Schatkistbankieren
Op 15 december 2013 is de wet verplicht schatkistbankieren van kracht geworden. Vanaf dat moment zijn alle decentrale overheden (provincies, gemeenten, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen in de vorm van een openbaar lichaam) verplicht om hun overtollige middelen in de schatkist aan te houden. Dit betekent dat overtollige gelden niet langer bij bijvoorbeeld banken buiten de schatkist mogen worden weggezet. Wel mogen decentrale overheden overtollige middelen aan elkaar uitlenen, zolang er geen sprake is van een toezichtrelatie, om zodoende een beter rendement te halen dan bij de schatkist. De schatkist biedt geen leen- of roodstand faciliteiten aan. De deelname van decentrale overheden aan het schatkistbankieren, draagt bij aan een lagere EMU-schuld (Economische en Monetaire Unie) van de collectieve sector, waardoor de externe financieringsbehoefte van het Rijk minder wordt. Dit vertaalt zich in een lagere staatsschuld. Per 1 juli 2021 is de verplichte drempel voor gemeenten 2% van de begrotingsomvang. Dit houdt voor Midden-Groningen in dat er € 6,43 miljoen (2% x 321,4 miljoen) in de gemeentekas mag blijven voordat tot schatkistbankieren moet worden overgegaan.
Wet Houdbare overheidsfinanciën (Wet HOF)
Met de Wet HOF zijn de Europese afspraken van het stabiliteits- en groeipact en het al bestaande Nederlandse budgettaire beleid vanaf 1 januari 2014 wettelijk verankerd. De Wet HOF bepaalt onder meer dat Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen een gelijkwaardige inspanning leveren bij het op orde brengen van de overheidsfinanciën. Daarmee worden de tekorten van gemeenten of provincies door de Europese Commissie meegeteld bij de berekening van het begrotingstekort (ook wel EMU-saldo), dat volgens de EU-regels niet meer dan 3% mag bedragen.
EMU-saldo
Het EMU-saldo is het verschil van inkomsten en uitgaven en geeft aan of er sprake is van een overschot of tekort. De berekening van het EMU-saldo is in hoofdstuk 4.6 opgenomen.