeugd en jonge aanwas 
Jongeren lopen risico om betrokken te raken bij criminaliteit, zowel offline als online. Preventie, vroegsignalering en samenwerking met onderwijs, jeugdwerk en zorgpartners zijn essentieel. 

Acties

c. Veilige woon- en leefomgeving

Terug naar navigatie - 2.1.4 Veiligheid op het gebied van wonen, werken en leven - Doelstellingen - c. Veilige woon- en leefomgeving

In wijken en dorpen is ingezet op een combinatie van preventie, toezicht en handhaving. Hierbij is gebiedsgericht gewerkt op basis van meldingen, analyses en signalen van partners. Bestuurlijke maatregelen zijn ingezet bij ernstige overlast of verstoring van de openbare orde. Daarnaast is uitvoering gegeven aan het NPG-project Verbeteren Veiligheid Midden-Groningen, waarin samen met inwoners en partners wordt gewerkt aan structurele verbetering van leefbaarheid en veiligheid. 

Acties

2.1.5 Fysieke leefbaarheid

Algemeen

Terug naar navigatie - 2.1.5 Fysieke leefbaarheid - Algemeen

De openbare ruimte vormt een belangrijke ontmoetingsplek voor inwoners, ondernemers en bezoekers. Het is de plek waar men zich verplaatst naar werk en school, waar wordt gespeeld, gesport en ontspannen. In deze openbare ruimte bevinden zich de gemeentelijke kapitaalgoederen, zoals wegen, bruggen, parken, speelplaatsen, lantaarnpalen en verkeerslichten. In 2025 is, naast het dagelijks beheer en onderhoud van de openbare ruimte, gewerkt aan diverse projecten. Het betrof onder andere werkzaamheden in het kader van de versterkingsopgave, de verdere inrichting van de wijken Gorecht en Vosholen en particuliere initiatieven voor de ontwikkeling van zonneparken. Daarnaast is ingezet op het verder verbeteren van het beheer, onder meer door het door ontwikkelen van een meerjarige integrale onderhoudsplanning.

De gemeente beheert en onderhoudt een omvangrijk areaal aan kapitaalgoederen. In de jaren voorafgaand aan 2025 was sprake van achterstanden in het beheer, mede als gevolg van onvoldoende beschikbare beheermiddelen. In 2024 is gestart met het actualiseren van beleid en beheerniveaus en het wegwerken van deze achterstanden. In dat jaar zijn onder andere de beleidsnota’s voor het beheer en onderhoud van wegen en kunstwerken vastgesteld, evenals het Water- en Rioleringsprogramma (WRP). In 2025 is verder uitvoering gegeven aan deze vastgestelde beleidskaders. Onze ambitie hierbij is dat een goed onderhouden buitenruimte bijdraagt aan leefbaarheid. In 2025 is een verdere stap gezet naar een beheer- en onderhoudsniveau dat past bij de ambities van de gemeente, waarbij bestaande achterstanden geleidelijk worden ingelopen. Zo is gewerkt aan het beheren en onderhouden van de openbare ruimte naar een niveau dat als schoon, heel, veilig en duurzaam kan worden aangemerkt. Hierbij is ingezet op een openbare ruimte waar inwoners, ondernemers en bezoekers tevreden over zijn en waarin zij zich medeverantwoordelijk voelen voor de leefbaarheid van hun dorp of wijk. Dit betrof onder andere brugrestauraties, rioolvervangingen met aanleg van gescheiden stelsels en groot onderhoud aan wegen en fietspaden.

Waar de gemeente verantwoordelijk is voor het basisbeheer en -onderhoud, is in gebiedsgerichte samenwerking met partners waar mogelijk een aanvullende kwaliteitsimpuls gerealiseerd. Daarnaast is aandacht besteed aan het toekomstbestendig maken van de openbare ruimte, met het oog op de gevolgen van klimaatverandering. De maatregelen waren met name gericht op het beperken van wateroverlast en hittestress.

