2.2 Programma Sociaal

2.2.1 Inleiding

Inleiding

Visie
Ieder mens telt. Iedereen heeft betekenis voor zichzelf en zijn omgeving en komt tot zijn recht om wie hij is. Dit is waar wij in geloven en voor staan. In onze strategische visie Sociale veerkracht in de praktijk (2019) hebben we onszelf de opgave gegeven om ons maximaal in te zetten om de samenleving zo te veranderen dat onze inwoners het heft weer meer zelf in handen kunnen nemen. We willen het leven in onze dorpen, wijken zo organiseren dat ook mensen met beperkingen zo zelfstandig mogelijk kunnen functioneren. We willen investeren in het sociaal en cultureel kapitaal van onze inwoners.

Doelstelling
Binnen het programma Sociaal staan onze gemeentelijke opgaven voor Welzijn, Gezondheid, Onderwijs, Jeugd, Wmo, Participatiewet en Schulddienstverlening centraal. De samenhang tussen deze beleidsterreinen is belangrijk voor het effectief aanpakken en oplossen van problemen van onze inwoners. Vanuit de strategische visie Sociale veerkracht ligt de focus op het bevorderen van veerkracht en eigenaarschap van inwoners, het versterken van hun zeggenschap - juist in die situaties waarin deze zeggenschap verkleind dreigt te worden (denk aan jeugdbescherming, uithuiszetting) - en het aanspreken van de brede kring om mensen heen. Vanuit deze visie besteden we aandacht aan de veerkracht en vitaliteit van mensen: op wat wél goed gaat, wat mensen zelf kunnen en wat zij samen met hun netwerk kunnen doen om problemen en moeilijkheden aan te pakken. Zo ontstaan betere en duurzame oplossingen en bevorderen we het welzijn en de gezondheid van onze inwoners. Daarbij blijven aansluiten op de inwoner en ruimte voor maatwerk leidend en houden we ons aan onze wettelijke verplichtingen.

Financiële en inhoudelijke uitdagingen
Ook in 2021 was het noodzakelijk om te sturen op de zorguitgaven Jeugdhulp en Wmo. We zagen opnieuw een stijging van de jeugdhulpkosten en de kosten voor Huishoudelijke hulp (HH) binnen de Wmo. We ontvingen extra middelen vanuit het rijk voor de jeugdhulpkosten, na uitspraak van de arbitragecommissie tussen rijk en gemeenten. Desondanks blijft sturing op en beheersing van de zorguitgaven ook voor de komende jaren van belang. Het nieuwe kabinet heeft vooralsnog de arbitrage-uitspraak voor de jaren na 2025 naast zich neergelegd; daarmee is een passend zorgbudget voor de toekomst onzeker. Tegelijkertijd konden we starten met de eerste NPG-projecten waarmee we een grote investering doen in de aanpak van armoede en schulden, andere opvang en talentontwikkeling van kinderen. Projecten dus waarmee we volop inzetten op sociale veerkracht. We verwachtten de invoering van de nieuwe Inburgeringswet per 1 juli 2021. Deze is uitgesteld en per 1 januari 2022 ingevoerd. In 2021 hebben we ons voorbereid op de uitvoering van deze nieuwe wet. Binnen de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) is vroegsignalering als wettelijk verplicht onderdeel opgenomen. Dit hebben we zonder extra middelen een goede plek gegeven in onze uitvoering van de schuldhulpverlening. 

Opbouw programma
In dit programma laten we voor de volgende beleidsonderwerpen zien wat we hebben bereikt en wat we daarvoor hebben gedaan:
• Gezondheid: Publieke gezondheid en NPG programma Zorg Nabij
• Welzijn
• Wmo
• Jeugd: Preventief Jeugdbeleid, Veilige opvoedomgeving, Jeugdhulp
• Onderwijs en Onderwijshuisvesting
• Participatie
• Schuldhulpverlening
• Sociale teams

De in 2021 gestarte projecten vanuit het lokaal programmaplan NPG worden toegelicht in programma 5 Gaswinning en NPG.

2.2.2 Gezondheid

Gezondheidsbeleid en Lokaal Preventieakkoord vastgesteld

In november 2021 is het 'Gezondheidsbeleid Midden-Groningen' vastgesteld door de raad. Dit beleidsplan beschrijft de kaders voor onze inzet op het gebied van sport en bewegen voor de komende vier jaar. In het beleidsplan wordt gefocust op de volgende thema's:

  • Sterke interne en externe samenwerkingsverbanden op het gebied van gezondheid;
  • Focus op de individuele en gezamenlijke leefstijl;
  • Een gezonde, stimulerende fysieke omgeving;
  • De invloed van corona.

Uiteindelijk zullen wij via deze thema's de ambitie: “Alle inwoners van Midden-Groningen hebben een sterke basis voor gezondheid door (preventieve) zorg en passende voorzieningen. Op die manier minimaliseren we (het risico op) fysieke en mentale gezondheidsproblemen.” kunnen waarmaken.

Het Lokaal Preventieakkoord is eveneens in 2021 vastgesteld. Dit akkoord is opgesteld samen met onze inwoners en lokale partijen, die zich willen inzetten voor het terugdringen van problematisch alcohol- en middelen gebruik, roken en overgewicht in onze gemeente.  We hebben gezamenlijk gekeken waar wensen en behoeften lagen en waar de grootste gezondheidswinst behaald kan worden. Naar aanleiding van input van velen zijn we tot een plan gekomen met ambities om een gezonde leefstijl te stimuleren en waar mogelijk mensen te ondersteunen om ongezond gedrag om te buigen.

Thema 1: Roken

Wat hebben we bereikt?

  • Er zijn rookvrije zones ingericht zodat kinderen minder in aanraking komen met roken en roken niet langer als normaal wordt beschouwd.
  • Het aantal rookvrije zones is in 2021 flink uitgebreid. Er is een positief advies vanuit de directie en de Ondernemingsraad om het Huis van Cultuur en Bestuur in 2022 rookvrij te maken.
  • Door middel van het Lokaal Preventieakkoord hebben we een coalitie gevormd om roken gerichter aan te pakken.
  • Door de pop-up poli's van Verslavingszorg Noord Nederland (VNN) is het aantal rokers in Midden-Groningen gedaald.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

  • We hebben organisaties gefaciliteerd om rookvrije zones in te richten door ‘rookvrij’ borden beschikbaar te stellen.
  • We hebben onder leiding van de GGD een aantal sessies gehouden met diverse maatschappelijke en commerciële partijen om te komen tot een gezamenlijk Lokaal Preventieakkoord, waarbinnen roken één van de pijlers is.
  • Er zijn drie pop-up poli's georganiseerd door VNN.

Indicatoren

  • In 2021 zijn er 20 rookvrije zone borden uitgereikt om rookvrije zones mee in te richten.
  • Het Lokaal Preventieakkoord is in november 2021 vastgesteld.
  • De drie pop-up poli's hadden gemiddeld acht deelnemers per keer. Hiervan zijn er na één maand nog zes gestopt met roken en na drie maanden nog drie. Gemiddeld onderneemt een roker zeven stoppogingen, voordat deze helemaal stopt. 

Thema 2: Leefstijl

Wat hebben we bereikt?

In 2021 is de samenwerking versterkt tussen onder andere welzijnscoaches, buurtsportcoaches, gebiedsregisseurs, scholen, armoederegie, sportverenigingen, culturele aanbieders en andere (commerciële) partijen. Dit gebeurt vanuit het Lokaal Preventieakkoord, maar ook door het Lokaal Sportakkoord en binnen de Gecombineerde Leefstijl Interventie (GLI). Daarnaast is een eerste aanzet gemaakt om de coördinatie van het Lokaal Preventieakkoord via een Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG)-regisseur op te gaan pakken. Dit betekent dat er in de basis een sterke focus op overgewicht zal zijn, maar dat we leefstijlproblematiek ook in het bredere kader van het Lokaal Preventieakkoord gaan aanvliegen.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

  • In samenwerking met zorgverzekeraar Menzis bieden wij de GLI aan. Voor inwoners met een minimuminkomen hebben wij de drempel voor kosteloze deelname verlaagd.  Zo hoeven zij niet meer 'Garant' verzekerd te zijn via Menzis. Door corona is het aantal deelnemers gering gebleven. De verwachting is dat we met een nieuwe marketingcampagne het aantal kunnen verhogen in 2022.
  • In november 2021 is het Lokaal Preventieakkoord vastgesteld door de raad.
  • Er is budget beschikbaar gesteld om in 2022 te besteden aan subsidieaanvragen in het kader van het Lokaal Sportakkoord.
  • Er is budget beschikbaar gesteld in het kader van het Lokaal Sportakkoord om vanaf 2021 geld te besteden aan diverse gemeentebrede initiatieven.
  • We zetten buurtsportcoaches in om beweging bij jongeren, ouderen en kwetsbare inwoners te bevorderen. De buurtsportcoaches begeleiden sportieve activiteiten rondom scholen en in de wijk. Bovendien begeleiden ze wandelgroepen in meerdere dorpen als toegankelijk beweegaanbod. Meer hierover wordt in het hoofdstuk Sport uitgelicht.

Indicatoren

  • Aantal 'Garant' verzekerde inwoners dat deelneemt aan de GLI is 17.
  • Aantal inwoners dat deelneemt aan de GLI in totaal is 105.
  • Aantal deelnemers aan wandelgroepen is 70.
  • Het aantal extra, gemeentebrede sportstimuleringsinitiatieven vanuit de Klankbordgroep van het Lokaal Sportakkoord is 3.
  • Het aantal subsidieaanvragen door externe partijen en verenigingen vanuit het Lokaal Sportakkoord is 9.
  • Het percentage overgewicht volgens de gezondheidsmonitor jeugd wordt in 2023 gemeten.
  • Het percentage overgewicht volgens de gezondheidsmonitor volwassenen wordt in 2024 gemeten. 

Thema 3: Samenwerking en bewonersinitiatieven

Wat hebben we bereikt?

We werken actief samen met andere Groninger gemeenten, de GGD, regionale kennisinstellingen, ziekenhuizen, zorgverzekeraar Menzis en andere gezondheidspartners aan regionale gezondheidsafspraken. Dat doen wij onder andere via het Preventie Overleg Groningen (POG), het Ambtelijk Overleg Gezondheid (AOG), de Regiodeal en Kans voor de Veenkoloniën. We ondersteunen bewonersinitiatieven op het gebied van gezondheid via het programma 'Kracht van de Veenkoloniën' en de Gezond in de Stad (GIDS)-subsidieregeling. Via de GIDS-regeling kunnen bewoners en organisaties financiële ondersteuning aanvragen voor activiteiten ter bescherming en bevordering van de gezondheid van bewoners in onze gemeente. Tot slot zullen wij door de omgevingsvisie de samenhang met het openbaar groen versterken. Op deze wijze kunnen er, ondanks bezuinigingen, nieuwe mogelijkheden ontstaan voor inwonersinitiatieven met een positief effect op ruimte en onderhoud, participatie, veiligheid en het bevorderen van de gezondheid van onze inwoners. De voorbereidingen voor de omgevingsvisie zijn in 2021 verder uitgewerkt en worden in 2022 voortgezet. 

Wat hebben we daarvoor gedaan?

  • Wij hebben een actieve rol in regionale overleggen die leidt tot diverse samenwerkingsverbanden en kennisdeling;
  • Er zijn met GIDS diverse initiatieven vanuit inwoners ondersteund met een subsidie;
  • De bewonersraad van Kracht voor de Veenkoloniën wordt actief betrokken bij de nieuwe werkgroep Meedoen van Midden-Groningen.
  • Via Kans voor de Veenkoloniën is de regionale samenwerking op Kansrijke start versterkt tussen de stad Groningen en de provincie. 

Indicatoren

  • Het aantal lokale bewonersinitiatieven, mede mogelijk gemaakt, via GIDS is 7.

Provinciaal NPG-programma Zorg Nabij

Provinciaal NPG-programma Zorg Nabij

Zorg Nabij is een preventief gezondheidsprogramma. Het programma is onderdeel van de regionale aanvraag Nationaal Programma Groningen (NPG) die onder aanvoering van de provincie in 2019 is ingediend en toegekend. De financiële toelichting van dit programma is daarom opgenomen onder programma 5; Gevolgen gas- en zoutwinning én NPG-projecten. In onze gemeente is Zorg Nabij gestart in januari 2020 en loopt tot en met december 2021. Mede door de gevolgen van de coronapandemie is het project met een half jaar verlengd tot juni 2022.

Zorg Nabij bestaat in onze gemeente uit drie hoofdcomponenten:

  • 'Grip en Glans' is een cursus waardoor mensen meer grip op hun leven krijgen en vanuit daar meer glans aan hun leven kunnen geven. De cursus wordt in groepsverband gegeven. Inwoners kunnen zonder doorverwijzing van huisarts, welzijnscoach of sociaal team deelnemen. 
  • Via 'Welzijn op Recept' kunnen huisartsen en andere eerstelijnszorgverleners patiënten met psychosociale problemen doorverwijzen naar een welzijnscoach. De welzijnscoach bespreekt aan de hand van positieve gezondheid wat de patiënt graag zou willen doen of veranderen en verbindt de patiënt met het aanbod.
  • Via het integraalsamenwerkingsmodel 'Vrijwillige Hulpdienst' kunnen inwoners gemakkelijk hun hulpvraag stellen of hulp aanbieden. Het doel is dat er een goed werkende matchingsmethode is waar hulpvragen gekoppeld worden aan het vrijwilligersaanbod.

Wat hebben we bereikt?

  • Met 'Welzijn op Recept' en 'Grip en Glans' zijn de afgelopen twee jaar positieve resultaten behaald. Op dit moment zijn er vijf welzijnscoaches actief en samen zijn zij verbonden aan twaalf van de in totaal veertien aanwezige huisartsenpraktijken in onze gemeente. Van de inmiddels 450 verwezen inwoners naar 'Welzijn op Recept' ervaart 68% een toename van het welbevinden. Huisartsen geven aan dat een groot deel van de patiënten die zij verwezen hebben, niet of minder vaak terugkomen op het spreekuur met dezelfde klachten.
  • 52 inwoners hebben deelgenomen aan een cursus 'Grip en Glans'.
  • We zien op meerdere terreinen sterkere samenwerkingsverbanden en hulpstructuren ontstaan, die de huisartsenzorg en sociale teams ontlasten. Zo zijn in een aantal dorpen en wijken nieuwe activiteiten opgestart of verder ontwikkeld. Het informatiepunt in Kolham - Lang Leve Kolham-  heeft zich doorontwikkeld tot een plek van ontmoeting, samenkomen en voorlichting (ook digitaal) in samenwerking met diverse partijen.  De samenwerking tussen het formele en informele veld is nog niet overal optimaal,  mede door het deels stilvallen van de activiteiten als gevolg van de coronamaatregelen. 

Wat hebben we daarvoor gedaan?

  • We hebben het aanbod van 'Welzijn op Recept' en 'Grip en Glans' uitgebreid voor onze hele gemeente. Alle inwoners kunnen nu gebruik maken van de welzijnscoach en kunnen deelnemen aan de cursus 'Grip en Glans'. Alle huisartsenpraktijken zijn bekend met het aanbod van 'Welzijn op Recept'. In 2022 werken we verder aan de borging van beide trajecten.  
  • Door de Rijksuniversiteit Groningen is een nieuwe cursus 'Grip en Glans' ontworpen. Deze cursus richt zich op mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. In 2021 zijn we met de eerste cursus van start gegaan.
  • Er is een vrijwilligersplatform ontwikkeld en geïmplementeerd.  Daarnaast hebben we nu de Vrijwillige Hulpdienst die zich richt op het matchen van vraag en aanbod. De doorontwikkeling vindt plaats in de eerste helft van 2022.

