2.1 Programma Dorpen en wijken

2.1.0 Inleiding

Visie
Onze gemeente is een verband van vitale, lokale gemeenschappen, bestaande uit de inwoners van dorpen, kernen en wijken. Onze inwoners ontmoeten elkaar op het sportveld, in de kerk, het dorpshuis en bij vrijwilligerswerk. Al deze gemeenschappen hebben hun eigen identiteit. In het ene dorp zijn de inwoners bijvoorbeeld zeer maatschappelijk actief, in het andere leven inwoners meer hun eigen leven, maar overal kennen mensen elkaar en voelen zij zich verantwoordelijk voor elkaar en voor de leefbaarheid in hun directe omgeving. De gemeente is eerst en vooral bondgenoot van inwoners in het vergroten van de leefbaarheid. Leefbare dorpen en kernen dragen direct bij aan het welbevinden van onze inwoners en de sociale veerkracht van de diverse lokale gemeenschappen in onze gemeente. 

Doelstelling 
Binnen het programma Dorpen en Wijken zetten wij in op zelfredzame en leefbare dorpen en kernen. Dat betekent dorpen en kernen die volop mogelijkheden bieden aan onze inwoners om elkaar te ontmoeten en initiatieven te ontplooien. Maar ook dat onze inwoners de omgeving ervaren als schoon, heel en veilig. We werken nauw samen met inwoners en organisaties om de leefbaarheid in de gemeente te vergroten. Dat kan op iedere plek anders vorm krijgen, omdat geen dorp, wijk of buurt hetzelfde is. Ons uitgangspunt is dat we in onze aanpak de zeggenschap en het eigenaarschap van onze inwoners stimuleren en ondersteunen. Activiteiten op het gebied van sport, cultuur, educatie en activiteiten voor specifieke doelgroepen als jongeren en ouderen dragen wezenlijk bij aan leefbaarheid in de dorpen en wijken. Ze geven kleur en identiteit en stimuleren ontmoeting en samen bezig zijn. Ontmoeting vindt vaak plaats in maatschappelijke accommodaties. We willen dan ook dat ieder dorp beschikt over een gelegenheid of voorziening om elkaar te kunnen ontmoeten. Ons streven is om de voorzieningen die van belang zijn voor het dagelijks leven, zo dicht mogelijk bij mensen te brengen of te zorgen dat deze goed bereikbaar zijn. Ook de openbare ruimte is van wezenlijk belang voor de identiteit van een dorp of wijk en het woonplezier van onze inwoners. We vergroten de leefbaarheid door meer zeggenschap en zelfbeheer aan inwoners te geven op bijvoorbeeld het groen in de wijk. De gemeente blijft staan voor een afgesproken niveau.

Zoals benoemd in ons collegeakkoord “Samen aan de slag!” zetten we ons in voor:

  • Onze inwoners op het gebied van dienstverlening, gebiedsgericht werken, participatie en het beheer van de openbare ruimte;
  • Toegankelijkheid van sport en cultuur. Iedereen doet mee;
  • Een prettige woon, werk en leefomgeving.

Opbouw programma Dorpen en Wijken
Het programma Dorpen en Wijken bestaat uit de volgende beleidsonderwerpen:

  1. Het versterken van de sociale binding;
  2. Huisvesting voor sociaal maatschappelijke activiteiten;
  3. Deelname aan het maatschappelijk leven;
  4. Sport en Bewegen;
  5. Veiligheid op het gebied van wonen, werken en leven;
  6. Fysieke leefbaarheid.

2.1.1 Het versterken van de sociale cohesie

Inleiding

We geven actieve inwoners invloed op hun dorp of wijk als ze zich inzetten voor de kwaliteit van leven in hun dorp of wijk. We geven die invloed met subsidies, door samen te werken en door hen op weg te helpen met een plan of idee. We helpen inwoners op die manier met bewonersparticipatie. Maar ook dat we als gemeente meedoen met een initiatief van inwoners; overheidsparticipatie.

We werken samen met actieve bewoners om hun initiatief van de grond te krijgen. We geven advies welke subsidie het beste past bij het idee en hoe je die subsidie aanvraagt. We helpen de bewoners ook met het leggen van contacten met organisaties of personen die ze nodig hebben om verder te komen. We geven met de dorps- en wijkbudgetten inwonersgroepen directe zeggenschap over hun leefomgeving.

We ondersteunen met het leefbaarheidsfonds activiteiten die de leefbaarheid verbeteren in een dorp, buurt of straat. Daarmee bedoelen wij dat mensen elkaar spreken, een band met elkaar opbouwen en elkaar helpen als dat nodig is. Dat gaat vaak met kleine activiteiten in de eigen straat en soms met activiteiten die bezoekers uit de hele gemeente trekken. We ondersteunen met het co-financieringsfonds grotere activiteiten die niet passen bij het leefbaarheidsfonds. Het is een subsidie die moet worden gecombineerd met een andere subsidie of financiële bijdrage. We ondersteunen daarmee activiteiten voor een actieve, sfeervolle en levendige gemeente. Ook ondersteunen we aanvragen om accommodaties openbaar toegankelijk te maken, zoals een dorps- of wijkhuis of een multifunctioneel gebouw. 

We voeren deze acties uit met de Gebiedsregisseurs en de Gebiedswethouders als eerste aanspreekpunt voor actieve inwoners van dorpen en wijken. We werken samen met iedereen die wat kan bijdragen aan een initiatief, zoals de gebiedsbeheerder, het initiatievenloket, de opbouwwerker, de wijkagent en de jongerenwerker.

Ambities

We hebben de ambitie om actieve inwoners zoveel mogelijk invloed te geven op de leefbaarheid in hun dorp of wijk. Dat versterkt de sociale samenhang in dorpen en wijken. 

We zien als eerste dat de initiatieven vanuit dorpen en wijken door de coronapandemie zijn beïnvloed. 

We zien als tweede dat het NPG (Nationaal Programma Groningen) grote invloed kan hebben op het verbeteren van de leefbaarheid in dorpen en wijken. De Gemeenteraad heeft NPG-geld vrijgemaakt voor dorpen en wijken om een plan voor hun dorp of wijk te maken. Er is ook geld om plannen uit te voeren.

We zien als derde dat in 2023 de 'instandhoudingssubsidie' voor dorp- en wijk-organisaties gelijk is geworden in heel Midden-Groningen. Dat is nog niet het geval voor de activiteitenbudgetten (voormalig Menterwolde) en de wijkbudgetten (voormaling Hoogezand-Sappemeer).

We zien als vierde dat er nieuw beleid zal worden vastgesteld voor het gebiedsgericht werken en voor participatie. De gemeenteraad en het college van B&W willen die manier van werken verder ontwikkelen en daarbij maatwerk leveren.

2.1.2 Huisvesting voor sociaal maatschappelijke activiteiten

Inleiding

Maatschappelijk vastgoed
De vastgoedportefeuille van de gemeente Midden-Groningen bestaat uit ongeveer 170 objecten. Dit zijn naast het huis van cultuur en bestuur bijvoorbeeld ook gemalen en strategische aankopen. De portefeuille is onderverdeeld in deelportefeuilles om per portefeuille specifiek beleid te kunnen vormen. Een van de belangrijkste deelportefeuilles is het maatschappelijk vastgoed. Het maatschappelijk vastgoed is vastgoed waarin maatschappelijke voorzieningen zijn gehuisvest.
Het uitgangspunt voor maatschappelijk vastgoed is dat een gebouw geen doel op zich is. Een gebouw heeft een maatschappelijke waarde door de activiteiten die erin plaatsvinden. En die activiteiten worden door de gebruikers georganiseerd. De gemeente kan die activiteiten ondersteunen door middel van subsidies. De activiteiten zijn niet per definitie altijd gehuisvest in vastgoed van de gemeente. Ook de realisatie en voorziening van de gebouwen hoeft niet altijd door de gemeente plaats te vinden.

