2.6 Programma Bestuur en bedrijfsvoering

2.6.0 Inleiding

Terug naar navigatie - Voorwoord

Onder het programma Bestuur en bedrijfsvoering is geen aparte visie en/of doelstelling opgenomen. Deze komen, voor zover relevant, terug in de desbetreffende paragrafen. In het programma zelf begroten wij de belangrijkste inkomstenstroom van de gemeente; de algemene uitkering. 

 

 

 

2.6.1 Bestuur en bedrijfsvoering

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

Omdat een groot deel van de hierop te nemen informatie is opgenomen in de paragrafen “Bestuur” en “Bedrijfsvoering” wordt hier volstaan met een korte toelichting op de ontwikkeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds, een toelichting op de budgetraming ‘Overhead’, de stand van de algemene reserve in 2025, een overzicht van de te betalen vennootschapsbelasting en een overzicht van de post onvoorzien.

Overhead

Terug naar navigatie - Overhead

Op grond van het BBV behoort in de begroting een overzicht te worden opgenomen van de ‘Overhead’ in de organisatie. Hoofdlijn begroting 2025 ’Wat direct kan worden toegerekend, wordt direct toegerekend’.

  • Ondersteunende taken zijn niet direct dienstbaar aan de externe klant of het externe product en behoren daarom tot de overhead. Wanneer deze ondersteunende taken worden uitbesteed, behoren de  uitbestedingskosten bedrijfsvoering tot de overhead;
  • Sturende taken, vervuld door hiërarchisch leidinggevenden behoren tot de overhead. De bijbehorende loonkosten behoren ondeelbaar tot de overhead;
  • De positionering van een functie binnen de organisatie heeft geen invloed op de beoordeling of er sprake is van overhead.

De overheadkosten in de meerjarenbegroting zien er als volgt uit:

Overhead
Omschrijving realisatie 2023 Gewijzigde begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028
Saldo lasten en baten
overhead 32.944.242 33.803.121 36.573.316 37.593.854 38.395.645 39.205.619
32.944.242 33.803.121 36.573.316 37.593.854 38.395.645 39.205.619
bedragen x € 1.000

Algemene reserve

Terug naar navigatie - Algemene reserve

Voor wat betreft de specificaties van mutaties in de reserves wordt verwezen naar onderdeel 4.9 ‘Overzicht reserves en voorzieningen'. Daar vindt u ook de stand van de reserves en voorzieningen, die wij jaarlijks herijken en ziet u de toevoeging en aanwending van de reserves, die in de budgetonderdelen van de thema’s zijn verwerkt. De stand van de algemene reserve voor de begroting 2025 ziet er als volgt uit:

Algemene reserve
Omschrijving Stand 01/01/2025 storting 2025 onttrekking 2025 Stand 31/12/2025
algemene reserve (algemeen) 14.895 718 14.177
Totaal 14.895 0 718 14.177
bedragen x € 1.000

Vennootschapsbelasting

Terug naar navigatie - Vennootschapsbelasting

De gemeente is niet aangemerkt als ondernemer door de Belastingdienst. Er wordt jaarlijks een toets uitgevoerd of er winst gemaakt wordt op niet-overhedentaken. Indien dit winstbedrag structureel is, wordt de gemeente voor die betreffende activiteit als ondernemer aangemerkt en vallen we onder de vennootschapsbelasting. Dit is naar verwachting voor de betreffende begrotingsjaren niet het geval.

Vennootschapsbelasting
Omschrijving realisatie 2023 Gewijzigde begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028
Saldo lasten en baten
heffing VPB 0 0 0 0 0 0
Totaal 0 0 0 0 0 0
bedragen x € 1.000

Onvoorzien

Terug naar navigatie - Onvoorzien

Voor onvoorzien is een gering vast bedrag van € 150.000 per jaar opgenomen. Dit betreft een stelpost ter dekking van tegenvallers, c.q. niet voorziene uitgaven waar gedurende het begrotingsjaar alsnog prioriteit aan toe wordt gekend. 