Indicatoren

  • Aantal deelnemers cursus 'Grip en Glans': 52
  • Aantal doorverwijzingen naar welzijnscoaches: 350
  • Percentage deelnemers 'Welzijn op Recept' dat een stijging van hun gevoel van welbevinden aangeeft: 68%

2.2.3 Welzijn

Thema 1: Maatschappelijke dienstverlening (sociaal cultureel werk)

Thema 1: Maatschappelijke dienstverlening (sociaal cultureel werk)

Wij willen dat alle inwoners volwaardig deel kunnen nemen aan de samenleving. In dit kader wordt ingezet op het versterken van eigen kracht en persoonlijke ontwikkeling. 

Wat hebben we bereikt?

  • In 2021 is het plan van aanpak 'Eenzaamheid' gerealiseerd. In dit plan wordt toegelicht hoe en met welke partijen we eenzaamheid gaan terugdringen. Vanaf 2022 gaan we actief inzetten op gerichte activiteiten om de ambities te realiseren.
  • Het netwerk van organisaties in het maatschappelijk middenveld is in beeld en er ontstaan nieuwe thematische samenwerkingsverbanden op diverse terreinen.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

  • We hebben kleinschalig en digitaal bijeenkomsten georganiseerd. Door de beperkingen hebben we niet alle beoogde ambities gehaald, wel zijn de samenwerkingen op thema's (zoals bijvoorbeeld inburgering, eenzaamheid, dementie) versterkt en vergroot;  
  • We hebben een overzicht van het activiteitenaanbod en geven informatie hierover aan inwoners via diverse kanalen, zoals de Regiokrant en sociale media;
  • We zijn aangesloten bij het landelijke actieprogramma 'Eén tegen eenzaamheid' en hebben hiervoor samen met ketenpartner Kwartier Zorg en Welzijn een actieplan geformuleerd. In 2022 wordt dit actieplan uitgerold en de coalitie verder vormgegeven met maatschappelijk betrokken partners. 

Indicatoren

  • Er is een netwerkanalyse van actieve partijen in het welzijnsdomein;
  • Er is een bijeenkomst georganiseerd met alle relevante zorg- en welzijnsprofessionals;
  • Een relevant en actueel overzicht van activiteiten gericht op het verbeteren van de positie van de inwoner via Sociale Kaart Groningen;
  • We zijn aangesloten bij "Eén tegen eenzaamheid'.

Thema 2: Informele zorg: mantelzorg en vrijwilligers

Thema 2: Informele zorg: mantelzorg en vrijwilligers

Mantelzorg en vrijwilligers hebben blijvende aandacht binnen onze gemeente. Wij willen onze vrijwilligers en mantelzorgers passende ondersteuning bieden om overbelasting en uitval te voorkomen.

Wat hebben we bereikt?

Ter voorbereiding op de beleidsnotitie 'Informele Ondersteuning' hebben we met het Steunpunt Mantelzorg en de Vrijwilligerscentrale de krachten, knelpunten en kansen in kaart gebracht. Deze analyse vormt de onderlegger voor de beleidsnotitie die eind 2022 gereed zal zijn. Daarnaast hebben we specifieke aandacht voor (de doorontwikkeling) van het thema mantelzorg en gaan het huidige netwerk rondom mantelzorg uitbreiden.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

  • We hebben een inventarisatie gedaan naar behoeften van inwoners die mantelzorg verlenen;
  • We hebben het huidige netwerk rondom informele zorg (mantelzorg, vrijwilligers) verder uitgebreid naar gezondheidsinstellingen, welzijnsinstellingen, onderwijs en sport.
  • We hebben samen met het steunpunt Mantelzorg gekeken naar passende ondersteuning voor de verschillende doelgroepen, waaronder jonge mantelzorgers. Hierdoor zijn er in 2021 een aantal activiteiten georganiseerd door het steunpunt Mantelzorg en het jongerenwerk.
  • We hebben oriënterende gesprekken gevoerd met een aantal maatschappelijke- en zorgorganisaties over vraagstukken binnen het vrijwilligerswerk. In 2022 gaan we dit nader uitwerken.
  • Er is een actieplan Mantelzorg opgesteld waar we in 2022 uitvoering aan gaan geven.

Indicatoren

  • Er is een inventarisatie ten aanzien van de behoeften aan een platform Mantelzorg.
  • Het netwerk Informele Zorg is uitgebreid met vijf maatschappelijk betrokken partners.

Thema 3: Ouderen

Thema 3: Ouderen

Het algemene uitgangspunt is dat ouderen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen en deelnemen aan de samenleving. Door de inzet van meer preventieve activiteiten willen we voorkomen en/of uitstellen dat ouderen zwaardere zorg nodig hebben en tegelijkertijd het welbevinden verhogen.

Wat hebben we bereikt?

  • Op de thema's dementie, vitaliteit, preventie en meedoen zijn werkgroepen geformeerd en is er een aanzet gegeven tot een ambtelijke projectgroep 'Wonen en Zorg'.  De werkgroepen hebben in 2021 hun plannen geformuleerd en de eerste resultaten behaald. Deze worden in 2022 voortgezet.
  • Samen met maatschappelijke partners Menzis, fysiotherapie, Kwartier Zorg en Welzijn, hebben we het aanbod valpreventie uitgebreid.
  • De gemeente is aangesloten bij het provinciale netwerk dementie, vanuit dit netwerk is een coördinator beschikbaar om het Lokaal Netwerk Dementie verder op te zetten en een plan van aanpak te presenteren. Dit programma loopt door in 2022.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

  • De samenwerking tussen zorgaanbieders en welzijnsorganisaties is op een aantal subthema´ s, waaronder dementie, versterkt.
  • Door de gevolgen van de pandemie zijn niet alle plannen in 2021 gerealiseerd of gestart. Deze waren veelal gericht op voorliggende voorzieningen voor ouderen gericht op ontmoeting of een zinvolle daginvulling. De computerbank is gestart met een uiterst succesvol seniorencafé en biedt in diverse dorpshuizen nu digitale ondersteuning aan voor ouderen, vaak in combinatie met een inloopochtend. Vanuit andere initiatieven zijn op diverse locaties in onze gemeente ontmoetingsmomenten georganiseerd of zijn er plannen om dit op korte termijn te realiseren.
  • Het aantal aanbieders valpreventie is uitgebreid met twee. In 2021 hebben zij gezamenlijk acht nieuwe aanmeldingen ontvangen en gaan in 2022 verder.

Indicatoren

  • Aantal nieuwe deelnemers voor de dementievriendelijke gemeente. Het doel van dementievriendelijke gemeente is verschoven naar de versterking van het Lokaal Netwerk Dementie, hiervoor zijn vijf nieuwe partijen aangemeld tot op heden.
  • Vier nieuwe vrij toegankelijke activiteiten voor ouderen. 

Welzijn

Welzijn heeft betrekking op het lichamelijke en geestelijke welbevinden van mensen. Hoe we ons voelen, hoe tevreden we zijn met ons leven, hangt af van tal van factoren. Denk aan woonomgeving, financiële middelen en mobiliteit. Maar ook sociale factoren zijn van invloed, zoals het hebben van zinvolle relaties en de mogelijkheid om een beroep te doen op anderen. Als gemeente willen we de randvoorwaarden scheppen voor onze inwoners om naar vermogen mee te kunnen doen aan de maatschappij, zelf de leefbaarheid van hun omgeving te bevorderen en hiervoor te worden gewaardeerd. Met onze inzet willen we een preventief en laagdrempelig aanbod aan activiteiten en voorzieningen realiseren die bijdragen aan het versterken van de veerkracht en het vergroten van het welbevinden van onze inwoners. Het welzijnsbeleid heeft sterke raakvlakken met andere beleidsterreinen zoals gezondheid en zorg. Onder de noemer welzijn hebben we in 2021 vooral gewerkt aan het versterken van het aanbod van informele zorg. De focus ligt op de volgende drie hoofdthema’s:

  • Maatschappelijke dienstverlening (sociaal cultureel werk);
  • Informele zorg: mantelzorg en vrijwilligers;
  • Ouderen.

2.2.4 Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo)

Overkoepelend: Uitvoering Wmo

Wat hebben we bereikt?

Maatwerkvoorzieningen:
Hulp bij het huishouden (HH):  Als gevolg van de invoering van het abonnementstarief zien we meer gebruikers van deze maatwerkvoorziening. Inwoners die voorheen zelf de huishoudelijke hulp regelden, vragen nu via de gemeente HH aan omdat die voor hen voordeliger is. 

Begeleiding (individueel en groep): In 2021 zien we een afname van het aantal mensen dat gebruik maakt van de maatwerkvoorziening Begeleiding, zowel individueel als groepsbegeleiding. We kunnen niet met zekerheid stellen of deze afname alleen veroorzaakt wordt door de naweeën van corona en het ontstaan van een wachtlijst bij de sociale teams. In het kader van kwaliteitsverbetering is de Persoonsgebonden budget (PGB)-vaardigheidstoets geïntroduceerd.

Hulpmiddelen: Het contract met de leverancier van Wmo-hulpmiddelen liep af per 31 december 2021. Via een Europese aanbesteding zijn twee nieuwe leveranciers gecontracteerd die per 1 januari 2022 de hulpmiddelen gaan leveren.

Overeenkomst Wmo maatwerkvoorzieningen en contractmanagement:
Het kwaliteitskader is een integraal onderdeel van de overeenkomst waardoor kwaliteit door contractmanagement op basis van dit document, kwaliteit kan beoordelen en zo nodig vervolgstappen kan ondernemen. Daarnaast wordt actief bij het toetreden van aanbieders gemonitord (onder andere door bewijsstukken) of een aanbieder voldoet aan de gestelde eisen en wordt bekeken of het aanbod daadwerkelijk een toevoeging is aan het bestaande zorglandschap.

Het bieden van onafhankelijke cliëntvertegenwoordiging:
In 2021 zijn er zestien trajecten door de onafhankelijke cliëntvertegenwoordiger uitgevoerd. De dienstverlening door Zorgbelang is geëvalueerd en we hebben een nieuw programma van eisen opgesteld. Aan de hand hiervan is een subsidie verleend voor 2022. Als gevolg van de coronapandemie liep het aanbieden van een training voor de vrijwilligers vertraging op.  In december 2021 zijn we hier alsnog mee gestart.

Jaarlijks cliëntervaringsonderzoek:
Onderzoeksbureau Zorgfocuz heeft alle inwoners die een maatwerkvoorziening hebben ontvangen uitgenodigd om deel te nemen aan het cliëntervaringsonderzoek Wmo. In het onderzoek zijn de inwoners gevraagd naar hun ervaringen met onder andere de toegang, de kwaliteit van de hulp en het effect van de ontvangen hulp. De eindrapportage over 2021 wordt rond de zomer 2022 verwacht. 

Faciliteren en ondersteunen van de Adviesraad Sociaal Domein: 
De adviesraad geeft informeel en formeel advies en wordt zo vroeg mogelijk betrokken bij het opstellen van beleid.

Woonvisie op het gebied van Wonen en Zorg:
In 2021 hebben we kaderafspraken op het gebied van wonen opgesteld. Het ontwikkelen van de woonzorgvisie wordt in 2022 uitgevoerd.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

Maatwerkvoorzieningen:
Hulp bij het huishouden (HH):  
- Gesprekken met aanbieders;
- Overleg met VNG, ministerie van VWS en andere gemeenten over het abonnementstarief en draagkrachtnorm.

Begeleiding (BG):
-  Afname PGB inzet; het PGB wordt alleen ingezet bij mensen die daadwerkelijk PGB-vaardig zijn en waarbij de inzet van ondersteuning kwalitatief goed is.

 

Totaal ( ZIN en PGB) 2021 2020 2019
HH 1980 1928 1862
Begeleiding 713 767 840
Dagbesteding 287 313 340

 

PGB 2021 202 2019
HH 37 44 49
Begeleiding 107 138 151
Dagbesteding 22 30 34

 

Hulpmiddelen
- Marktconsultatie, in samenwerking met gemeente Groningen en gemeenten in Noord en Midden Drenthe;
- Ontwikkelen van aanbestedingsstukken, in samenwerking met gemeente Groningen;
- Afbouwen 'oude contract' en voorbereiden nieuwe contracten.

Uitvoering overeenkomst Wmo maatwerkvoorzieningen en contractmanagement
- Monitoren van nieuwe aanbieders of zij voldoen aan kwaliteits- en contracteisen;
- Enkel nieuwe aanbieders contracteren die daadwerkelijk iets toevoegen aan huidige aanbod;
- Kwaliteitskader is een integraal onderdeel van de overeenkomst.

Onafhankelijke cliëntondersteuning:
- Gesprekken met vrijwilligers en leden van de Adviesraad Sociaal Domein;
- Volgen van online bijeenkomsten Movisie;
- Subsidievoorstel.

Cliëntervaringsonderzoek:
- Alle inwoners met een maatwerkvoorziening hebben een uitnodiging voor deelname aan het cliëntervaringsonderzoek ontvangen.

Faciliteren en ondersteunen van de Adviesraad Sociaal Domein:
-    ondersteunen van het interne proces en de doorontwikkeling van de adviesraad;
-    verbindingsofficier tussen gemeente en de adviesraad.

Thema 1: Algemene voorzieningen

Thema 1: Algemene voorzieningen

We hebben een aantal algemene en collectieve voorzieningen die we (financieel) ondersteunen:

  • Computerbank Midden-Groningen;
  • Inloop GGZ;
  • Huiskamers voor ouderen in Hoogezand;
  • Houtstek Slochteren.

In het Implementatieplan Wmo, gemaakt naar aanleiding van de bezuinigingsopdracht van eind 2019, is er afgesproken om meer algemene voorzieningen te realiseren.

Wat hebben we bereikt?

In 2021 hebben we, vanwege corona, geen optimaal resultaat kunnen halen. Een aantal algemene voorzieningen, zoals de huiskamers, waren langere tijd gesloten. Daarnaast was minder deelname door terughoudendheid van deelnemers uit angst voor corona. We zijn veelvuldig in gesprek geweest met partners in het maatschappelijk middenveld en zijn er diverse verkenningen gestart om tot algemene voorzieningen te komen. Dit heeft geleid tot een versterking van de samenwerkingen en aantal nieuwe algemene voorzieningen. We verwachten dat we de komende periode, zonder coronabeperkingen, meer resultaten uit deze verkenningen kunnen boeken. In 2021 zijn er drie algemene voorzieningen gerealiseerd: Het Houtstek, het seniorencafé en Algemene Voorziening Noordbroek. Door deze activiteiten kunnen inwoners langer zelfstandig en inclusief deelnemen aan de samenleving. 

Wat hebben we daarvoor gedaan?

  • Samen met opbouwwerk en gebiedsregie hebben we in kaart  gebracht hoe de sociale kaart rondom de Algemene Voorzieningen er in onze gemeente uit ziet. We zien nog kansen en mogelijkheden die tot op heden onvoldoende benut worden. In 2022 werken we dit verder uit tot een handelingskader rondom Algemene Voorzieningen zodat we gerichte en passende oplossingen kunnen realiseren samen met onze partners. We hopen hiermee de druk op de Wmo te beperken. 
  • Op verschillende thema's zijn verbindingen en samenwerkingen gerealiseerd, bijvoorbeeld rondom armoede en dementie. We verwachten in 2022 concrete uitwerkingen zodat het aantal algemene voorzieningen uitgebreid wordt.
  • De pilot rondom het Houtstek is, door vertraging in de bouw later gestart. Ondertussen is Het Houtstek geopend  en werken het bestuur en Werkpro aan het uitbouwen van de algemene voorziening.
  • De algemene voorziening in Noordbroek voor dagontmoeting (pilot) is gestart en eind 2021 heeft een klein aantal deelnemers een zinvolle invulling van de dag gevonden. Er is veel ingezet op samenwerking met partijen in het gebied. Door corona en door wisselingen in coördinatie bij de uitvoerder heeft deze pilot een moeizame start gehad. 