Trends en indicatoren
Ook in 2025 is gebleken dat de kosten voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte verder zijn toegenomen. Deze stijging hangt samen met hogere marktprijzen, onder andere als gevolg van duurdere grondstoffen en aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt. De klimaatopgave, de energietransitie en de verdere uitrol van glasvezelnetwerken hebben in 2025 geleid tot een toename van werkzaamheden in de openbare ruimte. Wegen, voetpaden en groenstroken zijn op meerdere plekken opengebroken, wat nadelige effecten had op de kwaliteit en levensduur van de openbare ruimte. Daarnaast nam de drukte in de ondergrond verder toe door de aanleg van nieuwe kabels (glasvezel) en leidingen en de vervanging en verzwaring van bestaande netwerken. Dit heeft het gemeentelijk beheer en onderhoud, onder andere aan het rioolstelsel, bemoeilijkt en vroeg om aanvullende maatregelen. Aanvullende maatregelen betroffen onder meer extra toezicht op werkzaamheden (zoals glasvezelaanleg) en versterkte regie en afstemming in de ondergrond.

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - 2.1.5 Fysieke leefbaarheid - Doelstellingen

a. Afval: We geven uitvoering aan het vastgestelde beleidsplan

Terug naar navigatie - 2.1.5 Fysieke leefbaarheid - Doelstellingen - a. Afval: We geven uitvoering aan het vastgestelde beleidsplan

Voor 2025 gold voor de gemeente de doelstelling om maximaal 30 kg restafval per inwoner te produceren. Deze doelstelling is niet gehaald. Om hierop bij te sturen wordt vanaf 2026 ingezet op een huishoudelijk recyclingpercentage van 60%.

Er is ingezet op versterking van de rol van de afvalcoach. Afvalcoaches vormen de verbindende schakel tussen inwoners en de uitvoering van het afvalbeleid. Uit evaluaties blijkt dat de inzet van afvalcoaches leidt tot meer bewustwording, hogere betrokkenheid en een schonere leefomgeving. Door deze rol verder te versterken, kan gerichte wijkondersteuning effectiever worden ingezet. 

Ook is er ingezet op intensivering en structurele inzet van handhaving. Handhaving is noodzakelijk om de naleving van de afvalregels te verbeteren en de geloofwaardigheid van het afvalbeleid te vergroten. Waar communicatie en begeleiding onvoldoende effect hebben, is handhaving onmisbaar. Eind 2025 is de handhaving structureel ingezet. Dit draagt bij aan het verminderen van bijplaatsingen, vervuiling in containers en verkeerd aangeboden afval, die leiden tot hoge uitvoeringskosten en frustratie bij inwoners die zich wel aan de regels houden. 

Acties

b. Groen, zwerfafval en spelen: Onderhoud en beheer uitvoeren volgens vastgestelde beleids(beheer)plannen

Terug naar navigatie - 2.1.5 Fysieke leefbaarheid - Doelstellingen - b. Groen, zwerfafval en spelen: Onderhoud en beheer uitvoeren volgens vastgestelde beleids(beheer)plannen

Routes Schier en Schoon 
Het project Schier en Schoon is gestart in 2023 en bestond in 2025 uit 4 actieve routes langs kunstwerken en historische gebouwen. Daarnaast waren 2 extra routes in behandeling, maar deze waren nog niet doorgevoerd. Vrijwilligers wandelden langs de routes en ruimden daarbij zwerfafval op. Na afloop konden zij het ingezamelde zwerfafval inleveren en gebruikmaken van een gratis kopje koffie. 

Aanvullende activiteiten en inzet 
In 2025 is de E-waste Race gehouden en is de Week van de Afvalhelden actief gecommuniceerd. Daarnaast zijn de hotspots intensief bediend op 6 dagen per week. Het aantal hotspots is uitgebreid naar 8 locaties in Hoogezand/Sappemeer. 

