2.6 Programma Bestuur en bedrijfsvoering

2.6.0 Inleiding

Terug naar navigatie - Voorwoord

Onder het programma Bestuur en bedrijfsvoering is geen aparte visie en/of doelstelling opgenomen. Deze komen, voor zover relevant, terug in de desbetreffende paragrafen. In het programma zelf begroten wij de belangrijkste inkomstenstroom van de gemeente; de algemene uitkering.  

2.6.1 Bestuur en bedrijfsvoering

Algemeen

Terug naar navigatie - Algemeen

Omdat een groot deel van de hierop te nemen informatie is opgenomen in de paragrafen “Bestuur” en “Bedrijfsvoering” wordt hier volstaan met een korte toelichting op de ontwikkeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds, een toelichting op de budgetraming ‘Overhead’, de stand van de algemene reserve, een overzicht van de te betalen vennootschapsbelasting en een overzicht van de post onvoorzien. 

Algemene dekkingsmiddelen

Terug naar navigatie - Algemene dekkingsmiddelen
Omschrijving Realisatie 2022 Primitief begroot 2023 Begroot na wijziging 2023 Realisatie 2023 Verschil 2023
Saldo lasten en baten
Lokale heffingen 20.004 21.020 20.947 21.104 157 V
Algemene uitkeringen 152.100 145.397 153.470 154.185 715 V
Dividend 299 285 385 480 95 V
Saldo financieringsfunctie 113 773 1.423 172 -1.251 N
Overige algemene dekkingsmiddelen 0 0 0 0 0
Totaal 172.516 167.475 176.225 175.941 -284 N
Toelichting: N = nadelig verschil en V = voordelig verschil
bedragen x € 1.000
Terug naar navigatie - Algemene dekkingsmiddelen

Lokale heffingen
De lokale heffingen hebben een batig saldo ten opzichte van de begroting na wijziging van € 157.000. Dit wordt veroorzaakt door een hogere opbrengst toeristenbelasting van € 103.000 en een hogere opbrengst OZB van € 196.000. Tegenover deze voordelen staan hogere lasten OZB van € 142.000 onder andere als gevolg van hogere kosten afhandelen bezwaarschriften en meer organisaties die in aanmerking komen voor de compensatieregeling OZB maatschappelijk vastgoed.

Algemene uitkering uit het gemeentefonds
Ten opzichte van de bijgestelde raming resteert op de Algemene Uitkering een voordelig verschil van ongeveer € 715.000. Dit voordeel is net name het gevolg van de extra middelen die het Rijk bij de decembercirculaire 2023 beschikbaar heeft gesteld. Het betreft onder andere de compensatie voor de invoeringskosten van de Omgevingswet, de meerkosten die gemeenten maken in het sociaal domein in verband met de opvang van Oekraïense ontheemden en uitvoeringskosten gebiedsgerichte aanpak/uitwerking van het Nationaal Programma Landelijk gebied. Daarnaast is de algemene uitkering voordelig bijgesteld als gevolg van actualisatie van verdeelmaatstaven.

Dividend
Ten opzichte van de bijgestelde raming resteert een voordelig verschil van € 95.000. Dit voordeel is met name een gevolg van afrekening van dividendbelasting met de belastingdienst over de periode 2018-2023.

Saldo financieringsfunctie
Het saldo van de financieringsfunctie bedraagt € 1.251.000 nadelig. Als gevolg van een hoog saldo schatkistbankieren en de stijging van de rente zijn de rentebaten dit jaar hoger dan de rentelasten. Dat heeft tot gevolg dat het renteomslag percentage voor wat betreft de rekening 2023 op 0% is gezet. Hierdoor worden er geen rentelasten aan de overige taakvelden toegerekend en ontstaat er op het product treasury ten opzichte van de raming een nadeel van € 2.032.000. Doordat er geen rente is toegerekend aan de overige taakvelden levert dat, verdeeld over de overige taakvelden , in totaliteit een voordelig verschil op van eveneens € 2.032.000. Zie voor een nadere toelichting de paragraaf financiering. Ten opzichte van de bijgestelde raming zijn de rentebaten uit schatkistbankieren € 673.000 en rente korte en lang financiering € 109.000 hoger dan geraamd. 