Indicatoren

  • Er zijn drie nieuwe algemene en/of collectieve voorzieningen (Noordbroek, Houtstek en Dementiezorg);
  • We gaan in 2022 verder met het structureel maken van bestaande voorzieningen;

Thema 2: Wonen en Zorg

Wat hebben we bereikt?

We hebben ons ingezet om onze inwoners zo lang mogelijk op een veilige en plezierige manier in hun eigen huis of omgeving te laten wonen.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

We hebben prestatieafspraken met woningcorporaties vastgesteld. Hierin is uitgebreid aandacht besteed aan diverse onderwerpen in het sociaal domein. Denk aan de aanpak van schuldenproblematiek, afspraken Wmo, aangepaste woningen, en Voorzieningenwijzer. Veel onderwerpen worden op andere plekken in deze jaarrekening apart behandeld. Voor de voorzieningenwijzer en de Kunst van het Wonen geldt dat niet. Kwartier Zorg en Welzijn heeft een subsidie ontvangen waarmee ze uitvoering geeft aan de adviesgesprekken Voorzieningenwijzer. Het aantal deelnemers, via woningcorporaties, sociale teams, BWRI en Kredietbank, en de resultaten in gemiddelde besparing laten een erg positief beeld zien. Hiermee hebben we een mooi instrument ingezet om inwoners met een 'financieel vraagstuk' wat verlichting te geven in hun kosten. De Kunst van het Wonen is vanwege corona niet gestart. De subsidie aan Kwartier Zorg en Welzijn voor de organisatie en uitvoering van deze cursus kennen we in 2022 toe.

Thema 3: Vervoer

Thema 3: Vervoer

Inwoners die niet in staat zijn om op eigen kracht te reizen, kunnen recht hebben op Wmo-vervoer. Zij kunnen gebruik maken van een taxi van Connexxion. We werken met het OV-bureau en alle gemeenten in Groningen en Drenthe samen binnen de gemeenschappelijk regeling Publiek Vervoer.

Wat hebben we bereikt?

  • Het Wmo-vervoer blijft , ondanks een beperkte tariefsverhoging, laagdrempelig;
  • Vanwege corona is er minder gebruik gemaakt van het Wmo-vervoer. De kosten zijn daarom niet gestegen, maar de verwachtte stijging in inkomsten uit de eigen bijdrage is uitgebleven.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

  • We hebben de tarieven voor het vervoer verhoogd om deze voorziening in stand te kunnen houden. Met ingang van 1 januari 2021 kost het Wmo-vervoer voor onze inwoners € 0,23 per kilometer met een instaptarief van € 1,30;
  • Vanwege corona hebben we geen extra aandacht kunnen besteden aan het stimuleren van het gebruik van het openbaar vervoer. De toch al kwetsbare doelgroep loopt immers hogere risico's. Het gebruik van het Wmo-vervoer nam af en de mogelijkheden voor sociale contacten werden fors beperkt. We vonden het daarom minder passend om het gebruik van openbaar vervoer te stimuleren;
  • In 2021 is de continuïteitsbijdrage voor vervoerders gefaseerd afgebouwd van 80% in januari, naar 70% in december. Het percentage betreft de vergoeding van de niet gereden ritten.

Thema 4: Toezicht en handhaving

Thema 4: Toezicht en handhaving

We zien toe op de kwaliteit en rechtmatigheid van de geleverde ondersteuning door zorgaanbieders.

Wat hebben we bereikt?

We hebben een systeem ingericht om onze inwoners de meest passende en kwalitatief goede ondersteuning te kunnen bieden, waarbij het budget op de juiste plek terecht komt. Het toezicht draagt bij aan het opsporen van situaties waarin de zorg niet van voldoende kwaliteit was of wanneer er sprake was van onrechtmatigheid. Naar aanleiding hiervan kunnen we handhaven.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

Onze toezichthouders hebben in 2021 acht onderzoeken afgerond. In vier gevallen was er na nader onderzoek van de signalen geen grond voor een diepgaander onderzoek. Eén onderzoek naar kwaliteit is afgerond waarbij de conclusie was dat de kwaliteit van de aanbieder behoorlijk goed op orde is. De andere onderzoeken richten zich op rechtmatigheid bij het product dagbesteding. Uit de onderzoeken blijkt dat er sprake is van onrechtmatigheid. De reacties van de aanbieders boden aanleiding tot een grotere steekproef bij andere aanbieders. Hiermee willen we een beter beeld krijgen van de context. De uitkomsten hiervan zijn nog niet bekend. Daarnaast hebben we een toets voor toetreding ingevoerd, waardoor niet alle aanbieders zomaar hun diensten kunnen aanbieden. We zijn gestart met kwaliteitsonderzoeken op basis van het vastgestelde kader. Als het gaat om preventie trainen we casemanagers in het herkennen van en handelen naar signalen van onrechtmatigheid. Ook bespreken we structureel casuïstiek. In 2021 zijn we ook gestart met voorbereidende werkzaamheden om de rechtmatigheid rondom Jeugdhulp te borgen.  

Indicatoren

  • Acht onderzoeken naar rechtmatigheid en kwaliteit van zorg en ondersteuning afgerond.

Thema 5: Toegankelijk Midden Groningen (VN-verdrag handicap)

Toegankelijk Midden Groningen (VN-verdrag handicap)

We willen een inclusieve gemeente zijn waar mensen met een beperking zonder moeite kunnen deelnemen aan het maatschappelijk leven. Daarvoor is makkelijke toegang tot openbare gebouwen, makkelijk verplaatsen in de openbare ruimte en toegankelijke (digitale) informatie vanuit de overheid nodig.

Wat hebben we bereikt?

  • Stemlocaties in eigendom van de gemeente zijn toegankelijk gemaakt;
  • Onze communicatie naar inwoners is toegankelijker en begrijpelijker gemaakt.
  • We hebben de basis gelegd voor een Lokale Inclusie Agenda (LIA). In de LIA bundelen en ontwikkelen we onze ambitie en activiteiten om onze gemeente toegankelijker te maken voor inwoners met een beperking. 

Wat hebben we daarvoor gedaan?

  • Onze website voldoet aan de meest belangrijke toegankelijkheidsvereisten. We gaan de website in 2022 nog laten testen op de toegankelijkheid voor mensen met een (licht) verstandelijke beperking.
  • We hebben stappen gezet om onze communicatie aan inwoners te versimpelen via de werkgroep begrijpelijke taal. Hiervoor maken we ook gebruik van panels bestaande uit ervaringsdeskundigen (waaronder mensen met een autismespectrumstoornis of een verstandelijke beperking. 
  • We hebben een eerste bijeenkomst georganiseerd met het zogenoemde VN-panel. Dit panel bestaat uit een groep inwoners met een beperking die mee willen denken over verbeteringen in onze gemeente. De input van het panel nemen we mee in de Lokale Inclusie Agenda.
  • In 2021 hebben we acties uitgevoerd om voldoende stemlocaties toegankelijk te maken. In de meeste gevallen is dit gedaan aan de hand van tijdelijke en pragmatische oplossingen zoals een drempelhulp.
  • Nieuw- en verbouwprojecten voldeden aan de normen van de Integrale Toegankelijkheid Standaard (ITS); de hoogste norm voor toegankelijkheid.

Indicatoren

  • Al onze stemlocaties in eigendom van de gemeente zijn toegankelijk volgens de normen van ITS;
  • We hebben toegankelijkheidseisen opgenomen in “programma’s van eisen” bij alle verbouw- en nieuwbouw waar wij betrokken bij zijn;
  • Onze website voldoet aan de gestelde eisen in het kader van digitale toegankelijkheid.

Thema 6: Beschermd wonen

Thema 6: Beschermd wonen

Beschermd wonen is bedoeld voor inwoners met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht deel te nemen aan de samenleving. Maatschappelijke opvang is bedoeld voor inwoners die door allerlei omstandigheden dak- en thuisloos zijn geraakt. Onder aanvoering van de centrumgemeente bereiden de Groninger gemeenten zich samen voor op de verdere decentralisatie van deze taak in 2022. Voor inwoners is het vaak beter als zij ondersteuning ontvangen in hun eigen omgeving. Ondersteuning die verbonden is met het lokale (informele) netwerk in de vorm van (woon)begeleiding, inkomensondersteuning, werk of dagbesteding en algemene voorzieningen geeft de beste garantie voor een duurzame integratie in de lokale samenleving. Alleen wanneer dit (tijdelijk) niet mogelijk is vanwege aanwezige psychiatrische of psychosociale problematiek, is gespecialiseerde ondersteuning en opvang in beeld. We willen voorkomen dat inwoners die door externe gebeurtenissen zoals relatiebreuk of verlies van werk een beroep doen op Maatschappelijke opvang of Beschermd wonen. Daarom is het streven om het lokaal goed te regelen zodat men in de eigen vertrouwde omgeving kan blijven wonen.

Wat hebben we bereikt?

  • We hebben uithuisplaatsingen zoveel mogelijk voorkomen;
  • We hebben afspraken gemaakt om de uitstroommogelijkheden te verbeteren.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

  • We hebben afspraken gemaakt over de samenwerking met zorgaanbieders en woningcorporaties om de uitstroommogelijkheden te bevorderen. Deze worden in 2022 in de praktijk gebracht.
  • Per 1 juli 2021 zijn we zelf verantwoordelijk voor de toegang tot Beschermd wonen. Casemanagers doen zelf de indicaties waardoor Bescherm wonen meer lokaal is ingebed. Voor een goede samenwerking is gestart met het bezoek van  de meeste zorgaanbieders voor Beschermd wonen in Midden-Groningen.
  • Het project 'Take off', waarbij we betere ondersteuning aan jeugdigen bij de overgang van 18- naar 18+ willen bieden, is op 1 augustus gestart. Op dit moment wonen er vier jongeren.
  • Door de inzet van thuis-plus zorgen we voor passende ondersteuning in de thuissituatie. Hiermee willen we voorkomen dat inwoners in een instelling worden geplaatst én zorgen dat mensen weer sneller kunnen uitstromen naar het eigen huis of een nieuwe woning.
  • Voor jeugdigen die 18 worden en vanwege psychiatrische of psychosociale problematiek nog niet in staat zijn zelfstandig te wonen, bieden we continuïteit van ondersteuning aansluitend op de geboden jeugdhulp.

Indicatoren

 

2021 Zin PGB Totaal
Thuis plus 11 1 12
24-uurs toezicht 7 2 9
verblijf met toezicht nabij en op afroep 79 9 88
activering en participatie 27 8 35

Sinds wij verantwoordelijk zijn voor de toegang, tweede half jaar van 2021, zijn er vijf inwoners vanuit een instelling uitgestroomd; één naar thuis-plus en vier met begeleiding vanuit de Wmo.

 

Thema 7: Uitvoering Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGz)

Thema 7: Uitvoering Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGz)

De OGGz is een vorm van maatschappelijke ondersteuning die in nauwe verbinding staat met de taak voor Maatschappelijke Opvang. De OGGz richt zich op sociaal kwetsbare mensen die niet direct om zorg vragen, maar deze wel nodig hebben. De OGGz hangt nauw samen met de Wet verplichte ggz (Wvggz). Deze wet regelt de rechten van mensen die te maken hebben met verplichte zorg in de ggz. Onze ambitie op het gebied van de OGGz is dat iedereen die tot de doelgroep behoort de noodzakelijke ondersteuning krijgt om grip op hun leven te behouden, naar vermogen meedoen in de samenleving en een menswaardig bestaan leven.

Wat hebben we bereikt?

  • We hebben crisissituaties en escalatie van problemen van kwetsbare inwoners zoveel mogelijk weten te voorkomen;
  • We hebben deskundigheid in de sociale teams op het gebied van sociale veerkracht en het voorkomen van drang en dwang versterkt.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

  • De OGGz medewerkers van de sociale teams hebben ondersteuning geboden aan mensen die maatschappelijk gezien buiten de boot dreigen te vallen. Het uitgangspunt van deze ondersteuning: geen casus afsluiten terwijl er nog zorgen zijn, of wanneer er geen contact met de inwoner tot stand is gekomen.
  • We hebben het maatwerkbudget ingezet om mensen over een drempel heen te helpen, zodat zij verder kunnen met hun eigen plannen. De inzet van het maatwerkbudget is gericht op het ondersteunen van eigen oplossingen, ondersteunend aan het versterken van de participatie, de financiële situatie en het veilig opgroeien van kinderen. In 2021 zijn er meer dan negentig huishoudens geholpen met het maatwerkbudget.
  • We hebben de samenwerking tussen de sociale teams en Verslavingszorg Noord Nederland (VNN) versterkt om maatschappelijke uitval en crisissituaties als gevolg van verslavingsproblematiek te voorkomen.
  • We hebben de werkafspraken met betrekking tot de Wet verplichte ggz (Wvggz) uitgevoerd. In 2021 hebben we geen verkennende onderzoeken in het kader van de Wvggz uit hoeven voeren. Daarnaast hebben we ook geen aanvragen tot zorgmachtiging hoeven indienen (ten opzichte van vier in 2020). Dit heeft niet geleid tot toename in zogenoemde crisismaatregelen in het kader van de Wvggz (drie 2021 t.o.v. vier in 2020). Deze cijfers passen bij onze inzet om dwang en drang zoveel mogelijk te voorkomen.

Inleiding

We zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Met de uitvoering van de Wmo willen we zoveel mogelijk inwoners ondersteunen in de zelfredzaamheid en participatie van personen met een beperking of met chronische, psychische of psychosociale problemen, zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving. Mocht dat niet lukken dan kunnen we tijdelijk opvang bieden.

Naast de speerpunten die in de Thema's worden benoemd, hebben we in 2021 ook ingezet op:

Het bieden van maatwerkvoorzieningen die de zelfredzaamheid en participatie van inwoners ondersteunen. Een maatwerkvoorziening is individueel en op maat. De algemene voorzieningen daarentegen zijn in principe toegankelijk voor iedereen;
Het uitvoeren van de overeenkomst Wmo maatwerkvoorzieningen en het voeren van contractmanagement;
Het bieden van onafhankelijke cliëntvertegenwoordiging;
Het uitvoeren van jaarlijkse cliëntervaringsonderzoeken;
Het faciliteren en ondersteunen van de Adviesraad Sociaal Domein;
Het uitvoeren van de woonvisie op het gebied van Wonen & Zorg en het maken van afspraken met woningcorporaties over de verbinding tussen het fysieke en sociale domein.

Voor 2021 is de grootste uitdaging om passende en kwalitatief goede ondersteuning te kunnen bieden aan onze inwoners binnen de financiële kaders. Een belangrijke onderbouwing van de landelijke financiële korting bij de decentralisatie in 2015 was dat de gemeenten door het realiseren van de transformatie, meer inzet van de eigen kracht en sociaal netwerk met minder geld toe kon. In de eerste jaren na de invoering van de Wmo zagen we positieve resultaten.

Sinds 2019 is met de invoering van het abonnementstarief het argument van - eigen kracht en sterkste schouder dragen de zwaarste lasten - ons uit handen genomen. In 2019 en 2020 zagen we een grote toename in het aantal indicaties. Deze toename zet zich in 2021 vooral door in de ondersteuningsvragen van inwoners voor de huishoudelijke hulp. 

