3.5 Paragraaf Financiering

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

In deze paragraaf rapporteren wij over het treasurybeleid, de beheersing van de financiële risico’s en de ontwikkeling op het gebied van rente en financiering. Treasury is het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico's.

Uit de financieringsparagraaf moet blijken dat:

  • De uitvoering van de financieringsfunctie uitsluitend de publieke taak dient;
  • Aan de kasgeldlimiet en de renterisiconorm wordt voldaan;
  • Het beheer prudent en risicomijdend is.

    De risicobeheersing richt zich op renterisico’s, kredietrisico’s, koersrisico’s en valutarisico’s. De 'Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden’ (Ruddo) bepaalt de vereisten ten aanzien van de kredietwaardigheid van financiële instellingen.

Wettelijk kader

Terug naar navigatie - Wettelijk kader

De uitvoering van de gemeentelijke financieringsfunctie dient plaats te vinden binnen de wettelijke kaders van de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido). In deze wet staan transparantie en risicobeheersing centraal. De transparantie komt tot uitdrukking in een verplicht Treasurystatuut en een financieringsparagraaf in de begroting en de jaarrekening. Wet Fido legt lagere overheden de verplichting op om financiële risico’s op treasurygebied te beheersen. In het Treasurystatuut zijn binnen de mogelijkheden van de Wet Fido en de Wet Ruddo de kaders vastgelegd voor de uitvoering van de treasuryfunctie bij de gemeenten. Tevens is de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet Hof) van toepassing. Hieruit vloeien verplichtingen voort omtrent begrotingsdiscipline waar Nederland aan moet voldoen conform Europese afspraken.

Vermogenspositie

Terug naar navigatie - Vermogenspositie

Binnen de paragraaf financiering zijn onze langlopende leningen het belangrijkste. In onderstaande tabel is het verwachte verloop weergegeven.

Jaar Stand per 1/1 Opname Aflossing Stand per 31/12
2025 105.064 0 8.572 96.492
2026 96.492 0 8.472 88.020
2027 88.020 0 8.095 79.925
2028 79.925 0 7.815 72.110
Bedragen x € 1.000

Herfinanciering en aanvullende financiering

Terug naar navigatie - Herfinanciering en aanvullende financiering

Binnen de gemeente wordt een liquiditeitsplanning bijgehouden, waarin wij onze inkomsten en uitgaven in beeld houden. Deze wordt gedurende het jaar geactualiseerd met de informatie die wij ontvangen vanuit de gehele organisatie. Onze verwachting is dat in de periode 2025 tot en met 2028 aanvullende financiering nodig is. Momenteel zijn er voldoende middelen in de schatkist van onze gemeente om de uitgaven te financieren. Vanwege aankomende investeringen zien wij voor de langere periode dat deze gelden niet voldoende zijn en daardoor aanvullende financieringen moeten worden aangetrokken. Het is afhankelijk van de hoogte van de rente of onze gemeente een kortlopende of een langlopende lening zal afsluiten. 

Financieringsbeleid

Terug naar navigatie - Financieringsbeleid

Om te voorzien in de financieringsbehoefte heeft de gemeente beschikking over interne en externe financieringsmiddelen. De interne financieringsmiddelen bestaan uit de reserves, oftewel eigen vermogen en de voorzieningen. De externe financieringsmiddelen bestaan uit de opgenomen langlopende geldleningen en kortlopende middelen (onder andere rekening-courant geld en kasgeldleningen), oftewel het vreemd vermogen. Op het moment dat de uitgaven worden gedekt door inzet van reserves vindt een substitutie plaats van eigen vermogen naar vreemd vermogen. We werken vanuit totaalfinanciering. Dit betekent dat er geen één-op-één relatie wordt gelegd tussen een investering en financiering, maar dat wordt gekeken naar de totale financieringsbehoefte. Het systeem van totaalfinanciering maakt de optimale benutting van externe financieringsbronnen mogelijk. 