Overhead

Terug naar navigatie - Overhead

Op grond van het BBV behoort in de begroting een overzicht te worden opgenomen van de ‘Overhead’ in de organisatie. Hoofdlijn begroting 2023 ’Wat direct kan worden toegerekend, wordt direct toegerekend’.

  • Ondersteunende taken zijn niet direct dienstbaar aan de externe klant of het externe product en behoren daarom tot de overhead. Wanneer deze ondersteunende taken worden uitbesteed, behoren de uitbestedingskosten bedrijfsvoering tot de overhead;
  • Sturende taken, vervuld door hiërarchisch leidinggevenden behoren tot de overhead. De bijbehorende loonkosten behoren ondeelbaar tot de overhead;
  • De positionering van een functie binnen de organisatie heeft geen invloed op de beoordeling of er sprake is van overhead.

De overheadkosten zien er als volgt uit: 

Omschrijving Realisatie 2022 Primitief begroot 2023 Begroot na wijziging 2023 Realisatie 2023 Verschil 2023
Saldo lasten en baten
Overhead -30.563 -29.814 -31.441 -32.944 -1.503 N
Totaal
Toelichting: N = nadelig verschil en V = voordelig verschil
bedragen x € 1.000

Algemene reserve

Terug naar navigatie - Algemene reserve

Voor wat betreft de specificaties van mutaties in de reserves wordt verwezen naar het onderdeel ‘Uiteenzetting financiële positie’ / “Reserves en voorzieningen”. Hier vindt u ook de stand van de reserves en voorzieningen, die wij jaarlijks herijken. Ook ziet u de toevoeging en aanwending van de reserves, die in de budgetonderdelen van de thema’s zijn verwerkt. De stand van de algemene reserve per 31-12-2023 ziet er als volgt uit. 

Omschrijving Boekwaarde 1-1-2023 Storting 2023 Onttrekking 2023 Boekwaarde 31-12-2023
Algemene reserve
Algemene reserve (algemeen) 11.580 2.253 610 13.223
Totaal algemene reserve 11.580 2.253 610 13.223
Bedragen x € 1.000

Vennootschapsbelasting

Terug naar navigatie - Vennootschapsbelasting

De gemeente is niet aangemerkt als ondernemer door de Belastingdienst. Er wordt jaarlijks een toets uitgevoerd of er winst gemaakt wordt op niet-overhedentaken. Indien dit winstbedrag structureel is wordt de gemeente voor die betreffende activiteit als ondernemer aangemerkt en vallen we onder de vennootschapsbelasting. Voor 2023 was dit niet het geval en is geen vennootschapsbelasting verrekend. 

Omschrijving Realisatie 2022 Primitief begroot 2023 Begroot na wijziging 2023 Realisatie 2023 Verschil 2023
Saldo lasten en baten
Heffing VPB 0 -3 -3 0 2 V
Totaal 0 -3 -3 0 2 V
Toelichting: N = nadelig verschil en V = voordelig verschil
bedragen x € 1.000

Onvoorzien

Terug naar navigatie - Onvoorzien

In de oorspronkelijke begroting 2023 is een post onvoorzien opgenomen van € 150.000. Dit betreft een stelpost ter dekking van tegenvallers, c.q. niet voorziene uitgaven waar gedurende het begrotingsjaar alsnog prioriteit aan toe wordt gekend. In 2024 is € 61.000 beschikbaar gesteld voor de slachtoffers aardbeving Turkije en Syrië (Giro 555) en € 32.000 subsidie voor de Stichting Platform Tegenwind N33 voor het uitvoeren van een onderzoek naar de milieubelasting door bisphenol A (BPA) afkomstig van de turbines in het Windpark N33. Per saldo resteert een bedrag van € 57.000. 