Beleid
Deze vastgoedportefeuille van de gemeente Midden-Groningen is zeer divers en er wordt op heel veel verschillende manieren mee omgegaan. Er is, mede door de herindeling, een groot verschil in exploitatie, subsidiëring en andere vormen van ondersteuning van deze accommodaties. De gemeente wil hier meer eenheid in aanbrengen. De huidige situatie verschilt per dorpshuis, sportaccommodatie en gebruiker en varieert van volledig verzelfstandigd tot volledig in gemeentelijk beheer. Ook het (ver)huurbeleid vertoont enorme verschillen. Een kostprijsdekkende huur komt bijna niet voor. Vaak is er sprake van indirecte subsidiëring, doordat de gemeente inzet van professionals en/of activiteiten en/of (groot) onderhoud bekostigt.

Op 14 februari 2019 heeft de raad het rekenkameronderzoek naar het gemeentelijk vastgoed en het vastgoedbeleid vastgesteld. Op basis van de uitkomsten heeft de rekenkamer aanbevelingen gedaan om het beleid en het beheer van vastgoed in Midden-Groningen te verbeteren. Het opvolgingsonderzoek van de rekenkamercommissie uit 2020 bevestigt dat vrijwel alle aanbevelingen zijn opgepakt of in uitvoering zijn.
Een van de belangrijkste aanbevelingen dat in uitvoering is, is het beleid met betrekking tot voorzieningen en vastgoed. In het rekenkameronderzoek is geconstateerd dat de beleidsmatige borging van de inzet van vastgoed ontbreekt. De rekenkamer heeft aanbevolen beleid voor voorzieningen en vastgoed te ontwikkelen en vast te stellen. Ons doel is om:

  1. meer grip op het vastgoed te krijgen (eigendom van de gemeente);
  2. te komen tot een effectieve(re) en efficiënte(re) inzet van vastgoed;
  3. voorzieningen- en accommodatiebeleid te ontwikkelen.

Met de ‘aanbevelingen 1 en 2’ is in 2021 een start gemaakt en hebben in 2022 een vervolg gekregen. Het gaat hierbij vooral om het formuleren van inhoudelijk beleid en het maken van duidelijke keuzes in ondersteuning van (gebruikers van) voorzieningen. 

De volgende stap in het proces is het uitwerken van het beleid. Dit gebeurt in deelprojecten: consequenties van het beleid brengen we per accommodatie en/of voorziening in beeld. We doen dit in samenwerking met het veld en de gemeenteraad. Pas daarna neemt de gemeente besluiten.

De kadernota uit 2021 was de eerste stap naar de vorming van beleid. De input van de raad dient als een van de handvatten voor de uitwerking op projectniveau. Ook ‘het veld’ wordt betrokken. Hiervoor is een klankbordgroep in het leven geroepen, bestaande uit een afvaardiging van bestuurders van de dorps- en wijkcentra in Midden-Groningen. De deelprojecten zijn in 2022 verder uitgewerkt en ter besluitvorming aan de raad aangeboden. In 2023 gaan we aan de slag met de genomen besluiten.

In beweging
De vastgoedportefeuille van de gemeente Midden-Groningen is in beweging. Diverse projecten en programma’s hebben als gevolg dat er door vervangende huisvesting vastgoed vrijvalt en buitengebruik komt. Het betreft hier voornamelijk schoolgebouwen die door realisatie van multifunctionele accommodaties en kindcentra hun functie verliezen. In 2021 is het traject voor sloop en locatieontwikkeling voor een aantal gebouwen ingezet. Ook in 2023 wordt dit traject verder voortgezet.

Ambities

De inwoners steeds meer eigen verantwoordelijkheid en zeggenschap geven over de leefbaarheid om op die manier de eigenheid en vitaliteit in de dorpen en wijken te behouden.

De huidige maatschappij gaat steeds meer uit van eigen verantwoordelijkheid en versterking van de zelfredzaamheid van de inwoners.

2.1.3 Deelname aan het maatschappelijk leven

Inleiding

In dit hoofdstuk zijn verschillende beleidsonderdelen samengebracht. Elk draagt bij aan de identiteit, kracht en eigenheid van onze gemeente: cultuur, archeologie en erfgoed & monumentenzorg. Onze gemeente is heel divers. Op allerlei gebieden verschillen onze inwoners van elkaar. Toch zijn er ook onderdelen die de verbondenheid versterken. Cultuur en erfgoed bieden identiteit en herkenbaarheid. Inwoners voelen zich thuis in hun omgeving en zijn er trots op. Dit versterkt en verbindt de samenleving en geeft zo sociale veerkracht. Cultuur is er om actief en passief aan deel te nemen. Zelf kunst maken of naar kijken en luisteren, is een waardevolle toevoeging aan het dagelijks leven.

Het is de moeite waard om bovengenoemde waarden te behouden en te verspreiden. Dan kan elke inwoner er kennis van nemen. We beginnen daar al mee op scholen door erfgoedlessen. Ook voor bezoekers en toeristen is cultuur en erfgoed belangrijk. Door monumenten en cultuuractiviteiten te bezoeken maken toeristen kennis met de geschiedenis van de dorpen en onze streek. 

Ambities

Erfgoed, archeologie en cultuur vertellen onze geschiedenis en bepalen wie we zijn. Het is belangrijk om dat te stimuleren, te bewaren en te beschermen. Ze dragen bij aan de eigenwaarde, veerkracht en het thuisgevoel van onze inwoners. We zetten ons daarom in voor instandhouding, bescherming en brede bekendmaking ervan.
Leerlingen op basis- en middelbare scholen volgen cultuur- en erfgoedlessen. Hierdoor krijgen ze kennis over hun eigen leefomgeving. Dit versterkt de band met onze gemeente. Cultuuronderwijs onder- en na schooltijd maakt kinderen creatiever.

  • Corona heeft voor cultuur veel nadelige gevolgen gehad. Meer dan een jaar lag het cultuurleven stil. Nu wordt de draad weer opgepakt. Het publiek komt langzaamaan weer terug. Culturele verenigingen en organisaties komen weer met eigen voorstellingen en producties. Dat vergroot de leefbaarheid in de dorpen;
  • Om het cultuurleven weer op gang te brengen is wel extra ondersteuning nodig. Dat gaat verder dan het alleen maar vergoeden van de geleden coronaschade   Aardbevingen door gaswinning zorgen ervoor dat wij extra aandacht moeten besteden aan archeologie en gebouwd erfgoed;
  • De versterkingsoperatie zorgt voor een forse toename van vergunningaanvragen. Deze zijn nodig voor het versterken van monumenten en karakteristieke gebouwen. We zien erop toe dat de versterkingsmaatregelen de cultuurhistorische waarde van de erfgoedpanden niet aantast;
  • De gemeente moet veel archeologische onderzoeken beoordelen. Er vindt veel graafwerk plaats in gebieden die archeologisch beschermd zijn. Bijvoorbeeld voor de aanleg van kabels en leidingen in en naar de zonneparken en bij het versterken van funderingen van oude boerderijen;
  • De gemeente heeft in de openbare ruimte vele beeldende kunstwerken, gedenktekens en oorlogsmonumenten. Deze zijn beoordeeld en worden opgeknapt en onderhouden.

Doelstellingen

a. Cultuurkadernota verder uitvoeren de komende beleidsperiode

In de Kadernota Cultuur 2021-2024 staan drie onderdelen centraal: jeugd & educatie, cultuurdeelname voor iedereen en actieve koppeling met toerisme & recreatie. Deze onderdelen worden door onze cultuurorganisaties uitgewerkt in de uitvoering. De cultuurpijlers van Midden-Groningen zijn: Kielzog Theater, Muziekschool en Kunstwerkplaats & de bibliotheekorganisatie Biblionet & museumborg Fraeylema. Met deze drie worden de komende beleidsperiode afspraken gemaakt om de gemeentelijke cultuurbeleidsdoelen te realiseren.