Onvoorzien
Omschrijving realisatie 2023 Gewijzigde begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028
Saldo lasten en baten
onvoorzien 93 150 150 150 150 150
Totaal 93 150 150 150 150 150
bedragen x € 1.000

2.6.2 Verplichte beleidsindicatoren (BBV)

Terug naar navigatie - Beleidsindicatoren
Verplichte beleidsindicatoren Bestuur en bedrijfsvoering
Naam Indicator Eenheid Peiljaar M-G Nederland
Gemiddelde WOZ waarde Duizend euro 2023 € 239 € 368
2022 € 206 € 317
2021 € 188 € 290
2020 € 175 € 271
Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden In Euro’s 2024 € 997
2023 € 954 € 860
2022 € 911 € 823
2021 € 806 € 733
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden In Euro’s 2024 € 1.035
2023 € 997 € 942
2022 € 952 € 905
2021 € 852 € 810
Formatie Fte per 1.000 inwoners 2024 11,7
2023 11,3
2022 10,1
2021 9,4
Bezetting Fte per 1.000 inwoners 2024 11,3
2023 11,0
2022 10,4
2021 9,9
Apparaatskosten Kosten per inwoner 2024 € 595
2023 € 535
2022 € 503
2021 € 499
Externe inhuur Kosten als % van tot. loonsom + 2024 6,8%
tot. kosten inhuur extern 2023 17,4%
2022 16,2%
2021 15,9%
Overhead % van totale lasten 2024 10,7%
2023 11,2%
2022 11,0%
2021 12,7%
De gegevens over WOZ-waarde en Woonlasten zijn overgenomen van waarstaatjegemeente.nl met peildatum 23-7-2024. De indicatoren: formatie, bezetting, apparaatkosten, externe inhuur en overhead worden berekend op basis van eigen gegevens, zodoende zijn hierover bij ons geen landelijke gegevens bekend.

2.6.3 Financieel overzicht Bestuur en bedrijfsvoering

Terug naar navigatie - Overzicht
Omschrijving Realisatie 2023 Begroting na wijziging 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028
Lasten
Bestuur 2.983 3.306 3.554 3.711 3.787 3.895
Bestuursondersteuning 34.220 34.998 37.456 38.341 39.155 39.973
Belastingen 1.358 946 1.018 1.050 1.077 1.097
Treasury 1.858 -246 911 752 583 424
Overige baten en lasten 2.021 4.373 -4.215 3.767 5.321 5.745
Totaal Lasten 42.440 43.378 38.724 47.621 49.924 51.134
Baten
Bestuur 229 0 0 0 0 0
Bestuursondersteuning 775 479 314 153 156 160
Belastingen 22.058 23.166 24.793 25.580 26.341 27.131
Treasury 2.511 1.752 2.111 1.611 1.111 617
Gemeentefonds 154.185 160.424 162.565 159.882 165.687 171.421
Overige baten en lasten 1.289 135 2.431 1.449 1.475 1.513
Totaal Baten 181.047 185.956 192.213 188.674 194.770 200.842
Saldo voor bestemming 138.607 142.579 153.489 141.054 144.846 149.708
Stortingen
Bestuursondersteuning 13 11 4 0 0 0
Overige baten en lasten 12 12 6 0 0 0
Totaal Stortingen 25 23 10 0 0 0
Onttrekkingen
Bestuursondersteuning 1.337 169 18 11 0 0
Overige baten en lasten 2.537 1.552 2.418 1.294 0 0
Totaal Onttrekkingen 3.874 1.721 2.436 1.305 0 0
Totaal mutatie reserves 3.849 1.698 2.425 1.305 0 0
Saldo na bestemming 142.456 144.276 155.915 142.359 144.846 149.708
Bedragen x €1.000

Toelichting

Terug naar navigatie - Toelichting

In de financiële toelichting wordt de afwijking verklaard tussen de begroting 2025 en de begroting 2024. Het  voordelige saldo op het programma bestuur en bedrijfsvoering is toegenomen met € 10,911 miljoen. Het voordelige saldo na mutatie reserve is toegenomen met € 11,638 miljoen. We lichten per product de belangrijkste wijzigingen toe.

Bestuur
Het saldo is ten opzichte van 2024 € 248.000 verslechterd als gevolg van hogere lasten.

Lasten (€ 248.000 nadelig):
De lasten zijn in vergelijking met 2024 € 248.000 hoger. Dit komt voornamelijk door de indexatie en actualisatie van salarissen bij Gemeenteraad (€ 99.000), College (€ 71.000) en Griffie € 49.000). Door een verschuiving in de inzet van personele middelen nemen de lasten (€ 45.000) op het product bezwarencommissie toe, maar dit heeft een positief effect op het product bestuursondersteuning. Overige plussen en minnen leiden tot een verlaging van de kosten met € 16.000.