Omschrijving Realisatie 2022 Primitief begroot 2023 Begroot na wijziging 2023 Realisatie 2023 Verschil 2023
Saldo lasten en baten
Onvoorzien 0 -150 -57 0 57 V
Totaal 0 -150 -57 0 57 V
Toelichting: N = nadelig verschil en V = voordelig verschil
bedragen x € 1.000

2.6.2 Verplichte beleidsindicatoren (BBV)

Terug naar navigatie - Beleidsindicatoren
Naam Indicator Eenheid Peiljaar MG Nederland
Gemiddelde WOZ waarde Duizend euro 2023 € 239 € 368
2022 € 206 € 317
2021 € 188 € 290
2020 € 175 € 271
Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden In euro’s 2023 € 954 € 860
2022 € 911 € 823
2021 € 806 € 733
2020 € 762 € 700
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden In euro’s 2023 € 997 € 942
2022 € 952 € 905
2021 € 852 € 810
2020 € 813 € 773
Formatie Fte per 1.000 inwoners 2023 11,3
2022 10,1
2021 9,4
2020 9,7
Bezetting Fte per 1.000 inwoners 2023 11,0
2022 10,4
2021 9,9
2020 9,9
Apparaatskosten Kosten per inwoner 2023 € 535
2022 € 503
2021 € 499
2020 € 445
Externe inhuur Kosten als % van tot. loonsom + tot. kosten inhuur extern 2023 17,4%
2022 16,2%
2021 15,9%
2020 17,1%
Overhead % van totale lasten 2023 11,2%
2022 11,0%
2021 12,7%
2020 11,3%

2.6.3 Financieel overzicht Bestuur en bedrijfsvoering

Terug naar navigatie - Excel bestuur en bedrijf
Omschrijving Realisatie 2022 Primitief begroot 2023 Begroot na wijziging 2023 Realisatie 2023 Verschil 2023
Lasten
Bestuur 2.842 3.246 3.560 2.983 577 V
Bestuursondersteuning 31.516 30.617 32.030 34.220 -2.190 N
Belastingen 1.320 769 1.217 1.358 -141 N
Treasury 57 -630 -156 1.858 -2.014 N
Gemeentefonds 0 0 0 0 0
Overige baten en lasten 787 12.437 7.029 2.021 5.008 V
Totaal lasten 36.521 46.438 43.681 42.440 1.241 V
Baten
Bestuur 229 0 0 229 229 V
Bestuursondersteuning 575 373 403 775 372 V
Belastingen 20.942 21.487 21.862 22.058 197 V
Treasury 469 428 1.652 2.511 859 V
Gemeentefonds 152.100 145.397 153.470 154.185 715 V
Overige baten en lasten 527 797 497 1.289 792 V
Totaal baten 174.841 168.482 177.884 181.047 3.163 V
Saldo voor bestemming 138.320 122.043 134.203 138.607 4.404 V
Mutatie reserves
Stortingen 3.917 0 50 25 25 V
Onttrekkingen 3.522 141 3.660 3.874 214 V
Totaal mutatie reserves -395 141 3.610 3.849 239 V
Saldo na bestemming 137.925 122.185 137.814 142.456 4.642 V
Toelichting: N = nadelig verschil en V = voordelig verschil
bedragen x € 1.000

Toelichting

Terug naar navigatie - Toelichting

Bestuur
Lasten (€ 577.000 voordelig): De voorziening Appa-wethouders wordt jaarlijks geëvalueerd om te bepalen of deze toereikend is voor toekomstige verplichtingen. Uit recente berekeningen is gebleken dat het saldo van de voorziening op dit moment hoger is dan noodzakelijk. Hierdoor valt er € 167.000 vrij in plaats van de verwachte storting van € 275.000. Dit resulteert in een voordeel van € 275.000 bij de lasten. Daarnaast resteert € 186.000 van de beschikbare € 500.000 van de overheveling van het raadsprogramma 2022. Er is een nadeel van € 62.000 door extra uitgaven voor het versterken van de positie van de gemeenteraad. Hier staan extra baten tegenover vanuit de Bestuurlijke Afspraken Versterking Groningen (BAVG). Verder zijn de salariskosten € 143.000 lager uitgevallen door een tijdelijk lagere bezetting. Overige plussen en minnen tellen op tot een voordeel van € 35.000.