We willen alle inwoners van geheel Midden-Groningen actief betrekken bij kunst, cultuur en erfgoed. Juist ook de groep die in relatieve achterstand verkeert. Met het accent op de (school) jeugd worden ook ouders en de volwassen omgeving van de kinderen meegenomen. Zo worden cultuur en erfgoed van en voor iedereen.

Lessen in kunst en cultuur op school (en na schooltijd) brengen creativiteit in het onderwijs. Jongeren leren om op een originele manier naar hun omgeving te kijken. Daarmee komen ze tot creatieve oplossingen. De aanbieders van deze lessen werken nauw samen met het onderwijs. Het gaat om maatwerk. Hierbij wordt waar mogelijk ook gewerkt vanuit het Nationaal Programma Groningen project "Tijd voor Toekomst". Ook op andere manieren worden jongeren uitgedaagd om hun eigen cultuurinvulling vorm te geven. Dit kan in het Nationaal Programma Groningen project "Jongeren pitchen voor Projecten". Hierdoor worden kunst en cultuur een vanzelfsprekend onderdeel van hun dagelijks leven. 

Cultuur is van en voor iedereen. Elke inwoner kan altijd deelnemen aan cultuur om zich te vormen en te vermaken. Als er drempels zijn, dan willen we die wegnemen. Dat kan door tegemoetkoming in lesgeld voor cultuurles of subsidies voor activiteiten. Cultuur komt voor in het sociaal domein bij het ouderen-, minderheden- en achterstandbeleid.

Midden-Groningen heeft grote mogelijkheden voor recreanten en toeristen. De aantrekkelijkheid wordt mede gevormd door monumentale dorpen en bezienswaardigheden, cultuuractiviteiten, exposities en evenementen, festivals en dergelijke. Marketing Midden-Groningen promoot cultuur actief in hun evenementenkalender en in cultuurroutes.

Acties

b. Cultuur in Kielzog Theater, Muziekschool en Kunstwerkplaats

Stichting Kielzog ontvangt jaarlijks subsidie voor een compleet professioneel en gevarieerd cultuuraanbod. Het gaat hierbij om podiumkunsten om te bezoeken, maar ook om zelf kunst te maken. Hiervoor kan men terecht bij de Muziekschool en de Kunstwerkplaats. Daarnaast biedt Kielzog als partner een zalencomplex met professionele begeleiding voor amateurbespelers. Hier wordt talent ontdekt op alle niveaus. Dat gebeurt ook in de projecten en evenementen die Kielzog organiseert. Met Kielzog is de afspraak gemaakt dat deze activiteiten steeds meer buiten de hoofdvestiging in dorpen en wijken gebeurt.

Bij Stichting Kielzog werken drie cultuurcoaches op het gebied van onderwijs, sociaal domein en amateurverenigingen. Zij vormen met raad en daad de schakel in het culturele veld tussen idee en uitvoering. Op deze manier komt cultuur dicht bij de mensen. Dat geldt ook voor inwoners die minder bekend zijn met cultuur. Voor hen kan kunst en cultuur meer betekenen in hun dagelijks leven.

Kielzog organiseert jaarlijks ongeveer 65.000 ‘cultuurbezoeken' met: 70 professionele voorstellingen, 60 culturele verhuringen, wekelijks 1.000 cursisten (muziek, beeldend, dans, theater) en 8.600 leerlingen op school (BO en VO).

Kielzog zet zich extra in om ook buiten de hoofdvestiging in Hoogezand kunst en cultuur aan te bieden. Dat geldt voor personen, maar ook voor amateurverenigingen zoals koren, toneel- en muziekverenigingen die met raad en daad worden bijgestaan.

c. Bibliotheek ontwikkelt taal, cultuur, lezen en digitale vaardigheden

Biblionet ontvangt jaarlijks een subsidie voor bibliotheekactiviteiten in de breedste zin des woords in de vestigingen in Hoogezand, Harkstede, Siddeburen, Slochteren, Noordbroek en Zuidbroek. Daarnaast is de bibliotheek onder andere actief op basisscholen, in het voortgezet onderwijs, op consultatiebureaus en in de kinderopvang. Ook ontwikkelt zij steeds meer activiteiten dichtbij inwoners op verschillende plekken in onze gemeente, zodat zij meer mensen bereikt.

De dienstverlening van de bibliotheek richt zich op de volgende onderdelen:

  • Het is de fysieke plek waar inwoners kunnen halen wat ze nodig hebben om mee te doen in de samenleving en waar ze zich kunnen blijven ontwikkelen;
  • Taalbevordering en ontwikkelen leesplezier van kinderen van 0 t/m 18 jaar;
  • Werken aan geletterdheid van volwassenen;
  • Meedoen in de samenleving door het ontwikkelen van digitale vaardigheden van inwoners.

Biblionet en gemeente gaan op basis van het huisvestingsrapport van Biblionet in gesprek met inwoners van Noordbroek en Harkstede om te onderzoeken of aanpassing van dienstverlening gewenst is.

d. Het historisch erfgoed Fraeylemaborg openstellen.

De Fraeylemaborg is een provinciaal gesubsidieerd museum, dat gemeentelijk ook structureel subsidie krijgt. Jaarlijks komen zo'n 40.000 bezoekers naar de borg en 60.000 naar de monumentale Engelse landschapstuin. De borg heeft een bovenlokale functie, bezoekers komen van heinde en verre. De monumentale borg toont het lokale verleden, maar organiseert ook bovenlokale hedendaagse kunstexposities en evenementen. De Fraeylemaborg is voor kleine, niet professionele musea in de gemeente een professionele vraagbaak.

Acties

e. Aanpak achterstallig onderhoud beeldende kunst en gedenktekens/monumenten

Beeldende kunst markeert plaatsen in de openbare ruimte. Het draagt bij aan de herkenbaarheid en lokale identiteit van onze dorpen en wijken. Het helpt je te weten waar je bent en past bij waar je bent. Gedenktekens en oorlogsmonumenten doen dit ook en zijn ook plaatsen van herdenking, bezinning en troost. We hebben zo'n 100 beeldende kunstwerken, gedenktekens en oorlogsmonumenten die in de openbare ruimte staan. Veel van deze beelden zijn jarenlang niet onderhouden of opgeknapt. In 2019 en 2020 hebben we de beelden laten beoordelen. Daarna is in 2021 en 2022 een begin gemaakt met het onderhouden en opknappen van de kunstwerken, gedenktekens en oorlogsmonumenten. In 2023 gaan we meer kunstwerken opknappen en gewoon onderhoud uitvoeren. Hiermee verbeteren we de kwaliteit van de gebouwde omgeving. Daarnaast willen we het onderhoud van de beelden verbeteren.

Acties

f. Uitvoering geven aan het Erfgoedprogramma

We hebben in 2020 samen met Rijk, provincie, NCG en de andere Groninger gemeenten het vernieuwde Erfgoedprogramma vastgesteld. In dit Erfgoedprogramma hebben we aangegeven hoe we ons Groninger erfgoed willen behouden, beschermen en ontwikkelen. We gaan in 2023 verder uitvoering geven aan deze ambities. Hiertoe gaan we de volgende activiteiten uitvoeren.

  • We gaan de laatste fase van het project om nieuwe gemeentelijke monumenten aan te wijzen afronden. We bezoeken eigenaren van nieuw aan te wijzen monumenten thuis en geven uitleg;
  • We gaan verder met het maken van een gemeentelijke kerkenvisie, hiervoor hebben we een bijdrage van het Rijk gekregen. Het doel hiervan is om waardevolle kerkgebouwen die leeg komen te staan een nieuwe toekomst te kunnen geven. We beginnen met een inventarisatie van alle kerken in de gemeente zodat we weten welke kerken het meest waardevol zijn;
  • We gaan verder werken aan lokale NPG-erfgoed projecten;
  • We gaan onderzoeken hoe erfgoed toekomstbestendig en duurzaam kan worden gemaakt. We willen eigenaren van erfgoedpanden ondersteunen met advisering en financiering;
  •  We hebben een eigen gemeentelijke Erfgoedcommissie die onder andere adviseert over bouwaanvragen van monumenten;
  • We promoten monumenten en de historie van de gemeente voor een breed publiek tijdens de Open Monumentendag in samenwerking met het Comité Open Monumentendag;
  • We communiceren over erfgoed op de gemeentelijke website, hier is bijvoorbeeld het monumentenregister te vinden.