Liquiditeitenbeheer

Terug naar navigatie - Liquiditeitenbeheer

Liquiditeitenbeheer is het beheren, reguleren en besturen van de inkomende en uitgaande geldstromen en de effecten daarvan op de rekening-courantsaldi. In de financieringsovereenkomst met de BNG is een kredietlimiet van € 10 miljoen overeengekomen. Daarnaast hebben wij een intradaglimiet van € 10 miljoen. In totaal kunnen we dus tot € 20 miljoen rood staan in rekening-courant. Door het opstellen en tussentijds actualiseren van een meerjarige prognose van de liquiditeit, die gebaseerd is op de meerjarenbegroting (inclusief de meerjarige investeringsplanning), proberen we liquiditeitenrisico’s zoveel mogelijk te beperken. We maken voor het eerste begrotingsjaar een prognose. Hierin staan de schattingen van de uitgaven en inkomsten die verband houden met de exploitatie, grondexploitatie en investeringen. In het begrotingsjaar wordt deze prognose geactualiseerd, omdat dit in de loop van het jaar kan veranderen door een andere realisatie van de uitgaven en inkomsten. 

Ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt

Terug naar navigatie - Ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt

Vanwege de hoge inflatie is de rente op de geld- en kapitaalmarkt in 2022 onder druk komen te staan. De Europese Centrale Bank heeft destijds besloten om de rente stapsgewijs te verhogen, voor het laatst in september 2023 met 0,25%. De depositorente staat sindsdien op 4%. De inflatie is op weg om terug te keren nadat die negen maanden lang op een hoog niveau was gehouden. De verwachting is dat verdere renteverhoging in 2025 niet aannemelijk is. 

Risicobeheersing

Terug naar navigatie - Risicobeheersing

De belangrijkste financiële risico’s bij de uitvoering van het treasurybeleid zijn de renterisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitenrisico’s en koersrisico’s. Aangezien de gemeente geen leveranciers en afnemers kent van buiten de eurolanden zijn koersrisico’s niet aanwezig. Blijven over de rente-, krediet- en liquiditeitenrisico’s.

Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet is een wettelijke limiet en bedraagt de maximale omvang van de kortgeldpositie in enig jaar. Voor 2025 is het begrotingstotaal geraamd op € 321,4 miljoen. De toegestane kasgeldlimiet bedraagt € 27 miljoen (8,5% x € 321,4 miljoen). Dit is het maximale bedrag dat met kort geld mag worden gefinancierd. In onderstaande tabel is per kwartaal de toegestane kasgeldlimiet berekend.

 

Berekening kasgeldlimiet
Berekening kasgeldlimiet 1e kw 2e kw 3e kw 4e kw
Toegestane kasgeldlimiet
A: Grondslag: begrotingstotaal 321,4 321,4 321,4 321,4
B: in procenten van de grondslag 8,5% 8,5% 8,5% 8,5%
C: In bedrag (x € 1 mln) (A x B) 27,3 27,3 27,3 27,3
D: Vlottende schuld - - - -
E: Vlottende middelen 1,0 1,0 1,0 1,0
Toets kasgeldlimiet
F: Totaal netto vlottende schuld (D - E) -1,0 -1,0 -1,0 -1,0
G: Toegestane kasgeldlimiet 27,3 27,3 27,3 27,3
Ruimte (F-G) 28,3 28,3 28,3 28,3
Bedragen x € 1.000.000

Renterisico en renterisico's vaste schuld

Terug naar navigatie - Renterisico en renterisico's vaste schuld

De Wet Fido definieert vaste schuld als opgenomen geldleningen met een rentetypische looptijd gelijk aan of groter dan een jaar. Van renterisico is sprake als er onzekerheid bestaat rond toekomstige renteniveaus. Deze situatie doet zich op de volgende momenten voor:

•    Bij variabel rentende leningen;
•    Indien een toekomstige financieringsbehoefte nog niet afgedekt is;
•    Bij naderende renteaanpassingen van leningen.

Het doel van de renterisiconorm is om op de lange termijn niet afhankelijk te zijn van het renteniveau in een bepaald jaar. Met deze norm bevordert de Wet Fido een solide financieringswijze bij openbare lichamen en levert een bijdrage aan de uitstekende kredietwaardigheid van openbare lichamen op de kapitaalmarkt. Jaarlijks mogen de renterisico’s niet hoger zijn dan 20% van het lastentotaal van de begroting bij aanvang van het boekjaar. In onderstaande tabel is de renterisiconorm berekend.