Spelen
In 2025 is gestart met de voorbereiding van een actualisatie van het speelbeleid. Hiervoor is een inventarisatie uitgevoerd van het bestaande areaal aan speelvoorzieningen. Op basis van deze inventarisatie wordt in 2026 verdere uitwerking gegeven aan een toekomstbestendig beleidsplan. Daarnaast is in 2025 regulier onderhoud uitgevoerd en zijn inspecties uitgevoerd om de veiligheid van speelplaatsen te borgen. Waar noodzakelijk is tussentijds ingegrepen om acute gebreken te herstellen.

Groen
Ook in 2025 is het reguliere onderhoud van het openbaar groen uitgevoerd volgens Mien Toen Mien Stee. Daarbij is ingezet op het in stand houden van de groenstructuren en het verbeteren van de kwaliteit van de openbare ruimte. Daarnaast is gestart met het monitoren van de beeldkwaliteit van het groen. Deze monitoring is vastgelegd in beeldkwaliteitsresultaten en vormt een basis voor gerichte kwaliteitsverbeteringen in de komende jaren.

 

Acties

c. We beheren en onderhouden de kunstwerken, het water en de beschoeiingen

Terug naar navigatie - 2.1.5 Fysieke leefbaarheid - Doelstellingen - c. We beheren en onderhouden de kunstwerken, het water en de beschoeiingen

Beleidsbeheerplan Kunstwerken 
Het beleidsbeheerplan voor de kunstwerken is eind 2023 vastgesteld en is in 2024 opgestart voor reguliere onderhoudswerkzaamheden en brugvervangingen. Naast deze reguliere onderhoudswerkzaamheden, beginnend in 2024, is op basis van nadere inspecties een overall-MJOP opgesteld voor 2025 en verder. Het jaar 2025 is deels gebruikt om een goede voorbereiding (Europese aanbestedingen van twee raamovereenkomsten met aannemers) te treffen voor alle werkzaamheden die op ons af staan te komen.

Beleidsbeheerplan Water en Oevers 
Het beleidsbeheerplan voor Water en Oevers is Q4 2024 vastgesteld en is in 2025 opgestart voor reguliere onderhoudswerkzaamheden aan water (maaien/baggeren), oever(beschoeiingen) en steigers. Naast het opstarten van deze reguliere onderhoudswerkzaamheden is gewerkt aan een meerjarenaanpak qua organisatie (bemensing) en realisatiecapaciteit. 

Acties

d. We beheren en onderhouden de openbare verlichting volgens het vastgestelde beleidsplan

Terug naar navigatie - 2.1.5 Fysieke leefbaarheid - Doelstellingen - d. We beheren en onderhouden de openbare verlichting volgens het vastgestelde beleidsplan

Het beleidsplan openbare verlichting is in 2025 vastgesteld en hanteren wij het uitgangspunt “Donker waar het kan en licht waar het moet”. Dit betekent dat wij alleen verlichting toepassen op locaties waar dit aantoonbaar noodzakelijk is voor verkeersveiligheid, sociale veiligheid of oriëntatie op doorgaande routes. Op andere plekken geven we bewust ruimte aan natuurlijke donkerte, om redenen van biodiversiteit, energiebesparing en beperking van lichtvervuiling. Daarnaast vervangen wij oude verlichting door duurzame lampen. Dat bespaart energie en verlaagt de CO2-uitstoot. Hiermee is in 2025 invulling gegeven aan het vastgestelde beleidskader, met aandacht voor veiligheid, duurzaamheid en biodiversiteit.

Acties

e. We beheren en onderhouden het riolenstelsel volgens het vastgestelde afvalwaterbeleidsplan

Terug naar navigatie - 2.1.5 Fysieke leefbaarheid - Doelstellingen - e. We beheren en onderhouden het riolenstelsel volgens het vastgestelde afvalwaterbeleidsplan

In 2025 zijn diverse rioleringsprojecten opgestart in het kader van duurzaamheid en klimaatadaptatie. In meerdere gebieden waar sprake was van wateroverlast is de riolering vervangen of het stelsel geoptimaliseerd, met als doel het verminderen of voorkomen van wateroverlast. Waar mogelijk zijn deze projecten integraal opgepakt, in samenhang met andere beheerwerkzaamheden en disciplines.

