3.5 Paragraaf Financiering

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

Het gevoerde treasurybeleid, de beheersing van de financiële risico's en de ontwikkeling op het gebied van rente en financiering in 2023 is in deze paragraaf vermeld en toegelicht. Treasury is het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico's.

Uit de financieringsparagraaf moet blijken dat:

  • De uitvoering van de financieringsfunctie uitsluitend de publieke taak dient;
  • Aan de kasgeldlimiet en de renterisiconorm wordt voldaan;
  • Het beheer prudent en risicomijdend is.

De risicobeheersing richt zich op renterisico’s, kredietrisico’s, koersrisico’s en valutarisico’s. De Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo) bepaalt de vereisten ten aanzien van de kredietwaardigheid van financiële instellingen.

Wettelijk kader

Terug naar navigatie - Wettelijk kader

De uitvoering van de gemeentelijke financieringsfunctie dient plaats te vinden binnen de wettelijke kaders van de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido), die op 1 januari 2001 is ingevoerd en voor het laatst in 2013 is gewijzigd. In de wet staan transparantie en risicobeheersing centraal. De transparantie komt tot uitdrukking in een verplicht Treasurystatuut en een financieringsparagraaf in de begroting en de jaarrekening. Een ander belangrijk uitgangspunt van de Wet Fido is dat deze wet aan de lagere overheden de verplichting oplegt financiële risico’s op treasurygebied te beheersen. In het Treasurystatuut zijn binnen de mogelijkheden van de Wet Fido en de Ruddo de kaders vastgelegd voor de uitvoering van de treasuryfunctie bij de gemeenten. Het college van burgemeester en wethouders heeft op 23 januari 2018 het "Treasurystatuut 2018 gemeente Midden-Groningen" vastgesteld.

Vermogenspositie

Terug naar navigatie - Vermogenspositie

In onderstaande tabel is het verloop van de langlopende vaste geldleningen over het jaar 2023 weergegeven ten opzichte van de begrotingsraming. Er zijn in 2023 geen nieuwe langlopende geldleningen aangegaan. 

1-1-2023 Opname Aflossing 31-12-2023
Begroting 123.959 0 10.223 113.736
Werkelijk 123.959 0 10.223 113.736
Verschil 0 0 0 0
bedragen x € 1.000

Financieringsbeleid

Terug naar navigatie - Financieringsbeleid

Om te voorzien in de financieringsbehoefte staan de gemeente interne en externe financieringsmiddelen ter beschikking. De interne financieringsmiddelen bestaan uit de reserves, oftewel eigen vermogen en de voorzieningen. De externe financieringsmiddelen bestaan uit de opgenomen langlopende geldleningen en kortlopende middelen (onder andere rekening-courant geld en kasgeldleningen), oftewel het vreemd vermogen. Op het moment dat de uitgaven worden gedekt door inzet van reserves vindt een substitutie plaats van eigen vermogen naar vreemd vermogen. We werken vanuit totaalfinanciering. Kenmerk is dat er geen één-op-één relatie wordt gelegd tussen een investering en financiering, maar dat wordt gekeken naar het totaal. Het systeem van totaalfinanciering maakt optimale benutting van externe financieringsbronnen mogelijk. We proberen leningen tegen zo laag mogelijke kosten aan te trekken en tegelijkertijd de renterisico’s te beheersen. 

Liquiditeitenbeheer

Terug naar navigatie - Liquiditeitenbeheer

Liquiditeitenbeheer is het beheren, reguleren en besturen van de inkomende en uitgaande geldstromen en de effecten daarvan op de rekening-courantsaldi. In de financieringsovereenkomst met de BNG-bank is een kredietlimiet van € 10 miljoen overeengekomen. Tevens hebben wij een intra-daglimiet van € 10 miljoen. Totaal kunnen we dus tot € 20 miljoen rood staan in rekening-courant tegen een gunstig rentepercentage. Door het opstellen en tussentijds actualiseren van een meerjarige prognose van de liquiditeit, die gebaseerd is op de meerjarenbegroting, proberen we liquiditeitenrisico’s zoveel mogelijk te beperken. De prognose is opgesteld met daarin de schattingen van de uitgaven en inkomsten die verband houden met de exploitatie, grondexploitatie en investeringen. In 2023 is de prognose geactualiseerd. De liquiditeitsprognose betreft een momentopname omdat de schatting in de loop van het jaar nogal eens verandert door wijziging in de realisatie van de uitgaven en inkomsten. Eén en ander is echter mede afhankelijk van een goede informatievoorziening vanuit de gehele organisatie. 

Ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt

Terug naar navigatie - Ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt

Vanwege de hoge inflatie is de rente op de geld- en kapitaalmarkt vanaf 2022 onder druk komen te staan. De Europese Centrale Bank heeft destijds besloten om de rente stapsgewijs te verhogen. In 2023 heeft de Europese Centrale Bank de rente ook meermaals verhoogd, voor het laatst in september met 0,25%. Deze verhoging is van invloed op de geld- en kapitaalmarkt. De depositorente staat sindsdien op 4% en is in voorjaar 2024 nog ongewijzigd gebleven. Doordat de inflatie flink is afgenomen, verwachten we geen verdere renteverhogingen. 

Risicobeheersing

Terug naar navigatie - Risicobeheersing

De belangrijkste financiële risico’s bij de uitvoering van het treasurybeleid zijn de renterisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitenrisico’s en koersrisico’s. Aangezien de gemeente geen leveranciers en afnemers kent van buiten de eurolanden zijn koersrisico’s niet aanwezig. Blijven over de rente-, krediet- en liquiditeitenrisico’s.

Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet is een wettelijke limiet en bedraagt de maximale omvang van de kortgeldpositie in enig jaar. Voor 2023 is het begrotingstotaal(lasten) geraamd op € 254 miljoen. De toegestane kasgeldlimiet bedraagt € 21,59 miljoen (8,5% x € 254 miljoen). Het uitgangspunt is dat een eventueel financieringstekort, zolang we maar binnen de kasgeldlimiet blijven, zoveel mogelijk met kort geld gefinancierd (lagere rente) wordt. Er is in 2023 geen nieuwe kasgeldlening aangegaan.

Kwartaal 1 2023 Kwartaal 2 2023 Kwartaal 3 2023 Kwartaal 4 2023
1 Omvang vlottende schuld 222 906 1.937 1.467
2 Omvang vlottende middelen 49.238 53.721 54.479 65.026
3 Netto vlottende schuld (1 - 2) -49.016 -52.815 -52.542 -63.558
Omvang kasgeldlimiet
3 Omvang oorspronkelijke begroting 254.520 254.520 254.520 254.520
4 Bij ministeriële vastgesteld percentage 8,5% 8,5% 8,5% 8,5%
5 Kasgeldlimiet (max toegestaan) 21.634 21.634 21.634 21.634
Toets (5 - 3) 70.651 74.450 74.176 85.193
Ruimte (+) / Overschrijding (-) Ruimte Ruimte Ruimte Ruimte
Bedragen x € 1.000

Renterisico en renterisico's vaste schuld

Terug naar navigatie - Renterisico en renterisico's vaste schuld

De Wet Fido definieert vaste schuld als opgenomen geldleningen met een rente typische looptijd groter dan of gelijk aan een jaar. Van renterisico is sprake als er onzekerheid bestaat rond toekomstige renteniveaus. Deze situatie doet zich op de volgende momenten voor:

  • Bij variabel rentende leningen;
  • Indien een toekomstige financieringsbehoefte nog niet afgedekt is;
  • Bij naderende renteaanpassingen van leningen.

Het doel van de renterisiconorm is om op de lange termijn niet afhankelijk te zijn van het renteniveau in een bepaald jaar. Met de norm bevordert de Wet Fido een solide financieringswijze bij openbare lichamen en levert een bijdrage aan de uitstekende kredietwaardigheid van openbare lichamen op de kapitaalmarkt. Jaarlijks mogen de renterisico’s niet hoger zijn dan 20% van het lastentotaal van de begroting bij aanvang van het boekjaar.

Kredietrisico's 
Kredietrisicobeheer kunnen we omschrijven als het beheersen van risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid van een waardedaling van onze vorderingen als gevolg van insolventie of deficit van tegenpartijen. Uitzettingen kunnen op grond van de Wet Fido en het Treasurystatuut slechts plaatsvinden voor de uitvoering van een publieke taak. Het kredietrisico bij de verstrekte leningen aan woningbouwcorporaties en de ons verstrekte stimuleringsleningen woningbouw door het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVN) is zeer gering. Dat komt omdat we voor de woningbouwleningen zijn aangesloten bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) dan wel de Nationale Hypotheek Garantie van toepassing is.

Liquiditeitenrisico
Het liquiditeitenrisico is opgenomen in het hoofdstuk ‘’Liquiditeitenbeheer’’.