2.2.5 Jeugd

Jeugd

De opvoed- en opgroeiproblematiek in onze gemeente is groter dan gemiddeld in Nederland. Het gevaar dreigt dat de jeugdhulp voor onze gemeente daarmee onbetaalbaar wordt. Om dat te voorkomen ontwikkelen we verschillende activiteiten. wat resulteert in effectievere hulp tegen lagere kosten. Hiervoor is een goede samenwerking nodig met sociale teams, jeugdhulpaanbieders, het onderwijs en belangrijke partners. De Jeugdwet verplicht ons om kinderen en gezinnen jeugdhulp te bieden wanneer het opvoeden en opgroeien niet goed gaat. Jaarlijks krijgen ruim 1900 kinderen en jeugdigen jeugdhulp. Voor het grootste deel  gaat het om enkelvoudige vraagstukken, die met beperkte kosten door de hulpverlening worden opgelost. Er is echter een groep van ongeveer 400 gezinnen met ernstige en complexe problematiek. Bijna driekwart van het budget wordt besteed aan hulp voor kinderen uit deze gezinnen. De ouders van deze kinderen hebben ook vaak problemen, meestal in combinatie met armoede. Het lukt deze ouders daardoor niet om een goede opvoedomgeving voor hun kinderen te realiseren. Een bijkomend gevolg is dat het voor deze gezinnen steeds moeilijker wordt om mee te doen aan het gewone leven. Dat versterkt vervolgens weer de problematiek waardoor de vraag om hulp blijft bestaan of juist groter wordt. Wij willen dat er gelijke kansen voor alle kinderen zijn. De jeugdhulp moet daar een bijdrage aan leveren. Een bijdrage die niet afhankelijk maar juist zelfstandig maakt. Vooral voor deze meest kwetsbare groep kinderen willen we blijven onderzoeken hoe we hen het beste kunnen ondersteunen. Het antwoord ligt in een samenspel van hulp met een hoge kwaliteit en het versterken van het gewone leven.

Preventief jeugdbeleid
Relatief veel kinderen groeien op in een kwetsbare situatie. Door combinaties van risico’s zoals armoede, laaggeletterdheid, verstandelijke beperkingen en psychische problemen, lukt het ouders niet om hun kind een goede start te geven. Om te voorkomen dat deze kinderen onnodig in de jeugdhulp terecht komen, zetten we sterk in op het voorkomen van grote problemen. Hoe eerder je de ondersteuning biedt, des groter het effect. De lokale coalitie Kansrijke Start Midden-Groningen, de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) en het jongerenwerk hebben hier een belangrijke rol in.

Thema 1: Bewuste keuze voor nieuw leven

Thema 1: Bewuste keuze voor nieuw leven

In kwetsbare situaties wordt er niet altijd bewust gekozen voor het krijgen van een kind. Deze kinderen worden ongepland en soms ook ongewenst geboren.

Wat hebben we bereikt?

We maken jongeren en mensen met verhoogde kwetsbaarheid bewust van de keuze die zij hebben bij het krijgen van kinderen.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

Vanuit het programma 'Nu Niet Zwanger' zijn er gesprekken gevoerd rondom de thema's kinderwens, seksualiteit en anticonceptie. Het programma wordt sinds 1 januari 2021 uitgevoerd door de GGD. Vanwege corona en het uitvallen van de inhoudelijk coördinator is er in 2021 geen voorlichting gegeven in het voortgezet onderwijs.  

Indicatoren

  • Aantal gesprekken gevoerd vanuit het programma Nu Niet Zwanger: Er zijn negen gesprekken gevoerd door de inhoudelijk coördinator;
  • Aantal mensen die vrijwillig voor anticonceptie hebben gekozen. Er zijn zeven mensen, die gekozen hebben voor anticonceptie met langere werking (geen pil);
  • Aantal aandachtsfunctionarissen Nu Niet Zwanger binnen organisaties.
    • Er zijn vier aandachtsfunctionarissen actief specifiek in Midden-Groningen (sociale teams, jongerenwerk, JGZ)
    • In Oost-Groningen zijn er 29 aandachtsfunctionarissen die werkzaam zijn in de regio (o.a. VNN, Cosis)

Thema 2: Normaliseren en bevorderen eigen kracht van gezinnen en jongeren

Thema 2: Normaliseren en bevorderen eigen kracht van gezinnen en jongeren

Het leven zit vol met hobbels. Kleine problemen kunnen groot lijken voor degene die het aangaat.

Wat hebben we bereikt?

We zetten in op eigen kracht door aan te geven dat sommige problemen normaal zijn. Door de eigen kracht te benutten, kunnen gezinnen en jongeren vaak zelf weer verder.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

In 2021 zorgden we dat, ondanks corona, de jeugdgezondheidszorg (JGZ) op een laagdrempelige manier met gezinnen en jongeren in gesprek is gegaan. De JGZ heeft een groot bereik bij het consultatiebureau. Daar wordt in gesprek gegaan over de bevindingen van de jeugdverpleegkundige of -arts en worden vragen van ouders beantwoord. De meeste vragen worden daar ook afgehandeld. Tijdens corona zijn afspraken waar mogelijk telefonisch gedaan. De overige bezoeken zijn doorgegaan met in achtneming van de coronamaatregelen. 

Het jongerenwerk heeft meer hinder ondervonden van corona. Veel activiteiten vanuit het jongerencentrum Amovement konden niet doorgaan. De jongerenwerkers zijn hierdoor meer de straat op gegaan en hebben dorpen en wijken bezocht. Op deze manier zijn de jongerenwerkers toch in contact gekomen en gebleven met jongeren.

Indicatoren

  • Aantal activiteiten vanuit het jongerenwerk ter bevordering van talentontwikkeling en aantal deelnemers.
    • Er is gewerkt met MDT (maatschappelijke diensttijd) en MDT light. Voor die laatste is subsidie ontvangen vanuit ZonMW. Daar hebben 100 jongeren aan meegewerkt. 
    • Daarnaast zijn er in verband met de coronamaatregelen vooral kleine activiteiten voor kleine groepen georganiseerd. 
    • In de zomer zijn er Summergames georganiseerd waarbij grotere groepen jongeren mochten deelnemen. Dit heeft ook meer jongeren getrokken die voorheen niet bekend waren bij het jongerenwerk. 

Thema 3: Vroegtijdig signaleren van problemen

Wat hebben we bereikt?

We zijn zo snel mogelijk in gesprek gegaan bij signalen van risico's om grotere problemen te voorkomen.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

Om risico's zo vroeg mogelijk te signaleren en zo snel mogelijk in gesprek te kunnen, hebben we de risico's beschreven in zorgpaden. De zorgpaden worden binnenkort landelijk uitgerold. Alle partners van de lokale coalitie Kansrijke Start Midden-Groningen werken met de zorgpaden. Er is periodiek overleg met alle partners. Daarnaast geven we uitvoering aan het multidisciplinair overleg 'Kwetsbare Zwangeren'. In het overleg worden signalen besproken en wordt gezamenlijk een inschatting gemaakt welke ondersteuning het beste past bij de situatie van een zwangere vrouw. 

We willen dat het jongerenwerk daar is waar de jongeren zijn, zodat zij zicht krijgen en houden op jongeren in kwetsbare situaties. Daarom zijn gedurende corona de jongerenwerkers meer de straat op gegaan om in gesprek te gaan met jongeren. Ook hebben de jongerenwerkers online contact gehouden. Verder is er een goede samenwerking met de sociale teams, het onderwijs, Halt, buurtsportcoaches en VNN. Daarnaast is er vanuit het jongerenwerk extra aandacht geweest voor de schoolpleinen en de dorpen Harkstede en Noordbroek. Tot slot is er op vijf scholen voorlichting gegeven over hoe je je als jongere kunt gedragen, zonder voor overlast te zorgen.  

Indicatoren

  • Er hebben 23 prenatale huisbezoeken plaatsgevonden.

Thema 4: Ondersteuning inzetten waar nodig

Wat hebben we bereikt?

We zetten tijdig in op hulp om daarna, als dit mogelijk is, weer af te schalen. Het uitgangspunt is om laagdrempelige ondersteuning te bieden, die niet zwaarder is dan nodig.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

De JGZ heeft het prenataal huisbezoek uitgevoerd. Complexere situaties rondom zwangere vrouwen worden besproken in het MDO Kwetsbare zwangeren, waarbij wordt gekeken welke ondersteuning het beste past bij de situatie van de zwangere vrouw. Verder zijn we in april 2021 gestart met Voorzorg (GGD) en in november 2021 zijn we gestart met het NPG-project Moeders van Midden-Groningen. Beide programma's zetten in op de eerste 1000 dagen van een kind. Het jongerenwerk pakt eenvoudige vragen van jongeren op. Als er een intensievere coaching nodig is, kan ook worden verwezen naar het jongerenwerk plus. Daarnaast verwijst het jongerenwerk, waar nodig, door naar de sociale teams.

Indicatoren

  • Er zijn 29 trajecten Pedagogische Gezinsondersteuning;
  • Er zijn 22 trajecten Stevig Ouderschap uitgevoerd, waarvan 7 prenataal en 15 regulier;
  • Het jongerenwerk heeft 170 jongeren individuele coaching gegeven. Dit aantal ligt hoog in verband met corona. Groepsactiviteiten waren vaak niet mogelijk, maar omdat er wel zorgen waren over jongeren is individueel contact gezocht en gehouden;
  • Verwijzingen naar andere vormen van ondersteuning; er  is 1 casus aangemeld voor Moeders van Midden-Groningen

Thema 5: Veilige opvoedomgeving

Veilige opvoedomgeving

Opgroeien in een veilige opvoedomgeving is niet voor elk kind vanzelfsprekend. Jaarlijks wordt tenminste 3% van de kinderen tussen de 0-18 jaar blootgesteld aan een vorm van kindermishandeling. Voor onze gemeente betekent dit dat minimaal 355 kinderen van 0-18 jaar niet veilig opgroeien. Kinderen die opgroeien in een onveilige omgeving worden in hun ontwikkeling bedreigd: de kans op het ontwikkelen van psychische problemen, gezondheidsklachten en risicovol gedrag is groot. Ook op latere leeftijd blijven deze problemen bestaan en is er een grotere kans dat slachtoffers later zelf ook dader worden. Om de opvoedomgeving van kinderen veiliger te maken, hebben we in 2021 ingezet op het verbeteren van de samenwerking met Veilig Thuis Groningen (VTG), het actieprogramma Geweld Hoort Nergens Thuis (GHNT), de samenwerking van de sociale teams met de gecertificeerde instellingen en het werken met de verscherpte meldcode. Onze inzet op deze aandachtsgebieden moet leiden tot meer kinderen die zich goed kunnen ontwikkelen in een veilige opvoedomgeving.

Wat hebben we bereikt?

  • Meldingen van onveiligheid worden snel en adequaat opgepakt door VTG, waarbij duidelijk is wie welke rol heeft in de veiligheidsketen bij het sociaal team en VTG;
  • Jeugdigen groeien op in een veilige opvoedomgeving, waarbij hun ontwikkeling niet bedreigd wordt door huiselijk geweld, kindermishandeling, complexe echtscheidingen of elke andere vorm van onveiligheid;
  • Een beschermende factor voor jeugdigen die getuige zijn geweest van huiselijk geweld is steun uit de vertrouwde omgeving. Daarom zorgen we dat jeugdigen steun ontvangen op school na het meemaken van een incident thuis, waardoor de ervaren stress van een incident verlaagd wordt;
  • Jaarlijks maken één op de vijf kinderen een echtscheiding mee, waarbij er in 10 tot 15% van de gevallen sprake is van een complexe echtscheiding. Kinderen waarvan de ouders in een vechtscheiding terecht komen, hebben een grotere kans op leer- en gedragsproblemen en emotionele of psychische problemen. We willen voorkomen dat de ontwikkeling van jeugdigen belemmerd wordt door een complexe echtscheiding van de ouders;
  • Professionals hebben voldoende kennis in huis om onveiligheid vroegtijdig te signaleren en zij worden niet belemmerd door handelingsverlegenheid bij veiligheidsvraagstukken;
  • Bij vermoedens van onveiligheid werken professionals altijd volgens de verscherpte meldcode;
  • We willen een goede samenwerking tussen de sociale teams en de gecertificeerde instellingen door het maken en monitoren van werkafspraken;
  • Het aantal kinderen in de jeugdbescherming daalt.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

We zijn gestart met een werkgroep rondom de governance van Veilig Thuis. Deze werkgroep is gericht op het versterken van de rol van gemeenten als opdrachtgever, het versterken van de ambtelijke en bestuurlijke samenwerking en het uitwerken van enkele juridische wensen. In maart 2022 wordt er een besluit genomen op basis van het advies van de werkgroep. Vanuit het actieprogramma 'Geweld Hoort Nergens Thuis' hebben we een lokale analyse gemaakt van de stand van zaken op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling. Deze analyse heeft geleid tot een plan van aanpak waar we de komende twee jaar mee aan de slag gaan. Door de analyse en de ontwikkeling van het plan van aanpak hebben we het uitvoeren van specifieke interventies, zoals Handle with Care, opgeschoven in de tijd. Onderdeel van dit plan van aanpak is het organiseren van twee kennisbijeenkomsten per jaar. Vanwege corona zijn de kennisbijeenkomsten in 2021 niet doorgegaan. 

We hebben gewerkt aan het verbeteren van de samenwerking met partners en de samenwerking binnen de regio. Zo is er een regionale werkgroep 'Complexe scheidingen' waar kennis wordt uitgewisseld en wordt gekeken welke stappen we gezamenlijk in de regio kunnen zetten. Ook hebben we een steekproef gedaan naar warme overdrachten tussen de sociale teams en de gecertificeerde instellingen. In de meeste gevallen heeft er een warme overdracht plaatsgevonden. De ervaringen bij een warme overdracht zijn over het algemeen positief. Wel merken we dat tijdsdruk aan beide kanten, zowel bij sociale teams als gecertificeerde instellingen, maakt dat een warme overdracht niet altijd lukt. Met de gecertificeerde instelling waar de meeste jongeren onder vallen, bespreken we de casussen waar de warme overdracht niet (goed) heeft plaatsgevonden om samen van te leren. 

Het protocol 'verscherpte meldcode' is nog niet vastgesteld. In de praktijk wordt er door de sociale teams wel volgens de verscherpte meldcode gewerkt. Daarnaast zijn wij als als ambassadeur betrokken bij 'Beweging van 0'. In 2021 zijn er bijeenkomsten georganiseerd voor de opstart van 'Beweging van 0'.

Indicatoren

  • We zijn nog niet gestart met 'Handle with Care'. We hebben een plan van aanpak opgesteld rondom huiselijk geweld en kindermishandeling en het project is hierin opgenomen onderdeel in deze integrale aanpak;
  • Vanwege corona hebben we geen kennisbijeenkomsten georganiseerd voor professionals uit het onderwijs, welzijn en zorg die werkzaam in onze gemeente. Het doel van deze bijeenkomsten is dat professionals signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling makkelijker bespreekbaar durven maken;
  • Vanwege corona hebben we geen kennisbijeenkomsten georganiseerd voor professionals om zich minder handelsverlegen te voelen op het gebied van kindermishandeling en huiselijk geweld;
  • Het aantal meldingen in Zorg voor Jeugd Groningen is met 20,5% toegenomen in onze gemeente. Provinciebreed is er een daling zichtbaar van 20%;
  • De sociale teams werken volgens de verscherpte meldcode, het protocol 'verscherpte meldcode' is nog niet vastgesteld.

Thema 6: Verbeteren Jeugdhulp

Meer greep krijgen op de uitgaven

Uitgangspunt 1: Meer greep krijgen op de uitgaven

Het Rijk heeft in 2021 eindelijk erkend dat het budget voor jeugdhulp veel te gering is. Over 2021 hebben we 1,9 miljoen euro extra ontvangen (bovenop de 1,4 miljoen waarmee het budget eerder al was verhoogd) en in 2022 ontvangen we 5,8 miljoen meer. Het nieuwe kabinet houdt zich tot 2025 aan de uitspraak van de commissie, maar is van plan om daarna weer te bezuinigen. De erkenning van het Rijk met de extra middelen voor de jeugdhulp is belangrijk voor gemeenten. Hiermee zouden we de Jeugdwet kunnen uitvoeren binnen budget. We staan echter voor een aantal grote financiële onzekerheden. Andere domeinen binnen onze begroting staan onder druk door de eerdere bezuinigingen binnen het sociaal domein. Beheersmaatregelen blijven daarom binnen de uitvoering van de jeugdhulp noodzakelijk.

