2.2 Programma Sociaal

2.2.0 Inleiding

Visie Sociale veerkracht
Ieder mens telt en iedereen mag er zijn. Iedereen heeft betekenis voor zichzelf en zijn omgeving. Hier staan wij voor. We hebben in 2019 de strategische visie Sociale veerkracht in de praktijk vastgesteld. We noemen dit stuk vanaf nu Sociale veerkracht. Deze visie gaat uit van eigenaarschap en zeggenschap van mensen over hun eigen leven en het groter maken van de kring rondom mensen. We besteden aandacht aan de veerkracht en levenslust van mensen: we richten ons op wat wél goed gaat, wat mensen zelf kunnen en wat zij samen met de mensen om hen heen kunnen doen om problemen en moeilijkheden aan te pakken. Zo ontstaan betere oplossingen. En voelen mensen zich beter en gezonder. Het samenleven met anderen in dorp of wijk lukt daardoor ook beter. 

Doelstelling Sociale veerkracht
Inwoners staan centraal. Het is belangrijk dat alle inwoners kunnen meedoen. Meedoen door betaald werk, vrijwilligerswerk of zinvolle dagbesteding.

In dit programma beschrijven we hoe we in de komende jaren werken aan de opgaven voor de gezondheid, het welzijn, het opgroeien, onderwijs en meedoen van alle inwoners. Samen met inwoners en onze maatschappelijke partners.

Daarvoor brengen we de verschillende beleidstaken in samenhang en verbinding. We geven daarom in Sociale veerkracht voorrang aan een aantal doelen. Als eerste willen we het eigenaarschap van inwoners stimuleren. Onze inwoners krijgen meer zeggenschap, ook in situaties waar deze onder druk staat. Denk bijvoorbeeld aan jeugdbescherming en uithuiszetting. We willen de brede kring om mensen heen aanspreken. Ook willen we toewerken naar minder zorg en ondersteuning. En uitdragen dat sommige dingen bij het gewone leven horen. Dat deze normaal zijn. We blijven daarbij wel steeds kijken naar de situatie van de inwoners. Wanneer we juist wel professionele hulp en ondersteuning moeten bieden. We houden ons aan de wetten die daarvoor zijn gemaakt: de Jeugdwet, Wmo en Participatiewet.

We brengen sociale veerkracht in de praktijk met de projecten van ons lokaal programma NPG. Met deze projecten investeren we in de grote verandering die we willen maken. Zo zetten we in op gelijke kansen en talentontwikkeling van alle kinderen met Tijd voor Toekomst en Jongerenwerk plus. Jongeren die ondersteuning nodig hebben, kunnen hun eigen kring breder maken met de JIM aanpak. Met Bevordering sociale veerkracht zoeken we samen met een groep inwoners naar goede oplossingen voor hun ingewikkelde, moeilijke problemen. Met hulp en ideeën van de mensen om hen heen. We zetten met de projecten Ervaringsdeskundigen in armoede en uitsluiting, De IJsberg, Jongeren met Toekomst in op de aanpak van armoede en schulden. Met volle aandacht voor eigenaarschap en zeggenschap. Hulpteam Overschild en het Ontwikkelbedrijf geven inwoners met afstand tot het arbeidsmarktperspectief op werk en hun talentontwikkeling. 

Opbouw programma Sociaal
Het programma sociaal bestaat uit de volgende beleidsonderwerpen:

  1. Gezondheid;
  2. Welzijn;
  3. Wmo;
  4. Jeugd;
  5. Onderwijs en onderwijshuisvesting;
  6. Participatiewet;
  7. Schuldhulpverlening;
  8. Sociale teams.

Per beleidsonderwerp gaan we in op de ambities, trends en ontwikkelingen en doelstellingen met de acties in 2023. De bovengenoemde NPG-projecten zijn onderdeel van deze acties en worden verder beschreven in programma 2.5. Programma Gevolgen gas -en zoutwinning en lokaal programma NPG.

2.2.1 Gezondheid

Inleiding

De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet Publieke gezondheid (WPG). Onze visie Sociale veerkracht vormt de basis voor ons lokale gezondheidsbeleid. Met ons lokale Gezondheidsbeleid 2022-2025 willen we voor alle inwoners een gezonde basis beschikbaar maken. Dit gezondheidsbeleid zet in op sociale veerkracht met de methode Positieve gezondheid. Het is belangrijk dat de leefomgeving uitnodigend is voor gezond gedrag. Dit kan via school, ouders, buurt en voorzieningen. We hebben aandacht voor het individu én de hele sociale, fysieke en werkomgeving. In het beleidsplan richten we ons op de volgende thema's:

  • individuele leefstijl;
  • gezamenlijke leefstijl;
  • fysieke leefomgeving; en
  • de invloed van de coronacrisis.

Ambities

Alle inwoners van Midden-Groningen hebben een sterke basis voor gezondheid beschikbaar. Dit steunen wij met inzet van (preventieve) zorg en passende voorzieningen. 

Gezondheidsmonitor GGD
De GGD voert elke 4 jaar de Gezondheidsmonitor uit op verschillende momenten voor jeugd en volwassenen. Deze gegevens geven ons inzicht in de fysieke en mentale gezondheid die onze inwoners ervaren. We kunnen deze informatie vergelijken met voorgaande jaren en met andere gemeenten. Deze cijfers zijn waardevol bij het maken van beleidskeuzes.

In 2020 is de nieuwe volwassenenmonitor uitgekomen. De meest actuele gezondheidsmonitor voor jeugd is in 2022 gepubliceerd. Dit was een extra jeugdmonitor vanwege de coronacrisis. Deze is vergeleken met de monitor jeugd van 2019.

We noemen de meest opvallende trends en ontwikkelingen uit deze gezondheidsonderzoeken

Individuele leefstijl

  • In 2020 is er een opvallende trendbreuk waarneembaar en stijgt het percentage van volwassen inwoners met overgewicht van 56 procent naar 61 procent. Voor volwassenen met een laag opleidingsniveau is het percentage zelfs 67 procent. Onze inwoners bewegen daarnaast fors minder dan het landelijk gemiddelde;
  • Alleen het thema overgewicht/bewegen laat een negatieve trend(breuk) in onze gemeente zien. Dit zien we niet voor roken, middelen en alcoholgebruik. Onze gemeente scoort hier hetzelfde of zelfs iets beter in vergelijking met de provinciale cijfers.

Effect coronacrisis
De extra gezondheidsmonitor jeugd heeft laten zien dat de coronacrisis weinig invloed heeft gehad op de leefstijl (alcohol, roken, bewegen) van jongeren, maar wel het geluksgevoel van jongeren negatief heeft beïnvloed.

Van zorg naar preventie
Ongezond gedrag is verantwoordelijk voor bijna 20 procent van de ziektelast, door leefstijl gerelateerde ziekten. Het gaat dan om roken, alcoholgebruik, slechte voeding en te weinig bewegen. Als gemeente willen wij gezonde keuzes stimuleren om latere zorg te voorkomen. Er zit vaak meer achter de gezonde of ongezonde keuzes die mensen maken. Gezondheidsproblematiek vraagt daarom om een bredere, integrale aanpak. Een brede, integrale aanpak past bij de landelijke Nota gezondheidsbeleid 2020-2024 en bij onze lokale visie Sociale veerkracht. 

Wat willen we bereiken?

a. Alle betrokkenen werken intensief samen

Iemands gezondheid is van veel factoren afhankelijk. Daarom is integrale samenwerking belangrijk voor een succesvol, efficiënt gezondheidsbeleid. We hebben te maken met landelijk beleid via de Landelijke Nota Gezondheidsbeleid, de Omgevingswet, het Nationaal Sportakkoord en het Nationaal Preventieakkoord. We voeren regionale en lokale programma's uit die hieraan bijdragen: NPG Zorg nabij, Gezond in de Stad (GIDS), de Rookvrije Generatie, Kansrijke Start, Gezonde School, Hartveilig, JOGG, het Lokaal preventieakkoord. Deze zijn verbonden aan meerdere beleidsterreinen. 

Acties

b. Stimuleren van gezonde leefstijl

Een gezonde leefstijl helpt inwoners gezond te blijven. We willen inwoners kennis overdragen en tools aanreiken om ze te stimuleren gezonder te leven. 

