3.2 Paragraaf lokale heffingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

In deze paragraaf leggen we verantwoording af over de lokale belastingen, rechten en heffingen. Aan de orde komen:

  • De inkomsten van de lokale heffingen;
  • Het beleid;
  • De kostendekkendheid;
  • Belastingdruk voor de burger (woonlasten);
  • Kwijtscheldingsbeleid.

Inkomsten lokale heffingen

Terug naar navigatie - Inkomsten lokale heffingen

In onderstaande tabel staan de opbrengsten van onze lokale heffingen. Dit vergelijken we met de in de begroting geraamde opbrengsten.

Onroerendezaakbelasting (OZB)
De opbrengst OZB wijkt weinig af van de (gewijzigde) begroting. Het verschil komt doordat er bij OZB voor woningen uiteindelijk minder bezwaar en beroep is ingediend dan waar we rekening mee hadden gehouden.

Rioolheffing
We hebben € 225.000 meer inkomsten rioolheffing ontvangen dan begroot. Dit komt doordat er meer percelen zijn aangeslagen voor deze heffing. Het betreft vooral nieuwbouw en daarnaast percelen die voorheen ten onrechte waren vrijgesteld.

Afvalstoffenheffing
We hebben € 125.000 minder inkomsten afvalstoffenheffing ontvangen dan begroot. Dit komt doordat er minder restafval is aangeboden dan begroot. Dit heeft geleid tot € 176.000 minder inkomsten. Daarnaast hebben we meer inkomsten van € 51.000 uit vastrecht en extra containers ontvangen.

Toeristenbelasting 
De toeristische sector is behoorlijk aangetrokken de laatste tijd en we zien dan ook een naar verhouding forse meeropbrengst. De toeristenbelasting wordt achteraf opgelegd en in deze meeropbrengst zit € 75.000 dat nog betrekking heeft op het jaar 2022. Daarnaast is de verwachte extra opbrengst 2023 ook verwerkt.

Lijkbezorgingsrechten
We hebben € 41.000 meer inkomsten lijkbezorgingsrechten ontvangen. Dit komt met name door meer inkomsten uit de afkoop van grafrechten voor onderhoud van graven voor bepaalde tijd.

Leges 
In 2023 hebben we € 93.000 minder leges uit aanvragen voor een vergunning Telecommunicatie en kabels en leidingen ontvangen, hoofdzakelijk door vertraging in de aanleg van glasvezelkabels. We hebben in totaal € 619.000 meer leges uit Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning, waaronder bouwleges, ontvangen dan begroot. Dit komt doordat er meer bouwaanvragen zijn binnengekomen, waaronder aanvragen voor een aantal grote projecten. In december 2023 hebben we een nog een grote hoeveelheid aanvragen ontvangen vanwege de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024. In totaal hebben we aan omgevingsvergunningen € 541.000 meer leges ontvangen. Daarnaast hebben we door een toename in het aantal aanvragen € 78.000 meer aan leges voor bestemmingsplanwijzigingen ontvangen.
 

Onderdeel Begroot 2023 Begroot 2023 na wijziging Realisatie 2023 Verschil
Onroerende zaakbelasting woningen Eigenaren 12.323 12.573 12.642 68
Onroerende zaakbelasting niet woningen - Eigenaren 5.310 5.355 5.370 15
Onroerende zaakbelasting niet woningen - Gebruikers 3.854 3.874 3.876 3
Rioolheffing 5.593 5.593 5.818 225
Afvalstoffenheffing 6.797 6.797 6.672 -125
Toeristenbelasting 300 300 403 103
Lijkbezorgingsrechten 249 249 290 41
Leges (inclusief marktgelden) 2.530 3.136 3.617 481
Totaal 36.955 37.876 38.688 811
bedragen x € 1.000

Beleid lokale heffingen

Terug naar navigatie - Beleid lokale heffingen

Lokale heffingen:

  • Belastingen: de onroerendezaakbelasting (OZB) en de toeristenbelasting. De opbrengst is vrij te besteden en de gemeente is ook vrij om de hoogte van de tarieven vast te stellen; 
  • Gebonden heffingen (bestemmingsheffingen): de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De opbrengst van de afvalstoffenheffing moet gebruikt worden voor de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval. De opbrengst van de rioolheffing moet gebruikt worden voor de wettelijke gemeentelijke watertaken. Bij beide heffingen geldt de opbrengstnorm: de gemeente mag niet meer inkomsten ramen dan de verwachte kosten; 
  • Rechten: de leges, de lijkbezorgingsrechten en markt- en liggelden. Het gaat hier om diensten die de gemeente verleent of laat verlenen en waarbij er een individueel belang voor de aanvrager is. Ook hierbij geldt de opbrengstnorm.