Wat hebben we bereikt?

  • Duidelijke regels voor de inhoudelijke grenzen: wanneer heeft een kind wel of geen jeugdhulp nodig;
  • De belangrijkste aanbieders voelen zich medeverantwoordelijk voor de omvang van de uitgaven.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

In 2021 wilden we het dashboard sociaal domein doorontwikkelen en beter benutten. We vertalen de analyses uit het dashboard in beleid en uitvoering. Dat wil zeggen dat we de data gebruiken om keuzes te maken voor (het bijsturen van) het beleid en de uitvoering. We reageren steeds sneller en effectiever op ontwikkelingen. Met behulp van onze analyses hebben we gestuurd om daar waar mogelijk de kostenstijging een halt toe te roepen. We hebben daarvoor geïnvesteerd in monitoring en een aantal maatregelen geïmplementeerd. Door de informatiestroom uit het berichtenverkeer hebben we veel informatie over jeugdhulp. Daarbij hebben we zicht op de financiële stromen. We zien waar de middelen worden ingezet en voor welke producten. De financiële prognoses worden steeds beter. We gebruiken de data om beleid aan te passen en bij te sturen. Tegelijkertijd zien we dat de patronen door veel factoren beïnvloed worden: corona, complexiteit van hulpvragen, maar ook maatschappelijke ontwikkelingen voor kinderen en gezinnen. We ontwikkelen nieuwe prognoses en hopen daarmee steeds meer inzicht te krijgen in het effect van de ingezette jeugdhulp.

We hebben in 2021 de verordening en beleidsregels jeugd aangepast en aangescherpt. We hebben de afbakening van de Jeugdwet met andere weten nog duidelijker beschreven. Dit is een terugkerend thema. We zullen met enige regelmaat aanpassingen moeten verwerken. Dit draagt bij aan de kwaliteit van de toegang tot jeugdhulp en dit wordt versterkt door de implementatie van effectieve methodieken en het gebruik van een gezinsplan. Daarnaast hebben we gesprekken georganiseerd met de zorgaanbieders, huisartsen en ketenpartners over de uitvoering van de jeugdhulp en de onderlinge samenwerking. Hierdoor ontstaat er meer regie op de medische verwijsroute. De Ondersteuners Jeugd en Gezin (OJG) blijven hierin een belangrijke rol spelen. De OJG krijgt een duidelijker rol als verbinding tussen huisarts en sociale teams. Tot slot hebben we ook ingezet op het verbeteren van de kwaliteit van jeugdhulp. De werkwijze 'Signs of Safety' wordt in de praktijk toegepast. Aan de hand hiervan worden niet alleen de problemen van inwoners in kaart gebracht, maar ook de krachten. Daarnaast is voor iedere inwoner met een hulpvraag een gezinsplan opgesteld. Op de aanwezigheid van een gezinsplan wordt getoetst.

De ontwikkeling van het kind is het belangrijkst

Uitgangspunt 2: De ontwikkeling van het kind is het belangrijkst

Een belangrijk uitgangspunt van ons beleid is dat kleine problemen niet groot mogen worden. Om dat te bereiken moet je zo snel mogelijk reageren wanneer je ziet dat het niet goed gaat met de ontwikkeling van een kind. We zien dat niet altijd aankomen, maar vaak wel, omdat er bijvoorbeeld al eerder zorgen waren over het gezin of kind. Zo ziet de Jeugdgezondheidszorg van de GGD bijna alle kinderen in de eerste levensjaren regelmatig. De ontwikkeling van kwetsbare kinderen moet steeds samen met de ouders worden gevolgd. Wanneer het niet helemaal goed gaat, zou je zo snel en licht mogelijk hulp moeten inzetten. Nu gebeurt dat nog niet op die manier, waardoor de hulp soms te laat is of niet gericht op een toekomstig doel.

Wat hebben we bereikt?

  • We hebben in 2021 meer inzicht gekregen over hoe we tot een sterker en betere jeugdhulplandschap kunnen komen.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

We hebben in 2021 een aantal stappen gezet om een deel van de jeugdhulp anders te organiseren. Daarbij speelde mee dat er zowel landelijk als in de jeugdhulpregio veel in ontwikkeling was. Denk hierbij aan de hervormingsagenda en de uitspraak van de Commissie van Wijzen, maar ook aan de regiovisie en de vele gesprekken die we hebben gevoerd over de uitvoeringsagenda jeugd en het hybride model. We zijn een proces gestart om samen met een aantal gemeenten in Oost-Groningen en ketenpartners te onderzoeken hoe we jeugdhulp efficiënter kunnen organiseren. Hiermee sluiten we aan bij de gedachte uit de norm voor opdrachtgeverschap. Hoogspecialistische jeugdhulp organiseren we (boven) regionaal, we onderzoeken de mogelijkheden in het middensegment in Oost-Groningen en de lichte hulp organiseren we lokaal. We hebben niet alle geplande stappen kunnen zetten, omdat al deze ontwikkelingen verband houden met elkaar. Tegelijkertijd hebben we veel vooruitgang geboekt. We hebben eerste gesprekken gevoerd met jeugdhulpaanbieders over onze aanpak en ze waren enthousiast. We hebben ook duidelijk kunnen maken dat we oog hebben voor de risico's die ze zien. We zullen dat proces in 2022 verder voortzetten. Voor het verder verbeteren van het jeugdhulpstelsel is een visie en strategie vereist. De regiovisie zal hiervoor kaders bieden, die in 2022 worden geconcretiseerd.

Van te veel kinderen in het gedwongen kader naar 0

Uitgangspunt 3: Van te veel kinderen in het gedwongen kader naar 0

We willen het liefst dat elk kind veilig en thuis kan opgroeien. Dat lukt niet altijd. We streven er naar om het aantal uithuisplaatsingen te laten dalen en gezinnen meer in hun eigen kracht te zetten. We sluiten aan bij het doel van de 'Beweging van 0'. Hiermee werken we toe naar nul kinderen die niet optimaal thuis opgroeien. In de uitwerking van het plan worden gezinnen en werkers aan elkaar verbonden om een positieve beweging in het jeugdhulplandschap op gang te brengen.

Wat hebben we bereikt?

  • Verbetering van de samenwerking tussen sociale teams en de jeugdbescherming. Het versterken van het gewone leven staat daarbij centraal.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

Er zijn werkafspraken gemaakt met de jeugdbescherming en de sociale teams om warme overdrachten te borgen. In de praktijk lukt dit niet altijd vanwege wachtlijsten bij de sociale teams. Waar mogelijk trekken we samen op en zien we dat de samenwerking steeds beter verloopt. In 2021 hebben we de 'Beweging van 0' gesteund. We zijn als ambassadeur betrokken bij de beweging en hebben verschillende lokale bijeenkomsten gehad over het onderwerp. Het doel van deze bijeenkomsten is om te reflecteren op wat je zelf kunt doen om het verschil te maken.

Van productgericht naar gezinsgericht

Uitgangspunt 4: Van productgericht naar gezinsgericht

Ongeveer 400 kwetsbare gezinnen in onze gemeente krijgen, met onderbrekingen, structureel jeugdhulp. De hulp die wordt ingezet, is vooral gericht op de zichtbare gedragsproblemen van kinderen. Het probleem moet passen in de productbeschrijving van de ingekochte zorg. De jeugdhulp heeft daardoor geen antwoord op de vraagstukken waar deze gezinnen zelf mee worstelen. Omdat er geen oplossing komt voor de praktische problemen, ontstaat er ook geen positieve opvoedomgeving. Een positieve opvoedomgeving is wel een voorwaarde voor geslaagde jeugdhulp. Om dat voor deze kwetsbare gezinnen te realiseren is praktische ondersteuning in het gezin zelf nodig. Daarnaast moet hulp gericht zijn op het hele gezin vanuit het totale sociale domein. Samen met het gezin maakt de casemanager van het sociale team hiervoor een plan. Het versterken van het gewone leven vormt daarbij de basis van het plan.

Wat hebben we bereikt?

  • Het creëren van een positieve opvoedomgeving in de kwetsbare gezinnen, zodat de ingezette jeugdhulp kan slagen;
  • Het versterken van het gewone leven binnen deze gezinnen met behulp van gezinsplannen.

Een positieve omgeving om in op te groeien is van veel factoren afhankelijk. Voor kwetsbare gezinnen bieden we ondersteuning om bij te dragen aan een positieve omgeving. We faciliteren dat al de werkzame jeugdhulpprofessionals in onze gemeente daaraan bij kunnen dragen. Dat doen we onder andere door middel van gezinsplannen en door het ontwikkelen van andere vormen van hulp, zoals gezinsondersteuning.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

 We hebben de pilot Gezinsondersteuning geëvalueerd en succesvol afgerond. De cliënten, casemanagers en gezinsondersteuners zijn enthousiast over de vorm van ondersteuning. Daarnaast hebben we aannemelijk kunnen maken dat de kosten voor gezinsondersteuning lager zijn dan wanneer we een jeugdhulpproduct inzetten. Betere ondersteuning voor een betere prijs. In 2021 hebben we gezinsondersteuning ondergebracht binnen de Wmo. De ondersteuning past daar inhoudelijk goed. We helpen ouders bij rust, reinheid en regelmaat in het gezin. Vanaf 2022 is gezinsondersteuning een reguliere vorm van begeleiding die beschikbaar is voor een grotere groep gezinnen. Daarnaast hebben we aansluiting met het initiatief 'Buurtgezinnen', zodat deze dienst ook beschikbaar is voor gezinnen in onze gemeente. Tot slot zijn we gestart met subsidieverlening aan stichting de Toverboom. De stichting is gestart als bewonersinitiatief en biedt een slimme combinatie van praktische ondersteuning, opvang en activiteiten voor kinderen en ouders.

Van uit huis naar thuis

Uitgangspunt 5: Van uit huis naar thuis

Veel kwetsbare kinderen worden heen en weer gesleept tussen voorzieningen en opvang of uit huis geplaatst omdat het thuis niet meer veilig is. We weten dat een stabiele en bekende opvoedomgeving essentieel is voor het welzijn van het kind. Kinderen moeten zoveel mogelijk worden opgevangen in de eigen woonomgeving wanneer dit in het gezin niet of niet voldoende lukt. In de eigen opvoedomgeving moeten sterke sociale netwerken en voorzieningen aanwezig zijn die lokaal worden versterkt met professionele ondersteuning. Dit betekent dat we lokaal een zo compleet mogelijk aanbod willen bieden van opvang en zorg. Het aanbod moet aanvullend zijn op het gewone leven. Van de jeugdhulp vragen we lokale initiatieven te steunen. Met de zorgaanbieders gaan we onderzoeken hoe we dit mogelijk kunnen maken.

Wat hebben we bereikt?

  • Kinderen worden opgevangen in hun eigen woonomgeving als thuis wonen niet meer kan;
  • Een zo compleet mogelijk lokaal aanbod van opvang en zorg dat aanvullend is op het gewone leven.

De bovenstaande doelen zijn altijd het uitgangspunt voor nieuwe ontwikkelingen en sluiten aan bij de 'Beweging van 0'.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

Over het proces rondom de inkoop van jeugdhulp hebben we u bij uitgangspunt 1: 'Meer greep krijgen op de uitgaven' geïnformeerd. We hebben het proces rondom niet-gecontracteerde zorg doorontwikkeld. Hierdoor hebben we grip op de inhoudelijke afwegingen en kosten die samenhangen met deze vorm van zorg. Een bijkomend voordeel is dat we hiermee vrijwel altijd voor betere oplossingen kunnen zorgen op financieel en inhoudelijk gebied.

Indicatoren

  • We hebben een hybride model ontwikkeld om samen met andere gemeenten en zorgaanbieders jeugdhulp compleet en bereikbaar te maken voor al onze inwoners. Het Open House model wordt op dit moment nog gehanteerd;
  • 1872 jeugdigen hebben jeugdhulp ontvangen. Het doel voor de verdere daling richting 1900 kinderen is behaald;
  • Indicaties worden afgegeven op basis van een gezinsplan, sommige jeugdigen ontvangen langdurige hulp. Voor deze jeugdigen wordt niet iedere keer een nieuw plan gemaakt, maar wordt het plan tussentijds geëvalueerd. In 95% van de gevallen zijn verlengingen van indicaties of nieuwe indicaties binnen een traject onderbouwt;
  • De eindrapportage 2021 over de tevredenheid van ouders en jeugdigen over het effect van jeugdhulp (cliënttevredenheidsonderzoek) komt rond de zomer van 2022 beschikbaar;
  • In 2021 zijn drie jeugdigen meer in de jeugdbescherming gekomen ten opzichte van 2020;
  • De kosten van gedwongen jeugdhulp zijn met 1,5% gestegen;
  • We zijn gestart met 'Buurtgezinnen' om alternatieve vormen van opvang voor kinderen in de eigen omgeving beschikbaar te maken.

Jeugdhulp

In 2021 hebben we veel gedaan voor de ontwikkeling van jeugdhulp. We kijken hierbij naar hoe de hulp beter kan functioneren, zodat deze zoveel mogelijk bijdraagt aan de sociale veerkracht van onze inwoners. Daarbij hebben we oog voor het zo kosteneffectief mogelijk inzetten van de benodigde ondersteuning. Hierbij sluiten we aan bij landelijke ontwikkelingen zoals de hervormingsagenda en de 'Beweging van 0'. 

 

2.2.6 Onderwijs

Vergroten van onderwijskansen (Onderwijsachterstandenbeleid)

Vergroten van onderwijskansen (Onderwijsachterstandenbeleid)

Met het onderwijsachterstandenbeleid richten we ons vooral op het vergroten van kansen voor de jongste kinderen in onze gemeente. We vinden het belangrijk dat alle kinderen een goede start kunnen maken in het (basis)onderwijs. We willen het risico op onderwijsachterstanden, waaronder taalachterstanden, zo vroeg mogelijk signaleren en bestrijden. Dit doen we door kwalitatief goede voor- en vroegschoolse educatie (VVE) in te zetten. Daarnaast voeren we nog een aantal andere activiteiten uit, zoals leesactiviteiten in de bibliotheek en de taalschool, die bijdragen aan de (taal-)ontwikkeling van kinderen of uitval helpen voorkomen. In 2021 zijn we gestart met de tweejarige NPG-pilot 'Tijd voor Toekomst', een verrijkte schooldag, waarmee we de kansengelijkheid op basisscholen vergroten. Om achterstanden, als gevolg van de coronamaatregelen, te bestrijden hebben we in overleg met het onderwijs extra maatregelen genomen.

Wat hebben we bereikt?

  • We hebben maatregelen genomen om vanaf 2022 de kwaliteit van het VVE-aanbod verder te versterken;
  • We zijn in 2021 gestart met de evaluatie en het herijken van het onderwijskansenbeleid in onze gemeente;
  • We zijn op zeven basisscholen gestart met de NPG-pilot 'Tijd voor Toekomst'.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

We hebben afspraken gemaakt over de inzet en bekostiging van pedagogische coaches en beleidsmedewerkers voor alle voorschoolse educatie(VE)-locaties conform de wettelijke eisen. Daarnaast stellen we extra uren beschikbaar voor een kwaliteitsmedewerker VE die vanaf 2022, samen met de organisaties, verantwoordelijk is voor het monitoren en versterken van de kwaliteit van het aanbod.  Alle aanbieders van voorschoolse educatie hebben één of meerdere medewerkers geschoold tot coach VE en beleidsmedewerker VE.  De aanbieders leveren hun verantwoording aan via de Peutermonitor. De monitor brengt de gerealiseerde VE-locaties en kosten per kwartaal in beeld. Op basis van de inhoudelijke verantwoording is in 2021 voldaan aan de gestelde kwaliteitseisen.