Acties

2.2.2 Welzijn

Inleiding

Welzijn gaat over hoe inwoners hun leven ervaren. Hoe kunnen ze volop meedoen, bijvoorbeeld door werk, hobby en andere activiteiten? Hoe leven ze samen in dorp en wijk? Hoe voelen ze zich van betekenis? Uit de gezondheidsmonitor 2020 van de GGD blijkt dat 65 procent van onze inwoners zich meestal of altijd gelukkig voelt. Dit is een toename van 12 procent in 10 jaar tijd.

We willen dat onze inwoners naar eigen kunnen meedoen en ook van betekenis kunnen zijn voor hun omgeving. Hiervoor stellen wij het brede welzijnswerk beschikbaar. Dit brede welzijnswerk biedt opbouwwerk, maatschappelijke activering en ondersteuning aan mantelzorgers en vrijwilligers. Het wordt uitgevoerd door Kwartier Zorg en Welzijn. We werken ook samen met vrijwilligersorganisaties en eerstelijnszorgorganisaties.

Het welzijnsbeleid geeft aandacht aan sociale veerkracht en positieve gezondheid. Het gaat over samenredzaamheid en eigen regie. Ook voor meer kwetsbare inwoners. Hiervoor zetten we in op plekken voor ontmoeting en activiteiten. En op toegankelijke algemene voorzieningen. Welzijn is sterk verbonden met beleid voor gezondheid, sport, cultuur en Wmo. 

Ambities

Alle inwoners kunnen naar eigen kunnen meedoen en betekenis geven aan hun omgeving. 

De komende jaren zal het aantal ouderen (60+) in onze gemeente groeien. Het aantal kinderen zal verder dalen. Dit betekent vergrijzing van onze gemeente. Aanvullend wordt de groep oude ouderen (75+) groter. Dit noemen we dubbele vergrijzing. Tegelijkertijd vindt de landelijke overheid het belangrijk dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig (thuis) wonen. Oudere mensen en ook jongere mensen die zorg en ondersteuning nodig hebben door psychosociale problemen.

Het kabinet ziet wonen als urgente opgave. Daarom is een Nationale Woon -en Bouwagenda met zes programma’s opgezet. De minister is in gesprek met provincies, gemeenten (VNG) en woningcorporaties (Aedes) over passende huisvesting en de bouwopgaven. De centrale aansturing vanuit het Rijk betekent een aantal opgelegde verplichtingen aan de gemeenten. Het opstellen van een integrale Woonzorgvisie voor ouderen en alle andere aandachtsgroepen wordt verplicht. Hier hebben wij al voorwerk voor gedaan. Er is een 10 punten plan opgesteld; een praktische uitwerking gericht op een beperkt aantal kwetsbare groepen.

De vergrijzing en het langer zelfstandig thuis wonen brengen dus een aantal uitdagingen met zich mee op het gebied van wonen, (zorg)voorzieningen en vervoer. Daar liggen ook kansen. Met nieuwe ideeën over woonvormen, bijvoorbeeld. En met nieuwe technologie. Zoals digitale middelen voor communicatie en zorg. Het goed kunnen gebruiken van digitale middelen is daarbij belangrijk. Tegelijkertijd blijft echt menselijk contact voorop staan. Hoe een wijk of dorp daarvoor is ingericht, is ook belangrijk. 

Wat willen we bereiken?

a. Het verbeteren van de weerbaarheid van inwoners met psychosociale klachten

Gezondheid en welbevinden gaat niet alleen over hoe iemand zich lichamelijk voelt. Een groot aantal inwoners komt regelmatig bij de huisarts met psychosociale problemen. Zeker in het aardbevingsgebied komen psychosociale problemen veel voor. Deze problemen gaan vaak samen met lichamelijke klachten, somberheid, angst, stress en een ongezonde leefstijl. Artsen verwijzen patiënten nog vaak door naar medische of psychologische zorg. Een medische of psychologische behandeling is echter niet altijd nodig. Mensen kunnen in die situaties beter geholpen zijn bij mogelijkheden om zich weer lekkerder in hun vel te voelen en om sociaal actiever te zijn. Wij willen deze inwoners helpen om weer perspectief te krijgen en een betekenisvol leven te kunnen leiden.

Acties

b. Het bevorderen van het welbevinden van ouderen (60+) waarbij eigen regie en zelfredzaamheid het uitgangspunt is

Vooral de groep 70/80-jarigen zal de komende jaren toenemen, de zogenaamde dubbele vergrijzing. Doordat de groep ouderen steeds groter wordt en de gemiddelde leeftijd hoger, willen we inzetten op deze doelgroep. We willen dat ouderen zo lang mogelijk mee kunnen blijven doen in de samenleving en zelf, of met ondersteuning, de regie over hun leven kunnen blijven voeren. Hiervoor geven we uitvoering aan het vastgesteld Beleidsplan Ouderen Midden-Groningen 2021-2024. 

Acties

c. Versterken van de informele ondersteuning

Inwoners in onze gemeente zetten zich graag in voor anderen. Deze samenredzaamheid vinden wij belangrijk.

Vrijwilligerswerk en mantelzorg zijn vormen van informele ondersteuning. Deze ondersteuning willen we versterken. Hiervoor ondersteunen we mantelzorgers, vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties. Door kennis en ervaring te vergroten, door goede informatie en advies over wat allemaal mogelijk is en door het waarderen van mantelzorgers en vrijwilligers. De steunpunten Mantelzorg en de vrijwilligerscentrale van Kwartier Zorg en Welzijn zetten hierop in. 

Acties

2.2.3 Wmo

Inleiding

We zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Met de uitvoering van de Wmo ondersteunen we inwoners met een beperking en/of met chronische, psychische of psychosociale problemen bij hun zelfredzaamheid en meedoen. Dit organiseren we zoveel mogelijk in de eigen thuissituatie en leefomgeving. Waar dit niet kan, bieden we tijdelijk opvang.

Ambities

Alle inwoners van de gemeente Midden-Groningen kunnen zelfstandig wonen en meedoen aan het dagelijks leven.

De komende jaren neemt het aantal inwoners met een Wmo-ondersteuningsvraag toe. Dit komt door de vergrijzing en door de landelijke inzet op meer en langer zelfstandig wonen. De zorgvraag wordt ook zwaarder en ingewikkelder. Keuzes in het Rijksbeleid zorgen voor meer maatwerkvoorzieningen. Dit zien we bijvoorbeeld bij de invoering van het abonnementstarief in 2019. Door dit tarief maken meer inwoners gebruik van huishoudelijke hulp, ook al zijn ze financieel zelfredzaam.

Bij Beschermd wonen zien we de ontwikkeling naar een Beschermd thuis: de inzet van 24 uurs zorg in de thuissituatie van cliënten om te voorkomen dat ze geplaatst moeten worden binnen een instelling Beschermd wonen. Ook proberen we cliënten zo snel mogelijk na verblijf binnen een Beschermd wonen locatie weer uit te laten stromen.

De afgelopen jaren zien we dat de wachtlijst langer wordt voor mensen met een (ernstige) psychiatrische aandoening die wachten op behandeling en/of opname. Dit veroorzaakt extra druk op de voorzieningen Beschermd wonen. We houden ook rekening met extra druk op andere voorzieningen binnen het sociaal domein, zoals de Wmo.

Het kabinet ziet wonen als urgente opgave. Daarom is een Nationale Woon -en Bouwagenda met zes programma’s opgezet. De minister is in gesprek met provincies, gemeenten (VNG) en woningcorporaties (Aedes) over passende huisvesting en de bouwopgaven. De centrale aansturing vanuit het Rijk betekent een aantal opgelegde verplichtingen aan de gemeenten. Het opstellen van een integrale Woonzorgvisie voor ouderen en alle andere aandachtsgroepen wordt verplicht. Hier hebben wij al voorwerk voor gedaan. Er is een 10 punten plan opgesteld; een praktische uitwerking gericht op een beperkt aantal kwetsbare groepen.

Fraude met zorggeld is een structureel probleem dat vraagt om preventie, actie en reactie. De bestrijding van zorgfraude is een belangrijke opgave voor het lokaal bestuur waarbij het uitgangspunt van vertrouwen niet uit het oog verloren moet worden.

Wat willen we bereiken?

a. De geboden ondersteuning is van goede kwaliteit en wordt rechtmatig ingezet

De gemeente is verantwoordelijk voor het toezien op de kwaliteit en rechtmatigheid van de geleverde ondersteuning door zorgaanbieders. We willen dat onze inwoners passende en kwalitatief goede ondersteuning (Wmo en Jeugd) ontvangen. En dat het beschikbare geld voor de ondersteuning op de juiste plek terecht komt (rechtmatigheid).