Renterisico
Renterisico per 1-1 Saldo leningen > of = 1 jr Rentenorm 20% Begrotings- totaal Rentenorm 20% Ruimte
2025 105.064 21.013 321.422 64.284 43.272
2026 96.492 19.298 320.305 64.061 44.763
2027 88.020 17.604 321.384 64.277 46.673
2028 79.925 15.985 325.746 65.149 49.164
Bedragen x € 1.000

Kredietrisico's en interne rente

Terug naar navigatie - Kredietrisico's en interne rente

Kredietrisico’s
Kredietrisicobeheer kunnen we omschrijven als het beheersen van risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid van een waardedaling van onze vorderingen als gevolg van insolventie van tegenpartijen. Lening verstrekkingen kunnen op grond van de Wet Fido en het Treasurystatuut slechts plaatsvinden voor de uitvoering van een publieke taak. Het kredietrisico bij de verstrekte leningen aan woningbouwcorporaties en de namens de gemeente verstrekte stimuleringsleningen woningbouw door het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (Svn) is zeer gering. Dat komt omdat de gemeente voor wat betreft de woningbouwleningen is aangesloten bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW), dan wel de Nationale Hypotheek Garantie van toepassing is.

Interne rente
In de programmabegroting 2025 is uitgegaan van een interne rente van 0,25%. De rentelasten worden toegerekend aan de diverse programma’s op basis van de boekwaarde van de investeringen. Het verschil tussen de betaalde en ontvangen rente én de interne doorberekende rente wordt bij de algemene dekkingsmiddelen in hoofdstuk 4.10 verantwoord. In onderstaande tabel is de rentetoerekening voor 2025 opgenomen.

Renteschema
Begroot
Rentelasten lange financiering 1.630
Rentelasten korte financiering p.m.
Rentebaten -1.916
Saldo rentelasten en -baten taakveld treasury -286
Doorbelaste rente aan projectfinanciering naar taakvelden n.v.t.
Rentebaat van doorverstrekte lening als er een specifieke lening is aangetrokken (= projectfinanciering) n.v.t.
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente -286
Rente eigen vermogen n.v.t.
Rente voorzieningen n.v.t.
Aan taakvelden toe te rekenen rente op basis van het toe te passen renteomslagpercentage (ROP) -286
Totaal aan taakvelden toegerekende rente - ROP 0,25% -718
Saldo taakveld treasury -1.004
Bedragen x € 1.000

Vervolg risicobeheersing

Terug naar navigatie - Vervolg risicobeheersing

Schatkistbankieren
Op 15 december 2013 is de wet verplicht schatkistbankieren van kracht geworden. Vanaf dat moment zijn alle decentrale overheden (provincies, gemeenten, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen in de vorm van een openbaar lichaam) verplicht om hun overtollige middelen in de schatkist aan te houden. Dit betekent dat overtollige gelden niet langer bij bijvoorbeeld banken buiten de schatkist mogen worden weggezet. Wel mogen decentrale overheden overtollige middelen aan elkaar uitlenen, zolang er geen sprake is van een toezichtrelatie, om zodoende een beter rendement te halen dan bij de schatkist. De schatkist biedt geen leen- of roodstand faciliteiten aan. De deelname van decentrale overheden aan het schatkistbankieren, draagt bij aan een lagere EMU-schuld (Economische en Monetaire Unie) van de collectieve sector, waardoor de externe financieringsbehoefte van het Rijk minder wordt. Dit vertaalt zich in een lagere staatsschuld. Per 1 juli 2021 is de verplichte drempel voor gemeenten 2% van de begrotingsomvang. Dit houdt voor Midden-Groningen in dat er € 6,43 miljoen (2% x 321,4 miljoen) in de gemeentekas mag blijven voordat tot schatkistbankieren moet worden overgegaan. 

Wet Houdbare overheidsfinanciën (Wet HOF)
Met de Wet HOF zijn de Europese afspraken van het stabiliteits- en groeipact en het al bestaande Nederlandse budgettaire beleid vanaf 1 januari 2014 wettelijk verankerd. De Wet HOF bepaalt onder meer dat Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen een gelijkwaardige inspanning leveren bij het op orde brengen van de overheidsfinanciën. Daarmee worden de tekorten van gemeenten of provincies door de Europese Commissie meegeteld bij de berekening van het begrotingstekort (ook wel EMU-saldo), dat volgens de EU-regels niet meer dan 3% mag bedragen.

EMU-saldo
Het EMU-saldo is het verschil van inkomsten en uitgaven en geeft aan of er sprake is van een overschot of tekort. De berekening van het EMU-saldo is in hoofdstuk 4.6 opgenomen.