In de financiële toelichting wordt de afwijking verklaard tussen de begroting 2025 en de begroting 2024. Het voordelige saldo op het programma bestuur en bedrijfsvoering is toegenomen met € 10,911 miljoen. Het voordelige saldo na mutatie reserve is toegenomen met € 11,638 miljoen. We lichten per product de belangrijkste wijzigingen toe.
Bestuur
Het saldo is ten opzichte van 2024 € 248.000 verslechterd als gevolg van hogere lasten.
Lasten (€ 248.000 nadelig):
De lasten zijn in vergelijking met 2024 € 248.000 hoger. Dit komt voornamelijk door de indexatie en actualisatie van salarissen bij Gemeenteraad (€ 99.000), College (€ 71.000) en Griffie € 49.000). Door een verschuiving in de inzet van personele middelen nemen de lasten (€ 45.000) op het product bezwarencommissie toe, maar dit heeft een positief effect op het product bestuursondersteuning. Overige plussen en minnen leiden tot een verlaging van de kosten met € 16.000.
Bestuursondersteuning
Het saldo is ten opzichte van 2024 met € 2.768.000 verslechterd. De baten zijn € 165.000 lager, de lasten zijn € 2.451.000 hoger en de mutatie reserve is € 151.000 nadeliger.
Baten (€ 165.000 nadelig):
De baten zijn lager door verschuiving van toerekening personeel Kielzog € 235.000 naar overige baten en lasten , de lasten zijn eveneens verschoven. De doorbelasting van vastgoed is € 70.000 voordeliger.
Lasten (€ 2.451.000 nadelig):
De toename wordt veroorzaakt door hogere personeelskosten, waarvan een deel door indexatie in verband met CAO stijging € 897.000. De lasten van gebouwenbeheer stijgen door grotere opgave (verduurzaming, wijziging wet- en regelgeving en harmonisatie) met € 575.000. De centrale personeelsbudgetten zijn nog niet functioneel geraamd in 2025 (in 2024 wel). Dit leidt tot hogere lasten op bestuursondersteuning € 225.000. De doorberekening van personeelslasten aan gas- en zoutwinning voor overheadfuncties is rechtstreeks verwerkt in de begroting van gas- en zoutwinning. Hierdoor daalt de doorberekening vanuit bestuursondersteuning. Dit leidt tot hoger lasten € 216.000. De overige verschillen op personeelskosten bedragen € 99.000.
De lasten van ARBO-dienstverlening nemen toe met € 115.000. Het contract is opnieuw aanbesteed wat heeft geleid tot hogere lasten. De lasten van automatisering stijgen met € 217.000 vooral door toegenomen beveiligingseisen zoals NIS2. Overige verschillen tellen op tot een nadeel van € 107.000.
Mutatie reserve (€ 151.000 nadelig):
De daling is onder andere het gevolg van een lagere onttrekking aan de afschrijvingsreserves I&A in verband met daling van de kapitaallasten.
Belastingen
Het saldo is ten opzichte van 2024 met € 1.555.000 miljoen verbeterd.
Lasten (€ 71.000 nadelig):
De toename van de lasten is het resultaat van de indexering en actualisering van de budgetten.
Baten (€ 1.627.000 voordelig):
De verwachte toename van de baten is een gevolg van de structurele doorwerking van de prijsinflatie in de opbrengstberekening van de OZB.
Treasury
Het voordelig saldo is ten opzichte van 2024 met € 798.000 afgenomen. Doordat de rentelasten langlopende leningen lager zijn en de rentebaten, voornamelijk betrekking hebbende op schatkistbankieren, hoger, levert dat per saldo een voordeel op van € 582.000. Hierdoor zakt het rente omslag percentage van 0,75% in 2024 naar 0,25% dit jaar met als gevolg minder toegerekende rente aan de andere taakvelden. Op dit taakveld levert dat een nadeel op van € 1.380.000. Per saldo dus: € 798.000 nadelig ten opzichte 2024. Zoals genoemd levert de lagere rentetoerekening aan de andere taakvelden een voordeel op.
Gemeentefonds
Het saldo is ten opzichte van 2024 met € 2.141.000 verbeterd als gevolg van hogere baten. De toename van de meerjarenraming houdt onder andere verband met de jaarlijkse accresontwikkeling. De raming van de algemene uitkering 2025 en volgende jaren is gebaseerd op de septembercirculaire 2024.
Overige baten en lasten
Onder de overige baten en lasten worden ramingen opgenomen inzake stelposten en nog niet bestemde uitgaven en inkomsten. Deze post fluctueert elk begrotingsjaar en is veelal het gevolg van nog niet afgeronde besluitvorming. Het saldo van de baten en lasten (inclusief mutaties reserves) verbetert met ongeveer € 11,7 miljoen ten opzichte van 2024. Dit is onder andere het gevolg van het ramen van de bezuinigingstaakstelling van € 7,6 miljoen voor de begroting 2025 en de bij voorjaarsnota 2024 voorgestelde dekkingsopties ter verbetering van het financieel meerjarenperspectief van € 3,6 miljoen. Daarnaast zijn een aantal op stelpost geraamde bedragen functioneel verwerkt. Het betreft o.a. de geraamde lasten voor RVU en overige CAO verplichtingen, de aan projecten door te rekenen personeelskosten en de via de algemene uitkering ontvangen bedragen voor WSW (loon- en prijscompensatie) en aanpak armoede en schulden.