Acties

b. Inwoners zijn betrokken bij beleid en uitvoering

Wij willen ons beleid toetsen bij inwoners. Ook kunnen wij inspelen op vragen en ontwikkelingen in de samenleving.

Acties

c. Inwoners zijn zelfredzaam binnen hun eigen mogelijkheden

We willen met de ondersteuning inwoners helpen. Zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen blijven wonen en meedoen. We werken aan een betere samenwerking tussen Wmo, Jeugd en Participatiewet.

Acties

d. Toegankelijk Midden-Groningen (inclusie/VN Verdrag Handicap)

We willen een inclusieve gemeente zijn waar mensen met een beperking zonder moeite kunnen deelnemen aan de maatschappij. Daarvoor is gemakkelijke toegang tot openbare gebouwen, gemakkelijk verplaatsen in de openbare ruimte en begrijpelijke (digitale) informatie vanuit de overheid nodig. Samen met maatschappelijke partners zetten we stappen in het toegankelijker maken van onze gemeente op verschillende leefgebieden. 

Acties

2.2.4 Jeugd

Inleiding

In Midden-Groningen wonen ongeveer 12.000 jongeren onder de 18 jaar. Deze jongeren groeien op in hun gezin, samen met vrienden, familie en buren. Een goede basis zorgt ervoor dat jongeren veilig, positief en gezond kunnen opgroeien. Daarom versterken we als gemeente het normale leven en de sociale veerkracht. Soms is er meer nodig. In die gevallen kan er jeugdhulp ingezet worden. Hierbij is het uitgangspunt altijd dat de hulp zo passend, tijdig en dichtbij als mogelijk is. 

Ambities

Elke jeugdige in onze gemeente groeit op in een veilige, veerkrachtige omgeving.

Regiovisie en hervormingsagenda
We hebben in Groningen een regiovisie waarmee we invulling geven aan de "Norm voor opdrachtgeverschap". De ontwikkeltafels krijgen ook in 2023 een verdere uitwerking. Landelijk zijn de gesprekken over de "Hervormingsagenda" weer opgestart. Het Rijk heeft aangegeven welke kant ze uit wil. Er wordt beter omschreven wat jeugdhulp is. Daarmee wordt hulp en ondersteuning afgebakend. Het Rijk neemt zelf de verantwoordelijkheid voor het ontwikkelen van maatregelen en het risico voor een bezuiniging die in 2024 in moet gaan.

Beheersmaatregelen Jeugd
De landelijke ontwikkelingen staan niet stil. Tegelijkertijd is de opgave lokaal nog steeds groot. De kosten voor jeugdhulp stijgen. We krijgen niet voldoende geld om alle jeugdhulp te kunnen betalen. Ook in 2023 voeren we beheersmaatregelen uit om te zorgen dat jeugdhulp beter en goedkoper wordt.

Vanuit het Nationaal Programma Groningen lopen projecten die betrekking hebben op jeugd 
Vanuit het NPG wordt er gewerkt aan een goede toekomst voor iedereen. De projecten JIM, Tijd voor Toekomst en Moeders van Midden-Groningen zijn er voor onze kinderen en jongeren. Daarnaast dragen ze bij aan sociale veerkracht en is er verbinding met andere projecten zoals NPG Bevordering sociale veerkracht en NPG Ervaringsdeskundigen in armoede en sociale uitsluiting. De NPG-projecten zijn verder uitgewerkt in 2.5.2.

Rekenkamerrapport 
In juni 2022 is er een rekenkamerrapport uitgebracht. Daarin worden vier aanbevelingen gedaan voor het verbeteren van het jeugdbeleid en de positie van de gemeenteraad. Samengevat: stel strategische meerjarige doelen op, zorg voor een consequente beleidslijn, maak een apart programma voor jeugd en rapporteer met regelmaat over voortgang rondom jeugdbeleid. Deze adviezen worden meegenomen in het raadsprogramma.

Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming 
De ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Justitie en Veiligheid werken aan een toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Gezinnen worden nu te weinig gezien en gehoord. De ministeries willen dat de jeugdbescherming effectiever en slimmer wordt georganiseerd. Het toekomstscenario gaat uit van vier basisprincipes: gezinsgericht, rechtsbeschermend en transparant, eenvoudig en lerend. De verandering van jeugd en gezinsbescherming zal 5 tot 10 jaar duren. Er zijn proeftuinen gestart om ervaring op te doen met de nieuwe manier van werken. Het Rijk onderzoekt wat wel en niet werkt. Daardoor wordt er kennis ontwikkeld voor de fase erna. In onze regio is geen proeftuin. De ontwikkeling heeft wel invloed op hoe we jeugd en gezinsbescherming (moeten) organiseren.

Beweging van nul
We ondersteunen de landelijke Beweging van nul. Met ons jeugdbeleid zetten we actief in op het doel " 0 kinderen die niet optimaal thuis opgroeien."

Wat willen we bereiken?

a. Investeren in laagdrempelige opvoed- en opgroeiondersteuning

We investeren in voorzieningen die gezinnen helpen bij het opgroeien en opvoeden. Daarmee voorkomen we dat kleine problemen groot worden. We dragen uit dat sommige dingen bij het gewone leven horen. Dat deze normaal zijn. We maken gebruik van de krachten en talenten van ouders en kinderen en zetten in op de brede kring rondom gezinnen. 

Acties

b. Ontwikkelen van een aanpak rondom huiselijk geweld en kindermishandeling

We gaan verder met de doorontwikkeling van de aanpak rondom huiselijk geweld en kindermishandeling. We gaan inzetten op het vergroten van de kennis rondom onveiligheid in gezinnen. Door beter te kijken wat er in een gezin speelt en waar de risico's op onveiligheid liggen, willen we deze risico's verkleinen. Op het moment dat er onveiligheid speelt, gaan we dát inzetten wat nodig is om te komen tot duurzame veiligheid. Daarnaast zetten we in het op het bevorderen van de deskundigheid bij professionals, zodat zij de kennis hebben om inwoners op een passende manier te ondersteunen. 

Acties

c. Verbeteren van de jeugdhulp

Het uitgangspunt voor onze beleidsontwikkeling is dat we jeugdhulp beter en goedkoper organiseren. Daardoor verbeteren we de jeugdhulp voor gezinnen, neemt sociale veerkracht toe, houden we jeugdhulp betaalbaar en werken we aan de transformatie van het sociaal domein.

Acties

2.2.5 Onderwijs en onderwijshuisvesting

Inleiding

In Nederland zijn de besturen van scholen verantwoordelijk voor het verzorgen van onderwijs. Als gemeente ondersteunen we het onderwijs. De gemeente heeft een aantal wettelijke taken: zorgen voor goede en veilige schoolgebouwen, regelen van vervoer voor leerlingen en controleren op de naleving van de leerplicht. Ook zorgen we samen met het onderwijs voor een goede samenwerking tussen jeugdhulp en onderwijs. Zo krijgen leerlingen die zorg nodig hebben, de goede ondersteuning.

We willen iedereen zoveel mogelijk gelijke kansen bieden in het onderwijs. Achterstanden proberen we al op jonge leeftijd te voorkomen. We willen dat alle peuters met een goede start aan het basisonderwijs beginnen. Peuters die een duwtje in de rug nodig hebben, kunnen extra uren naar de peuterspeelzaal. Daar krijgen ze een ondersteunend taal en reken aanbod. Samen met de peuteropvang en de schoolbesturen werken we aan opvang en onderwijs dat goed op elkaar aansluit en dat aansluit bij de leerlingen.

We willen kinderen en jongeren uitdagen hun talenten te ontwikkelen en hen zo goed mogelijk voorbereiden op de toekomst. Hiervoor verbinden we het onderwijs met welzijn, sport en cultuur. Ook aan volwassenen bieden we de mogelijkheid om zich te blijven ontwikkelen. Dit doen we met onze aanpak laaggeletterdheid.

De oorlog in Oekraïne zorgt over de hele wereld voor grote problemen. Veel mensen uit Oekraïne zijn gevlucht door de oorlog. Zij worden in heel Europa opgevangen. Ook wij vinden het belangrijk om mensen uit Oekraïne een plek te geven en om Oekraïense kinderen onderwijs te geven. Hoe we dit onderwijs regelen, staat in paragraaf 2.2.6 Participatiewet.