Acties

g. Beschermen archeologische waarden

Gemeente bevoegd gezag

Als je in de grond gaat graven, bepaalt de erfgoedwet dat getoetst moet worden of daarmee archeologische waarden verloren kunnen gaan. De regels die daarvoor gelden staan in bestemmingsplannen of de erfgoedverordening.  Op basis van die regels bepaalt de gemeente of archeologisch onderzoek nodig is en wat de gevolgen van het archeologisch onderzoek zijn. Voor archeologische beoordelingen schakelt de gemeente de archeologen van Libau in. De gemeenteraad heeft op 23 april 2020 de beleidsnota archeologie vastgesteld. De beleidsnota beschrijft welke archeologische waarden de gemeente in bestemmingsplannen (omgevingsplannen) en de erfgoedverordening wil beschermen. De beleidsnota beschrijft de bewoningsgeschiedenis van de gemeente Midden-Groningen vanaf de prehistorie tot nu. Op kaarten staat aangegeven welke sporen in de grond zijn gevonden van mensen die hier vroeger leefden,  of waar die sporen nog te verwachten zijn.

Inwoners betrekken

Wij willen zo veel mogelijk bekendheid geven aan de resultaten van archeologisch onderzoek en opgravingen. Als inwoners weten wat de geschiedenis is van hun woonomgeving, kan dat de eigenwaarde, veerkracht en het thuisgevoel van onze inwoners vergroten.  We willen de bekendheid vergroten door:

  • informatie over archeologie op de website;
  • publieksfolders over bijzondere onderzoeken en opgravingen;
  • (school)excursies bij opgravingen;
  • contact onderhouden met historische verenigingen/buurtverenigingen.  

Omdat wij prioriteit geven aan de verplichte gemeentelijke taken, is hier nog weinig aandacht aan besteed.

Acties

2.1.4 Sport en bewegen

Inleiding

Iedere week zijn duizenden mensen in de gemeente actief betrokken bij sport- en beweegactiviteiten, als beoefenaar, vrijwilliger of professional. De gemeente Midden-Groningen bouwt aan een gemeente waarin sporten en bewegen voor iedereen leuk en mogelijk is. We willen er zijn voor alle inwoners en in het bijzonder voor de mensen die kwetsbaar zijn, zodat ook zij zich optimaal kunnen ontwikkelen en een betekenisvol en gelukkig leven kunnen leiden. Sport en bewegen leveren daaraan een noodzakelijke bijdrage. 

Ambities

Iedereen in de gemeente Midden-Groningen kan een leven lang met plezier sporten en bewegen.

De stijgende gemiddelde leeftijd heeft invloed voor de sportdeelname in onze gemeente. De aandacht voor het thema gezonde leefstijl neemt toe. Daarnaast veranderen de redenen voor mensen om te sporten. In onze gemeente ligt het percentage inwoners dat één keer per week of vaker sport onder het landelijk gemiddelde.

Wat willen we bereiken?

a. Het vergroten van het aandeel bewoners dat regelmatig sport en beweegt

We willen ervoor zorgen dat alle inwoners, met of zonder beperking, aan sport en bewegen kunnen doen. Daarom zetten we in op het aanmoedigen van voldoende beweging bij de jeugd, bij ouderen en bij kwetsbare groepen.

Acties

b. Het bevorderen van vitale en toekomstbestendige sportverenigingen

We willen sportverenigingen ondersteunen bij het ontwikkelen van een passend en innovatief sportaanbod voor verschillende doelgroepen. Daarnaast willen we verenigingen helpen de knelpunten of zwakke punten aan te pakken. Daarmee verbeteren we de kwaliteit van de sportverenigingen en het sportaanbod. Ook stelt dit verenigingen in staat om bij te dragen aan een toename in de sportdeelname.

Acties

c. Het harmoniseren van het accommodatiebeleid

Door de herindeling bestaan er grote verschillen in de afspraken met, en ondersteuning van, sportverenigingen met betrekking tot de sportaccommodaties. We willen de basis leggen voor het harmoniseren van het accommodatiebeleid en eerlijke en eenduidige afspraken maken met sportverenigingen. Daarmee werken we toe naar een toekomstbestendige sportinfrastructuur.

Acties

2.1.5 Veiligheid op het gebied van wonen, werken en leven

Inleiding

We willen de inwoners van Midden-Groningen een veilige woon- en leefomgeving bieden. De gemeente werkt daarbij nauw samen met veiligheidspartners als politie, Openbaar Ministerie,
Veiligheidsregio, RIEC (Regionaal Informatie- en Expertise Centrum), inwoners, (maatschappelijke) instellingen, woningbouwcorporaties en ondernemers. 
In 2021 is het Integraal Veiligheidsbeleid 2021-2024 ontwikkeld en vastgesteld. Hierin zijn vier belangrijke veiligheidsthema’s opgenomen:

  1. Aanpak georganiseerde en ondermijnende criminaliteit;
  2. Effectieve verbinding veiligheid en zorg;
  3. Veilige woon- en leefomgeving;
  4. Maatschappelijke onrust of verdeeldheid bij overheidsbeslissingen.

Bij ondermijnende criminaliteit of ondermijning gaat het vrijwel altijd om misdaden die worden uitgevoerd in georganiseerd verband. Voorbeelden hiervan zijn: Georganiseerde drugscriminaliteit, fraude en misbruik in de vastgoedsector, witwassen en financieel-economische criminaliteit en mensenhandel. 

Problemen op het gebied van leefbaarheid en veiligheid komen vooral voor in wijken waar sprake is van een opeenstapeling van problemen zoals armoede, schulden, lage opleiding, wonen en (psychische) gezondheid. De uitzichtloosheid voor sommige gezinnen/inwoners maakt ze onder meer bevattelijk voor drugs en drugs-gerelateerde criminaliteit. Ook thuisprostitutie en prostitutie-gerelateerde criminaliteit kunnen voor deze inwoners een weg naar snel geld verdienen zijn. De gevolgen worden niet overzien. Binnen de kortste keren raken inwoners (met een extra risico voor jongeren) verstrikt in de criminaliteit. En als je eenmaal ín de fuik' zit is het lastig om eruit te komen.

Ambities

We versterken de sociale veiligheid door het voorkomen en tegengaan van criminaliteit, overlast en gevoelens die daarmee samenhangen. Dit doen we door uitvoering te geven aan het Integraal veiligheidsbeleid, de openbare orde te handhaven en een maatwerkgerichte aanpak te organiseren voor inwoners die erge overlast veroorzaken. We bevorderen de veiligheid en leefbaarheid op specifieke locaties en dragen zorg voor veilige evenementen. We bevorderen het veilig winkelen en ondernemen en willen woninginbraken voorkomen. 

Toenemend belang van aanpak ondermijnende criminaliteit
Ondermijnende criminaliteit, waarbij sprake is van een vermenging van de onderwereld en bovenwereld, bedreigt de veiligheid en betrouwbaarheid van onze samenleving. Ondermijnende criminaliteit is een groot maatschappelijk probleem. De noodzaak voor de aanpak, zowel landelijk als lokaal, is toegenomen.

Meer aandacht voor de verbinding tussen veiligheid en zorg
Het bevorderen van veiligheid en het tegengaan van overlast en criminaliteit is niet enkel een justitiële aangelegenheid. Het betreft namelijk vaak kwetsbare personen met een opeenstapeling van problemen met een zorg- en veiligheidscomponent: psychische klachten, verslavingen, niet mee kunnen komen in de maatschappij, verward gedrag, verstandelijke beperking. Oorzaken en gevolgen lopen door elkaar heen. Er is vaak sprake van slachtoffer- en daderschap van overlast, geweld en ander crimineel gedrag.