Bestuursondersteuning
Het saldo is ten opzichte van  2024 met € 2.768.000 verslechterd. De baten zijn € 165.000 lager, de lasten zijn € 2.451.000 hoger en de mutatie reserve is € 151.000 nadeliger.

Baten (€ 165.000 nadelig):
De baten zijn lager door verschuiving van toerekening personeel Kielzog € 235.000 naar overige baten en  lasten , de lasten zijn eveneens verschoven. De doorbelasting van vastgoed is € 70.000 voordeliger.

Lasten (€ 2.451.000 nadelig):
De toename wordt veroorzaakt door hogere personeelskosten, waarvan een deel door indexatie in verband met CAO stijging € 897.000.  De lasten van gebouwenbeheer stijgen door grotere opgave (verduurzaming, wijziging wet- en regelgeving en harmonisatie) met € 575.000.  De centrale personeelsbudgetten zijn nog niet functioneel geraamd in 2025 (in 2024 wel).  Dit leidt tot hogere lasten op bestuursondersteuning € 225.000. De doorberekening van personeelslasten aan gas- en zoutwinning voor overheadfuncties is rechtstreeks verwerkt in de begroting van gas- en zoutwinning. Hierdoor daalt de doorberekening vanuit bestuursondersteuning. Dit leidt tot hoger lasten € 216.000. De overige verschillen op personeelskosten bedragen € 99.000.

De lasten van ARBO-dienstverlening nemen toe met  € 115.000.  Het contract is opnieuw aanbesteed wat heeft geleid tot hogere lasten. De lasten van automatisering stijgen met € 217.000  vooral door toegenomen beveiligingseisen zoals NIS2. Overige verschillen tellen op tot een nadeel van € 107.000. 

Mutatie reserve (€ 151.000 nadelig):
De  daling is onder andere het gevolg van een lagere onttrekking aan de afschrijvingsreserves I&A in verband met daling van de kapitaallasten. 

Belastingen
Het saldo is ten opzichte van 2024  met € 1.555.000  miljoen verbeterd.

Lasten (€ 71.000 nadelig):
De toename van de lasten is het resultaat van de indexering en actualisering van de budgetten.

Baten (€ 1.627.000 voordelig):
De verwachte toename van de baten is een gevolg van de structurele doorwerking van de prijsinflatie in de opbrengstberekening van de OZB.

Treasury

Het voordelig saldo is ten opzichte van 2024 met € 798.000 afgenomen. Doordat de rentelasten langlopende leningen lager zijn en de rentebaten, voornamelijk betrekking hebbende op schatkistbankieren, hoger, levert dat per saldo een voordeel op van € 582.000. Hierdoor zakt het rente omslag percentage van 0,75% in 2024 naar 0,25% dit jaar met als gevolg minder toegerekende rente aan de andere taakvelden. Op dit taakveld levert dat een nadeel op van € 1.380.000. Per saldo dus: € 798.000 nadelig ten opzichte 2024. Zoals genoemd levert de lagere rentetoerekening aan de andere taakvelden een voordeel op.

Gemeentefonds

Het saldo is ten opzichte van 2024 met € 2.141.000 verbeterd als gevolg van hogere baten. De toename van de meerjarenraming houdt onder andere verband met de jaarlijkse accresontwikkeling. De raming van de algemene uitkering 2025 en volgende jaren is gebaseerd op de septembercirculaire 2024.  

Overige baten en lasten

Onder de overige baten en lasten worden ramingen opgenomen inzake stelposten en nog niet bestemde uitgaven en inkomsten. Deze post fluctueert elk begrotingsjaar en is veelal het gevolg van nog niet afgeronde besluitvorming. Het saldo van de baten en lasten (inclusief mutaties reserves) verbetert met ongeveer € 11,7 miljoen ten opzichte van 2024. Dit is onder andere het gevolg van het ramen van de bezuinigingstaakstelling van € 7,6 miljoen voor de begroting 2025 en de bij voorjaarsnota 2024 voorgestelde dekkingsopties ter verbetering van het financieel meerjarenperspectief van € 3,6 miljoen. Daarnaast zijn een aantal op stelpost geraamde bedragen functioneel verwerkt. Het betreft o.a. de geraamde lasten voor RVU en overige CAO verplichtingen, de aan projecten door te rekenen personeelskosten en de via de algemene uitkering ontvangen bedragen voor WSW (loon- en prijscompensatie) en aanpak armoede en schulden.