Hieronder geven we een beeld van het beleid rond de verschillende heffingen.

Onroerendezaakbelastingen (OZB)
De OZB is de belangrijkste gemeentelijke belasting qua omvang en vrij te besteden opbrengst. De hoogte van de aanslag is afhankelijk van de WOZ-waarde en van de tarieven die door de raad zijn vastgesteld. Er zijn drie verschillende tarieven. Eén voor de eigenaren van woningen, één voor de eigenaren van niet-woningen en één voor de gebruikers van niet-woningen. Niet-woningen zijn niet alleen kantoren, winkels of scholen, maar ook bijvoorbeeld trafo’s of onbebouwde grond. We zijn verplicht om sommige niet-woningen, zoals kerken en landbouwgrond, buiten de heffing te houden. Naast deze verplichte vrijstellingen kan een gemeente ervoor kiezen om zelf bepaalde soorten onroerende zaken vrij te stellen van OZB. Onze gemeente is daar terughoudend in vanwege het gelijkheidsbeginsel.
De taxateurs van de gemeente waarderen elk jaar opnieuw alle woningen en niet-woningen in de gemeente. Dat gebeurt op basis van de Wet WOZ. We hebben afgesproken dat we de opbrengst jaarlijks aanpassen met het zogeheten consumenten prijsindexcijfer (CPI). We nemen daarbij het laatst afgeronde jaar. Dit betekent dat we de geraamde opbrengst van de OZB in 2023 hebben verhoogd met 2,7%; het CPI van 2021. Deze verhoging is vastgesteld bij de begroting.

Rioolheffing
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet verankering en bekostiging gemeentelijke watertaken. Daarin is de zorgplicht voor opvang en transport van afvalwater en hemelwater geregeld. Ook de beheersing van het grondwaterpeil in de bebouwde kom is een taak van de gemeente. De kosten hiervoor dekken we uit de rioolheffing. De wetgever geeft gemeenten veel eigen ruimte om de rioolheffing vorm te geven. De opbrengst van de rioolheffing, met als uitgangspunt maximaal 100% kostendekkendheid, is geoormerkt. Zijn er toch hogere opbrengsten dan blijft dit gereserveerd voor de gemeentelijke watertaken in de voorziening. 
Bij de begroting hebben we aangegeven te kijken naar een mogelijke verbreding van de belastingplicht. Zoals aangegeven op pagina 124 van de begroting 2023: 'De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet verankering en bekostiging gemeentelijke watertaken. Dat betekent niet alleen de zorgplicht voor opvang en transport van afvalwater en hemelwater, maar ook voor de beheersing van het grondwaterpeil in de bebouwde kom. De kosten hiervoor dekken we uit de rioolheffing; een naam dus die de lading niet volledig dekt. Vanuit de VNG wordt benadrukt dat de kosten die de gemeente maakt voor watertaken steeds minder een directe relatie hebben met de afvoer van afval- en hemelwater. De VNG adviseert dan ook om de belastingplicht te verbreden naar iedereen die een belang heeft bij de uitvoering van de gemeentelijke watertaken. Voor onze gemeente zou dat betekenen dat met name in het gebied van de voormalige gemeente Slochteren vrijstellingen van de rioolheffing komen te vervallen. Of dit wenselijk is in 2023 moet nog helder worden'. 
We hebben dit bij het opstellen van het nieuwe Water-rioolprogramma onderzocht en vooralsnog afgezien van invoering, vanwege mogelijke juridische consequenties. De kostendekking is in 2023 uitgekomen op de beoogde 100%.