Risico jonge aanwas
Criminele netwerken maken steeds meer gebruik van jongeren om allerlei hand- en spandiensten te verrichten. Daarbij lopen de jongeren, ook wel “jonge aanwas” genoemd, vaak de risico’s. Terwijl de “daadwerkelijke criminelen” op veilige afstand blijven. Denk hierbij aan werkzaamheden als rondbrengen van pakketjes, drugshandel, werkzaamheden in hennepplantages, jeugdprostitutie, misbruik van bankpas en/of pincode, maar ook vormen van cybercriminaliteit.

Aandacht voor de kwetsbare wijken
In kwetsbare wijken kunnen bewoners betrokken raken bij (ondermijnende) criminaliteit vanwege een opeenstapeling van problemen. Uit een opgemaakt veiligheidsbeeld van Midden-Groningen komt naar voren dat de leefbaarheid en veiligheid in het stedelijk gebied onder druk staat.

De invloed van technologie en digitalisering neemt toe
De explosieve toename van digitale communicatie en verdere digitalisering van de samenleving leidt tot een toename van cybercriminaliteit. Niet alleen inwoners worden slachtoffer, cybercriminelen en hackers richten zich ook op bedrijven, (lokale) overheden en instellingen. 

Maatschappelijke onrust
We zien maatschappelijke onrust rondom de gas- en zoutwinning, wind- en zonneparken, de stikstofproblematiek en corona. Er ontstaan steeds meer groepen in de samenleving die zich op diverse wijze laten horen. Het verspreiden van desinformatie kan leiden tot maatschappelijke ontwrichting en polarisatie: het versterken van tegenstellingen tussen (groepen) mensen.

Wat willen we bereiken?

a. Aanpak georganiseerde en ondermijnende criminaliteit

  • Vergroten van de weerbaarheid tegen ondermijnende criminaliteit.
  • Verbeteren van de informatiepositie.
  • Inzetten op zichtbaarheid en interventiekracht.

Acties

  • Creëren van bewustwording door informatie- en kennissessies te organiseren voor de gemeentelijke organisaties, inwoners en ondernemers. Dat heeft een preventieve werking en leidt tot meer signalen.
  • Investeren in het verstevigen van publieke en private (regionale) samenwerking, bijvoorbeeld in een aanpak van de buitengebieden, bedrijventerreinen en vakantieparken.
  • Versterken van onze informatiepositie door gegevens te koppelen uit de gemeentelijke systemen en informatie te delen in de casustafel ondermijning. Met de toepassing van data-analyse creëren we met onze partners inzicht in de patronen, structuren en risico-indicatoren van georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Dit zorgt voor een (gebiedsgerichte) prioritering in de veiligheidsaanpak.
  • Inventarisatie naar de aard en de omvang van cybercriminaliteit in Midden-Groningen. Vervolgens bepalen op welke doelgroepen de aanpak op bewustwording en vergroten van de cyberweerbaarheid gericht moet zijn.
  • Gerichte handhavingsacties op basis van een (fenomeen)analyse, lokaal of in RIEC-verband.
  • Het inzetten van bestuurlijke interventies zoals toepassing van de Wet Damocles (artikel 13b Opiumwet) en de Wet Victoria (artikel 174a Gemeentewet).
  • Het risico gestuurd toepassen van de wet Bevordering Integriteitsbeoordeling door het openbaar bestuur (Bibob) als (preventief) bestuursrechtelijk instrument. 

b. Effectieve verbinding veiligheid en zorg

  • Het realiseren van een goede verbinding tussen veiligheids- en (jeugd)zorgprofessionals.
  • Escalatie in overlast- en zorgsituaties zoveel als mogelijk voorkomen.
  • Het verminderen en bestrijden van overlast gevend of crimineel gedrag van (groepen) jongeren.
  • Voorkomen van jonge aanwas in de ondermijnende en georganiseerde criminaliteit.

Acties

  • Werken aan een effectieve verbinding tussen veiligheid en zorg door gezamenlijk te werken aan beleidsontwikkeling, prioriteiten te bepalen, het uitwisselen van kennis en expertise. Dit vraagt om een goed samenspel op bestuurlijk en ambtelijk niveau.
  • Integrale aanpak op personen met overlast gevend en crimineel gedrag volgens het AVE model (aanpak voorkomen escalatie) waarbij veiligheid in het geding is.
  • Integrale aanpak op problematische jeugd(groepen) om overlast gevend of crimineel gedrag tegen te gaan.
  • Met partners die actief zijn op het gebied van zorg, ondersteuning, opvang en veiligheid zorgen we dat de keten jeugd en veiligheid als geheel optimaal functioneert. De aanpak richt zich op het individu, het gezin, de school, leeftijdsgenoten (groepen) en richt zich op de omgeving van thuis-straat-school.
  • Samen met het sociaal domein inzetten op preventieve activiteiten ter voorkoming van jonge aanwas in de ondermijnende en georganiseerde criminaliteit. Daarbij maken we gebruik van de deskundigheid van Halt en het RIEC met voorlichtingscampagnes en bewustwordingscampagnes.

c. Veilige woon- en leefomgeving

Veiligheid in dorpen en wijken op peil houden en waar nodig vergroten.


Acties

  • Blijvend inzetten op bestuurlijke maatregelen als huisverboden en gebiedsverboden om geweld en overlast te stoppen.
  • Vanuit de invalshoek van veiligheid bijdragen aan een aanpak op de problematiek van verpauperde panden met kamerverhuurbeleid en toezicht en handhaving.
  • Samen met ketenpartners inzetten op (preventieve) acties voor veel voorkomende criminaliteit.
  • Het inzetten van handhaving op basis van meldingen en op aandachtslocaties.
  • Een aanpak op oud en nieuw met een mix aan preventiemaatregelen: in samenwerking met bewoners zorgen voor een veilige situatie in wijken en dorpen, voorkomen van overlast door jongeren en afvalverbranding. Indien noodzakelijk repressief optreden met het inzetten van bestuurlijke maatregelen.
  • (Door)ontwikkelen van datagericht werken; onderzoek doen naar een adequate wijze om zicht te krijgen op de omvang van diverse veiligheidsproblematiek in de gemeente.

 

d. Maatschappelijke onrust of verdeeldheid bij overheidsbeslissingen

Maatschappelijke onrust zoveel als mogelijk voorkomen en verminderen.

Acties

  • Vroegtijdig in contact zijn met inwoners en belangengroeperingen die geconfronteerd worden met een overheidsbeslissing met effect op de leefomgeving. Serieus nemen van vragen en bezorgdheid, de aangedragen alternatieven door bewoners en streven naar een eerlijke verdeling van lusten en lasten.
  • Gerichte samenwerking met diverse partijen om onrust en polarisatie vroegtijdig te signaleren, te monitoren en in goede banen te leiden.
  • Om te voorkomen dat mensen overgaan tot radicaal gedrag realiseren we duurzame interventies samen met maatschappelijke organisaties en de veiligheidsketen.

2.1.6 Fysieke leefbaarheid

Inleiding

De openbare ruimte is dé plek waar onze bewoners, ondernemers en bezoekers elkaar ontmoeten, naar het werk gaan, spelen, sporten en ontspannen. In deze openbare ruimte bevinden zich onze kapitaalgoederen zoals wegen, bruggen, parken, speelplaatsen, lantaarnpalen en stoplichten.

Naast het dagelijks beheer en onderhoud in de openbare ruimte, realiseren we ook nieuwe projecten. Het gaat dan bijvoorbeeld om de versterkingsopgave, diverse fases van de wijken Gorecht en Vosholen, de te ontwikkelen zonneparken en het scholenprogramma. We blijven verbeteren, bijvoorbeeld door een volledige en actuele meerjarenonderhoudsplanning op te stellen, waarbij we goed kijken naar wat op welke plek nodig is.