Acties

f. We beheren en onderhouden onze wegen volgens de beleidsplannen Wegen en Gladheidsbestrijding

Terug naar navigatie - 2.1.5 Fysieke leefbaarheid - Doelstellingen - f. We beheren en onderhouden onze wegen volgens de beleidsplannen Wegen en Gladheidsbestrijding

In 2025 hebben we invulling gegeven aan het beheren- en onderhouden van onze wegen, fiets- en voetpaden. Daarbij hebben we integrale projecten (domein overstijgende werkzaamheden) opgestart en afgerond. Daarnaast zijn we ook specifiek met het eigen domein bezig geweest. Dit is voornamelijk in het groot onderhoud. Daarnaast geven we uitvoering aan het vastgestelde beleidsplan gladheidsbestrijding. De gladheidsbestrijding is uitgevoerd volgens de vastgestelde richtlijnen en het beleid, waarbij de in het uitvoeringsplan opgenomen wegen en fietspaden, zijn gestrooid. Alle routes zijn volgens afspraak binnen het gereserveerde tijdsbestek voltooid. Wanneer weersomstandigheden of lokale situaties daartoe aanleiding geven, leveren wij maatwerk om de veiligheid en bereikbaarheid te waarborgen.

Acties

2.1.6 Verplichte beleidsindicatoren (BBV)

Indicatoren

Terug naar navigatie - 2.1.6 Verplichte beleidsindicatoren (BBV) - Indicatoren
Naam indicator Eenheid Peiljaar MG Nederland
Verwijzingen Halt Aantal per 1.000 2024 10,0 9,0
jongeren 2023 8,0 9,0
2022 8,0 8,0
2021 8,0 8,0
Winkeldiefstallen Aantal per 1.000 2025 1,1 2,1
inwoners 2024 0,7 2,2
2023 1,2 2,5
2022 0,9 2,3
Geweldsmisdrijven Aantal per 1.000 2024 3,2 4,3
inwoners 2023 2,8 4,3
2022 3,3 4,5
2021 3,2 4,4
Diefstallen uit woning Aantal per 1.000 2024 0,8 1,2
inwoners 2023 1,4 1,3
2022 1,6 1,4
2021 1,8 1,4
Vernielingen en beschadigingen in de openbare ruimte Aantal per 1.000 2024 4,8 5,7
inwoners 2023 4,5 5,8
2022 5,5 6
2021 5,8 6,1
Niet-sporters % 2024 51,0% 42,5%
2022 58,0% 46,4%
Omvang huishoudelijk restafval Kg/inwoner 2024 124 148
2023 - 148
Hernieuwbare elektriciteit % 2022 96,1% 32,5%
2021 83,4% 24,9%
2020 47,3% 22,1%
2019 9,7% 16,8%
Nieuw gebouwde woningen Aantal per 1.000 2024 4,3 8,4
woningen 2023 3,4 9,1
2022 13,2 9,3
2021 5,4 8,9
De gegevens kunnen onderhevig zijn aan verandering en zijn overgenomen van waarstaatjemgemeente.nl op peildatum 18-02-2026