Renterisico-norm Begroot na wijziging Rekening
1 Renteherzieningen op vaste schuld (og) 0 0
2 Renteherzieningen op vaste schuld (ug) 0 0
3 Netto renteherziening op vast schuld (1a - 1b) 0 0
4 Aflossingen 10.223 10.223
Renterisico-norm
5 Begrotingstotaal 320.661 295.353
6 Het bij ministeriële vastgesteld percentage 20% 20%
7 Renterisico-norm 64.132 59.071
Toets (7 - 3 - 4) 53.909 48.848
Ruimte (+) / Overschrijding (-)
ug = uitgeleende gelden
og = opgenomen gelden
Bedragen x € 1000

Wet Hof & Emu

Terug naar navigatie - Wet Hof & Emu

Wet Houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof)
Met de Wet Hof zijn de Europese afspraken van het stabiliteits- en groeipact en het al bestaande Nederlandse budgettaire beleid vanaf 1 januari 2014 wettelijk verankerd. De Wet Hof bepaalt onder meer dat het Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen een gelijkwaardige inspanning leveren bij het op orde brengen van de overheidsfinanciën. Daarmee worden de tekorten van gemeenten of provincies door de Europese Commissie meegeteld bij de berekening van het begrotingstekort, dat volgens de EU-regels niet meer dan 3% mag bedragen.

Economische en Monetaire Unie-saldo (EMU-saldo)
De berekening van het EMU-saldo is in de uiteenzetting van de financiële positie (paragraaf 4.6) opgenomen.

Gewaarborgde geldleningen

Terug naar navigatie - Gewaarborgde geldleningen

Het kredietrisico bij de leningen aan woningbouwcorporaties is zeer gering, doordat de -corporaties zijn aangesloten bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Het WSW staat garant voor de leningen. Onderstaand is het totaal van de gewaarborgde leningen en garantstellingen gespecificeerd. 

Borgstelling door: Geldgever: Betreft: Oorspronkelijk bedrag 1-1-2023 Opnames Aflossingen 31-12-2023 % garantstelling gemeente € garantstelling gemeente
Gem. Midden-Groningen St. Dr. Aletta Jacobs College
Staat der Nederlanden Herfinanciering 2012 16.150 10.766 538 10.228 100% 10.228
Staat der Nederlanden Nieuwbouw Laan v.d. Sport 6 - Lening 1 750 91 91 0 100% 0
Staat der Nederlanden Nieuwbouw Laan v.d. Sport 6 - Lening 2 602 542 20 522 100% 522
Gem. Midden-Groningen BNG-BANK Stichting Exploitatie Maatschappij Golfbaan Duurswold 1.775 1.775 1.775 100% 1.775
Gem. Midden-Groningen Gem. Midden-Groningen N.V. Groninger Monumentenfonds - Historische scheepswerf te Sappemeer 200 200 200 100% 200
Stimuleringsfonds Volkshuis- vesting Nederlandse gemeenten SVn Stimuleringsleningen - diverse personen 3.626 1.458 1.848 131 3.175 0% 0
SVn Startersleningen - diverse personen 3.816 2.587 1.082 286 3.383 0% 0
St. Waarborgfonds Sociale Woningbouw Diverse geldgevers Woonstichting Groninger Huis 94.035 97.752 6.429 91.323 0% 0
Diverse geldgevers St. Lefier 349.763 244.747 73.298 318.045 0% 0
Ned. Waterschapsbank St. Vestia 22.390 22.390 22.390 0 0% 0
Diverse geldgevers Woonzorg Nederland 366.354 251.966 106.092 358.058 0% 0
Diverse geldgevers Stichting Acantus 48 48.336 55.519 103.855 0% 0
St. Waarborgfonds Eigen Woningen (Nationale Hypotheek Garantie) Diverse geldgevers Diverse personen tot 2011 Gegeven is niet beschikbaar 304.000 19.000 285.000 50% 142.500
Diverse geldgevers Diverse personen vanaf 2011 Idem 836.000 51.000 887.000 0% 0
1.822.610 288.839 48.885 2.062.564 155.225
bedragen x € 1.000

Rentetoerekening

Terug naar navigatie - Rentetoerekening

In de programmabegroting 2023 is uitgegaan van een rente omslag percentage van 1,0%. Op rekeningbasis is er echter geen rente toegerekend aan de taakvelden. De reden daarvoor wordt nader toegelicht bij het hiernavolgende renteschema rente omslag percentage. Na actualisatie van de begroting, waarbij er nog steeds uit kon worden gegaan van een rentetoerekening op basis van 1%, was het verwachte voordelig saldo van het taak treasury € 1.423.000. Doordat we geen rente toerekenen is het werkelijk voordelig renteresultaat € 172.000. Dat geeft een verschil van € 1.250.000. Het verschil houdt verband met geen toegerekende rente aan taakvelden € 2.032.000 (nadeel). Hier tegenover staan hogere rentebaten schatkistbankieren; € 673.000 en rente korte en lange financiering; € 109.000 (voordeel). Doordat er geen rente is toegerekend levert dat, verdeeld over de diverse taakvelden, in totaliteit een voordelig verschil op van eveneens € 2.032.000.