We subsidiëren een stimulerend taalaanbod van de bibliotheek waar alle basisscholen en kinderopvanglocaties aan deelnemen. Aan ouders van pasgeborenen worden Boekstarkoffers uitgereikt met voorleesmateriaal voor jonge kinderen en een uitnodiging om gratis lid te worden van de bibliotheek. Wekelijks wordt aan kinderen van 0-6 jaar een boek uitgeleend op school en de peuteropvang. In de meeste kindcentra is een bibliotheek aanwezig. Voor een deel van 2021 is op het consultatiebureau een voorleescoach ingezet.  

Oberon heeft in opdracht onze gemeente, in overleg met onderwijs en kinderopvang, een stappenplanplan gemaakt om de huidige situatie rond onderwijskansen in beeld te brengen en het beleid te evalueren. Uit deze evaluatie is naar voren gekomen wat er vanaf 2022 aanvullend nodig is om de onderwijskansen van kinderen in onze gemeente effectief te verbeteren. Daarnaast hebben we in 2021 met het onderwijs, de kinderopvang, de GGD en de sociale teams een plan ontwikkeld rondom de middelen uit het Nationaal Programma Onderwijs. Tot slot zijn we op zeven basisscholen gestart met de uitvoering van het NPG-project 'Tijd voor Toekomst'. In dit project werken we ook aan het vergroten van de kansengelijkheid voor kinderen.  We geven scholen extra tijd om te werken aan het verbeteren van de fysieke en mentale gezondheid van kinderen, de talentontwikkeling, het verminderen van (taal-)achterstanden en het vergroten van hun blik op de wereld. 

Indicatoren

Bij alle vijf aanbieders zijn één of twee mensen geschoold in pedagogische coaching voor de kwaliteitsversterking van het VE-aanbod. 

Taalactiviteiten 

aantal bereikte kinderen

Aantal verstrekte boekstartkoffers 166
Deelname boekenpret 1900
Bibliotheek op school 4600

We hebben samen met het onderwijs en de kinderopvang een plan van aanpak gemaakt om de de startsituatie rond onderwijskansen in beeld te brengen, het kansenbeleid te evalueren en  te bepalen wat er na 2022 (aanvullend) nodig is om onderwijskansen van kinderen effectief aan te pakken. In 2022 wordt dit uitgevoerd.

Op 7 basisscholen is het project Tijd voor Toekomst, verrijkte schooldag, gestart.

Wat hebben we bereikt?

  • We hebben circa 70% van de doelgroep voor voorschoolse educatie een VE-plek geboden.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

• We hebben met de GGD de afspraken over screening en toeleiding geëvalueerd. In 2021 lag de focus op het motiveren van ouders om gebruik te maken van voorschoolse educatie wanneer kinderen daarvoor in aanmerking komen.
• We hebben in 2021 een VVE-monitor ingevoerd. Hiermee kunnen we het bereik beter monitoren en gerichte maatregelen nemen om het bereik te vergroten.  We zien een lichte daling van de deelname aan voorschoolse educatie door krimp en coronamaatregelen.

Indicatoren

  • Het aantal deelnemers VVE en peuteropvang en de groei hierin op basis van rapportages van de aanbieders. In 2020 is dit: circa 140 VVE en 350 regulier.
  • Deelnemerscijfers VVE afgezet tegen het aantal kinderen dat een doelgroepindicatie heeft gekregen van de GGD.  Het bereik in 2021 was circa 70%.

Wat hebben we bereikt?

 We hebben de samenwerking voor het realiseren van een doorgaande ontwikkeling voor kinderen versterkt. 

Wat hebben we daarvoor gedaan?

  • De aanbieders hebben volgens het vastgestelde protocol "Overdracht voorschool naar basisschool" gewerkt;
  • We hebben coaches van Elker ingezet als verbindende schakel tussen opvang, school, ouders en jeugdgezondheidszorg;
  • We hebben vier keer een VVE-overleg gevoerd met alle aanbieders om de samenwerking af te stemmen;
  • We hebben een subsidie verstrekt voor de coaching van leerlingen, vooral gericht op de overstap naar het voortgezet onderwijs. 

Indicatoren

Alle aanbieders van voorschoolse educatie werken met het overdrachtsprotocol.  

Wat hebben we bereikt?

We hebben ouderbetrokkenheid gestimuleerd.

Wat hebben we daarvoor gedaan

Voor het stimuleren van ouderbetrokkenheid voeren we het ouderprogramma 'VVE thuis' uit.  In 2021 werd de uitvoering van het programma belemmerd door de coronamaatregelen. Een groot deel van het jaar was het niet mogelijk om ouderbijeenkomsten op kindcentra te organiseren. Er is ingezet op het bieden van alternatieven voor het betrekken van ouders bij de activiteiten en taalontwikkeling van hun kind, bijvoorbeeld met behulp van een digitaal aanbod van prentenboeken en taalspelletjes. Inmiddels zijn de bijeenkomsten weer hervat. 

Indicatoren

Door corona is er geen stijging van het aantal groepen en deelnemers aan 'VVE thuis' gerealiseerd. Er was maar een beperkte uitvoering mogelijk.

Wat hebben we bereikt?

We hebben geïnvesteerd in het meetbaar maken van de resultaten van voorschoolse educatie.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

We hebben de Peutermonitor ingevoerd om het doelgroepbereik en de uitgaven beter te kunnen volgen. In de Peutermonitor wordt een koppeling gemaakt tussen de indicaties van de GGD en de afname van voorschoolse educatie. Hierdoor is in beeld of kinderen met een indicatie gebruik maken van voorschoolse educatie én op welke locaties. We hebben met de kinderopvang en basisscholen afspraken gemaakt over het registreren en aanleveren van gegevens over de ontwikkeling van de doelgroepkinderen. Met deze gegevens willen we meer zicht krijgen op de ontwikkelingsgroei en hiermee het effect van voorschoolse educatie in kaart brengen. Eind 2021 hebben we de eerste uitvraag gedaan.

Indicatoren

  • De Peutermonitor is ingevoerd en alle vijf aanbieders van voorschoolse educatie zijn aangesloten.
  • Het doelgroepbereik is circa 70%.

Passend onderwijs

Passend onderwijs

De Wet Passend Onderwijs en de Jeugdwet verplichten afstemming tussen de samenwerkingsverbanden primair- en voortgezet onderwijs en gemeenten. De verantwoordelijkheid voor passend onderwijs ligt bij het onderwijs. Het onderwijs is niet alleen verantwoordelijk voor een passende onderwijsplek, maar ook voor extra didactische en pedagogische ondersteuning van leerlingen gericht op het leerproces, de onderwijsontwikkeling en het behalen van onderwijsdoelen. Wij zijn verantwoordelijk voor het bieden van jeugdhulp op basis van de jeugdwet, ook in het onderwijs. Het gaat om jeugdhulp in het kader van opgroei-,  opvoed-, psychische of gedragsproblemen, die het volgen van (passend) onderwijs belemmeren en daarmee het risico op thuiszitten vergroot. De grens tussen (passend) onderwijs en jeugdhulp is niet altijd even duidelijk en maakt een intensieve samenwerking noodzakelijk. Komende jaren zetten we sterk in op een integrale aanpak van de aansluiting tussen jeugdhulp en onderwijs.

Wat hebben we bereikt?

We hebben, in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs, concrete afspraken gemaakt met het primair en voortgezet onderwijs over extra preventieve ondersteuning bij sociaal emotionele problemen om onderwijskansen te vergroten en uitval te voorkomen.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

Scholen hebben een scan gemaakt van de ondersteuningsbehoefte van hun leerlingen. Op basis van de uitkomsten is in kaart gebracht welke aanvullende ondersteuning er vanuit ons nodig is en dit hebben we besproken de schoolbesturen. De ondersteuningsbehoefte is vooral aanwezig op het gebied van sociaal en emotionele problematiek bij kwetsbare leerlingen die, vaak versterkt door de coronamaatregelen, het leren in de weg staat. We hebben met het voortgezet onderwijs afspraken gemaakt over het uitbreiden van de verzuimbegeleiding door de GGD en het uitbreiden van lichte, vrij toegankelijke, jeugdhulp voor (dreigende) thuiszitters. Daarnaast zijn er afspraken gemaakt met Kwartier Zorg en Welzijn en de buurtsportcoaches over de inzet van jongerenwerk, sportactiviteiten en coaching. Met het primair onderwijs hebben we een plan gemaakt voor de inzet van vijf jeugdondersteuners op acht kindcentra voor een pilotperiode van twee jaar. Dit plan is in 2021 uitgewerkt en vastgesteld in overleg met het onderwijs. We geven hiermee invulling aan de afgesproken ondersteuningsroute onderwijs-jeugdhulp en de transformatie-agenda. 

Aanpak laaggeletterdheid

Aanpak laaggeletterdheid

Iedereen moet mee kunnen doen in de samenleving. Om mee te kunnen doen zijn vaardigheden zoals lezen, rekenen en het gebruiken van een computer of smartphone nodig. Een te groot deel van onze inwoners heeft hier nog moeite mee. Vanuit de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB), via centrumgemeente Groningen, ontvangen we middelen die we ook in 2021 ingezet hebben voor de aanpak van laaggeletterdheid.

Wat hebben we bereikt?

Het bereiken van onze doelen is door corona lastig gebleken. Veel activiteiten konden niet doorgaan, maar waar mogelijk hebben we online dienstverlening aangeboden.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

  • Vanwege corona konden veel fysieke activiteiten niet plaatsvinden in de Taalhuizen. We hebben, waar mogelijk, online dienstverlening aangeboden;
  • De Taalhuizen en de taalcoördinator hebben de doelgroep een passend aanbod geboden en zorgden voor een groter bereik. In 2021 ook via het online Taalhuis;
  • Via de stuur- en werkgroep en onze contacten met professionals agendeerden we dit onderwerp en zorgden we met elkaar voor eerdere signalering en doorverwijzing.

Indicatoren

  • Bereik van laaggeletterden: 40 intakes taaldeelnemers, 20 intakes vrijwilligers Taalhuis;
  • Bewustwording en herkenning: 6 voorlichtingen en trainingen aan taalvrijwilligers.

Leerlingenvervoer

Leerlingenvervoer

Leerlingenvervoer is voor:

  • leerlingen met een beperking;
  • leerlingen die meer dan zes kilometer van de dichtstbijzijnde school wonen;
  • leerlingen waarvan de ouders een voorkeur hebben voor de richting van de school.

Wat hebben we bereikt?

  • We hebben het leerlingenvervoer op de wettelijk voorgeschreven manier uitgevoerd. Dit betekent dat we vervoer regelen of vergoeden naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor leerlingen die hier recht op hebben. Leerlingenvervoer gebeurt meestal via een taxibus van Connexxion (aangepast vervoer). Een vergoeding voor eigen vervoer met de auto, fiets of het openbaar vervoer is ook mogelijk.
  • In 2021 is het vanwege de coronamaatregelen niet mogelijk geweest om actief in te zetten het gebruik van openbaar vervoer. We verwachten dat dit in het schooljaar 2022-2023 wel mogelijk is.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

  • In 2021 maakten 340 leerlingen gebruik van het leerlingenvervoer. Dat zijn er twee meer dan in 2020. Het grootste deel van de leerlingen (268) maakte gebruik van aangepast vervoer. 40 leerlingen kregen een vergoeding voor eigen vervoer en 16 voor openbaar vervoer. 16 leerlingen krijgen een gedeelde vergoeding voor aangepast vervoer en eigen vervoer.
  • We hebben in 2021 een nieuwe verordening leerlingenvervoer voorbereid. We kiezen voor meer samenwerking met de Samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs. Ook laten we ouders beter stilstaan bij de vraag welk soort vervoer voor hun kinderen mogelijk is. De nieuwe verordening is in maart 2022 vastgesteld.

Onderwijshuisvesting

Opgave 1: Gemeentelijke verordening

Opgave 1: Gemeentelijke verordening

De gemeente heeft na decentralisatie van de onderwijshuisvesting per 1 januari 1997 de opdracht om te voorzien in adequate huisvesting voor het primair en voortgezet onderwijs. Gemeenten leggen in een verordening huisvesting onderwijs vast hoe de gemeente voldoet aan de wettelijke zorgplicht voor de huisvesting van het primair en het voortgezet onderwijs. Vanwege een aantal wetswijzigingen is eind 2021 een nieuwe 'Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Midden-Groningen' vastgesteld. Aansluitend op deze verordening is ook nadere regelgeving omtrent de bekostiging van bewegingsonderwijs en een 'Verordening materiele en financiële gelijkstelling' vastgesteld. De nieuwe verordeningen zijn per 1 januari 2022 in werking getreden. 

Wat hebben we bereikt?

We hebben verordeningen met nadere regels vastgesteld die de invulling van de gemeentelijke zorgplicht op het gebied van onderwijshuisvesting voor de komende jaren waarborgt. Hierdoor borgen we een doeltreffende en doelmatige organisatie en financiering van de onderwijshuisvesting in onze gemeente.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

We hebben in overleg met alle betrokken partijen geactualiseerde verordeningen en nadere regelgeving op het gebied van onderwijshuisvesting vastgesteld om de invulling van de gemeentelijke zorgplicht voor de komende jaren te waarborgen.

Opgave 2: Het Scholenprogramma

Opgave 2: Het Scholenprogramma

Door de uitvoering van het Scholenprogramma maken we een grote slag als het gaat om onderwijshuisvesting. Uit inspecties, uitgevoerd in 2015 naar aanleiding van de aardgaswinning, bleken bouwkundige maatregelen voor veel scholen noodzakelijk. Deze conclusie heeft geleid tot het opstarten van het Scholenprogramma in onze gemeente. In het scholenprogramma werken we samen met scholen, schoolbesturen en kinder- en peuteropvang voor een veilige en toekomstbestendige onderwijshuisvesting. We communiceren regelmatig met onze inwoners over de voortgang van de projecten. Het programma bestaat uit meer dan 20 projecten die in 2022 afgerond worden. Het Scholenprogramma biedt kansen om in een relatief korte tijd veilige aardbevingsbestendige gebouwen te creëren die ook duurzaam en toekomstbestendig zijn. Uw raad heeft het beleid vastgesteld en samen met de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) en het Rijk middelen beschikbaar gesteld om de scholen veilig en duurzaam te maken. De afspraken zijn vastgelegd in de Samenwerkingsovereenkomst onderwijshuisvesting Midden-Groningen.

Wat hebben we bereikt?

  • We hebben aardbevingsbestendige, duurzame en flexibele onderwijsvoorzieningen gecreëerd, die minimaal de komende 40 jaar een toekomstbestendige onderwijsvoorziening garanderen.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

• We hebben uitvoering gegeven aan het scholenprogramma, eindigend in 2022.

Opgave 3: Integraal Huisvestingsplan (IHP)

Opgave 3: Integraal Huisvestingsplan (IHP)

In een Integraal Huisvestingsplan (IHP) leggen gemeenten en scholen hun gedeelde visie op het scholenlandschap van de toekomst vast. Deze gedeelde langetermijnvisie helpt gemeenten en schoolbesturen om strategische keuzes te maken en te bepalen hoe ze met investeringen omgaan. Een IHP heeft een gemiddelde looptijd van vijf jaar, met een doorkijk naar de langere termijn. Onze gemeente heeft momenteel geen IHP, omdat de ontwikkelingen voor onderwijshuisvesting voornamelijk onder het Scholenprogramma vallen, dat is opgesteld in het kader van de aardbevingsaanpak. Een IHP heeft op dit moment nog geen juridische status, maar er wordt landelijk gewerkt aan wettelijke aanpassingen om dit te wijzigen. Gemeenten worden dan verplicht een integraal huisvestingsplan op te stellen. In verband met het eindigen van het Scholenprogramma in 2022 is het voor onze gemeente noodzakelijk om een IHP op te stellen.