Ambities

Iedereen krijgt de kans zijn talenten zo goed mogelijk te ontwikkelen. 

We zetten ons extra in voor onderwijs. Dat doen met het project Tijd voor Toekomst, vanuit het Nationaal Programma Groningen. Zeven basisscholen, waar kinderen dat het hardst nodig hebben, doen hieraan mee. Ze zetten extra tijd in voor talentontwikkeling, verminderen van achterstanden, bevordering van lichamelijke en mentale gezondheid en het vergroten van hun blik op de wereld. Ook de Regiodeal Oost-Groningen draagt ook bij aan dit project. De inhoud van dit project wordt verder beschreven in programma 2.5. Programma Gevolgen gas -en zoutwinning en lokaal programma NPG.

We zijn door het Ministerie van OCW uitgekozen als koploper voor een Rijke schooldag. Dat betekent dat we vanaf 2023 extra budget krijgen voor dit programma.

We voeren het Nationaal Programma Onderwijs uit. Dit is een budget van het Ministerie van Onderwijs om de gevolgen van de coronacrisis voor leerlingen op te vangen. Zowel scholen als gemeenten ontvangen geld om aan dit doel te besteden. In overleg met het onderwijs ondersteunen wij als gemeente zoveel mogelijk hun plannen zodat we de krachten bundelen.

We hebben in 2022 met kinderopvang en onderwijspartners bepaald hoe we de onderwijskansen van kinderen in Midden-Groningen nog beter kunnen vergroten. We hebben een aantal maatregelen afgesproken. In de periode 2023-2026 gaan we die maatregelen uitwerken en uitvoeren. 

Wat willen we bereiken?

a. Kinderen maken een goede start in het onderwijs

Alle kinderen in onze gemeente moeten een goede start kunnen maken in het (basis)onderwijs. Kinderen met een risico op achterstand kunnen meedoen aan stimulerende programma's in de peuteropvang (Voorschoolse Educatie, VE). Die risico's worden zo snel mogelijk herkend en van de doelgroepkinderen neemt meer dan 75% deel aan deze programma's (VE). Het aanbod is van goede kwaliteit en er is veel aandacht voor samenwerking met ouders en een goede overdracht van informatie naar het basisonderwijs. We investeren extra in het bevorderen van de taal-leesontwikkeling. 

Acties

b. Vergroten van gelijke kansen en bereikbaarheid van het onderwijs

Alle kinderen moeten mee kunnen doen aan (passend) onderwijs. Voor sommige kinderen is er extra aanbod nodig om naar school te kunnen en zich zo goed mogelijk te ontwikkelen. De scholen zetten hiervoor extra ondersteuning in als dat nodig is. De gemeente ondersteunt hierbij met een aantal projecten en leerlingenvervoer. 

Acties

c. Onderwijs/opvang, zorg , welzijn en cultuur werken samen voor een optimale (talent)ontwikkeling van elk kind

Kinderen moeten zich kunnen ontwikkelen zonder problemen en in een doorgaande lijn. Ook bij de overstap naar (een nieuwe) school of wanneer het op (psycho)sociaal gebied wat minder gaat. De samenwerking tussen de opvang en school en andere partners verloopt soepel net als de overstap naar een andere school. Ondersteuning is goed bereikbaar, snel beschikbaar en passend.

Bereikbare voorzieningen op het gebied van welzijn, sport en cultuur leveren een bijdrage in die talentontwikkeling maar kunnen ook preventief ingezet worden. Bijvoorbeeld het vergroten van het zelfvertrouwen of weerbaarheid. 

Acties

d. Jongeren verlaten de school met minimaal een startkwalificatie

Een startkwalificatie is een diploma op minimaal MBO2, HAVO of VWO-niveau. Een diploma op dit niveau is nodig om een goede kans te hebben op een betaalde baan, voor nu en in de toekomst.

Acties

e. Volwassenen kunnen meedoen in onze samenleving doordat ze voldoende geletterd zijn

Iedereen moet kunnen meedoen in de samenleving. Echter, te veel inwoners hebben nog moeite met lezen, rekenen en het gebruiken van een computer of smartphone. Om mee te kunnen doen heb je deze vaardigheden wél nodig. Vanuit WEB-middelen en extra gelden via centrumgemeente Groningen zetten we in op de aanpak laaggeletterdheid voor volwassenen. In de paragrafen over VVE en onderwijs wordt omschreven op welke manier we investeren in leesbevordering bij kinderen.

Acties

f. Kinderen krijgen onderwijs in een stimulerend, veilig en toekomstbestendig schoolgebouw

De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht voor huisvesting van het primair en voortgezet onderwijs. Dit gaat over nieuwbouw van een school, uitbreiding van een school, renovatie van een school, herstel van constructiefouten en herstel en vervanging in verband met schade. 

Acties

2.2.6 Participatiewet

Inleiding

Dé afdeling BWRI: Bedrijf voor Werk, Re-integratie en Inkomen voert de Participatiewet uit. Het doel van de Participatiewet is dat zoveel mogelijk inwoners meedoen, het liefst via een betaalde baan. Inwoners met onvoldoende geld krijgen financiële hulp zodat zij alle noodzakelijke kosten kunnen betalen.

Ambities

We willen dat zoveel mogelijk inwoners een betaalde baan hebben. We hebben extra zorg voor inwoners die door medische redenen moeilijker een betaalde baan kunnen vinden. Als betaald werk (nog) niet lukt, dan moedigen we inwoners aan om op een andere manier hun talenten te gebruiken.

We zien dat scholing steeds belangrijker wordt om als werknemer aan het werk te blijven. We willen dat de toegang tot scholing en persoonlijke ontwikkeling goed geregeld is voor inwoners met een lage opleiding. In onze gemeente is het leerwerkbedrijf BWRI de plek waar inwoners met een lage opleiding terecht kunnen voor persoonlijke ontwikkeling en scholing. Hier helpen we inwoners van werk naar werk of van uitkering naar werk.

We willen dat inwoners genoeg geld hebben voor alle noodzakelijke kosten. We weten dat een tekort aan geld veel stress veroorzaakt in een gezin. Hierdoor ontstaan er weer andere problemen zoals een slechte gezondheid. Als we goede hulp willen bieden, moeten we ons in elk geval richten op de financiële problemen. Dan pas heeft alle andere hulp nut. 

Uit voorspellingen van het Centraal Economisch Planbureau blijkt dat het aantal mensen met een bijstandsuitkering de komende jaren gelijk blijft. Het aantal bijstandsklanten zal naar verwachting net zo hoog zijn als in 2022. Het Rijk wil wel minder streng worden voor mensen met een uitkering. Zij moeten bijvoorbeeld giften kunnen ontvangen of voor een langere periode wat kunnen bijverdienen zonder dat dit direct gevolgen heeft voor hun uitkering. De Participatiewet wordt op deze punten aangepast.

Er is een groot tekort aan personeel. Het aantal werklozen is laag, omdat inwoners door de grote vraag naar personeel makkelijker een betaalde baan kunnen vinden. Helaas is dat niet zo voor iedereen. De praktijk laat zien dat veel inwoners met een uitkering te maken hebben met stevige mentale, lichamelijke of sociale problemen. Dit vraagt veel begeleiding en soms ook aangepast werk.

De oorlog in Oekraïne zorgt over de hele wereld voor grote problemen. Zo zijn de prijzen (van met name het gas) aan het stijgen. Hierdoor heeft ongeveer 7% van de Nederlandse gezinnen te maken met energiearmoede. Zij komen in de financiële problemen door de hoge kosten. Het Rijk heeft een aantal maatregelen genomen zoals een verlaging van de belasting op de energierekening en een energietoeslag van € 800 voor mensen met een laag inkomen. De gemeente heeft verder geld ontvangen van het Rijk om inwoners te helpen om hun huis energiezuiniger te maken.

Veel mensen uit Oekraïne zijn gevlucht door de oorlog. Zij worden in heel Europa opgevangen. Ook wij hebben we de taak om mensen uit Oekraïne een plek te geven.

Het Rijk wil het aantal beschutte werkplekken uitbreiden. Een beschutte werkplek is een baan voor mensen die alleen in een aangepaste en beschermde omgeving kunnen werken. BWRI biedt de beschutte werkplekken in onze gemeente aan. Met de uitbreiding hebben we genoeg geld om meer inwoners een betaalde baan te geven. 

