In de financiële toelichting wordt de afwijking verklaard tussen de begroting 2025 en de begroting 2024. Het nadelig saldo van de lasten en baten op het programma Sociaal 2025 is toegenomen met € 7,240 miljoen ten opzichte van begroting 2024. Het nadelig saldo na mutatie reserves is toegenomen met € 7,777 miljoen. We lichten per product de belangrijkste wijzigingen toe.
Inkomensregelingen
Het saldo bij het product Inkomensregelingen na reservemutaties is ten opzichte van 2024 met € 1.005.000 verslechterd. De lasten zijn met € 2.672.000 toegenomen, de baten met € 1.665.000 toegenomen en de onttrekking aan de reserve is met € 2.300 afgenomen.
Lasten (€ 2.672.000 nadelig): De lasten BUIG periodieke bijstandsuitkeringen nemen toe met € 508.000 door loonindexatie. We verwachten een lichte daling van het aantal bijstandsuitkeringen. Het verstrekkingsbeleid van loonkostensubsidie is in juni vastgesteld door de Raad voor Nieuw Beschut medewerkers die in dienst zijn van het Werkbedrijf, afspraakbanen en ontwikkelbanen. De loonwaarde wordt nu standaard 30% waardoor de loonkostensubsidie stijgt naar 70%. Daarnaast verwachten we een toename van 20fte per jaar waardoor de lasten voor loonkostensubsidie ten opzichte van 2024 toenemen met € 1.658.000 hier tegenover staan ook extra baten. De Studietoeslag is een zelfstandige uitkering geworden waardoor de lasten toenemen met € 103.000. Doordat een grote groep het Meedoenfonds weet te bereiken en hiermee een hoger beroep op dit fonds gedaan wordt nemen de lasten toe met € 37.000 ten opzichte van 2024. Vanwege hogere lasten bewindvoering in de bijzondere bijstand nemen de lasten met € 50.000 toe. De salarislasten zijn gestegen door indexatie, toegerekende salarislasten en door het toevoegen van Team Erop af (naar aanleiding van het raadsbesluit Voortzetting Team Erop af) in de formatie. De toename is € 239.000. Vanwege indexatie stijgen de lasten voor kwijtschelding belastingen/heffingen het nadeel is € 23.000. De diverse huisvestingslasten nemen toe met € 33.000 vanwege toevoegen van het pand Molenraai. Overige plussen en minnen tellen op tot een nadeel van € 21.000.
Baten (€ 1.665.000 voordelig): Op basis van de Rijksbegroting en Voorjaarsnota van het Rijk is de verwachting dat de baten van de BUIG toenemen met € 1.870.000 ten opzichte van de begroting 2024. Dit is het gevolg van de systematiek van de BUIG, de bijdrage die we werkelijk ontvangen is afhankelijk van de realisatie van 2024. Belangrijkste oorzaak van de verhoging is de toename van de lasten voor loonkostensubsidie, zie toelichting bij lasten. Deze worden vergoed op basis van werkelijke kosten. Het aantal Bbz-uitkeringen is gedaald ten opzichte eerdere jaren waardoor het verhaal op deze uitkering naar beneden bijgesteld kan worden. Het nadeel in de baten is € 100.000. Daarnaast betaalt de gemeente aan het Rijk 75% van de vergoeding van de verstrekte bedrijfskredieten, hiervoor is een balanspost beschikbaar om deze lasten te betalen. We stellen de declaratie van het Rijk bij waardoor de baten afnemen met € 100.000. Overige plussen en minnen tellen op tot een nadeel van € 5.000.
Mutatie reserve (€ 2.300 voordelig): Wegens geringe afwijkingen wordt dit niet toegelicht.
(Werk)Participatie
Het saldo bij het product (Werk)Participatie na reservemutaties is ten opzichte van 2024 met € 653.000 verbeterd. De lasten zijn met € 1.042.000 afgenomen, de baten met € 1.301.700 afgenomen en de onttrekking aan de reserve is met € 912.700 afgenomen.