Baten (€ 229.000 voordelig): Het grootste deel wordt verklaard de vrijval van € 167.000 uit de voorziening Appa-wethouders. Het overige voordeel van € 62.000 zijn toegekende middelen vanuit de Bestuurlijke Afspraken Versterking Groningen (BAVG).

Bestuursondersteuning
Lasten (€ 2.190.000 nadelig): De kosten van bestuursondersteuning bestaan uit beheer overige gronden en gebouwen, overhead waaronder toerekening projecten en verzelfstandiging Kielzog. Het beheer van de overige gebouwen en gronden heeft een voordelig saldo van € 139.000. De overhead betreft kosten van personeel ingezet voor sturing en ondersteuning van personeel in het primaire proces. De toerekening projecten en verzelfstandiging Kielzog zijn in de overheadkosten verwerkt. De overheadkosten waren in 2023 € 33,5 miljoen. Ten opzichte van de raming (na wijziging) van € 31,2 miljoen is dat een nadeel van € 2,3 miljoen. Dit nadeel bestaat uit:

  • Lagere salariskosten personeel € 300.000;
  • Lagere toegerekend rente € 400.000;
  • Hogere kosten inhuur € 1,8 miljoen;
  • Hogere kosten opleidingen en overige personeelskosten € 800.000;
  • Hogere kosten facilitair en huisvesting € 400.000.

De lagere salariskostenkosten zijn een gevolg van het personeelsverloop (vacatures) en daardoor, tijdelijk, niet invullen van functies in een vast en/of tijdelijk dienstverband. Om de continuïteit van het primaire proces in de organisatie en ook de beleidsuitvoering te waarborgen vindt inhuur plaats of worden werkzaamheden tijdelijk uitbesteed. De kosten hiervan zijn hoger dan de niet gerealiseerde loonkosten binnen de overhead. Daarentegen is er geen sprake van een overschrijding op de totale personeelskosten. Het grote personeelsverloop heeft ook effect op de opleidingskosten en overige personeelskosten. Deze zijn € 800.000 hoger. Het renteomslag percentage bedraagt voor 2023 0%. Hierdoor worden geen rentelasten toegerekend aan de taakvelden maar staat alles op product treasury. Dit levert een voordeel op bij overhead van € 400.000. De overschrijding van de kosten van facilitair en huisvesting die zich in 2022 heeft voorgedaan zetten zich voort in 2023 en lijken daarmee van structurele aard te zijn. In 2022 betrof het nadeel € 200.000 en in 2023 € 400.000. 

Baten (€ 372.000 voordelig): De baten van gronden en gebouwen zijn € 104.000 hoger door hogere doorbelasting van vastgoedkosten. De baten van overhead zijn € 268.000 hoger, vooral door hogere baten automatisering (onder andere Gegevensknooppunt Groningen).

Mutatie reserves (€ 318.000 nadelig): Dit wordt in hoofdzaak veroorzaakt door lagere onttrekkingen dan geraamd aan de reserve financiële ruimte 2022 voor uitvoering het raadsprogramma € 185.000, organisatieontwikkeling € 95.000 en schuldhulpverlening ondernemers € 50.000. De uitvoering heeft enige vertraging opgelopen waardoor de resterende uitgaven in 2024 worden gedaan in plaats van in 2023. Overige kleine afwijkingen tellen op tot een voordeel van € 12.000. 

