In de paragraaf bedrijfsvoering wordt een nadere toelichting opgenomen ten aanzien van de rechtmatigheidsverantwoording. Hierin moet in ieder geval worden ingegaan op de afwijkingen die zijn geconstateerd en die de rapportagegrens van € 147.500 overschrijden.
In deze paragraaf is de tekst opgenomen zoals deze in de paragraaf bedrijfsvoering zal worden opgenomen.
Rechtmatigheidsverantwoording
Met ingang van 2023 is de rechtmatigheidsverantwoording een wettelijke verplichting voor gemeenten. Het achterliggende doel van de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording is om de kaderstellende en controlerende taak van de gemeenteraad te versterken. De belangrijkste impact van deze wetswijziging heeft betrekking op de rolverdeling tussen raad, college en externe accountant. Het college stelt zelf een rechtmatigheidsverantwoording op en neemt deze op in de jaarrekening. In deze rechtmatigheidsverantwoording wordt door het college verantwoording afgelegd over de naleving van wet- en regelgeving bij de totstandkoming van de baten, lasten en balansmutaties in de jaarrekening.
De rechtmatigheidsverantwoording ziet op drie rechtmatigheidscriteria, zoals uitgewerkt door de Commissie BBV in de Kadernota Rechtmatigheid 2023. Dit zijn de volgende:
- Begrotingscriterium
- Voorwaardencriterium
- Misbruik en oneigenlijk gebruik beleid
Normenkader en verantwoordingsgrens
De relevante wet- en regelgeving is vastgelegd in het normenkader. Het gaat om Europese regelgeving, wettelijke bepalingen en eigen regelgeving, zoals verordeningen vastgesteld door de raad. Bij de wettelijke bepalingen zijn alleen de financiële beheershandelingen van belang, zoals bijvoorbeeld de Europese Aanbestedingsrichtlijnen. Voor verordeningen geldt dat alle gemeentelijke verordeningen voor zover deze bepalingen bevatten over financiële beheershandelingen onderdeel uitmaken van het normenkader. Ook andere besluiten van de raad met een kaderstellend karakter en die bepalingen bevatten over financiële beheershandelingen, zijn een verplicht onderdeel van het normenkader (begroting, raadsbesluiten over investerings-voorstellen, beleidsnota’s). Het normenkader 2023 is door de raad vastgesteld op 21 december 2023.
De verantwoordingsgrens is een door de raad vastgesteld bedrag, waarboven het college de geconstateerde afwijkingen in het kader van de rechtmatigheid moet opnemen in de rechtmatigheidsverantwoording. De verantwoordingsgrens dient te vallen binnen de bandbreedte van 0% tot 3% van de lasten inclusief dotaties aan de reserves. Afwijkingen betreffen onrechtmatigheden en onduidelijkheden. Voor zowel onrechtmatigheden als onduidelijkheden afzonderlijk geldt hetzelfde percentage.
In het controleprotocol 2023 is de verantwoordingsgrens gesteld op 3% van de totale lasten inclusief dotaties aan de reserves. In de jaarrekening 2023 bedragen de werkelijke lasten inclusief dotaties aan de reserves € 295.353.000. De verantwoordingsgrens bedraagt daarmee € 8.860.590.
Het college is verplicht om afwijkingen toe te lichten in de paragraaf bedrijfsvoering, indien het totaal van de geconstateerde afwijkingen de verantwoordingsgrens overschrijdt. Het college hecht waarde aan het gesprek met de raad over bevindingen uit de rechtmatigheidscontroles. Daarom beperkt het college zich niet tot het geven van een toelichting alleen bij het overschrijden van de verantwoordingsgrens. In het controleprotocol 2023 is opgenomen dat over afwijkingen groter dan 0,05% van de lasten inclusief dotaties aan de reserves wordt gerapporteerd in de paragraaf bedrijfsvoering. Op basis van de werkelijke lasten inclusief dotaties aan de reserves van € 295.353.000 bedraagt de rapportagegrens afgerond € 147.500.
Werkzaamheden en bevindingen
Om een gefundeerd oordeel te kunnen vormen over de rechtmatige verantwoording van de baten en lasten, alsmede de balansmutaties hebben wij verschillende interne controles verricht op processen die op omvangsbasis groter zijn dan 1% van de lasten inclusief dotaties aan de reserves. Deze controles vormen de basis om met name een oordeel te vormen ten aanzien van het voorwaardencriterium. Daarnaast hebben wij het begrotingscriterium en het M&O-criterium beoordeeld.
Ten aanzien van het begrotingscriterium hebben wij geconstateerd dat er geen sprake is van overschrijdingen van de lasten op programmaniveau dan wel overschrijdingen van investeringskredieten. Wel hebben wij geconstateerd dat er sprake is van onderschrijdingen van de baten op programmaniveau. Deze onderschrijdingen hebben wij nader geanalyseerd en hierbij geconcludeerd dat deze onderschrijdingen in nagenoeg alle gevallen gekoppeld zijn aan lager verantwoorde lasten (bijvoorbeeld als het gaat om bestedingen van subsidies) of dat de bate onderdeel uitmaakt van een grondexploitatie en het gaat om een verschuiving in de looptijd van de grondexploitatie. Deze onderschrijdingen van de baten zijn hiermee als rechtmatig te beschouwen.
Ten aanzien van het misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium hebben wij vastgesteld dat er is een vastgesteld en actueel M&O-beleid is, waarbij de belangrijkste aandachtgebieden en risico’s zijn geanalyseerd en binnen de processen beheersmaatregelen zijn getroffen om misbruik en oneigenlijk gebruik tegen te gaan. Wij hebben in 2023 geen signalen ontvangen dat er sprake is van misbruik en oneigenlijk gebruik.
Eén van de belangrijkste onderdelen van het voorwaardencriterium is het voldoen aan de wetgeving met betrekking tot Europese aanbestedingen. Voor de controle op rechtmatige aanbestedingen hebben we integrale spendanalyse uitgevoerd op alle bestedingen die over een periode van vier jaar groter zijn dan € 215.000 en een besteding hebben in boekjaar 2023. Uit de controle op het inkoop- en aanbestedingsproces komt een onrechtmatigheid van € 2.713.234 naar voren. Daarnaast hebben wij bij de controle op de PGB’s Wmo geconstateerd dat niet in alle gevallen het dossier de noodzakelijke kwaliteitsdocumenten bevat (zoals een Verklaring Omtrent Gedrag). Aangezien dit een voorwaarde is voor het verstrekken van een PGB is er bij het ontbreken hiervan sprake van een onrechtmatigheid. Totaal komt de onrechtmatigheid op dit onderdeel uit op € 169.000.
In totaal hebben wij onrechtmatigheden geconstateerd voor een bedrag van € 2.882.000. De door de raad vastgestelde verantwoordingsgrens bedraagt € 8.860.590. De geconstateerde onrechtmatigheden blijven onder de verantwoordingsgrens. Daarmee is de conclusie dat de gemeente in 2023 rechtmatig heeft gehandeld.