Wat willen we bereiken?

a. Inwoners hebben genoeg inkomen om alle noodzakelijke kosten te betalen

We willen dat alle inwoners genoeg geld hebben om de kosten van voedsel, huur, medische kosten, energie, verzekeringen en noodzakelijke spullen te betalen.

Acties

b. Inwoners met een laag inkomen kunnen meedoen aan sociale activiteiten

We vinden het belangrijk dat alle inwoners volop meedoen aan sportieve, culturele of andere sociale activiteiten. Het mag niet zo zijn dat inwoners door te weinig geld moeten afhaken. We hebben extra aandacht voor kinderen. We zien dat kinderen die in armoede zijn opgegroeid, later vaak ook zelf een uitkering hebben of weinig inkomen hebben. Dit willen we tegengaan door kinderen de kans te geven om zich volop te ontwikkelen. 

Acties

c. Inwoners hebben een betaalde baan. Als dat (nog) niet lukt, dan blijven inwoners hun talenten en mogelijkheden gebruiken

Wij maken meedoen mogelijk. Het doel is om inwoners te helpen aan een betaalde baan. Betaald werk zorgt voor een eigen inkomen en geeft de beste kans om niet arm te blijven. Als betaald werk (nog) niet lukt, dan moedigen we inwoners aan om hun talenten te blijven gebruiken. 

Acties

d. Inwoners met een arbeidshandicap kunnen een eigen inkomen verdienen

Sommige inwoners hebben een handicap dat het lastig maakt om in een betaalde baan te werken. De handicap maakt dan bijvoorbeeld dat de inwoner langzamer werkt, meer uitleg nodig heeft of alleen in een beschermde omgeving kan werken. Wij helpen deze inwoners bij het vinden en houden van een betaalde baan. 

Acties

e. Inwoners die nieuw zijn in Nederland voelen zich hier thuis en kunnen snel meedoen, het liefst via betaald werk

Veel nieuwkomers zijn verplicht om in te burgen. Het gaat vooral om nieuwkomers die vanuit een ander werelddeel dan Europa, in onze gemeente komen wonen. Inburgeren betekent dat nieuwkomers de Nederlandse taal moeten leren, weten hoe alles geregeld is in Nederland en wat onze cultuur is. Vanaf 1 januari 2022 is de gemeente verantwoordelijk voor de uitvoering van de inburgering. 

Acties

f. Vluchtelingen uit Oekraïne krijgen hulp om hier goed te kunnen wonen.

Vanaf maart 2022 wonen er veel vluchtelingen uit Oekraïne die weg moesten uit hun land door de oorlog met Rusland. Wij bieden opvang in een aantal gebouwen. Een aantal vluchtelingen heeft een plek gevonden bij een gastgezin. Wij helpen ook deze vluchtelingen en de gastgezinnen. We willen dat de vluchtelingen hun leven zo goed mogelijk weer oppakken. 

Acties

2.2.7 Schuldhulpverlening

Inleiding

De Kredietbank Midden-Groningen voert de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) uit. In 2022 hebben wij ons beleidsplan gepresenteerd. In 2023 gaan wij een aantal acties uit dit beleidsplan uitvoeren.  Belangrijke onderwerpen voor 2023 zijn: 

  • Inspelen op de gevolgen van de coronapandemie en  hoge (energie) lasten; 
  • Uitbreiden van de groep klanten die met ons meedenkt (klantpanel); 
  • Verder ontwikkelen van hulp aan ondernemers met schulden;
  • Vergroten van het aantal statushouders wat zichzelf kan redden; 
  • Klanten op hun eigen niveau laten meedoen aan hun financiële administratie; 
  • Opnieuw bekijken van de nazorg die wij aan klanten bieden. 

Ambities

Samen met onze inwoners werken wij aan een toekomst zonder schulden. Wij willen makkelijk bereikbaar zijn voor onze inwoners en werken op basis van vertrouwen. Wij hebben een persoonlijke aanpak en stellen onze klant centraal. Samen zorgen we voor rust in geldzaken. 

In 2023 houden wij er rekening mee dat meer inwoners hulp bij geldzaken nodig zullen hebben. In 2022 hadden veel inwoners en ondernemers last van de gevolgen van corona. Daarnaast gingen de kosten voor het huishouden flink omhoog. Boodschappen en energie werden duurder. Wij willen inwoners met (beginnende) geldproblemen zo snel mogelijk bereiken. Team Eropaf neemt daarom contact op met inwoners met geldproblemen. Door gemakkelijk bereikbaar te zijn voor onze inwoners willen wij zo snel mogelijk rust in geldzaken bieden.

In 2022 hebben wij een beleidsplan voor de periode 2022-2026 gemaakt, dit beleidsplan heet ‘Samen zorgen voor rust in je geldzaken’. In 2023 starten we met de uitvoer van de acties die genoemd zijn in de inleiding.

Wij ontwikkelen op dit moment een dashboard (grafische weergave prestaties) waarmee we onze dienstverlening aan inwoners beter kunnen bewaken. Dit dashboard willen wij in 2023 gaan gebruiken. Dit kunnen wij ook gebruiken om ontwikkelingen en prestaties te meten.

Wat willen we bereiken?

a. Wij hebben aandacht voor onze inwoners en bijzondere doelgroepen

Wij hebben aandacht voor kwetsbare inwoners. Inwoners die wel een ‘zetje in de rug’ kunnen gebruiken. Dit doen wij door gemakkelijk bereikbaar te zijn. En door actief contact te zoeken met onze inwoners. Hierbij vinden wij het belangrijk dat inwoners zo veel mogelijk betrokken blijven bij hun geldzaken. 

Acties

b. Wij werken samen met onze ketenpartners

In onze gemeente heeft ongeveer 1 op de 3 huishoudens het risico op problematische schulden. Wij staan daarom voor een grote opgave. Hierin trekken wij gezamenlijk op met onze ketenpartners. 

Acties

c. Wij zetten de klant centraal

Armoede en schulden zijn een belangrijke bron van stress. Het is belangrijk dat wij hier rekening mee houden. Daarom is het eerste gesprek met een inwoner een 'open' gesprek. Het inleveren van papieren is in deze fase niet nodig. Wij vinden het belangrijk dat onze klanten meedenken over onze ondersteuning. Daarom nodigen wij onze klanten een aantal keer per jaar uit om mee te denken. 

Acties

d. Wij zetten in op een duurzame oplossing

Onze klanten zijn betrokken bij hun administratie. Op deze manier willen wij ondersteuning bieden die 'zo kort als kan, maar zo lang als nodig' duurt. Onze budgetcoach is hierin erg belangrijk. 

Acties

e. Wij zetten in op preventie en we gaan erop af!

Wij zoeken inwoners met geldproblemen actief op. We wachten niet langer tot inwoners zichzelf melden. Vaak zijn de problemen dan al groot. Financiële educatie op scholen draagt bij aan een gezonde financiële toekomst. Daarom zetten wij ons in om dit in 2023 verder te ontwikkelen. 

Acties

2.2.8 Sociale teams

Inleiding

De sociale teams hebben een centrale rol in het sociaal domein. Zij zijn vaak het eerste aanspreekpunt voor inwoners die een vraag tot ondersteuning hebben. De sociale teams bieden de toegang tot zorg en ondersteuning. Ook geven ze zelf lichte ondersteuning aan inwoners op alle levensdomeinen. Dit werk van de sociale teams gebeurt vanuit drie sociale wetten die de gemeente moet uitvoeren: de Jeugdwet, de Wmo en de Participatiewet.

De sociale teams zijn ondergebracht bij Kwartier Zorg en Welzijn. Hierdoor kunnen ze goed aansluiten op het welzijnswerk van Kwartier.

De sociale teams zijn belangrijk voor Sociale veerkracht. Zij helpen mee aan de verandering die we willen maken. Samen met inwoners kijken ze naar wat wél goed gaat, wat mensen zelf kunnen en wat zij samen met de mensen om hen heen kunnen doen om problemen en moeilijkheden aan te pakken. Zodat er met de inwoners betere oplossingen worden gevonden.

Ambities

De sociale teams bevorderen de veerkracht, zeggenschap en het eigenaarschap van onze inwoners, juist in die situaties waarin deze kleiner dreigen te worden. De sociale teams helpen inwoners bovendien om de kring van mensen om hen heen breder en sterker te maken.