We vinden een goed onderhouden openbare ruimte belangrijk. We leggen uw raad binnenkort plannen voor over hoe we invulling geven aan de extra € 2 miljoen voor het beheer en onderhoud van onze openbare ruimte. 

Ambitie: Een fijne omgeving draagt bij aan een prettig gevoel voor iedereen

We willen de openbare ruimte beheren en onderhouden zodat deze ‘schoon, heel, veilig en duurzaam’ is. De gemeente Midden-Groningen wordt een gemeenschap waarin inwoners, ondernemers en bezoekers tevreden zijn over de openbare ruimte en waar zij medeverantwoordelijk zijn voor de leefbaarheid van hun dorp of wijk. Daar waar de gemeente verantwoordelijk blijft voor het basisbeheer en -onderhoud, kan in een gebiedsgerichte samenwerking met partners een 'plus' geleverd worden. De openbare ruimte gaan wij voorbereiden op de opgaven die klimaatverandering met zich meebrengt. Dit zal met name gericht zijn op het voorkomen van wateroverlast en hittestress. 

De kosten voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte nemen toe vanwege de stijgende prijzen in de markt. Dit wordt mede veroorzaakt door schaarste in producten/grondstoffen en de situatie in de Oekraïne.  

Er vindt een steeds betere scheiding plaats van het afval door inwoners. 

Wat willen we bereiken?

a. Afval: We geven uitvoering aan het vastgestelde beleidsplan.

Door uitvoering  te geven aan het beleidsplan werken we aan een nog betere afvalscheiding, afvalinzameling en dienstverlening. Daarnaast zijn we bezig met een evaluatie van het afvalbeleid. Met de uitkomsten gaan we in 2023 aan de slag. Daarnaast maken we een plan voor de toekomst van de afvalbrengpunten. 

Acties

b. Groen, zwerfafval en spelen: Onderhoud en beheer uitvoeren conform vastgestelde rapport en beleidsplan spelen

Groen en spelen: We onderzoeken de mogelijkheden en vernieuwen het beleidsplan die we voorleggen aan uw raad. We beheren en onderhouden de speeltoestellen op basis van jaarlijkse inspecties zodat deze veilig blijven. 

Zwerfafval: De afgelopen jaren hebben we samen met de afvalcoaches veel bereikt. De subsidie voor deze aanpak stopt met ingang van 2023. Om de huidige aanpak te borgen maken we een plan dat we voorleggen aan de gemeenteraad. 

Acties

c. We beheren en onderhouden de kunstwerken en beschoeiingen

We hebben de civiele kunstwerken (bruggen en tunnels) en beschoeiingen langs watergangen in beeld gebracht en geïnspecteerd. Deze gegevens en uitkomsten vormen de basis voor het op te stellen beleid. Dit willen we in 2023 aanbieden aan uw raad. We gaan kunstwerken en beschoeiingen aanpakken met de aangevraagde kredieten. 

Acties

d. We beheren en onderhouden de openbare verlichting volgens het vastgestelde beleidsplan

We zijn onze openbare verlichting, zoals lantaarnpalen, aan het vernieuwen en verduurzamen. Hiermee besparen we energie en verminderen we de CO2. Een bepaald soort lamp is niet meer te verkrijgen, waardoor we deze versneld moeten vervangen.

Acties

e. We beheren en onderhouden het riolenstelsel volgens het vastgestelde afvalwaterbeleidsplan

We geven uitvoering aan het vastgestelde plan voor het beheer en onderhoud van het riolenstelsel. We werken op het gebied van duurzaam waterbeheer samen met Groninger gemeenten, de gemeenten uit de kop van Drenthe, het waterbedrijf Groningen en de waterschappen Hunze en Aa’s en Noorderzijlvest. In 2022/2023 wordt de uitvoeringsagenda klimaatadaptatie (hoe gaan we om met de klimaatverandering) ter besluitvorming voorgelegd aan uw raad. We onderzoeken de mogelijkheid om via een subsidie mensen te stimuleren meer groen en minder stenen in hun tuin aan te brengen. Zo loopt het water makkelijker weg bij een stevige regenbui en blijft de tuin koeler op hete dagen.

Acties

f. We beheren en onderhouden onze wegen volgens de beleidsplannen Wegen en Gladheidsbestrijding

We beheren en onderhouden onze wegen zodat deze veilig zijn. Soms doen we dit in het gebied waar de versterkingsopgave loopt. De versterkingsopgave heeft voorrang op het reguliere onderhoud aan wegen. Dit leidt soms tot uitstel van het reguliere onderhoud. Daarnaast houden we in de winter onze wegen veilig door zout te strooien. In deze begroting stellen we hier meer middelen voor beschikbaar, omdat het budget de afgelopen jaren te weinig was. 

Acties

2.1.7 Verplichte beleidsindicatoren (BBV)

Indicatoren

De verplichte beleidsindicatoren zijn opgenomen in onderstaande tabel.

Verplichte beleidsindicatoren Dorpen en Wijken
Naam indicator Eenheid Peiljaar M-G Nederland
Verwijzingen Halt Aantal per 1.000 jongeren 2018 11,0 12,0
2019 8,0 13,0
2020 9,0 11,0
2021 8,0 8,0
Winkeldiefstallen Aantal per 1.000 inwoners 2018 0,9 2,2
2019 0,5 2,3
2020 0,7 2,0
2021 0,8 1,8
Geweldsmisdrijven Aantal per 1.000 inwoners 2018 4,7 4,8
2019 4,0 4,9
2020 3,4 4,6
2021 3,3 4,3
Diefstallen uit woning Aantal per 1.000 inwoners 2018 1,7 2,5
2019 2,3 2,3
2020 1,0 1,8
2021 1,8 1,3
Vernielingen en beschadigingen in de openbare ruimte Aantal per 1.000 inwoners 2018 5,3 5,4
2019 6,1 5,9
2020 6,0 6,3
2021 5,8 6,1
Niet-sporters % 2012 - 46,7%
2016 57,9% 48,7%
2020 59,7% 49,3%
2021 - -
Omvang huishoudelijk restafval Kg/inwoner 2017 195 180
2018 - 174
2019 - 161
2020 137 170
2021 166 -
Hernieuwbare elektriciteit % 2017 3,6% 16,3%
2018 4,9% 17,6%
2020 33,9% 26,9%
Nieuw gebouwde woningen Aantal per 1.000 woningen 2018 5 8,6
2019 1,5 9,1
2020 9,9 8,8
2021 5,4 8,9

2.1.8 Financieel overzicht Dorpen en Wijken

Financieel overzicht

Bedragen x € 1.000
Omschrijving Realisatie 2021 Begroting na wijziging 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026
Lasten
Openbare ruimte 8.183 8.395 8.514 8.725 8.743 8.732
Cultuur 5.886 6.050 6.269 6.399 6.511 6.666
Sport 3.878 4.630 4.199 4.190 4.220 4.306
Openbaar groen 5.698 6.649 5.512 5.537 5.818 5.900
Riolering 4.585 4.315 4.203 4.190 4.189 4.206
Afval 6.954 7.459 7.123 7.228 7.190 7.306
Milieu 2.351 3.086 2.412 2.446 2.481 2.503
Begraafplaatsen 548 505 512 512 521 533
Totaal Lasten 38.084 41.090 38.743 39.229 39.674 40.152
Baten
Openbare ruimte 514 351 359 359 336 336
Cultuur 456 564 434 434 434 434
Sport 1.878 1.476 1.469 1.329 1.329 1.329
Openbaar groen 190 92 133 133 133 133
Riolering 5.640 5.649 5.636 5.636 5.655 5.681
Afval 7.929 7.683 7.985 8.172 8.172 8.190
Milieu 129 576 0 0 0 0
Begraafplaatsen 470 423 362 362 362 362
Totaal Baten 17.206 16.813 16.379 16.426 16.421 16.465
Saldo voor bestemming -20.878 -24.276 -22.364 -22.803 -23.252 -23.687
Stortingen
Openbaar groen 8 0 0 0 0 0
Milieu 350 0 0 0 0 0
Totaal Stortingen 358 0 0 0 0 0
Onttrekkingen
Openbare ruimte 56 255 0 0 0 0
Cultuur 158 225 0 0 0 0
Sport 71 297 21 13 4 4
Openbaar groen 6 453 3 3 3 3
Milieu 641 0 0 0 0 0
Totaal Onttrekkingen 932 1.230 24 16 7 7
Totaal mutatie reserves 574 1.230 24 16 7 7
Saldo na bestemming -20.304 -23.046 -22.339 -22.788 -23.246 -23.680

Toelichting

In de financiële toelichting wordt de afwijking verklaard tussen de begroting 2023 en de begroting 2022. Het nadelig saldo van de lasten en baten op het programma Dorpen en wijken 2023 is afgenomen met € 1,91 miljoen ten opzichte van begroting 2022. Het nadelig saldo na mutatie reserves is afgenomen met € 707.000. We lichten per product de belangrijkste wijzigingen toe.