2.1.7 Financieel overzicht Dorpen en wijken

Terug naar navigatie - 2.1.7 Financieel overzicht Dorpen en wijken - Financieel overzicht
Bedragen x €1.000
Omschrijving Realisatie 2024 Primitief begroot 2025 Begroting 2025 na wijzigingen Realisatie 2025 Verschil 2025
Lasten
Openbare ruimte 12.711 14.216 13.517 13.012 505
Cultuur 6.975 7.185 7.766 7.084 682
Sport 5.405 5.480 6.106 6.055 51
Openbaar groen 7.345 7.921 8.402 8.186 216
Riolering 4.731 4.537 5.152 5.487 -334
Afval 8.558 8.456 8.377 9.392 -1.015
Milieu 4.927 4.560 5.389 4.804 586
Begraafplaatsen 687 787 739 658 82
Totaal Lasten 51.340 53.142 55.449 54.677 772
Baten
Openbare ruimte 992 471 1.205 1.257 -53
Cultuur 678 710 1.215 980 235
Sport 1.640 1.283 1.851 1.964 -113
Openbaar groen 221 141 378 271 107
Riolering 5.992 6.594 6.480 6.449 31
Afval 10.096 9.632 9.754 10.237 -483
Milieu 1.791 1.206 2.083 1.520 563
Begraafplaatsen 482 318 420 415 4
Totaal Baten 21.891 20.355 23.385 23.094 292
Saldo van baten en lasten voor bestemming -29.448 -32.787 -32.063 -31.584 -480
Stortingen
Openbare ruimte 1.029 0 90 90 0
Cultuur 0 0 89 181 -92
Sport 24 0 695 695 0
Milieu 593 0 0 0 0
Totaal Stortingen 1.646 0 874 966 -92
Onttrekkingen
Openbare ruimte 1.285 359 531 255 276
Cultuur 75 0 0 0 0
Sport 141 4 333 333 0
Openbaar groen 63 3 85 86 -1
Riolering 0 0 11 11 0
Afval 0 0 45 631 -586
Milieu 88 0 105 266 -161
Totaal Onttrekkingen 1.651 365 1.111 1.583 -472
Totaal mutatie reserves 5 365 237 617 -380

Toelichting

Terug naar navigatie - 2.1.7 Financieel overzicht Dorpen en wijken - Toelichting

In de financiële toelichting wordt de afwijking verklaard tussen de begroting na wijzigingen 2025 en de realisatie 2025. We lichten per product de afwijkingen ten opzichte van de begroting na laatste wijziging voor zover de afwijking groter zijn dan € 100.000 toe.

Het saldo na bestemming op het programma dorpen en wijken is € 859.000 voordelig. De lasten zijn € 772.000 lager en de baten zijn € 292.000 lager. De mutatie reserve zorgt voor een voordeel van € 380.000. We lichten hieronder per onderdeel de belangrijkste wijzigingen toe. 

Openbare ruimte

Lasten (€ 505.000 voordelig): In 2025 zijn aantal bestekken van civieltechnische kunstwerken, zijnde beweegbare- en vaste bruggen, niet uitgevoerd. De voorbereiding en inrichting van deze werken zijn opgestart, maar door weersomstandigheden zijn de werkzaamheden nog niet uitgevoerd. Dit leidt tot een voordeel van € 744.000. Dit geldt ook voor de reparatie van damwanden Gouden Driehoek Zuidbroek. De werkzaamheden zijn deels uitgevoerd. Dit komt door vertraging in de opdrachtverstrekking en weersomstandigheden. Dit resulteert in een voordeel van € 103.000. Bovengenoemde werkzaamheden schuiven door naar 2026. Daarnaast is er een voordeel van € 114.000 op openbare verlichting. Dit komt met name door lagere energiekosten en onderhoud. Verder is in 2025 meer uitgegeven aan het regulier onderhoud van verhardingen. Het gaat in totaal om € 202.000. Dit komt met name door meer werkzaamheden aan klein onderhoud wegen, belijning en gladheidsbestrijding. Ook zijn de kosten van de inzet personeel voor het uitvoeren van de reguliere werkzaamheden in de openbare ruimte toegenomen. Dit komt mede door de opgave om de beleidsbeheerplannen van wegen en kunstwerken te kunnen uitvoeren. Dit leidt tot een nadeel van € 167.000. Tot slot is er een nadeel van € 66.000 op de leges vergunningverlening en herstelwerkzaamheden kabels en leidingen. Voor de herstelwerkzaamheden krijgen we een degeneratievergoeding. Overige afwijkingen in de lasten tellen op tot een nadeel van € 21.000.

Baten (€ 53.000 voordelig): De afwijkingen in de baten tellen op tot € 53.000 voordelig. Deze afwijking wordt niet toegelicht.