In onderstaande tabel is de rentetoerekening voor 2023 opgenomen.

Renteschema Rente Omslag Percentage
Externe rentelasten over de korte en lange financiering +/+ 1.993.459
Externe rentebaten over de korte en lange financiering -/- 2.030.664
Saldo rentelasten en rentebaten -37.205
Doorbelaste rente naar de grondexploitatie o.b.v. 1,5 % -/- 121.715
Doorbelaste rente (afwijkende %) naar wonen en bouwen -/- 13.311
Doorbelaste rente aan projectfinanciering naar taakvelden -/- 0
Rentebaat van doorverstrekte leningen in het kader van
projectfinanciering naar taakvelden n.v.t. 135.025
-172.230
Rente over eigen vermogen +/+ n.v.t.
Rente over voorzieningen +/+ n.v.t.
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente Last 0
De aan taakvelden toegerekende rente (omslagrente 0,0%) Bate 0
Renteresultaat op het taakveld treasury (Bate > Last) -172.230
(voordeel)
Gegevens van toepassing op de ROP-berekening:
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente o.b.v. het ROP 0
Vaste activa boekwaarde 31-12-2023 204.705.159
ROP 2023 - nacalculatie percentage * % 0,0
ROP 2023 - begroting % 1,0
* Toelichting:
Als gevolg van een hoog saldo schatkistbankieren en de stijging van de rente zijn deze rentebaten dit jaar hoger dan het saldo van de rentelasten en -baten met betrekking tot de overige korte en lange financiering. Dat resulteert in "negatieve" aan de taakvelden toe te rekenen rente van € 172.230 (of te wel een ‘negatieve’ renteomslag). Hierdoor is er feitelijk geen sprake van een rentelast die aan taakvelden moet worden toegerekend. Dat heeft tot gevolg gehad dat het rente omslag percentage voor wat betreft de rekening 2023 op 0% is gezet. Het "negatieve" aan de taakvelden toe te rekenen rente blijft op het taakveld treasury staan als baat.

Schatkistbankieren

Terug naar navigatie - Schatkistbankieren

Op 15 december 2013 is de wet verplicht schatkistbankieren van kracht geworden. Vanaf dat moment zijn alle decentrale overheden (provincies, gemeenten, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen in de vorm van een openbaar lichaam) verplicht om hun overtollige liquide middelen in de schatkist aan te houden.

Dit betekent dat overtollige gelden niet langer bij bijvoorbeeld banken buiten de schatkist mogen worden weggezet. Wel mogen decentrale overheden overtollige middelen aan elkaar uitlenen, zolang er geen sprake is van een toezichtrelatie, om zodoende een beter rendement te halen dan bij de schatkist bij het Rijk. De schatkist biedt geen leen- of roodstand faciliteiten aan. De deelname van decentrale overheden aan het schatkistbankieren draagt bij aan een lagere EMU-schuld van de collectieve sector, waardoor de externe financieringsbehoefte van het Rijk minder wordt. Dit vertaalt zich in een lagere staatsschuld. Per 1 juli 2021 is de verplichte drempel voor gemeenten verhoogd van 0,75% naar 2,00% van de begrotingsomvang. Voor ons houdt dit in dat er € 5,09 miljoen (2,00% x 255 miljoen) in de gemeentekas mag blijven voordat tot schatkistbankieren moet worden overgegaan. Over het dagelijkse saldo wordt in principe de daggeldrente (Euro OverNight Index Average) vergoed, mits deze positief is.

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren
Verslagjaar
(1) Drempelbedrag 5090,4
Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
(2) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 692 871 595 520
(3a) = (1) > (2) Ruimte onder het drempelbedrag 4.398 4.219 4.495 4.570
(3b) = (2) > (1) Overschrijding van het drempelbedrag - - - -
(1) Berekening drempelbedrag
Verslagjaar
(4a) Begrotingstotaal verslagjaar 254.520
(4b) Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen 254.520
(4c) Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat
(1) = (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een minimum van €1.000.000 als het begrotingstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln. En als begrotingstotaal groter dan € 500 miljoen is is het drempelbedrag gelijk aan € 10 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat. Drempelbedrag 5090,4
(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
(5a) Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) 62.293 79.306 54.732 47.842
(5b) Dagen in het kwartaal 90 91 92 92
(2) - (5a) / (5b) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 692 871 595 520
Bedragen x € 1.000