Openbare ruimte
Het saldo bij het product Openbare ruimte na reservemutaties is ten opzichte van 2022 met € 366.000 verslechterd. De lasten zijn met € 119.000 gestegen, de baten zijn met € 8.000 gestegen en de onttrekking aan de reserve is met € 255.000 afgenomen.

Lasten (€ 119.000 nadelig): In 2023 is het budget voor gladheidsbestrijding structureel verhoogd met € 100.000. Indexering van budgetten met meerjarige contractuele verplichtingen voor onder andere openbare verlichting, wegen en kunstwerken leidt tot een nadeel van € 0,12 miljoen. Verder leidt de toerekening van personele lasten door een hogere indexatie voor loonkosten dan in de ongewijzigd beleid begroting 2023 is opgenomen tot een nadeel van € 51.000. Het restant van de toegenomen lasten komt door hogere kapitaallasten van € 140.000 met betrekking tot uit te voeren investeringen in de openbare ruimte. Tot slot zijn in 2022 incidentele middelen voor wegen met betrekking tot de overhevelingsvoorstellen jaarrekening in de begroting verwerkt. Deze middelen hebben we in de begroting 2023 niet meer opgenomen. Dit leidt tot een lastendaling van € 255.000. Overige afwijkingen in de lasten tellen op tot een voordeel van € 31.000.

Baten  (€ 8.000 voordelig): We verwachten ten opzichte van de begroting 2022 onder andere een hogere parkeervergoeding voor de Hooge Meeren en meer inkomsten uit de bediening van kunstwerken (Turfvaart naar Toervaart). 

Mutaties reserves (€ 255.000 nadelig): In 2022 zijn incidentele middelen voor wegen met betrekking tot de overhevelingsvoorstellen jaarrekening uit de algemene reserve onttrokken en in de begroting verwerkt. Deze onttrekking hebben we in de begroting 2023 niet meer opgenomen. Dit leidt tot een nadeel van € 255.000.

Cultuur
Het saldo bij het product Cultuur na reservemutaties is ten opzichte van 2022 met € 580.000 verslechterd. De lasten zijn met € 220.000 gestegen, de baten met € 130.000 gedaald en de onttrekking aan de reserve is met € 225.000 afgenomen.

Lasten (€ 220.000 nadelig): In 2022 is de subsidievaststelling Kielzog incidenteel € 250.000 lager vastgesteld, als gevolg van corona. Het betreft een structurele subsidierelatie en de verwachting is dat in 2023 geen sprake zal zijn van een (incidenteel) voordeel. Inclusief de indexatie van het budget cultuurcentra leidt dit tot een nadeel van € 285.000. Verder leidt de toerekening van personele lasten voor leefbaarheid en cultuur erfgoed door onder andere een hogere indexatie voor loonkosten dan in de ongewijzigd beleid begroting 2023 is opgenomen tot een nadeel van € 72.000 en de indexering van het budget mediabibliotheek tot een nadeel van € 42.000. Het restant van de toegenomen lasten komt door hogere onderhoudskosten vastgoed musea. Dit leidt tot een lastentoename van € 26.000. Tot slot zijn in 2022 incidentele middelen voor de kerkenvisie cultureel erfgoed (€ 75.000) en coronacompensatie culturele instellingen (€ 150.000) met betrekking tot de overhevelingsvoorstellen jaarrekening in de begroting verwerkt. Deze middelen hebben we in de begroting 2023 niet meer opgenomen. Dit leidt tot een lastendaling van € 225.000. Overige afwijkingen in de lasten tellen op tot een nadeel van € 19.000. 

Baten (€ 130.000 nadelig): Ten opzichte van de begroting 2022 verwachten we in 2023 € 130.000 minder huurinkomsten onroerende zaken vastgoed culturele instellingen te ontvangen.

Mutaties reserves (€ 225.000 nadelig): In 2022 zijn incidentele middelen voor de kerkenvisie cultureel erfgoed (€ 75.000) en coronacompensatie culturele instellingen (€ 150.000) met betrekking tot de overhevelingsvoorstellen jaarrekening uit de algemene reserve onttrokken en in de begroting verwerkt. Deze onttrekking hebben we in de begroting 2023 niet meer opgenomen. Dit leidt tot een nadeel van € 0,23 miljoen.

Sport
Het saldo bij het product Sport na reservemutaties is ten opzichte van 2022 met € 148.000 verbeterd. De lasten zijn met € 431.000 afgenomen, de baten zijn met € 7.000 gedaald en de onttrekking aan de reserve is met € 276.000 afgenomen.

Lasten (€ 431.000 voordelig): De lasten voor het sportakkoord worden niet langer meegenomen in de raming door het beëindigen van deze regeling. Dit heeft een positief effect van € 192.000. De lasten (€ 74.000) die gemoeid zijn met de niet commerciële verhuur van het zwembad zijn op nul gesteld. De afgelopen jaren was het resultaat hiervan nihil. Door lagere afschrijvingslasten bij de kunstgrasvelden vallen de lasten € 28.000 lager uit. Bij de sportvelden zijn de lasten met € 39.000 lager. De overige € 98.000 heeft betrekking op het taakveld vastgoed sportaccommodaties. Voor 2022 werd hier nog rekening gehouden met sloop- en opruimingskosten, maar in 2023 is dat niet meer van toepassing.

Baten (€ 7.000 nadelig): De baten bij het zwembad zijn € 84.000 lager geraamd dan voorheen. Dit heeft te maken met de terugloop van zwemabonnementen, recreatief zwemmen en geen niet commerciële verhuur van het zwembad. Daaraan gekoppeld heeft dit weer een negatief effect op de horecaopbrengsten van € 23.000. Voor het sportakkoord zijn in 2023 geen baten (€40.000) geraamd. De specifieke uitkering voor stimulering sport is verhoogd van € 500.000 naar 640.000 op basis van ervaringscijfers van voorgaande jaren.

Mutaties reserves (€ 276.000 nadelig): Binnen Sport wordt deze daling veroorzaakt door het beëindigen van het sportakkoord van € 152.000 en door de aanvraag NPG Plus op Sport in 2022 ter hoogte van € 124.000.

Openbaar groen
Het saldo bij het product Openbaar groen na reservemutaties is ten opzichte van 2022 met € 728.000 verbeterd. De lasten zijn met € 1,14 miljoen afgenomen, de baten met € 41.000 toegenomen en de onttrekking aan de reserve is met € 450.000 afgenomen.