Afvalstoffenheffing 
Gemeenten hebben de plicht om zorg te dragen voor inzameling en verwerking van huishoudelijk afval. Dat staat in de Wet milieubeheer. Deze heffing sturen we naar de gebruikers van de percelen waar huishoudelijk afval kan ontstaan. We hebben het zogeheten diftarsysteem. Dat betekent dat er verschillende tarieven zijn. In onze gemeente houdt dit in dat elk huishouden een bedrag voor vastrecht betaalt en daarnaast een bedrag voor elke keer dat er een vuilniszak of een container wordt aangeboden. In 2023 is de mate van kostendekking uitgekomen op 77%. We streven op termijn naar 100%.

Toeristenbelasting
Deze belasting is vrij te besteden. We willen de opbrengst wel zoveel mogelijk gebruiken voor kosten die te maken hebben met recreatie en toeristische voorzieningen. Wij brengen toeristenbelasting in rekening bij de recreatieondernemer. Deze kan de belasting verhalen op de gasten. We hebben een vast tarief per overnachting (verlaagd voor kampeerplaatsen) en twee tarieven voor seizoenplaatsen op campings.

Lijkbezorgingsrechten
Lijkbezorgingsrechten vraagt de gemeente voor het recht op een graf, voor onderhoud van de begraafplaatsen en voor het begraven zelf. Verder zijn er nog aanvullende diensten. Ook voor de lijkbezorgingsrechten geldt de opbrengstlimiet. Er is echter geen sprake van volledige kostendekking.

Liggelden
Alleen in het haventje van Zuidbroek heffen we liggelden. De exploitatie daarvan is in handen van de beheerder van de haven. De tarieven zijn niet kostendekkend. In de komende periode stellen we een visiedocument op over het gebruik van water als ligplaats, zowel voor toeristen als voor woonboten.

Marktgelden 
Marktgelden heffen we voor de locatie aan de Hoofdstraat in Hoogezand; de enige aangewezen markt in onze gemeente. De overige plaatsen zijn standplaatsen (al dan niet tijdelijk), waarvoor legesheffing is geregeld in de legesverordening.

Leges 
Onder de naam ‘leges’ heffen we een groot aantal verschillende rechten voor verstrekte diensten. Dit kan gaan om de uitgifte van een paspoort of het sluiten van een huwelijk, maar ook om een vergunning voor het bouwen van een woning of het houden van een evenement. Belangrijke voorwaarde voor legesheffing is dat de aanvrager een persoonlijk belang moet hebben bij de dienst. De belastingplicht ontstaat op het moment van aanvragen. Deze diensten hebben we in de legesverordening in een drietal titels bij elkaar gezet:

  • Titel 1: Algemene dienstverlening;
  • Titel 2: Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet;
  • Titel 3: Dienstverlening vallend onder de Europese Dienstenrichtlijn.

Onder titel 1 vallen vooral de diensten van Burgerzaken. Denk aan de verstrekking van een paspoort of rijbewijs. Onder titel 2 vallen de diensten voor het verlenen van omgevingsvergunningen en van de gemeente voor wijzigingen van een bestemmingsplan. Titel 3 betreft de vergunningen voor ondernemers, zoals een drank- en horecavergunning of een evenementenvergunning.

Kostendekkendheid van de heffingen

Terug naar navigatie - Kostendekking van de heffingen

Kostenverdeelstaat
Voor het berekenen van de kostendekkendheid maken we gebruik van een zogeheten kostenverdeelstaat. In deze kostenverdeelstaat rekenen wij directe en indirecte (overhead) kosten toe aan een heffing.

Toerekening directe lasten 
Dit zijn de lasten die rechtstreeks te maken hebben met de uitvoering van taken. Ze staan dan ook verantwoord binnen een taakveld. Een voorbeeld is het Taakveld Riolering: daar staan onder meer de kapitaallasten (rente- en afschrijvingskosten op investeringen), de loonkosten van de medewerkers en kosten voor kolken en vegen op. Deze kosten zijn rechtstreeks toe te rekenen aan de rioolheffing.