Mutaties reserves (€ 276.000 nadelig): Het nadeel van € 276.000 ontstaat door een lagere onttrekking uit de reserve financiële ruimte en afschrijvingsreserve wegen. Dit heeft voor € 61.000 betrekking op de bijdrage voor planvorming stationsgebied Hoogezand-Sappemeer en voor € 215.000 op de afschrijvingsreserve wegen.

Cultuur

Lasten (€ 682.000 voordelig): Het budget voor het verbeteren van de lokale bibliotheek voorziening in Harkstede is in 2025 niet uitgegeven. De verbetering van de bibliotheek voorziening in Zuidbroek is bijna volledig afgerond in 2025. Voor beide leidt dit samen ten opzichte van de begroting tot € 228.000 lagere lasten. Hier tegenover staan ook de lagere baten uit de specifieke uitkering van het Rijk voor het verbeteren van bibliotheek voorzieningen. Per saldo heeft dit een financieel neutraal effect. Verder is er een voordeel van € 50.000 in de lasten ten aanzien van de cultuurcoach van het Kielzog. Deze lasten zijn vanuit de Brede SPUK subsidie Gezond en Actief Leven (GALA) betaald. Daarnaast zijn de lasten in 2025 voor cultuurcentra, musea en bibliotheek lager uitgevallen dan begroot, het voordeel is € 204.000. Deze lasten zijn deels uit Brede SPUK middelen betaald. De uitgaven voor het leefbaarheidsfonds en samenkracht-cofinanciering zijn onder het subsidieplafond gebleven het voordeel is € 71.000. Verder zijn de toegerekende salarislasten ten aanzien van de personele inzet voor culturele organisaties en initiatieven lager dan begroot. Dit resulteert in een voordeel van € 31.000. In 2025 zijn minder subsidies uit het monumentenbudget 2025 aangevraagd. Dit resulteert in een voordeel van € 44.000. Tot slot zijn de incidentele gelden 2025 voor het meerjarig programma gebiedsgericht werken (GGW) niet volledig uitgegeven. In 2025 is het programma GGW verder opgestart, maar doordat de basisinrichting meer tijd vergde dan voorzien, is een deel van het incidentele budget niet benut. Daarnaast bleken beoogde trainingen pas later, in 2026, plaats te kunnen vinden. Dit leidt in 2025 tot een voordeel van € 36.000. Overige afwijkingen in de lasten, waaronder een voordeel op de toegerekende huisvestingslasten door lagere onderhouds- en energielasten, tellen op tot een voordeel van € 18.000.

Baten (€ 235.000 nadelig): In 2025 zijn er geen kosten gemaakt voor het verbeteren van de lokale bibliotheek voorziening in Harkstede, waardoor de dekking vanuit de specifieke uitkering van het Rijk (SPUK) ook lager is. Dit leidt tot een nadeel van € 228.000. Overige plussen en minnen tellen op tot een nadeel van € 7.000. 

Mutaties reserves (€ 92.000 nadelig): In de reserve resultaat bestemming financiële ruimte 2025 is € 92.000 gestort. Deze middelen zijn afkomstig uit de decentralisatie uitkering van het Rijk om de wettelijke zorgplicht voor openbare bibliotheken te ondersteunen. In 2026 worden deze middelen besteed.

Sport

Lasten (€ 51.000 voordelig): De afwijkingen in de lasten tellen op tot € 51.000 voordelig. Deze afwijking wordt niet toegelicht.

Baten (€ 113.000 voordelig): De uitkering van het Rijk voor de specifieke uitkering Sport (btw-compensatie op sport) is € 126.000 hoger dan begroot. De reden is dat we de definitieve afrekening van 2023 later ontvangen hebben. Daarnaast is de definitieve afrekening van 2024 verwerkt en het voorschot van 2025. De baten komen daardoor hoger uit. De opbrengsten van verhuur sportaccommodaties en zwemlessen zijn per saldo hoger het voordeel is € 13.000. Overige plussen en minnen tellen op tot een nadeel van € 26.000.