Lasten (€ 1.042.000 voordelig): De salarislasten voor de WSW-medewerkers nemen af met € 327.000 ten opzichte van 2024. Het aantal WSW-medewerkers daalt jaarlijks met ongeveer 6%. De bijdrage aan Wedeka neemt toe met € 44.000, de salarislasten stijgen met € 107.000 door indexatie en de bijdrage exploitatie tekort naar aanleiding van de conceptbegroting neemt met € 63.000 af. Vanwege gestegen energieprijzen nemen de huisvestingslasten toe met € 104.000, de uitbestede schoonmaak en beveiliging contracten waren met € 50.000 te laag begroot. De diverse huisvestinglasten nemen toe met € 131.000 vanwege de toevoeging van het pand Molenraai. De lasten voor de tijdelijke huisvesting nemen toe met € 291.000 door langer verblijf. Deze lasten worden gedekt uit de onttrekking mutatie reserve BWRI. De salarislasten nemen toe met € 593.000 enerzijds door het Raadsbesluit Ontwikkelbedrijf waardoor er functies zijn toegevoegd voor de vorming naar een Sociaal Ontwikkelbedrijf. Anderzijds door toegerekende salarislasten. Het aantal fte Nieuw Beschut medewerkers stijgt jaarlijks met 20 fte waardoor de salarislasten stijgen met € 947.000. Deze lasten kunnen gedekt worden door de hogere loonkostensubsidie die het werkbedrijf ontvangt voor deze medewerkers, het voordeel is € 2.514.000. De bijdrage die het werkbedrijf ontvangt voor werkplekbegeleiding neemt toe met € 106.000 ten opzichte van 2024. Er is voordeel van € 336.000 door wegvallen salarislasten van project 'weer in beeld'. Dit wordt in 2024 uitgevoerd vanuit ESF subsidie. De bij behorende onttrekking aan de reserve ESF is eveneens lager in 2024. Overige plussen en minnen tellen op tot een voordeel van € 81.000.
Baten (€ 1.301.700 nadelig): Door toename van het aantal medewerkers binnen het werkbedrijf verwachten we dat de omzet toe zal nemen met € 124.000 ten opzichte van 2024. De baten van de loonkostensubsidie worden in de lasten Werkparticipatie verantwoord in de salarislasten Nieuw Beschut waardoor een lagere opbrengst ten opzichte van 2024 van € 1.464.700. Overige plussen en minnen tellen op tot een voordeel van € 39.000.
Mutatie reserve (€ 912.700 voordelig): Het voordeel wordt veroorzaakt door een eenmalige storting in 2024 van € 800.000 en een lagere storting vrijval huisvestingslasten 2025 van € 158.000. Daartegenover wordt er € 45.000 minder onttrokken door per saldo een eenmalige onttrekking van € 336.000 ESF subsidie in 2024 en hogere onttrekking van € 291.000 voor dekking van de tijdelijke huisvestingslasten BWRI 2025.
Burgerparticipatie
Het saldo bij het product Burgerparticipatie na reservemutatie is ten opzichte van 2024 met € 499.000 verslechterd. De lasten zijn met € 1.217.000 toegenomen en de baten zijn met € 718.000 toegenomen.
Lasten (€ 1.217.000 nadelig): De lasten voor de opvang van de vluchtelingen uit Oekraine zijn met € 611.000 toegenomen. Hier tegenover staan ook hogere baten, alle kosten worden gedekt door de Specifieke Uitkering van het Rijk. Voor het project sociaal programma Hoogezand-Noord is het budget in 2025 hoger dan in 2024. Dit leidt tot een toename van de lasten met € 220.000. De basissubsidie voor Kwartier is geïndexeerd, hierdoor stijgen de lasten met € 102.000. Voor het onderzoek naar Kwartier en implementatie regie en sturing zijn in de Voorjaarsnota 2024 middelen beschikbaar gesteld. Dit leidt tot hogere lasten van € 105.000. De salarislasten voor Inburgering nemen toe vanwege indexatie en toegerekende salarislasten. De toename is € 152.000 waarvan € 27.500 wordt gedekt uit de SPUK Inburgering. Overige plussen en minnen tellen op tot een nadeel van € 27.000.
Baten (€ 718.000 voordelig): De baten voor de opvang van de vluchtelingen uit Oekraine zijn met € 701.000 toegenomen. Overige plussen en minnen tellen op tot een voordeel van € 17.000.
WMO
De producten WMO oude taken en WMO nieuwe taken zijn samengevoegd tot het product WMO. Vanaf 2015 hebben gemeenten een deel van de zorgtaken van de overheid overgenomen. Deze vielen onder het product WMO nieuwe taken. Het is niet meer relevant om deze taken apart inzichtelijk te hebben. Bovendien hebben we te maken met wijzigingen en invoeringen van nieuwe taakvelden. Het geeft meer inzicht als dit onderdeel is van hetzelfde product. Het saldo bij het product WMO na reservemutatie is ten opzichte van 2024 met € 1.945.000 verslechterd. De lasten zijn met € 1.770.000 toegenomen en de baten zijn met € 175.000 afgenomen.