Toerekening indirecte lasten
Onder de indirecte kosten valt de opbrengstderving door kwijtschelding en oninbaarheid, maar ook perceptiekosten (de kosten om de heffing daadwerkelijk te verkrijgen). Ook de te betalen BTW over de directe lasten en over de investeringen valt hieronder. Daarnaast rekenen we overhead toe. Dat betekent dat we kosten van administratie, personeelszaken, facilitair en automatisering als een opslagpercentage op de directe personeelskosten meetellen. In de Financiële Verordening is de methodiek voor de toerekening van overhead verantwoord.
In de tabellen hieronder zien we de kostendekking van achtereenvolgens de rioolheffing, de afvalstoffenheffing, en de leges van de drie verschillende titels.

Kostendekking rioolheffing
De hogere baten rioolheffing worden veroorzaakt door een toename van het aantal aansluitingen en daarmee het aantal opgelegde aanslagen. De personeelskosten (inclusief toegerekende overhead) en de btw zijn lager dan begroot. Dit komt door niet ingevulde vacatureruimte en doordat er minder is uitgegeven aan investeringen. Verder zijn door een herberekening van de rente op investeringen de toegerekende rentelasten lager dan begroot. Per saldo leidt dit tot een storting in de voorziening van ruim € 1,2 miljoen meer dan begroot. Zie ook de toelichting bij hoofdstuk 2.1. Dorpen en Wijken, financieel overzicht product Riolering. Dit blijft gereserveerd voor de watertaken.

Kostendekking afvalstoffenheffing
De lagere baten komt met name door een afname van het aantal ledigingen huishoudelijk afval. De personeelskosten (inclusief toegerekende overhead) zijn hoger dan begroot. Dit komt door een toename van de kosten ingeleend personeel. Verder zijn de kosten voor het inzamelen van PMD (plastic verpakkingen, metalen verpakkingen (blik) en drankpakken) hoger dan begroot. Dit geldt ook voor de toegerekende kosten huisvesting personeel afval. Door een afname van het aantal ledigingen huishoudelijk afval zijn de verwekingskosten lager dan begroot. Tot slot is er een afname van het aantal kwijtscheldingen, waardoor de kosten met € 35.000 zijn afgenomen. Per saldo leidt dit tot een onttrekking uit de voorziening van ruim € 300.000 meer dan begroot. Zie ook de toelichting bij hoofdstuk 2.1. Dorpen en Wijken, financieel overzicht product Afval.

Kostendekkendheid van de rioolheffing

Terug naar navigatie - Kostendekkendheid van de rioolheffing
Onderdeel Realisatie 2022 Begroot 2023 Begroot 2023 na wijziging Realisatie 2023
Kosten taakveld 7.2 Riolering * 4.836 4.210 4.149 4.924
Inkomsten taakveld excl. Heffingen * -54 -43 -70 -114
Netto kosten taakveld 7.2 Riolering 4.782 4.167 4.080 4.810
Overhead m.i.v. 2020 (naar rato directe personeelskosten) 383 519 477 376
Kwijtschelding 7 7 7 2
Perceptiekosten 57 36 36 27
BTW op exploitatie en investeringen 613 864 854 602
Totale kosten 5.842 5.593 5.454 5.818
Opbrengst rioolheffingen -5.842 -5.593 -5.593 -5.818
Dekkingspercentage 100% 100% 103% 100%
* incl. storting/onttrekking egalisatievoorziening Rioolrechten 1.179 64 53 1.242
bedragen x € 1.000

Kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing

Terug naar navigatie - Kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing
Onderdeel Realisatie 2022 Begroot 2023 Begroot 2023 na wijziging Realisatie 2023
Kosten taakveld 7.3 Afval *) **) 7.929 7.104 6.933 7.515
Inkomsten taakveld excl. heffingen *) ***) -1.555 -1.169 -1.107 -1.814
Netto kosten taakveld 7.3 Afval 6.375 5.935 5.825 5.701
Overhead m.i.v. 2020 (naar rato directe personeelskosten) 1.526 1.436 1.504 1.710
Kwijtschelding 437 453 458 423
Perceptiekosten 67 36 36 32
BTW op exploitatie en investeringen 947 980 892 849
Totale kosten 9.351 8.839 8.715 8.715
Opbrengst afvalstoffenheffingen -6.453 -6.797 -6.797 -6.672
Dekkingspercentage 69% 77% 78% 77%
*) incl. storting /onttrekking egalisatievoorziening Afvalstoffen 962 -269 -104 -459
**) excl. bedrijfsafval lasten 12 19 19 33
***) excl. bedrijfsafval baten -20 -19 -19 -33
bedragen x € 1.000