Belastingen
Lasten (€ 141.000 nadelig): Om tijdig alle ingediende bezwaarschriften af te handelen, is er € 39.000 meer uitgegeven aan inhuur. Daarnaast zijn er meer organisaties in aanmerking gekomen voor de compensatieregeling Onroerende Zaak Belasting maatschappelijk vastgoed, wat heeft geleid tot een overschrijding van € 34.000. De bankkosten zijn incidenteel € 22.000 hoger uitgevallen, omdat ook bankkosten uit het verleden functioneel zijn verwerkt. Als gevolg van het grote aantal ingediende bezwaarschriften, inclusief die door “no cure no pay”-bureaus, zijn er voor totaal € 44.000 extra kosten gemaakt bij de rechtbank. Overige plussen en minnen leiden tot een nadeel van € 2.000.

Baten (€ 197.000 voordelig): De inkomsten uit de aanslagen Onroerende Zaak Belastingen (OZB) zijn € 87.000 hoger dan geraamd. Daarnaast heeft een intensievere aanpak van belastinginvordering geleid tot € 68.000 extra inkomsten uit vergoedingen voor aanmanings- en dwangbevelkosten. Bovendien is de voorziening voor dubieuze debiteuren belastingen opnieuw beoordeeld, wat leidt tot een voordeel van € 43.000. Het overige nadelige verschil van € 1.000 wordt veroorzaakt door diverse plussen en minnen.

Treasury
Lasten (€ 2.014.000 nadelig): Als gevolg van een hoog saldo schatkistbankieren en de stijging van de rente zijn de rentebaten dit jaar hoger dan de rentelasten. Dit heeft tot gevolg dat het renteomslag percentage voor 2023 op 0% is gezet. Hierdoor worden er geen rentelasten aan de overige taakvelden toegerekend en ontstaat er op het product Treasury een nadeel van ongeveer € 2 miljoen. Het voordeel van eveneens ongeveer € 2 miljoen komt tot uitdrukking in lagere lasten op de andere producten. Zie voor een nadere toelichting de paragraaf financiering.

Baten (€ 859.000 voordelig): Dit voordeel is met name een gevolg van hogere baten schatkistbankieren en rente korte financiering van € 764.000 en verrekening van dividendbelasting over de periode 2018-2023 met de belastingdienst € 95.000.

Gemeentefonds
Baten (€ 715.000 voordelig): Dit voordeel is met name het gevolg van de extra middelen die het Rijk bij de decembercirculaire 2023 beschikbaar heeft gesteld. Het betreft onder andere de compensatie voor de invoeringskosten van de Omgevingswet, de meerkosten die gemeenten maken in het sociaal domein in verband met de opvang van Oekraïense ontheemden en uitvoeringskosten gebiedsgerichte aanpak/uitwerking van het Nationaal Programma Landelijk gebied. Daarnaast is de algemene uitkering voordelig bijgesteld als gevolg van actualisatie van de verdeelmaatstaven.

Overige baten en lasten
Onder het product overige baten en lasten worden ramingen opgenomen die onder andere betrekking hebben op stelposten en nog niet bestemde uitgaven en inkomsten. Hierdoor fluctueren de ramingen en kunnen de werkelijke uitgaven op jaarbasis afwijken van de ramingen.

Lasten (€ 5.008.000 voordelig). Dit voordeel wordt in hoofdzaak veroorzaakt door:

  • Op het product overige baten en lasten is nog een bedrag van € 4.688.000 beschikbaar voor het opvangen van het inflatierisico. Bij de najaarsnota en slotwijziging 2023 is voorgesteld om de gestegen energie- en onderhoudskosten (€280.000), de verhoging van de huur van het sociaal team west (€ 90.000) en de gestegen kosten van brandstof en onderhoud van tractie (€ 48.000) te verrekenen met de stelpost inflatie. De betreffende bedragen zijn abusievelijk via begrotingswijziging verrekend met de reserve indexatie in plaats van met de stelpost. Op rekeningbasis worden de bedragen alsnog verrekend met de stelpost indexatie zoals voorgesteld bij de najaarsnota en slotwijziging. Rekening houdende met deze verrekening resteert per saldo een bedrag van € 4.270.000. Zie ook de toelichting bij mutaties reserves.
  • Bij de Voorjaarsnota 2023 is vooruitlopende op het jaarrekeningresultaat 2023 rekening gehouden met een voordelig resultaat van € 1.000.000. Dit is budgettair als stelpost verwerkt op het product overige baten en lasten. De realisatie is functioneel verwerkt en heeft een daardoor nadelig effect op het product overige baten en lasten van € 1.000.000.
  • Van de via de algemene uitkering ontvangen middelen voor taakmutaties resteert op het product algemene baten en lasten een bedrag van €998.000 dat nog niet is besteed en/of waarvan de besteding op andere producten is verantwoord.
  • Het voor 2024 beschikbare bedrag van € 500.000 voor uitvoering van het raadsprogramma is niet besteed.
  • Voor uitvoering van deze beleidsplannen wegen en kunstwerken is € 500.000 dekking op stelpost opgenomen. Eind 2023 zijn de beleidsplannen wegen en kunstwerken vastgesteld. De budgettaire consequenties worden via begrotingswijziging in 2024 verwerkt. Hierdoor valt het beschikbare bedrag 2023 van € 500.000 vrij in het rekeningsaldo. 
  • Hogere kosten centraal verantwoorde personeelsbudgetten - € 196.000. Het betreft onder andere de kosten van voormalig personeel, verrekening met de voorziening verlofsparen en mobiliteitskosten.
  • Afrekening van BTW en BCF met de belastingdienst over de jaren 2017 t/m 2020 heeft geleid tot extra lasten van € 552.000. Tegenover deze hogere lasten staan voordelige verrekeningen (zie analyse baten) van € 1.078.000. Per saldo resteert een voordelig effect van € 526.000.
  • Gedeeltelijk niet aanwenden van de post onvoorziene uitgaven € 57.000. 
  • Overige verschillen tellen op tot een voordeel van € 13.000.

Baten (€ 792.000 voordelig). Dit voordeel wordt in hoofdzaak veroorzaakt door:

  • Afrekening van BTW en BCF met de belastingdienst over de jaren 2017 t/m 2020 heeft geleid tot extra baten van € 1.078.000. Tegenover deze baten staan nadelige verrekeningen (zie analyse lasten) van €522.0000. Per saldo resteert een voordelig effect van € 526.000. Daarnaast is een bedrag van € 38.000 met de belastingdienst verrekend in verband met doorgeschoven BTW van samenwerkingsverbanden (zoals regio Groningen-Assen, agenda veenkoloniën en afvalverwijdering Oost- en Zuidoost Groningen).
  • Realisatie van het restant bezuinigingstaakstelling met betrekking tot de bedrijfsvoering - € 347.000. De realisatie van de taakstellingen is verantwoord op de betreffende producten.
  • Overige verschillen tellen op tot per saldo € 23.000 voordelig.

Mutaties reserves (€ 557.000 voordelig): Het voordeel is onder andere het gevolg van de vrijval van het restant maatwerkfonds energiecrisis (€927.000). Daarnaast is bij de Najaarsnota 2023 voorgesteld de gestegen energie- en onderhoudskosten van € 280.000 en de verhoging van de huur van het sociaal team west van € 90.000 te verrekenen met de stelpost indexatie. De betreffende bedragen zijn abusievelijk verwerkt als verrekening met de reserve indexatie in plaats van met de stelpost. Op rekeningbasis worden de bedragen alsnog verrekend met de stelpost indexatie zoals voorgesteld bij de najaarsnota. Zie ook de toelichting bij het product overige baten en lasten. De geraamde onttrekking aan de reserve blijft achterwege en heeft op product mutaties reserves een nadelig effect van € 370.000.