Lasten (€ 1,14 miljoen voordelig): In de begroting 2023 voor het product Openbaar groen houden we nog geen rekening met het beleidsplan waar op dit moment aan gewerkt wordt. Dit beleidsplan geeft invulling aan de stelpost van € 2 miljoen die wij in ons collegeakkoord hebben gereserveerd voor investeringen in de openbare ruimte én openbaar groen. De stelpost zal niet in zijn geheel worden ingezet voor groen, maar wel voor een substantieel deel. Als gevolg van de vaststelling van dit beleidsplan zullen de budgetten naar alle waarschijnlijkheid verhoogd worden. Dit betekent dat het voordeel op de lasten, zoals we dat nu zien in vergelijking met de budgetten van 2022, zal verdwijnen. De lasten zoals ze nu zijn opgenomen zijn namelijk in lijn met de beleidsarme begroting. Daarnaast wordt € 450.000 van het voordeel verklaard doordat de incidentele aanvulling voor groen in 2022 vervalt. Zoals hiervoor beschreven zal deze later als structurele component terugkomen. Ook de incidentele middelen, totaal € 173.000, voor de planvorming voor de openbare ruimte en de zwemplas Botjes Zandgat vervallen in 2023.

Baten (€ 41.000 voordelig): Ten opzichte van de begroting 2022 verwachten we in 2023 € 36.000 meer inkomsten uit de verkoop grond snippergroen en verkoop van houtsnippers te ontvangen en uit overige onderdelen openbaar groen € 6.000.

Mutaties reserves (€ 450.000 nadelig): Uw raad heeft bij de slotbegrotingswijziging 2021 een incidentele verhoging van € 450.000 vastgesteld voor het onderhoud van openbaar groen in 2022. Deze incidentele middelen zijn in lijn met de voorjaarsnota 2022 in de begroting 2022 verwerkt met als dekking een onttrekking aan de Algemene Reserve. Deze onttrekking hebben we in de begroting 2023 niet meer opgenomen. Dit leidt tot een nadeel € 450.000.

Riolering
Het saldo bij het product Riolering na reservemutaties is ten opzichte van 2022 met € 99.000 verbeterd. De lasten zijn met € 112.000 afgenomen en de baten zijn met € 13.000 afgenomen.
 
Lasten (€ 112.000 voordelig): De storting in de voorziening is met € 381.000 afgenomen. Dit leidt tot een lastendaling van € 381.000. Genoemde heeft te maken met een toename van toegerekende kosten aan de rioolheffing. Het gaat om hogere toegerekende personele lasten team belastingen van € 121.000 en een hogere indexatie voor loonkosten dan in de ongewijzigd beleid begroting 2023 is opgenomen van € 17.000. Verder zijn diverse budgetten geïndexeerd en de begroting onderhoudskosten van onder andere het ledigen van kolken en het verbruik van energiekosten gemalen bijgesteld. Hierdoor zijn de toegerekende kosten met € 151.000 gestegen. Tot slot leidt de lagere toegerekende kapitaallasten met betrekking tot investeringen tractie en verzekeringen tractie tot een voordeel van € 29.000. Overige afwijkingen in de lasten tellen op tot een nadeel van € 10.000. Bovengenoemde betreft de directe kosten van het taakveld riolering. In de paragraaf lokale heffingen wordt de kostendekkendheid van het tarief weergegeven. Daarin staan ook de toe te rekenen kosten die niet op het taakveld riolering staan.

Baten (€ 13.000 nadelig): De baten zijn neerwaarts bijgesteld als gevolg van een lagere raming van het aantal objecten rioolheffing en IBA’s bij gelijkblijvend tarief (€ 25.000 nadeel). Daar tegenover verwachten we in 2023 meer inkomsten uit de gebruikersheffing bedrijven van € 12.000.

Afval
Het saldo bij het product Afval na reservemutaties is ten opzichte van 2022 met € 640.000 verbeterd. De lasten zijn met € 340.000 afgenomen en de baten met € 302.000 toegenomen.

Lasten (€ 340.000 voordelig): De lastendaling komt met name door de in de ongewijzigd beleid begroting 2023 opgenomen stelpost efficiency bezuiniging kostendekkendheid afvalstoffenheffing van € 750.000. Daarnaast verwachten we in 2023 met betrekking tot het brengstation een lastendaling van € 74.000. Dit komt met name door lagere verwerkingskosten GFT in verband met een contractvoordeel en lagere kosten afvoer hout door de energiecrisis. Verder zijn er door het vervallen van de subsidie vergoeding NEDVANG voor het project zwerfafval in 2023 geen lasten meer begroot (€ 71.000). Ook zijn er hogere toegerekende lasten. Het gaat om personele lasten team belastingen van € 232.000 en een hogere indexatie voor loonkosten dan in de ongewijzigd beleid begroting 2023 is opgenomen van € 24.000. Verder zijn er hogere kosten van € 182.000 voor het inzamelen van grofvuil en papier door hogere verwerkingskosten en inzet extern personeel voor de routes inzamelen PMD (plastic verpakkingen, metalen verpakkingen (blik) en drankpakken) en papier. Daarnaast zijn de lasten van het composteren met € 84.000 toegenomen. Dat komt door een toename van de hoeveelheid GFT afval. Dit leidt tot hogere verwerkingskosten GFT afval en inzet personeel. Overige afwijkingen in de lasten tellen op tot een nadeel van € 38.000, waar onder een kostenstijging van tractie materieel afval. Bovengenoemde betreft de directe kosten van het taakveld afval. In de paragraaf lokale heffingen wordt de kostendekkendheid van het tarief weergegeven. Daarin staan ook de toe te rekenen kosten die niet op het taakveld afval staan.

Baten (€ 302.000 voordelig): De baten voor de afvalstoffenheffing zijn voor 2023 met € 400.000 naar boven bijgesteld. Genoemde door uw raad genomen besluit om het tarief van de afvalstoffenheffing van 2021 tot en met 2024 stapsgewijs te verhogen met 5% per jaar om de kostendekking te verbeteren en deze gelijkelijk te verdelen over vastrecht (aantal aansluitingen) en het variabel deel (aantal ledigingen). Daarnaast verwachten we een voordeel op de inzameling van overige afvalstromen zoals grofvuil, papier en karton van € 119.000 door een hogere vergoeding. Verder vervalt de subsidie vergoeding NEDVANG in 2023, dit leidt tot een nadeel van € 71.000. In 2022 wordt in totaal voor € 414.000 onttrokken aan de egalisatievoorziening afval en in 2023 neemt dit in de begroting 2023 bij ongewijzigd beleid af tot € 269.000. Dit leidt tot een nadeel van € 145.000.
 
Milieu
Het saldo bij het product Milieu na reservemutaties is ten opzichte van 2022 met € 98.000 verbeterd, de lasten zijn met € 674.000 afgenomen en de baten met € 576.000 afgenomen.

Lasten (€ 674.000 voordelig): De subsidieregeling RREW (Regeling Reductie Energiegebruik Woningen) eindigt in 2022. Deze middelen hebben we in de begroting 2023 niet meer opgenomen. Dit leidt tot lagere lasten van € 146.000. Voor de subsidieregeling aanpak energiearmoede is in 2022 een bedrag van € 430.000 opgenomen. Dit project is nog niet afgerond en loopt nog door in 2023. Er is echter nog geen bedrag in de begroting opgenomen. In de loop van 2023 wordt er duidelijk hoeveel er wordt besteed. Oorzaak is een additioneel beschikbaar gesteld budget. Dit wordt op een later moment budgettair neutraal in de begroting verwerkt. Ook is er in 2022 een incidenteel budget opgenomen voor de Transitievisie Warmte van € 100.000. Dit bedrag is in 2023 niet meer beschikbaar. Overige kleine verschillen tellen op tot een nadeel van € 1.000. 

Baten (€ 576.000 nadelig): Omdat de subsidieregeling RREW in 2022 eindigt is deze subsidie niet meer in de begroting 2023 opgenomen. Dit geldt ook voor de subsidieregeling aanpak energiearmoede. Dit wordt op een later moment budgettair neutraal in de begroting verwerkt. 

Begraafplaatsen
Het saldo bij het product Begraafplaatsen na reservemutaties is ten opzichte van 2022 met € 67.000 verslechterd. De lasten zijn met € 6.000 toegenomen en de baten met € 61.000 afgenomen.