Kostendekkendheid leges

Terug naar navigatie - Kostendekkendheid leges

De totale kostendekkendheid van de leges komt in 2023 uit op 57,9%. Ten opzichte van de primitieve begroting is de kostendekking met 1,8% toegenomen. Dit komt door Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning. Van de legesverordening komt geen van de drie titels boven de 100% kostendekking uit. In 2023 zijn er meer vergunningen verleend dan geraamd. Daarnaast zijn er meer bouwleges binnengekomen uit grote projecten. Bij grote projecten zijn de kosten van de inzet van personeel doorgaans minder hoog dan de leges. Daar staat tegenover dat bij kleine aanvragen deze kosten vaak hoger zijn. Er is sprake van “kruissubsidiering”, grote projecten zijn dan meer dan kostendekkend en kleine projecten zijn niet kostendekkend. 

Titel 1 Algemene dienstverlening Directe kosten Overhead Baten Kostendekking
hoofdstuk 1 Burgerlijke stand € 113.316 € 55.000 € 75.276 44,7%
hoofdstuk 2 Reisdocumenten Nederlandse Identiteitskaart € 324.951 € 102.000 € 312.346 73,2%
hoofdstuk 3 Rijbewijzen € 296.611 € 124.000 € 232.308 55,2%
hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de Basis Registratie Personen € 114.560 € 67.000 € 16.313 9,0%
hoofdstuk 9 Overige publiekszaken Stadsbalie € 104.010 € 33.000 € 66.774 48,7%
hoofdstuk 10 Gemeentearchief € 8.094 € 4.864 € 10.687 82,5%
hoofdstuk 12 Leegstandswet € 341 € 205 € 346 63,4%
hoofdstuk 14 Standplaatsen € 29.999 € 8.162 € 7.835 20,5%
hoofdstuk 16 Kansspelen € 4.312 € 2.591 € 1.053 15,3%
hoofdstuk 17 Telecommunicatie € 521.523 € 228.234 € 172.380 23,0%
hoofdstuk 18 Verkeer en vervoer € 1.671 € 1.004 € 779 29,1%
hoofdstuk 19 Diversen € 2.396 € 1.440 € 3.681 96,0%
Kostendekking Titel 1 € 1.521.786 € 627.500 € 899.778 41,9%
Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning Directe kosten Overhead Baten Kostendekking
hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning € 3.432.575 € 375.800 € 2.541.384 66,7%
hoofdstuk 8 Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten € 85.718 € 51.509 € 145.377 105,9%
Kostendekking Titel 2 € 3.518.294 € 427.309 € 2.686.761 68,1%
Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Directe kosten Overhead Baten Kostendekking
hoofdstuk 1 Horeca € 37.194 € 22.350 € 10.193 17,1%
hoofdstuk 2 Organiseren evenementen of markten € 55.496 € 21.950 € 13.379 17,3%
hoofdstuk 3 Seksbedrijven € 1.015 € 610 € 672 41,4%
hoofdstuk 7 Kinderopvang € 4.515 € 2.713 € 4.957 68,6%
hoofdstuk 8 Diversen € 634 € 381 € 991 97,6%
Kostendekking Titel 3 € 98.853 € 48.004 € 30.191 20,6%
Kostendekking totale tarieventabel € 5.138.933 € 1.102.813 € 3.616.729 57,9%

Recapitulatie titel 1,2 en 3

Terug naar navigatie - Recapitulatie titel 1,2 en 3

In onderstaande overzicht is het totaal van de toegerekende kosten, baten en kostendekking per titel te zien. 