Wat hebben we bereikt?

  • In 2021 zijn we,  in overleg met alle betrokken partijen, gestart met de voorbereiding en inventarisatie van onderwijsontwikkelingen die van invloed zijn op het onderwijslandschap van de komende jaren. We hebben de werkwijze ten aanzien van onderwijshuisvesting voor de overgang van het Scholenprogramma naar IHP geharmoniseerd. 

Wat hebben we daarvoor gedaan?

• We hebben, in overleg met alle betrokken partijen, uw raad geïnformeerd over de globale planning van onze ambities met betrekking tot de kwaliteit, duurzaamheid en het financieel kader. 

Opgave 4: Leerlingenprognoses

Opgave 4: Leerlingenprognoses

De behoefte aan onderwijshuisvesting voor het primair en voortgezet onderwijs is gerelateerd aan leerlingenaantallen. Prognoserapportages met betrekking tot leerlingenaantallen worden door een erkend extern bureau opgesteld. De leerlingenstromen en voorspellende waarde van de theoretische modellen worden door veel factoren beïnvloed en hierdoor is er altijd sprake van een onzekerheidsmarge. De minimale ruimte per leerling wordt uitgedrukt in bruto vloeroppervlakte in vierkante meter (m2) per leerling. Hoeveel ruimte elke leerling heeft, verschilt per schoolsoort en leerjaar. De normen hiervoor zijn opgenomen in de gemeentelijke huisvestingsverordening. De vorige leerlingenprognoses van onze gemeente dateerden uit april 2019. De actuele cijfers laten zien dat de impact van de krimp minder is dan verwacht, een aantal locaties groeit sneller. 

Wat hebben we bereikt?

We hebben actuele leerlingenprognoses. Zo kunnen we de ruimtebehoefte voor zowel onderwijs als bewegingsonderwijs vaststellen. 

Wat hebben we daarvoor gedaan?

We hebben in 2021 geactualiseerde periodieke leerlingenprognoses door een erkend extern bureau laten opstellen. Een eerste verkorte versie is met de schoolbesturen gedeeld. De definitieve versie wordt in 2022 aan alle betrokken partijen verstrekt. 

Opgave 5: Programma en Overzicht

Opgave 5: Programma en Overzicht

Schoolbesturen dienen jaarlijks aanvragen bij ons in voor het realiseren van voorzieningen in het kader van onderwijshuisvesting die niet onder het Scholenprogramma vallen. We beoordelen de ontvangen aanvragen en stellen, vóór 1 januari van het realisatiejaar, vast welke voorzieningen worden toegekend. 

Wat hebben we bereikt?

We hebben het Programma en Overzicht onderwijshuisvesting 2022 op 26 oktober 2021 vastgesteld. De schoolbesturen hadden voor 2022 drie aanvragen ingediend, die na toetsing en overleg met alle betrokken partijen zijn toegekend. 

Wat hebben we daarvoor gedaan?

We zijn in overleg gegaan met alle betrokken partijen, Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO), en uw raad is geïnformeerd. Alle schoolbesturen zijn geïnformeerd over het genomen besluit.

Onderwijs

Onderwijs stelt onze inwoners in staat om zich te ontwikkelen, om een plek te vinden in de maatschappij en om werk te vinden. Onderwijs speelt een belangrijke rol bij het bieden van betere kansen voor alle inwoners. Kansengelijkheid neemt toe als kinderen al op jonge leeftijd optimale mogelijkheden hebben om zich te ontwikkelen en daarbij passende ondersteuning krijgen.

Het verzorgen van onderwijs is primair de verantwoordelijkheid van schoolbesturen. Als gemeente faciliteren we het onderwijs en hebben we een aantal wettelijke taken rondom het onderwijs:

  • Zorgen voor huisvesting;
  • Leerlingenvervoer;
  • Toezien op naleving van de leerplichtwet en voorkomen van voortijdig schoolverlaten;
  • Toezicht en handhaving van de kwaliteit van kinderopvang en peuteropvang;
  • Toezicht op voldoend(e) openbaar basisonderwijs;
  • Voorkomen van onderwijsachterstanden door voor- en vroegschoolse educatie;
  • Zorgen voor een goede aansluiting en afstemming van (jeugd)hulp en onderwijs.

We willen iedereen binnen het onderwijs iedereen zoveel mogelijk gelijke kansen bieden en schooluitval voorkomen. Hierbij vinden we het belangrijk om kinderen en jongeren vooral aan te spreken op hun mogelijkheden en talenten. Belemmeringen in het volgen van onderwijs moeten snel en met een zo licht mogelijke inzet worden weggenomen. Ouders en omgeving zijn hierin onmisbaar.

2.2.7 Participatiewet

Uitkeringen

Wat hebben we bereikt?

  • Meer mensen doen mee naar vermogen: vergeleken met 2020 hebben in 2021 meer mensen met een arbeidsbeperking een betaalde baan vergeleken met 2020;
  • Iedereen die recht heeft op een uitkering heeft deze op tijd ontvangen. De gemiddelde doorlooptijd van een uitkeringsaanvraag is verlaagd van 31 naar 29 dagen;
  • We hebben de dienstverlening verbeterd aan de hand van het kwalitatieve klanttevredenheidsonderzoek;
  • We verwachtten een forse toename van het aantal bijstandsaanvragen als gevolg van corona. Dit was niet het geval, omdat de economie zich snel heeft hersteld. De huidige arbeidsmarkt maakt zelfs dat het aantal bijstandsuitkering veel lager is dan in 2020. 

Wat hebben we daarvoor gedaan?

  • Direct na de ontvangst van een aanvraag bekijken de werkcoaches en het werkgeversteam, samen met de aanvrager, of werk een optie is in plaats van een bijstandsuitkering. Daarnaast screent het aanvraagteam de rechtmatigheid van een aanvraag zorgvuldig. Mogelijk kan de aanvrager ook aanspraak maken op een andere voorziening dan de bijstand.
  • Twee keer per maand vindt het omgekeerde toets overleg plaatst met verschillende beleidsterreinen zoals Kredietbank, Wmo en Jeugd. Casussen worden opgelost vanuit de grondwaarden van de verschillende wetten. Het periodieke overleg helpt om domeinoverstijgend te denken, de verbinding tussen de domeinen te verbeteren en de klant te helpen vanuit de bedoeling van de verschillende wetten.
  • In 2021 is een kwalitatief klanttevredenheidsonderzoek uitgevoerd op advies van de Adviesraad Sociaal Domein. We hebben een aantal uitgebreide telefonische interviews afgenomen bij ongeveer vijftien klanten.  De klantverhalen hebben we gebruikt voor het verbeteren van onze dienstverlening.
  • We hebben ingezet op goede voorlichting door folders te verstrekken bij aanvang van de uitkering. Daarnaast gebruiken we onze nieuwsbrief om rechten, plichten en regelingen onder de aandacht te brengen bij onze klanten. Dit draagt bij aan het rechtmatig verstrekken van uitkeringen.
  • We hebben ondernemers in onze gemeente voorzien van inkomensondersteuning in de vorm van de 'Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandige Ondernemers' (311 toegekende aanvragen) en de 'Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten' (30 toegekende aanvragen). Deze regelingen liepen tot 1 oktober 2021. 

Bijstandsvolume

Jaartal 2018 2019 2020 2021
Aantal huishoudens met een bijstandsuitkering op 31 december 1855 1778 1797 1679

Re-integratie

Wat hebben we bereikt?

  • Inwoners met een bijstandsuitkering of een arbeidsbeperking kregen ondersteuning bij het vinden en behouden van betaald werk. Wanneer betaald werk (nog) niet mogelijk was dan boden we ondersteuning bij de maatschappelijke participatie van inwoners.
  • We constateren dat de arbeidsmarkt zich snel heeft hersteld van de coronacrisis en dat er sprake is van personeelstekorten. Helaas kunnen veel mensen met een bijstandsuitkering hier niet van profiteren. Dit komt omdat er bij deze doelgroep vaak sprake is van stevige sociale-, psychische- of medische problematiek, waardoor de toegang tot de arbeidsmarkt niet zo eenvoudig is. Daarnaast kan er sprake zijn van een mismatch tussen de gevraagde vaardigheden van de arbeidsmarkt en de vaardigheden die de mensen in de bijstand hebben. Deze mismatch kunnen we overbruggen met praktijkgerichte scholing.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

  • We hebben mensen met een bijstandsuitkering begeleid naar betaald werk. De uitstroom naar betaald werk is lager dan voor corona. De coronamaatregelen zorgden ervoor dat de ondersteuning minder optimaal was. Daarbij zien we dat veel mensen met een bijstandsuitkering al langere tijd uit het arbeidsproces zijn en er vaak sprake is van sociale- psychische of medische problematiek. Dit vraagt om intensieve ondersteuning. 
  • We hebben mensen met een arbeidsbeperking begeleid naar een afspraakbaan. Hierdoor konden mensen met een loonkostensubsidie aan de slag bij een reguliere werkgever. Mensen met een arbeidsbeperking die startten in een betaalde baan, kregen begeleiding op de werkvloer zodat de plaatsing ook duurzaam was.
  • We hebben mensen met een indicatie beschut werk een beschermde werkplek aangeboden bij het Werkbedrijf BWRI. We bieden meer mensen een beschutte werkplek dan dat wij op basis van de wettelijke taakstelling hoeven te doen.
  • We hebben praktijkgerichte scholing in de bouw en techniek aangeboden aan inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt om hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. De scholing organiseerden we in de arbeidsmarktregio Groningen Werk In Zicht met het NPG-project 'Kansrijk Opleiden'.
  • Door middel van het NPG-project 'Overschild' hielpen wij mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. De resultaten van dit NPG-project worden toegelicht bij Programma 5.
  • We namen financiële belemmeringen weg voor de overstap van uitkering naar betaald werk, door het financiële nadeel zoveel mogelijk te compenseren. Zo hebben we reiskostenvergoeding verstrekt, een laptop vergoed en een elektrische fiets aangeschaft.
  • Door het project 'Zelfstandigen in coronatijd' boden wij zelfstandig ondernemers ondersteuning bij de heroriëntatie over de toekomst van hun onderneming.

Aantal mensen met een afspraakbaan

  2018 2019 2020

2021

Aantal mensen met een afspraakbaan op 31-12 53 81 96

114

Aantal mensen op beschutte werkplek

  2018 2019 2020 2021
Aantal mensen met een beschutte werkplek 31-12 21 32 42 58
Taakstelling vanuit het rijk 20 26 32 37

Duurzame uitstroom naar betaald werk

  2018 2019 2020 2021
Uitstroom 212 218 170 174

Zelfstandigen in coronatijd

 

Resultaat ondersteuning 2021
Ondersteuning of doorverwijzing bij het versterken eigen onderneming  8

Doorverwijzing bij schuldenproblematiek

17
Begeleiding naar (parttime-) werk 16

Wet sociale werkvoorziening (WSW)

Wat hebben we bereikt?

We hebben circa 300 mensen met een Wet sociale werkvoorziening (WSW)-indicatie betaald werk aangeboden. Hiermee konden mensen met een arbeidsbeperking via een aangepaste werkplek hun eigen inkomen verdienen en volop participeren.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

BWRI

  • Het werkbedrijf BWRI heeft aan 200 personen met een WSW-indicatie een aangepaste werkplek geboden. De meeste aangepaste werkplekken waren er binnen het werkbedrijf BWRI. Wanneer het mogelijk was,  detacheerden we mensen bij een reguliere werkgever. In het jaar 2021 ging het in totaal om 61 medewerkers;
  • Corona heeft in 2021 binnen het werkbedrijf BWRI een stempel gedrukt op de uitvoering. Corona veroorzaakte spanning en onzekerheid bij de medewerkers. Een paar keer hebben we de werkzaamheden van afdelingen stil moeten leggen om de verdere verspreiding van het virus te stoppen. Aan de andere kant zorgde de gezamenlijke inspanning om alles goed te laten verlopen ook tot trots en saamhorigheid;
  • We zijn gestart met het NPG-project 'Ontwikkelbedrijf BWRI'. De voortgang wordt verantwoord binnen programma 5 'Gevolgen gas- en zoutwinning en NPG-projecten'.

Wedeka

We nemen deel aan de gemeenschappelijke regeling Wedeka. Bij Wedeka werken ongeveer 100 medewerkers met een WSW-indicatie die in de voormalige gemeente Menterwolde wonen. Wedeka heeft te maken met een oplopend negatief bedrijfsresultaat. De kosten van dit negatieve bedrijfsresultaat worden door de gemeenten binnen de gemeenschappelijke regeling naar rato betaald. Samen met de andere deelnemende gemeenten van gemeenschappelijke regeling Wedeka hebben we in 2021 maatregelen vastgesteld die moeten leiden tot een financieel gezond en toekomstbestendig Wedeka. De maatregelen hebben tot gevolg dat een aantal locaties moet sluiten en de span of control van leidinggevenden wordt vergroot. 

Aantal mensen werkzaam in de WSW

  2018 2019 2020 2021
Aantal mensen werkzaam in de WSW bij  BWRI op  31 december 333 322 306 297
Aantal mensen werkzaam bij Wedeka op 31 december 108 106 106 98
Totaal 441 428 412 395

 

Minima- en armoedebeleid

Kinderarmoede

Wat hebben we bereikt?

Kinderen die opgroeien in een gezin met een laag besteedbaar inkomen waren in staat om mee te doen aan allerlei voor de ontwikkeling belangrijke activiteiten zoals een verjaardag vieren, sporten, een muziekinstrument spelen of mee op schoolreis. 

Wat hebben we daarvoor gedaan?

  • Kinderen die opgroeien in een gezin met een laag inkomen maakten aanspraak op het Meedoenfonds,  het kindpakket en een vergoeding voor schoolkosten;
  • We hebben het maatwerkbudget voor kinderen ingezet voor bijzondere kosten. Het maatwerkbudget is ingezet voor schoolkosten, reiskosten en medische kosten. Ook hebben we vanuit het maatwerkbudget een aantal gezinnen financieel ondersteund die te maken kregen met fors hogere energielasten door de stijgende gasprijs;
  • Het onderzoek naar armoede van de Rijksuniversiteit heeft geleid tot verschillende handvaten om de overdracht van armoede van ouder op kind aan te pakken.  Deze kennis hebben we gebruikt voor het indienen van de projectaanvragen bij het Nationaal Programma Groningen. Het gaat om de projecten: tijd voor toekomst, bevorderen van sociale veerkracht, jongeren met toekomst en inzet ervaringsdeskundigen. De financiering voor de projecten is toegekend. De verantwoording van deze projecten vindt u onder het programma 5 'Gas- en Zoutwinning en NPG-projecten'. 

Het bereik van het aantal kinderen

  2018 2019 2020 2021
Aantal kinderen ondersteund met het maatwerkbudget 33 32 38 16
Bereik webwinkel Meedoenfonds kinderen - 90%
1413
94%
1423
93%
1412

Wat hebben we bereikt?