Openbaar groen

Lasten (€ 216.000 voordelig): In 2025 zijn niet alle werkzaamheden voor het verplaatsen van het kunstwerk gasmolecuul uitgevoerd. Dit resulteert in lager lasten € 169.000. Hiertegen over staan ook lagere baten. Per saldo is dit neutraal.  Verder zijn de kosten voor het onderhoud aan kunstwerken lager uitgevallen dan begroot. Dit leidt tot een voordeel van € 21.000. Daarnaast zijn de uitbestede werkzaamheden voor bomen toegenomen. Door droogte hebben we de bomen meer water moeten geven en zijn in het kader van veiligheid meer bomen gesnoeid en zijn de onderhoudskosten aan bomen toegenomen. Dit leidt tot een nadeel van € 120.000. Hiertegenover staat dat we in 2025 op de inzet van personeel inclusief BWRI en ingeleend personeel minder hebben uitgegeven. Dit resulteert in een voordeel van € 83.000. Verder hebben we in 2025 minder exoten hoeven te bestrijden. Dit heeft in € 47.000 minder onderhoudskosten geresulteerd. Overige afwijkingen in de lasten waaronder lagere onderhoudskosten tractie tellen op tot een voordeel van € 16.000.

Baten (€ 107.000 nadelig): Voor het verplaatsen van het gasmolecuul krijgen we een vergoeding. Doordat in 2025 niet alle werkzaamheden voor het verplaatsen van het kunstwerk gasmolecuul zijn uitgevoerd, hebben we in 2025 minder baten gerealiseerd dan begroot. Dit leidt tot een nadeel van € 169.000. Tot slot hebben we voor schades aan en verkoop van voertuigen meer baten gerealiseerd dan begroot. Dit resulteert in een voordeel van € 58.000. Overige afwijkingen in de baten tellen op tot een voordeel van € 4.000.

Mutaties reserves (€ 1.000 voordelig): De afwijkingen in de mutaties reserves tellen op tot € 1.000 voordelig. Deze afwijking wordt niet toegelicht.

Riolering

Lasten (€ 334.000 nadelig): Het nadeel is grotendeels het gevolg van een hogere storting van € 1,051 miljoen in de voorziening rioolheffing dan begroot. De hoogte van de storting wordt op basis van integrale kostendekkendheid bepaald, zie paragraaf 3.2 Paragraaf lokale heffingen. Daarnaast zijn de energiekosten van de rioolgemalen hoger uitgevallen door gestegen prijzen. Dit leidt tot een nadeel van € 33.000. Hiertegen over staat een afname van uitbestede riool onderhoudswerkzaamheden van € 515.000. Verder hebben we minder in de voorziening dubieuze debiteuren voor het innen van de rioolheffing hoeven te storten. De voorziening is op niveau om oninbare vorderingen rioolheffing op te vangen. Dit leidt tot een voordeel van € 76.000. En zijn er in 2025 minder subsidies voor het afkoppelen van hemelafvoer en regentonnen aangevraagd. Dit resulteert in een voordeel van € 50.000. Door niet ingevulde vacatureruimte ontstaat een voordeel van € 118.000. Overige afwijkingen in de lasten tellen op tot een nadeel van € 9.000.

Baten (€ 31.000 nadelig): De afwijkingen in de baten tellen op tot € 31.000 nadelig. Deze afwijking wordt niet toegelicht.

Afval

Lasten (€ 1.015.000 nadelig): Het nadeel is grotendeels het gevolg van een hogere storting van € 1,208 miljoen in de voorziening afvalstoffen dan begroot. De hoogte van de storting wordt op basis van integrale kostendekkendheid bepaald, zie paragraaf 3.2 Paragraaf lokale heffingen. Daarnaast zijn de kosten van de inzet tractie materieel voor het inzamelen van afval toegenomen. Dit komt met name door schades aan afval inzamelvoertuigen en kosten voor huur van tractie materieel door de schade en inzameling GFT gedurende de zomer. Dit leidt tot een nadeel van € 134.000. Verder hebben we minder in de voorziening dubieuze debiteuren voor het innen van de afvalstoffenheffing hoeven te storten. De voorziening is op niveau om oninbare vorderingen afvalstoffenheffing op te vangen. Dit leidt tot een voordeel van € 69.000. Ook zijn de verwerkingskosten van het inzamelen van overige afvalstromen (zoals grofvuil, hout, klein gevaarlijk afval en papier) met € 109.000 afgenomen. Dit komt door minder aanbod van afval. Daarnaast hebben we minder uitgegeven aan het inzamelen van zwerfvuil. Dit leidt tot een voordeel van € 47.000. Hiertegenover staan ook minder baten. Overige afwijkingen in de lasten tellen op tot een voordeel van € 102.000.