Totaal Directe kosten Overhead Baten Kostendekking
Kostendekking Titel 1 € 1.521.786 € 627.500 € 899.778 41,9%
Kostendekking Titel 2 € 3.518.294 € 427.309 € 2.686.761 68,1%
Kostendekking Titel 3 € 98.853 € 48.004 € 30.191 20,6%
Kostendekking totale tarieventabel € 5.138.933 € 1.102.813 € 3.616.729 57,9%

Belastingdruk (woonlasten)

Woonlasten

Terug naar navigatie - Woonlasten

Om een beeld te geven van de lokale lastendruk vergelijken we de woonlasten (Ozb, afvalstoffenheffing en rioolheffing) van onze gemeente met de omliggende gemeenten. Daarvoor hebben we gegevens gebruikt van onderzoeksinstituut COELO (verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen). De totale belastingdruk bestaat uit:

  • De gemiddelde WOZ-waarde van een koopwoning in de genoemde gemeente;
  • Het vastrecht van de afvalstoffenheffing en acht keer (het gemiddelde aanbod) een lediging van een minicontainer;
  • Rioolheffing voor eigenaar van een woning.
Woonlasten Midden-Groningen 2023 en omliggende gemeenten (bron COELO)
Gemeente Ozb Afval Riool Totaal
Tynaarlo 370 169 176 715
Aa en Hunze 368 250 161 779
Stadskanaal 425 230 172 827
Eemsdelta 393 261 249 903
Veendam 472 334 157 963
Oldambt 487 230 238 954
Midden-Groningen 543 242 190 976
Pekela 458 335 185 978
Groningen 588 309 155 1.051
Westerwolde 430 337 293 1.060
bedragen in €
*) OZB voor een koopwoning met gemiddelde waarde, afvalstoffenheffing 2 persoonshuishouden en rioolheffing voor eigenaar/bewoner

Kwijtscheldingsbeleid

Terug naar navigatie - Kwijtscheldingsbeleid

Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen is mogelijk voor huishoudens met een inkomen op bijstandsniveau en een beperkt vermogen. In ons collegeprogramma 'Samen aan de slag!' is bestrijding van armoede nadrukkelijk benoemd. Ons kwijtscheldingsbeleid is één van de manieren waarop we dit kunnen doen. De beleidsruimte is echter beperkt. De bevoegdheid van de raad beperkt zich tot:

  • Bepalen welke belastingen voor kwijtschelding in aanmerking komen;
  • Het norminkomen voor de toetsing vaststellen tussen 90% en 100% van de bijstandsnorm;
  • Kwijtschelding mogelijk maken voor de woonlasten van kleine ondernemers;
  • De volledige AOW-norm als norminkomen gebruiken in plaats van de lagere AIO-norm;
  • De netto kosten voor kinderopvang (het verschil tussen de betaalde kosten en de kinderopvangtoeslag) meetellen in de beoordeling van aanvragen van werkende eenoudergezinnen;
  • De vermogensvrijstelling verruimen tot een maximaal, door het Rijk vastgesteld, bedrag.

De belastingen waar in onze gemeente kwijtschelding voor kan gelden zijn de onroerendezaakbelasting, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. Bestendige beleidslijn is om de meest ruimhartige invulling te geven aan de keuzemogelijkheden die hierboven staan. 
De manier waarop de gemeente de betalingscapaciteit en de vermogensvrijstelling van de aanvragers moet berekenen is vastgelegd in de landelijk geldende Uitvoeringsregeling Invorderingswet. De gemeente heeft wel de bevoegdheid om nadere regels over de uitvoering te geven. Die regels staan in de Leidraad Invordering 2020 en ook hierbij zijn de uitgangspunten van ons collegeprogramma leidend. De kwijtschelding wordt via geautomatiseerde toetsing voor een zo groot mogelijk deel van de doelgroep direct geregeld. Zij zien dit op de aanslag staan en hoeven geen aanvraag meer in te dienen. Met ingang van 2022 is de afhandeling van de kwijtschelding uitbesteed aan het Noordelijk Belastingkantoor. Daardoor kunnen aanvragers volstaan met één aanvraag voor de gemeentelijke belastingen en de waterschapslasten tegelijk. 

Kwijtscheldingen Begroot 2023 Begroot 2023 na wijziging Realisatie 2023 Verschil
Afvalstoffenheffing 453 458 423 -35
Rioolheffing 7 7 2 -5
OZB 10 10 2 -8
Totaal 470 475 427 -48
bedragen x € 1.000