De sociale teams blijven zich ontwikkelen
De sociale teams werken sinds 2021 met vier ontwikkelvelden. Deze ontwikkelvelden zijn bedoeld om werkwijzen in de teams te verbeteren. De ontwikkelvelden hebben betrekking op de samenwerking met het onderwijs, de Openbare Geestelijke Gezondheidszorg, complexe problematiek in gezinnen, en het organiseren een integrale toegang voor de inwoner tot het gehele sociaal domein. Alle medewerkers van de teams dragen actief bij aan de ontwikkelvelden. Eind 2021 zijn de plannen van aanpak vastgesteld. In 2023 werken de teams verder aan het uitvoeren van deze plannen.

De eerste resultaten van de projecten uit het Nationaal Programma Groningen worden zichtbaar
Vanuit het NPG wordt er gewerkt aan een goede toekomst voor iedereen. Ook binnen het sociaal domein lopen er allerlei projecten. Deze projecten richten zich op het vergroten van de zelfredzaamheid, het ontwikkelen van nieuwe vaardigheden en op een positieve ontwikkeling. In 2022 zagen we de eerste tekenen dat de projecten langzaam vruchten beginnen af te werpen. De NPG-projecten zijn verder uitgewerkt in 2.5.2.

Verhuizingen van de sociaal teams
Sinds 1 januari 2021 werken we met 4 in plaats van 5 integrale sociale teams. Daarmee zijn ook de omvang en samenstelling van de sociale teams veranderd. Sommige van de sociale teams zijn door de nieuwe indeling verhuisd naar een nieuwe locatie. Daarnaast moest Sociaal Team Noord tijdelijk verhuizen vanwege de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne. Begin 2023 moeten de verhuizingen van de sociale teams zijn afgerond. Bij de nieuwe locaties is zoveel mogelijk rekening gehouden met onze visie voor de sociale teams. Namelijk die van een plek waar mensen makkelijk binnenlopen en met slimme combinaties met welzijnsactiviteiten en maatschappelijke partners.

Beheersing kosten sociaal domein
De sociale teams bieden de toegang tot zorg en ondersteuning. Daarmee spelen ze een belangrijk rol in het beheersen van de kosten van jeugdhulp en Wmo. De sociale teams geven in 2023 uitvoering aan de beheersmaatregelen en eventuele opvolging daarvan. Zie 2.2.3 Wmo en 2.2.4 Jeugd voor meer informatie over de beheersmaatregelen.

Wat willen we bereiken?

a. De sociale teams begeleiden inwoners naar de juiste zorg en ondersteuning

De sociale teams hebben een belangrijke rol in het behalen van de strategische visie sociaal domein. In 2023 willen we de werkwijzen en inrichting van de sociale teams verder ontwikkelen, zodat zij ons inwoners nog beter naar de juiste zorg en ondersteuning kunnen begeleiden. Ingezette zorg en ondersteuning heeft alleen zin als deze leidt tot een verhoging van het welbevinden van de inwoner en zijn of haar omgeving. In 2023 willen we meer sturen op het resultaat van de geboden ondersteuning.

Acties

b. De sociale teams werken meer samen met de welzijnsdiensten

Ondersteuningsvragen van inwoners pakken we zo laagdrempelig mogelijk op. Een goede samenwerking tussen de sociale teams en het welzijnswerk in de gemeente zorgt ervoor dat er minder vaak een beroep hoeft te worden gedaan op professionele zorg en ondersteuning.

Acties

c. Inwoners ontvangen de benodigde hulp en ondersteuning binnen de wettelijke termijnen

We zetten in op het verkleinen van de wachtlijsten binnen de sociale teams en het beperken van de wachttijden tot de wettelijke termijnen.

Acties

d. De sociale teams hebben een goed beeld van de lokale ondersteuningsbehoefte en maatschappelijke uitdagingen

Goed zicht op de lokale ondersteuningsbehoefte en maatschappelijk uitdagingen zorgt ervoor dat we beter kunnen inschatten of de sociale teams de goede dingen doen, en of ze de goede dingen goed doen. De sociale teams kunnen zich met de juiste informatie en gegevens ook beter en sneller aanpassen aan ontwikkelingen in de lokale samenleving.

Acties

2.2.9 Verplichte beleidsindicatoren (BBV)

indicatoren

De verplichte beleidsindicatoren zijn opgenomen in onderstaande tabel.

Verplichte beleidsindicatoren Sociaal
Naam Indicator Eenheid Peiljaar M-G Nederland
Absoluut verzuim Aantal per 1.000 leerlingen 2018 1,5 1,9
2019 2,1 2,4
2020 2,3 2,7
2021 1,3 2,5
Relatief verzuim Aantal per 1.000 leerlingen 2018 31 23
2019 27 26
2020 18 18
2021 25 19
Vroegtijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsv-ers) % deelnemers aan het VO en MBO onderwijs 2018 1,9% 1,9%
2019 1,9% 2,0%
2020 2,0% 1,7%
Banen Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd 15 – 64 jaar 2018 556,7 777,7
2019 580,2 794,4
2020 580,7 796,2
2021 611,9 805,5
Jongeren met een delict voor de rechter % 12 t/m 21 jarigen 2018 1,0% 1,0%
2019 1,0% 1,0%
2020 1,0% 1,0%
Kinderen in uitkeringsgezin % kinderen tot 18 jaar 2018 8,0% 7,0%
2019 8,0% 6,0%
2020 8,0% 6,0%
Netto arbeidsparticipatie % van de werkzame beroepsbev. t.o.v. van de beroepsbev. 2018 65,4% 69,1%
2019 66,1% 70,0%
2020 65,2% 69,6%
2021 67,2% 70,4%
Werkloze jongeren % 16 t/m 22 jarigen 2018 3,0% 2,0%
2019 3,0% 2,0%
2020 3,0% 2,0%
Personen met een bijstandsuitkering Aantal per 10.000 inwoners 2018 486,6 401,1
2019 470,1 381,7
2020 547,1 459,7
2021 486,9 431,2
Lopende re-integratievoorzieningen Aantal per 10.000 inwoners van 15 – 64 jaar 2018 1009,6 305,2
2019 655,1 207,0
2020 506,1 202,0
Jongeren met jeugdhulp % van alle jongeren tot 18 jaar 2018 15,3% 11,8%
2019 15,0% 12,3%
2020 14,7% 11,9%
2021 16,1% 12,9%
Jongeren met jeugdbescherming % van alle jongeren tot 18 jaar 2018 1,5% 1,2%
2019 1,7% 1,2%
2020 1,6% 1,2%
2021 1,6% 1,2%
Jongeren met jeugdreclassering % van alle jongeren van 12 tot 23 jaar 2018 0,4% 0,4%
2019 0,5% 0,4%
2020 0,4% 0,4%
2021 0,4% 0,3%
Cliënten met een maatwerkarrangement WMO Aantal per 10.000 inwoners 2018 470 640
2019 820 680
2020 850 700
2021 870 -
Demografische druk % 2018 74,4% 69,6%
Toelichting: Het aantal personen van 0 tot 20 jaar én 65 jaar of ouder per honderd personen van 20 tot 65 jaar. 2019 74,8% 69,8%
2020 75,3% 70,0%
2021 75,6% 70,1%
2022 75,6% 70,3%
* Cijfers beschikbaar over het eerste halfjaar.