Lasten (€ 1.770.000 nadelig): Voor het bepalen van de lasten voor huishoudelijke hulp, begeleiding en dagbesteding wordt er gebruik gemaakt van het Wmo-voorspelmodel van de VNG. Dit model voorspelt hoeveel mensen gebruik gaan maken van voorzieningen in de komende vijf jaren. Er wordt rekening gehouden met een volumegroei van 3,7% en een indexatie van 4,8%. De lasten voor huishoudelijke hulp stijgen met € 673.000 en de lasten voor begeleiding en dagbesteding stijgen met € 547.000. De lasten voor rolstoelen nemen toe met € 87.000 en van vervoersmiddelen met € 30.000 door een toename van het aantal aanvragen. De lasten voor woonvoorzieningen (aanpassen woningen) zijn met € 175.000 gedaald. Dit komt omdat er in de begroting 2024 met twee grote woningaanpassingen rekening is gehouden. Door een wijziging van taakvelden is er een deel van de salariskosten verschoven naar het product Wmo nieuwe taken. Dit leidt tot een voordeel van € 176.000. De lasten voor maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en huiselijk geweld zijn opgenomen conform de begroting van de centrumgemeente. Dit leidt tot een nadeel van € 521.000, dit komt hoofdzakelijk door de verwachte naderende tekorten in de financiering van de opvang. Voor beschermd wonen zijn de lasten en baten ook opgenomen conform de begroting van de centrumgemeente. Ten opzichte van de begroting 2024 nemen de lasten toe met € 187.000. Per saldo zijn de baten ongeveer € 100.000 hoger dan de lasten. Toegerekende vastgoed lasten aan dit product leiden tot een toename van € 61.000. Dit komt hoofdzakelijk door de hogere huurlasten voor de huisvesting van sociaal team West aan de Erasmusweg. Overige plussen en minnen tellen op tot een nadeel van € 15.000.
Baten (€ 175.000 nadelig): De eigen bijdrage voor WMO is gestegen, dit leidt tot een voordeel van € 75.000. Voor beschermd wonen zijn de lasten en baten opgenomen conform de begroting van de centrumgemeente. De baten voor beschermd wonen zijn met € 250.000 gedaald. Per saldo zijn de baten ongeveer € 100.000 hoger dan de lasten.
Accommodaties
Het saldo bij het product Accommodaties na reservemutaties is ten opzichte van 2024 met € 58.000 verbeterd. De lasten zijn met € 53.000 afgenomen en de baten met € 5.000 toegenomen.
Lasten (€ 53.000 voordelig): Uw raad heeft door het vaststellen van de begroting 2024 incidenteel € 100.000 voor wijkcentrum Spokie beschikbaar gesteld. De lasten worden voor 2025 met € 100.000 terug geraamd. Dit leidt tot een lastendaling van € 100.000. Daarnaast leidt, zoals aangegeven bij de ontwikkelingen 2024-2028 in de Voorjaarsnota 2024, de bijdrage aan het Wijkcentrum Het Punt tot een lastentoename van € 24.000. Verder leiden hoger toegerekende personele lasten inclusief gestegen lonen tot een lastentoename van € 69.000. Tot slot verwachten we een afname in de toegerekende kosten vastgoed aan het product accommodaties. Dit leidt tot een lastendaling van € 44.000. Dit komt hoofdzakelijk door een lagere storting in de voorziening groot onderhoud gebouwen en lagere rentekosten. Laatstgenoemde heeft te maken met een herberekening van de toegerekende rente op investeringen. Overige afwijkingen in de lasten tellen op tot een voordeel van € 2.000.
Baten (€ 5.000 voordelig): De baten zijn € 5.000 hoger. Dit wordt vooral verklaard door hogere huurinkomsten.
Jeugd
Het saldo bij het product Jeugd na reservemutatie is ten opzichte van 2024 met € 5.443.000 verslechterd. De lasten zijn met € 4.445.000 toegenomen, de baten zijn met € 2.000 toegenomen en de onttrekking reserve is met € 1.000.000 afgenomen.
