Waarderingsgrondslagen
Terug naar navigatie - WaarderingsgrondslagenDe jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften uit het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten. Tevens is onze Financiële verordening van toepassing. De daaruit voortvloeiende waarderingsgrondslagen voor het waarderen van bezittingen en schulden en het verantwoorden van kosten en baten staan hierin vermeld.
Algemene grondslagen voor opstellen jaarrekening
Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten (overhead) en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend. In dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd.
Passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, met uitzondering van voorzieningen die tegen contante waarde zijn gewaardeerd. Eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de boekwaarde van vorderingen (debiteuren) en voorraden (grondexploitaties) in mindering gebracht.
De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het vaststellen van de jaarrekening bekend zijn geworden.
Dividendopbrengsten van deelnemingen worden als bate genomen op het moment waarop het dividend betaalbaar gesteld wordt.
Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende verlofaanspraken en dergelijke.
Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (reorganisaties) dient wel een verplichting gevormd te worden.
Om de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening te kunnen toepassen, is het nodig dat de leiding van de instelling over verschillende zaken zich een oordeel vormt, en dat de leiding schattingen maakt die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Inherent aan het maken van schattingen is dat de werkelijke uitkomst kan afwijken.
Vaste activa
Immateriële vaste activa
De immateriële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, onder aftrek van de ter zake ontvangen investeringsbijdragen van derden en verminderd met de waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn.
Materiële vaste activa
De materiële vaste activa zijn fysiek aanwezige activa en worden gewaardeerd op basis van de verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs, verminderd met de ontvangen bijdragen van derden die in directe relatie staan met het actief. De materiële vaste activa zijn naar de volgende categorieën in te delen:
- Investeringen met een economisch nut;
- Investeringen met een economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven;
- Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.
Financiële vaste activa
De waardering van de financiële vaste activa is in het algemeen gebaseerd op de verkrijgingsprijs. Wanneer de marktwaarde duurzaam lager is dan de verkrijgingsprijs worden ze afgewaardeerd tegen marktwaarde. De leningen worden gewaardeerd tegen nominale waarde onder aftrek van eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid.
Vlottende activa
Voorraden
De voorraden, waaronder grond- en hulpstoffen, onderhanden werken (inclusief bouwgronden in exploitatie) en gereed product en handelsgoederen, worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Uitzondering hierop is wanneer de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Dan worden de voorraden gewaardeerd tegen de marktwaarde. De termijn voor de duur van grondexploitaties is beperkt tot (voortschrijdend) maximaal 10 jaar. Van deze termijn kan alleen gemotiveerd worden afgeweken. In voorkomende gevallen wordt de reden van afwijking toegelicht in de toelichting op de voorraden. Bij de grondexploitaties is rentetoerekening over het geïnvesteerde vermogen van toepassing hetgeen op de betreffende producten tot uitdrukking wordt gebracht. Dat geldt eveneens voor de verrekeningen met eigen reserves en voorzieningen. Bij winstgevende grondexploitaties wordt op basis van de voortgang van de exploitatie tussentijds winst genomen volgens de door BBV voorgeschreven Percentage of Completion (PoC)-methode.
Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar
De uitzettingen worden gewaardeerd op basis van de nominale waarde. Eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid zijn in mindering gebracht op de waarde van de vordering.
Overlopende activa
De overlopende activa worden gewaardeerd op basis van de nominale waarde.
Liquide middelen
De liquide middelen bestaan uit bank- en kassaldi. Deze saldi worden opgenomen tegen nominale waarde.
Vaste passiva
Eigen vermogen
Het eigen vermogen is vermogen dat door de gemeente naar eigen inzicht kan worden besteed. Deze wordt gewaardeerd tegen de nominale waarde. Het eigen vermogen bestaat uit:
- Algemene reserve;
- Bestemmingsreserves;
- Gerealiseerd resultaat.
De algemene reserve en het gerealiseerde resultaat kunnen als buffervermogen beschouwd, hiermee kunnen verplichtingen worden nagekomen of tegenvallers worden opgevangen, waarvoor geen of onvoldoende voorzieningen zijn gevormd.
Voorzieningen
Voorzieningen worden gewaardeerd op basis van de nominale waarde. Uitzonderingen zijn de netto contante waarde voor de Verliesvoorziening grondexploitaties en actuariële waarde voor de APPA .
Vaste schulden met een rentetypische looptijd > 1 jaar
Onder deze schulden zijn alle door de gemeente aangegane schulden opgenomen met een looptijd van één jaar of langer. De waardering vindt plaats tegen nominale waarde.
Vlottende passiva
Vlottende schulden
De vlottende schulden hebben een rentetypische looptijd korter dan één jaar. De vlottende schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
Overlopende passiva
Overlopende passiva zijn verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd met een specifiek bestemmingsdoel en de overige vooruit ontvangen bedragen. Deze overlopende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
SiSa-verantwoording Participatiewet
De jaarrekening is opgesteld op basis van het stelsel van baten en lasten, terwijl de SiSa-verantwoording op kasbasis is. Dit houdt in dat er met betrekking tot de Participatiewet geen overlopende posten zijn. Voor de overige overlopende posten hanteren we het stelsel van baten en lasten.
Continuïteit
Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling. Er zijn geen plannen om taken of activiteiten af te stoten.
Rechtmatigheidsverantwoording
De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld volgens de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en de financiële- en controleverordeningen van gemeente Midden-Groningen. Daarnaast geldt het door de raad op 21 december 2023 vastgesteld normenkader als toetsingskader voor de rechtmatigheidsverantwoording.