2.2.10 Financieel overzicht Sociaal

Financieel overzicht

Bedragen x € 1.000
Omschrijving Realisatie 2021 Begroting na wijziging 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026
Lasten
Inkomensregelingen 35.614 40.982 38.012 38.909 39.742 39.967
(Werk)Participatie 17.957 18.838 20.296 20.294 20.740 20.913
Burgerparticipatie 2.984 3.475 3.592 3.684 3.779 3.877
WMO (oude taken) 8.005 8.282 8.926 9.237 9.516 9.824
WMO Sociaal domein (nieuwe taken) 14.250 13.079 12.917 13.868 15.558 17.050
Accommodaties 1.329 1.131 1.168 1.152 1.170 1.172
Jeugd 31.365 32.667 32.816 33.215 32.250 29.368
Onderwijs 11.211 13.990 11.363 10.600 9.864 9.923
Totaal Lasten 122.715 132.444 129.090 130.959 132.619 132.094
Baten
Inkomensregelingen 31.914 30.399 30.418 31.256 31.718 31.718
(Werk)Participatie 2.805 3.021 3.743 3.885 3.959 4.079
Burgerparticipatie 175 215 438 438 438 438
WMO (oude taken) 597 637 627 627 1.002 1.002
WMO Sociaal domein (nieuwe taken) 3.747 598 602 605 609 609
Accommodaties 102 219 101 101 101 101
Jeugd 174 91 68 28 28 28
Onderwijs 3.475 4.037 4.154 3.543 3.283 3.494
Totaal Baten 42.988 39.217 40.150 40.483 41.138 41.469
Saldo voor bestemming -79.727 -93.227 -88.940 -90.476 -91.482 -90.625
Stortingen
(Werk)Participatie 360 0 0 0 0 0
Onderwijs 4.311 1.027 130 130 130 130
Totaal Stortingen 4.671 1.027 130 130 130 130
Onttrekkingen
Inkomensregelingen 121 206 0 0 0 0
(Werk)Participatie 0 195 0 0 0 0
Burgerparticipatie 181 120 0 0 0 0
WMO Sociaal domein (nieuwe taken) 36 92 0 0 0 0
Accommodaties 133 110 4 4 4 4
Jeugd 0 68 0 0 0 0
Onderwijs 5.180 3.607 978 685 120 120
Totaal Onttrekkingen 5.651 4.399 983 690 124 124
Totaal mutatie reserves 980 3.372 853 560 -6 -6
Saldo na bestemming -78.747 -89.855 -88.087 -89.916 -91.487 -90.631

Toelichting

Het nadelig saldo van de lasten en baten op het programma Sociaal voor 2023 is € 4,3 miljoen afgenomen ten opzichte van de begroting 2022 na wijziging. Het nadelig saldo na bestemming (door lagere onttrekking aan reserves in 2023 dan in 2022) € 1,8 miljoen lager. We lichten per product de belangrijkste wijzigingen toe, waarbij we rekening houden met reservemutaties.

Inkomensregelingen
Het saldo bij het product Inkomensregelingen na reservemutaties is ten opzichte van 2022 met € 2,78 miljoen verbeterd. De lasten zijn met € 2,97 miljoen afgenomen, de baten met € 19.000 gestegen en de onttrekking aan de reserve is met € 206.000 afgenomen.

Lasten (€ 2,97 miljoen voordelig): De lasten BUIG stijgen met € 314.000 in 2023. Er zijn zowel factoren die de lasten positief als negatief beïnvloeden. De neerwaartse bijstelling van het aantal uitkeringsgerechtigden is in de begroting 2023 volledig verwerkt, waardoor de lasten dalen. Daar staat tegenover dat het minimumloon in de periode 2023-2025 met 7,5% stijgt, de stijging 2023 is 2,5%. Dat beïnvloedt de uitkeringslasten en ook de hogere gemiddelde prijs per uitkering. Er is (nog) geen nieuwe regeling energietoeslag voor het jaar 2023. In 2022 is in de begroting een bedrag van € 3.098.000 geraamd, deze incidentele lasten vervallen in 2023. Daarnaast is het budget voor de bijzondere bijstand op basis van historische cijfers neerwaarts bijgesteld met € 337.000. De personeelsindexatie van 4,5% resulteert in salariskosten stijging van € 126.000. Tot slot zijn de incidentele middelen schuldhulpverlening ondernemers (budgetoverheveling 2021) ad. € 125.000 niet meer beschikbaar in 2023. Datzelfde geldt voor een bedrag van € 103.000 corona compensatiegelden welke in 2022 zijn ingezet om tijdelijk mensen met financiële problemen te ondersteunen. Hiervoor zijn geen middelen beschikbaar in 2023. 

Baten (€ 19.000 voordelig): Op basis van de Rijksbegroting en Voorjaarsnota van het Rijk, is de verwachting dat de baten toenemen met een bedrag van € 135.000 in 2023. Daarentegen valt de incidentele baat van € 137.000 die we vanuit de Tozo-regeling in 2022 ontvingen weg. Overige plussen en minnen leiden tot een voordeel van € 21.000.

Mutatie reserves (nadeel € 206.000): In de begroting 2022 na wijziging wordt rekening gehouden met overhevelingen uit de jaarrekening 2021. In onze meerjarenbegroting houden we geen rekening met mogelijke overhevelingen. 

(Werk)Participatie
Het saldo bij het product (Werk)Participatie na reservemutaties is ten opzichte van 2022 met € 0,93 miljoen verslechterd. De lasten zijn met € 1,46 miljoen toegenomen, de baten met € 722.000 gestegen en de onttrekking aan de reserve is met € 195.000 afgenomen.

Lasten (€ 1,46 miljoen nadelig): De bijdrage aan Wedeka wordt in 2023 € 67.000 lager begroot. De lasten van het werkbedrijf stijgen in 2023 met € 876.000. Op dit moment zijn er meer medewerkers Nieuw beschut in dienst dan waar in de begroting 2022 vanuit is gegaan (door de rechtstreekse instroom van jongeren). Daarnaast wordt rekening gehouden met een uitbreiding van het aantal werkplekken Beschut Werk voor het wegwerken van de wachtlijst. Dit leidt tot € 39.000 extra lasten in 2023. De salarislasten binnen het werkbedrijf nemen toe met € 449.000, op basis van de formatie medio 2022. Vanuit gebouwenbeheer wordt € 160.000 meer doorbelast in 2023. Tot slot zijn de salarislasten van het NPG-project Overschild onder werkparticipatie opgenomen (€ 66.000, incidenteel in 2023 en 2024). Overige plussen en minnen tellen op tot een voordeel van € 63.000.

Baten (€ 722.000 voordelig): De baten worden in 2023 € 722.000 hoger geraamd dan in 2022. De hogere baten hebben te maken met Nieuw Beschut en Beschut Werk. Tegenover de hogere salarislasten staan ook inkomsten door het verrichte werk.

Mutatie reserves (nadeel € 195.000): In de begroting 2022 na wijziging wordt rekening gehouden met overhevelingen uit de jaarrekening 2021. In onze meerjarenbegroting houden we geen rekening met mogelijke overhevelingen.

Burgerparticipatie
Het saldo bij het product Burgerparticipatie na reservemutaties is ten opzichte van 2022 met € 14.000 verslechterd. De lasten zijn met € 117.000 toegenomen, de baten met € 223.000 gestegen en de onttrekking aan de reserve is met € 120.000 afgenomen.

Lasten (€ 117.000 nadelig): De incidentele lasten van € 120.000 voor het ouderenbeleid die samenhangen met corona vallen in 2023 weg. De lasten van het onderdeel inburgering worden voor 2023 per saldo € 193.000 hoger geraamd. Dit wordt veroorzaakt door hoger geraamde lasten van € 313.000 en dit wordt gedempt door een verschuiving van € 120.000 in de salarislasten binnen het team re-integratie. De basissubsidie Kwartier is geïndexeerd, daardoor zijn de lasten € 74.000 hoger. Overige plussen en minnen tellen op tot een voordeel van € 30.000.

Baten (223.000 voordelig): De baten van inburgering worden in 2023 € 313.000 hoger geraamd. De ontvangen gelden voor inburgering worden volledig besteed aan deze opgave. De incidentele baten die we ontvingen door detachering van een medewerker vervallen vanaf 2023 (€ 90.000).

Mutatie reserves (nadeel € 120.000): In de begroting 2022 na wijziging wordt rekening gehouden met overhevelingen uit de jaarrekening 2021. In onze meerjarenbegroting houden we geen rekening met mogelijke overhevelingen. 

Wmo oude taken
Het saldo bij het product Wmo oude taken is ten opzichte van 2022 met € 654.000 verslechterd. De lasten zijn met € 644.000 toegenomen, de baten met € 10.000 afgenomen.

Lasten (€ 644.000 nadelig): Bij het opstellen van de begroting Wmo huishoudelijke hulp hebben we gebruik gemaakt van het Wmo-voorspelmodel van de VNG. Dit model voorspelt hoeveel mensen gebruik gaan maken van voorzieningen in de komende vijf jaren. Hieruit volgt een toename van 5% huishoudelijke hulp. Daarnaast is er rekening gehouden met het effect van de invoering draagkracht in 2022 en het verwachte effect van inflatie op de tarieven van aanbieders (loon-prijs in combinatie met materiaalkostenindex). Per saldo stijgen de lasten van huishoudelijke hulp met € 496.000. De lasten voor rolstoelvervoersvoorzieningen zijn met € 140.000 gestegen door een nieuwe overeenkomst. Overige plussen en minnen tellen op tot een nadeel van € 8.000.