Lasten (€ 4.445.000 nadelig): De begroting 2025 is gebaseerd op de prognose Q2 2024 plus de loon-prijsindexering 2025. Dit percentage is vastgesteld op 4,96%. De prognose Q2 2024 laat een stijgende lijn zien in de kosten voor jeugdhulp. In 2023 was de volumegroei in de jeugdzorg 8%. Deze trend zet zich ook door in 2024. Er zijn niet meer jeugdigen met zorg, maar de zorgvraag/zorgzwaarte is groter. Dit leidt tot hogere lasten van € 3.767.000. Aandachtspunt hierin is de mate waarin we de bezuinigingen vanuit de hervormingsagenda Jeugd kunnen realiseren. In de cijfers is € 417.000 verwerkt ten aanzien van de hervormingsagenda. Aangezien we hier onzekerheden zien, hebben we de besparingsoptie die het Rijk ziet opgenomen in de risicoparagraaf.
De basissubsidie voor Kwartier is geïndexeerd, hierdoor stijgen de lasten met € 115.000. De kosten voor de Gemeenschappelijke Regeling Publieke Gezondheid & Zorg stijgen met € 171.000 door indexering en een CAO-stijging. Voor het onderzoek naar Kwartier en implementatie regie en sturing zijn er incidentele middelen beschikbaar gesteld. Dit leidt tot hogere lasten van € 118.000. Door een wijziging van taakvelden is er een deel van de salariskosten verschoven naar dit product. Dit leidt tot een nadeel van € 178.000. Toegerekende vastgoed lasten aan dit product leiden tot een toename van € 66.000. Dit komt hoofdzakelijk door de hogere huurlasten voor de huisvesting van sociaal team West aan de Erasmusweg. Overige plussen minnen tellen op tot een nadeel van € 30.000
Baten (€ 2.000 voordelig): Wegens geringe afwijkingen wordt dit niet toegelicht.
Mutatie reserves (€ 1.000.000 nadelig): Bij de Voorjaarsnota 2024 is besloten om incidenteel € 1.000.000 te onttrekken uit de reserve Jeugd ter dekking van de stijgende kosten. Deze reserve is ingesteld bij de resultaatbestemming van de Jaarrekening 2023.
Onderwijs
Het saldo bij het product Onderwijs na reservemutatie is ten opzichte van 2024 met € 404.000 verbeterd. De lasten zijn met € 1.624.000 afgenomen, de baten zijn met € 768.000 afgenomen en de onttrekking reserve is met € 451.000 afgenomen.
Lasten (€ 1.624.000 voordelig): De lasten voor de projecten Regiodeal Tijd voor Toekomst en Nationaal Programma Onderwijs zijn in 2025 niet meer opgenomen omdat deze projecten in 2024 eindigen. Dit leidt tot een afname van de lasten met € 824.000. Dit geldt eveneens voor de baten, waardoor er per saldo geen financieel effect is. Door indexatie stijgen de lasten van leerlingenvervoer met € 37.000. De toegerekende salarislasten zijn gestegen vanwege indexatie, dit leidt tot een toename van € 188.000. De lasten van de schoolgebouwen die in beheer zijn bij de schoolbesturen nemen af met € 457.000. Dit komt door lagere kapitaallasten omdat investeringen lager uitvielen dan de aangevraagde kredieten. Ook zijn er een aantal gebouwen gesloopt waar met ingang van 2025 geen kapitaallasten meer voor nodig zijn. De lasten voor schoolgebouwen in eigen beheer nemen af met € 128.000, ook dit komt door lagere kapitaallasten. De eenmalige lasten van het scholenprogramma voor het slopen en afboeken van oude schoolgebouwen zijn in 2025 niet meer opgenomen. De verwachting is dat de laatste onderdelen in 2024 worden afgerond. Dit leidt tot een afname van de lasten met € 451.000. Dit geldt eveneens voor de onttrekkingen bij de mutatie reserves waardoor dit per saldo geen effect heeft op het saldo. Overige plussen en minnen tellen op tot een nadeel van € 11.000.
Baten (€ 768.000 nadelig): De baten voor de projecten Regiodeal Tijd voor Toekomst en Nationaal Programma Onderwijs zijn in 2025 niet meer opgenomen omdat deze projecten in 2024 eindigen. Dit leidt tot een afname van de baten met € 824.000. Dit geldt eveneens voor de lasten, waardoor er per saldo geen financieel effect is. De huuropbrengsten en vergoedingen van gebouwen die toegerekend worden aan dit product nemen toe met € 58.000. Overige plussen en minnen tellen op tot een nadeel van € 2.000.
Mutatie reserve (€ 451.500 voordelig): De onttrekking uit de reserve Scholenprogramma is in 2025 niet begroot omdat de eenmalige lasten in 2025 ook niet meer begroot zijn. De afname van de onttrekking met € 451.000 heeft daardoor per saldo geen effect op het saldo.