Baten (€ 483.000 voordelig): Het voordeel is grotendeels het gevolg van een afwijking in de mutatie op de voorziening afvalstoffen van € 391.000. De hoogte van de mutatie wordt op basis van integrale kostendekkendheid bepaald, zie paragraaf 3.2 Paragraaf lokale heffingen. Voor het inzamelen van overige afvalstromen zoals grofvuil, glas en PMD (plastic verpakkingen, metalen verpakkingen (blik) en drankpakken) hebben we 
€ 44.000 meer aan inkomsten ontvangen. Verder hebben we meer inkomsten uit het inzamelen van bedrijfsafval ontvangen. Dit leidt tot een voordeel van € 39.000. Overige afwijkingen in de baten tellen op tot een voordeel van € 9.000. 

Mutaties reserves (€ 586.000 voordelig): Het voordeel van € 586.000 ontstaat door een onttrekking uit de reserve financiële ruimte. Dit heeft betrekking op de inzet van de restant gelden energietoeslag voor de kostendekking afvalstoffenheffing. Genoemde heeft uw raad besloten bij het vaststellen van het voorstel ‘’verhogen van de dekkingsgraad van de afvalstoffenheffing’’.

Milieu

Lasten (€ 586.000 voordelig): De lasten voor de capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE) zijn € 301.000 lager dan begroot. Het betreffen personele kosten van met name het programma Energie en duurzaamheid. Dit komt voornamelijk omdat er een verschuiving heeft plaatsgevonden naar het budget van Wijkuitvoeringsplannen (een voorloper van de CDOKE-middelen). Hier staan ook lagere baten tegenover, per saldo heeft het geen effect. Voor Wijkuitvoeringsplannen zijn de lasten € 212.000 hoger dan begroot. De lasten voor het project Aanpak Energiearmoede zijn € 197.000 lager dan begroot. Hier staan ook lagere baten tegenover, per saldo heeft het geen effect. Voor het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) zijn de lasten € 42.000 lager dan begroot. Hier staan ook lagere baten tegenover, per saldo heeft het geen effect. Lagere toegerekende salariskosten aan dit product leiden tot een voordeel van € 150.000. Het uitvoeringsbudget van Duurzaamheid is niet volledig besteed, dit leidt tot lagere lasten van € 48.000. Overige verschillen tellen op tot een voordeel van € 60.000.

Baten (€ 563.000 nadelig): Zie ook de toelichting bij de lasten. De baten voor CDOKE zijn € 301.000 lager dan begroot. De baten voor het project Aanpak Energiearmoede zijn € 197.000 lager dan begroot. De baten voor het NIP zijn € 42.000 lager dan begroot. Overige verschillen tellen op tot een nadeel van € 23.000.

Mutatie reserve (€ 161.000 voordelig): Er was een onttrekking van € 27.000 begroot ter dekking van de kosten voor het klimaatadaptatieplan, dit is niet ingezet. Er is € 188.000 onttrokken uit de reserve financiële ruimte 2023 ter dekking van de kosten Wijkuitvoeringsplannen, dit was begroot op het product overige baten en lasten.

Begraafplaatsen

Lasten (€ 82.000 voordelig): De afwijkingen in de lasten tellen op tot € 82.000 voordelig. Deze afwijking wordt niet toegelicht.

Baten (€ 4.000 nadelig): De afwijkingen in de baten tellen op tot € 4.000 nadelig. Deze afwijking wordt niet toegelicht.