Wmo nieuwe taken - Wmo Begeleiding
Het saldo bij het product Wmo nieuwe taken na reservemutaties is ten opzichte van 2022 met € 74.000 verbeterd. De lasten zijn met € 162.000 afgenomen, de baten met € 4.000 toegenomen en de onttrekking aan reserves is met € 92.000 afgenomen.

Lasten (€ 162.000 voordelig): De begroting voor Wmo begeleiding is op vergelijkbare wijze opgesteld als die van de huishoudelijke hulp. De ontwikkeling van de vraag is gebaseerd op het Wmo-voorspelmodel van de VNG. Hieruit volgt een stijging van 4%. Kosten voor gezinsondersteuning zijn onderdeel van begeleiding. Per saldo dalen de lasten van huishoudelijke hulp met € 380.000.
Vanaf 1 januari 2024 wordt Beschermd Wonen als nieuwe taak overgedragen aan de gemeente. Dit is een jaar opgeschoven. De komende 10 jaar (vanaf 2024) worden de taken geleidelijk overgedragen en daarmee lopen de lasten naar verwachting geleidelijk op van € 0,5 miljoen in 2024 tot € 2,7 miljoen in 2027. Voor deze lasten worden wij voor eenzelfde bedrag gecompenseerd via de Algemene uitkering. Voor 2023 geeft de centrumgemeente Groningen een prognose van nul op. De lasten zijn hierdoor € 357.000 hoger. Een dubbel begrote post voor geëscaleerde zorg is uit de begroting gehaald en leidt tot lagere lasten van € 261.000. Verder zien we hogere uitvoeringskosten binnen de wijkteams van € 83.000 en hogere verstrekkingen vervoer van € 52.000 veroorzaakt door contractuele afspraken waarin we uitgaan van 3,5% indexatie. Overige plussen en minnen leiden tot een voordeel van € 13.000.

Baten (€ 4.000 voordelig): Deze minimale afwijking behoeft geen toelichting.

Mutatie reserves (€ 92.000 nadelig): In de begroting 2022 na wijziging wordt rekening gehouden met overhevelingen uit de jaarrekening 2021. In onze meerjarenbegroting houden we geen rekening met mogelijke overhevelingen. 

Accommodaties
Het saldo bij het product Accommodaties na reservemutaties is ten opzichte van 2022 met € 261.000 verslechterd. De lasten zijn met € 37.000 toegenomen, de baten met € 118.000 afgenomen en de onttrekking aan reserves is met € 106.000 afgenomen.

Lasten (€ 37.000 nadelig): De toename van de lasten wordt veroorzaakt door hoger toegerekende personele lasten en huisvestingskosten voor wijk- en buurtcentra van € 147.000. Een in 2022 gereserveerde subsidie voor Paardensportvereniging SEO van € 110.000 is in 2023 niet begroot. Dit leidt tot een lastendaling van € 110.000.

Baten (€ 118.000 nadelig): De baten zijn € 118.000 lager. Dit wordt vooral verklaard door minder huurinkomsten. 

Jeugd
Voor het product Jeugd hebben we een reële begroting opgesteld. Aandachtspunt hierin is de mate waarin we de bezuinigingen vanuit de hervormingsagenda Jeugd kunnen realiseren. Aangezien we hier onzekerheden zien, hebben we de besparingsoptie die het Rijk ziet opgenomen in de risicoparagraaf. Ten opzichte van de oorspronkelijke meerjarenraming is er sprake van een forse uitzetting. Wanneer we het begrote bedrag van 2023 echter vergelijken met de begroting 2022 na wijziging, zijn de verschillen beperkt. Dit komt doordat we in 2022 de lasten tussentijds fors hebben verhoogd. Het saldo bij het product Jeugd na reservemutaties is ten opzichte van 2022 met € 240.000 verslechterd. De lasten zijn met € 149.000 toegenomen, de baten met € 23.000 afgenomen en de onttrekking aan de reserve is met € 68.000 afgenomen.

Lasten (€ 149.000 nadelig): De lasten van uitvoeringskosten Jeugd zijn lager door een dubbel begrote huur in 2022 voor het medisch centrum Hoogezand en lagere bijdrage RIGG bedrijfsvoering (totaal € 48.000). Daarnaast zijn er lagere lasten van € 53.000 voor publieke gezondheid & zorg (pg&z) door wijziging van taken (pedagogische gezinsondersteuning is vervallen). Voor volksgezondheidszorg is er sprake van € 77.000 hogere lasten. In de meerjarenraming volksgezondheid is een bezuiniging van 5% opgenomen op de gemeenschappelijke regeling pg&z. De bezuiniging, gekoppeld aan de kerntakendiscussie met GGD, wordt voor 2% gerealiseerd. Daarnaast zijn de lasten geïndexeerd. Ook de lasten van de wettelijke bijdrage jeugdgezondheidszorg stijgen door indexatie (€ 55.000) evenals de basissubsidie Kwartier (€ 62.000). De overige plussen en minnen leiden tot een nadeel van € 56.000.

Baten (€ 23.000 nadelig): Deze afwijking is minimaal en lichten we daarom niet toe.

Mutatie reserves (€ 68.000 nadelig): In de begroting 2022 na wijziging wordt rekening gehouden met overhevelingen uit de jaarrekening 2021. In onze meerjarenbegroting houden we geen rekening met mogelijke overhevelingen. 

Onderwijs
Het saldo bij het product Onderwijs na reservemutaties is ten opzichte van 2022 met € 1 miljoen verbeterd. De lasten zijn met € 2,6 miljoen afgenomen, de baten met € 117.000 toegenomen en de mutatie reserves zijn per saldo € 1,7 miljoen nadelig.

Lasten (€ 2,6 miljoen voordelig): De lasten van onderwijshuisvesting dalen met € 2.985.000. De eenmalige lasten dalen € 2.511.000. Dit betreft sloop, tijdelijke huisvesting en het afboeken van restant boekwaarden, hetgeen in 2022 een veel grotere omvang heeft dan in 2023. Deze eenmalige lasten worden gedekt vanuit de reserve scholenprogramma. De onttrekking aan de reserve is in 2023 ook lager waardoor dit geen effect heeft op het saldo. De structurele lasten dalen € 487.000. Laatste betreft de verstrekking aan het Aletta Jacobs College, welke volgens contract lager wordt vanaf 2023 en de afschrijvingslasten, onroerendzaakbelasting, energie, schoonmaak etc. van schoolgebouwen.
Vanuit het contract met de vervoerders voor leerlingenvervoer zijn wij verplicht om ieder jaar de NEA-indexatie toe te passen. De NEA-indexatie geeft de kostenontwikkeling in het wegvervoer weer. Voor 2023 is indexatie van 3,5% van toepassing, voor de jaren erna is eveneens 3,5% meegenomen voor de verwachte indexatie vanaf 2024. De lasten stijgen met € 40.000.
Tot slot is in de loop van 2021 de voorlopige toekenning van het geoormerkte budget voor onderwijsachterstandenbeleid (OAB) door het Rijk bekend gemaakt. Dit leidt tot een verhoging van de lasten en de baten van € 389.000. Per saldo is er geen financieel effect.

Baten (€ 117.000 voordelig): Enkele opbrengsten van onderwijshuisvesting vallen lager uit. Gezamenlijk gaat dit om € 272.000. Hier tegenover staat de verhoging van de baat in het kader van het onderwijsachterstandenbeleid van € 389.000.

Stortingen reserve (€ 897.000 voordelig): De stortingen in de reserve scholenprogramma zijn in 2023 € 897.000 lager doordat de Rijksbijdrage die tot en met 2035 voor dit programma wordt ontvangen met ingang van 2022 op een andere manier verwerkt moet worden. Dit heeft geen effect op het begrotingssaldo omdat de baten onder programma zes Bestuur en Bedrijfsvoering met hetzelfde bedrag afnemen.

Onttrekkingen reserve (€ 2.629.000 nadelig): De onttrekkingen aan de reserve dalen met € 2.629.000. Voor het grootste deel betreft dit de dekking van de eenmalige lasten van het scholenprogramma, die in 2023 € 2.511.000 lager uitvallen dan in 2022.