We hebben ondersteuning geboden aan inwoners die geconfronteerd worden met een armoedesituatie.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

  • Het Armoedepact is in 2021 met een nieuwe opzet van start gegaan. Het pact bestaat uit een aantal kernpartners namelijk de Voedselbank, Gemeentelijke Kredietbank, De Toverboom, Kledingbank Maxima en de Computerbank. In een brede bijeenkomst voor alle aangesloten organisaties van het Armoedepact is de pilot Voorzieningenwijzer Midden-Groningen gepresenteerd en hebben convenantpartners hun dienstverlening aan inwoners in armoedesituaties belicht;
  • We hebben financiële hulp geboden aan gezinnen met een laag inkomen via de individuele inkomenstoeslag, de webwinkel van het Meedoenfonds, bijzondere bijstand en de collectieve ziektekostenverzekering van Menzis;
  • Maatschappelijke organisaties die zich richten op de bestrijding van armoede kregen financiële ondersteuning van de gemeente. Hierdoor waren zij in staat om de armoedesituatie van gezinnen te verzachten;
  • We zijn gestart met projecten die erop gericht zijn om de spiraal van armoede en maatschappelijke kwetsbaarheid te doorbreken. Het gaat om de bevordering van sociale veerkracht; inzet ervaringsdeskundigen; Tijd voor Toekomst; Jongeren met Toekomst en De Ijsberg. Deze projecten worden gefinancierd met NPG-gelden en verantwoord binnen programma 5 'Gas- en zoutwinning en NPG-projecten';
  • We hebben besloten om af te zien van verdere deelname aan het rijksonderzoek naar een effectieve armoedeaanpak.  De door dit rijksonderzoek gekozen interventies  sloten namelijk niet aan bij onze lokale armoedeaanpak;
  • De Rekenkamercommissie heeft onderzoek gedaan naar ons armoedebeleid. De uitkomsten van het onderzoek bieden verschillende handreikingen om ons beleid te verbeteren,  zoals de toegang tot minimavoorzieningen laagdrempeliger maken. We gaan in 2022 aan de slag met de aanbevelingen uit het onderzoek. 

Het bereik van het Meedoenfonds en collectieve aanvullende ziektekostenverzekering Menzis

  2018 2019 2020

2021

Bereik volwassenen Meedoenfonds - 30% van de doelgroep
2164
34% van de doelgroep
2206

35% van de doelgroep
2192

Bereik CAZ 25% van de doelgroep
1630
27% van de doelgroep
1757
26% van de doelgroep
1702

26% van de doelgroep
1689

De cijfers voor het bereik van mensen in armoede komen overeen met de landelijke cijfers. 

Aantal mensen door maatschappelijke organisaties ondersteund

Organisatie 2018 2019 2020 2021
Kledingbank Maxima Veendam 166 185 210 265
Kledingbank Maxima Sappemeer 1308 1409 1015 1051
Stichting Urgente Noden 34 34 44 50
Voedselbank 1013 926 1064

1000

Stichting Leergeld 334 179 145 158
Jeugdfonds Sport en Cultuur 282 246 222 223

Jongerenaanpak 18-27 jaar

Scholing

Wat hebben we bereikt?

We hebben voorkomen dat jongeren het onderwijs verlaten zonder een MBO2, HAVO of VWO diploma. Het aantal voortijdige schoolverlaters is licht gestegen ten opzichte van de voorgaande jaren. Dit is een landelijke trend. We zien dat in vergelijking met voorgaande jaren veel jongeren uitvallen op MBO 3 of MBO 4 zonder diploma door psychische klachten of door hun sociale omstandigheden. 

Wat hebben we daarvoor gedaan?

  • We hebben de kwalificatieplicht gehandhaafd om schooluitval te voorkomen;
  • We hebben ondersteuning gegeven aan jongeren die niet of maar gedeeltelijk onderwijs kunnen volgen. Hierbij hebben we gekeken hoe terugkeer naar school mogelijk is en waar de jongere het beste onderwijs kan volgen. We werkten hierbij samen binnen het samenwerkingsverband Passend Onderwijs;
  • We hebben samen met Noorderpoort een MBO2 opleiding voor jongeren aangeboden op het Werkbedrijf BWRI. Hier kunnen jongeren die niet in staat zijn om op het reguliere onderwijs hun startkwalificatie te halen, onderwijs volgen;
  • We werkten samen in de RMC-regio met de gemeenten Groningen en Westerkwartier. We bepaalden samen de speerpunten van ons beleid en verdeelden de regionale RMC-gelden voor de inzet van maatregelen op en na school.  De maatregelen varieerden van een talentenwerkplaats in de stad Groningen (Opleiding Binn'stad) waar jongeren kunnen ontdekken wat hun talenten zijn tot lichte ondersteuning van een casemanager jeugd op school om uitval te voorkomen (School als Wijk).

Aantal vroegtijdige schoolverlaters

  2017/2018 2018/2019 2019/2020 2020/2021
Aantal voortijdige schoolverlaters 99 104 100

106
(Voorlopig cijfer)

Percentage voortijdige schoolverlaters Midden-Groningen 1,94% 2,07% 2,05%

Nog niet bekend

Percentage voortijdige schoolverlaters landelijk 1,91% 2,02% 1,72%

Nog niet bekend

Participatie

Wat hebben we bereikt?

We hebben zoveel mogelijk jongeren begeleid naar een passende plek in de samenleving. Als vervolgonderwijs niet mogelijk of wenselijk was, zijn jongeren begeleid richting de arbeidsmarkt, hulpverlening of dagbesteding. 

Wat hebben we daarvoor gedaan?

  • We hebben de 'Route arbeid' ingezet waarmee we jongeren begeleiden die de overstap maakten van het praktijkonderwijs of voortgezet speciaal onderwijs naar de arbeidsmarkt. Veel jongeren gingen aan de slag via een afspraakbaan bij een werkgever. We spreken van een afspraakbaan als een werkgever loonkostensubsidie ontvangt ter compensatie van de verminderde productiviteit van een werknemer door een arbeidsbeperking;
  • We monitorden de kwetsbare overgang van  school naar een passende plek van alle jongeren die uitstroomden uit het voortgezet speciaal onderwijs, praktijkonderwijs of MBO1. Dit waren er ongeveer 170 in het jaar 2021. Waar de overgang naar een passende plek minder soepel ging, hebben we ondersteuning geboden;
  • Jongeren die een beroep deden op de Participatiewet zijn, waar wenselijk, teruggeleid naar school. Als dat niet mogelijk was zijn de jongeren begeleid naar betaald werk, beschut werk, hulpverlening of dagbesteding;
  • We hebben zes jongeren tussen de 18-23 jaar met een indicatie beschut werk rechtstreeks geplaatst op een beschutte werkplek bij het Werkbedrijf BWRI. Veelal stroomden zij vanuit het Voortgezet Speciaal Onderwijs of praktijkonderwijs door naar deze plek. 

Aantal jongeren die we ondersteunen naar een passende plek in de samenleving

Begeleid naar: 2019 2020 2021
Afspraakbaan 31 28 29
Beschut werk 9 9 6
Regulier werk 117 99 137
Hulpverlening 13 10 8
Dagbesteding 2 9 7
Op school of terug naar school 145 155 145

 

Participatie en integratie nieuwkomers

Wat hebben we bereikt?

We hebben de participatie en integratie van nieuwkomers bevorderd.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

  • We hebben ons voorbereid op de invoering van de nieuwe inburgeringswet die, na uitstel, in werking is getreden per 1 januari 2022. We hebben hiervoor de 'Nota uitvoering inburgering' vastgesteld.  Onze dienstverlening ondersteunt inburgeraars om snel en op een zo hoog mogelijk taalniveau in te burgeren;
  • Nieuwkomers met een bijstandsuitkering kregen binnen het project ‘Meer doen met nieuwkomers’ intensieve begeleiding bij hun participatie. Hier begonnen we al mee in de periode dat zij een inburgeringscursus volgden. Alle inzet was er op gericht om de talenten en mogelijkheden van nieuwkomers zo goed mogelijk te benutten. De door ons geboden ondersteuning is divers, zoals taallessen, taalstage, begeleiding naar betaald werk, een werkervaringsplek of vrijwilligerswerk;
  • In 2021 hebben we vijf ELIP's intensief begeleid. ELIP's zijn inburgeraars die hun lening bij DUO (bijna) volledig hebben benut, terwijl ze nog geen inburgeringsdiploma hebben. De inzet heeft ertoe geleid dat vier inburgeraars hun inburgeringstraject alsnog succesvol hebben afgerond. De vijfde inburgeraar heeft, na inzet van hulpverlening, zijn inburgeringstraject weer opgepakt;
  • We hebben in het jaar 2021 asielstatushouders gehuisvest. Humanitas heeft maatschappelijke begeleiding geboden om de mensen wegwijs te maken in onze gemeente en te ondersteunen bij allerlei praktische zaken;
  • In 2021 hebben inburgeraars het programma 'Thuis in Midden-Groningen' gevolgd bij Humanitas. Inburgeraars kregen binnen dit programma in een aantal bijeenkomsten les over belangrijke Nederlandse waarden, gezondheidszorg, administratie bijhouden en woonvaardigheden. De cursus werd afgesloten met de ondertekening van de participatieverklaring. 

Indicatoren participatie en integratie nieuwkomers

  2018 2019 2020 2021
Aantal mensen ondersteund met Project 'Meer doen met nieuwkomers' 143 148 155 175
Aantal gehuisveste statushouders 51 42 59 84

 

Volwasseneneducatie

Wat hebben we bereikt?

Zowel inwoners met als zonder bijstandsuitkering konden werken aan het verbeteren van taal- reken- of digitale vaardigheden. 

Wat hebben we daarvoor gedaan?

  •  We hebben een educatieplan met het Noorderpoort opgesteld. Hierin zijn afspraken gemaakt over de inzet van het educatiebudget in onze gemeente;
  • Tijdens de lockdowns heeft het Noorderpoort de lessen online gegeven. Er is geprobeerd om cursisten er zoveel mogelijk bij te houden. Dit lukte niet in alle gevallen. Sommigen namen geen deel meer omdat ze geen beschikking hadden over WiFi, kinderen thuis hadden of niet digitaal vaardig waren. De resultaten zijn hierdoor dit jaar minder goed dan in de jaren voor corona;
  • We hebben binnen de arbeidsmarktregio de aanbesteding voor volwasseneneducatie afgerond. Vanaf 2022 hebben we twee aanbieders voor volwasseneneducatie. Stichting Itom gaat de volwasseneneducatie verzorgen voor mensen die een andere moedertaal hebben dan het Nederlands. Noorderpoort gaat, als onderaannemer van het Alfacollege, de volwasseneneducatie verzorgen voor mensen die Nederlands als moedertaal hebben. 

Aantal inwoners dat heeft deelgenomen aan volwasseneneducatie

  2018 2019 2020 2021
Aantal deelnemers volwasseneneducatie op 31-12 253 283 156 118

 

Participatiewet

De Participatiewet heeft als doel zoveel mogelijk mensen, met en zonder arbeidsbeperking, weer aan de arbeidsmarkt deel te laten nemen. Wij zijn verantwoordelijk voor het begeleiden en ondersteunen van mensen richting werk. Het hebben van werk is cruciaal voor sociaal, maatschappelijk en economisch welzijn. Het draagt bij aan een verhoging van het besteedbaar inkomen en daarmee aan de financiële weerbaarheid.

Het Bedrijf voor Werk, Re-integratie en Inkomen (BWRI) is uitvoerder van de Participatiewet. BWRI is dé organisatie voor mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. BWRI ondersteunt inwoners om werk te vinden en te behouden. Als werk niet tot de mogelijkheden behoort, is participatie het doel. Aan inwoners, die niet in staat zijn om zelfstandig in hun inkomen te voorzien, bieden we (tijdelijk) inkomensondersteuning. BWRI staat voor een inclusieve samenleving en arbeidsmarkt. We laten niemand aan de kant staan en iedereen werkt naar vermogen. BWRI werkt in 2021 volgens het re-integratiebeleid 2020-2023 en de daarin opgenomen indicatoren. In 2021 stonden we voor de uitdaging om de nieuwe inburgeringswet te implementeren. De 'Wet inburgering 2021' is ingegaan per 1 januari 2022.

2.2.8 Schuldhulpverlening

Dienstverlening en kwaliteit

Dienstverlening en kwaliteit

De kredietbank is ‘open’, vindbaar en toegankelijk. Toch bleek dat een groot aantal inwoners met problematische schulden in onze gemeente geen gebruik maakte van onze dienstverlening. In 2021 hebben wij ons ingezet om hier verandering in aan te brengen. Hiervoor hebben wij een nieuw communicatieplan opgesteld. 

Wat hebben we bereikt?

Iedere inwoner en hulpverlener is bekend met de dienstverlening van de kredietbank.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

  • We werken laagdrempelig en zorgen in onze dagelijkse dienstverlening voor vindbaarheid en toegankelijkheid;
  • In 2021 heeft de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK) de NVVK belofte gepresenteerd. Deze nieuwe basisnorm beoogt maatwerk en een integrale aanpak van schuldhulpverlening binnen alle Nederlandse gemeenten. De belofte geeft weer wat organisaties en inwoners van de financiële zorg van een NVVK-lid mogen verwachten. Wij hebben onze interne processen langs de lat van deze belofte gelegd. Daar waar wij ruimte voor verbetering zagen hebben wij dit aangepast. De NVVK belofte gaat uit van laagdrempelige dienstverlening waarbij niemand 'buiten de boot valt';
  • Wij zijn samen met deskundigen aan de slag gegaan met een nieuw communicatieplan. Hiermee vergroten we onze effectiviteit en bereikbaarheid;
  • Samen met een communicatiebureau hebben wij een nieuw merkhuis en communicatieplan ontwikkeld. Onze folders, website en brieven zijn aangepast naar B1-niveau en we zijn ook zichtbaar op sociale media. 

Indicatoren

  • Wij hebben 43 informatie- en adviesgesprekken gevoerd. In 2020 waren dit er 69.  In 2021 hebben wij de werkwijze van de gesprekken aangepast. Het eerste gesprek is altijd een 'open' kennismakingsgesprek. Hierdoor geven de cijfers geen volledig beeld. Dit kan de daling in het aantal gesprekken verklaren. Van de 43 adviesgesprekken hebben vier inwoners een aanvraag schuldhulpverlening gedaan. Door de aangepaste werkwijze geven de cijfers geen volledig beeld van de werkelijkheid;
  • In 2021 werden er zes inwoners doorverwezen via een gemeentelijk medewerker. 43 inwoners zijn doorverwezen door Humanitas. 14 inwoners zijn doorverwezen via andere hulpverlenende instanties. 21 inwoners zijn aangemeld via het sociaal team;
  • In 2021 hebben 82% van de aanvragers binnen vier weken een intakegesprek gehad;
  • In 2021 zijn de schulden van 50 inwoners afgelost middels een saneringskrediet. 31 inwoners hebben succesvol een schuldbemiddelingstraject doorlopen;
  • Het aantal klanten in budgetbeheer is licht gestegen. Eind 2021 maakten 699 inwoners uit Midden-Groningen gebruik van budgetbeheer. Eind 2020 was dit aantal 676;
  • In 2021 zijn er 39 sociale leningen verstrekt. De gemiddelde sociale lening was € 2752,50;
  • In 2021 zijn er 30 nieuwe budgetcoachingstrajecten gestart;
  • In 2021 zijn 214 mensen uitgestroomd uit onze dienstverlening. Wanneer een inwoner uitstroomt bieden wij nazorg aan. In een telefonisch gesprek vragen wij hoe het met de inwoner gaat en of ondersteuning gewenst is;
  • In 2021 maakten 14 jongeren met schulden gebruik van onze reguliere dienstverlening. Soms dreigden jongeren met schulden, vanwege conflicterende wetgeving, tussen wal en schip te vallen. Daarom hebben drie jongeren via het budget van het project ‘Jongeren met schulden' een krediet ontvangen. In voorkomende gevallen worden er ook kredieten verstrekt voor bijzondere noodzakelijke kosten waarvoor geen voorliggende voorziening bestaat. Indien het verstrekken van het krediet een bijdrage levert aan de ontwikkeling van de jongere kan dit krediet worden toegekend;
  • In 2021 hebben wij contact gehad met 16 ondernemers met financiële problemen. 11 ondernemers hebben gebruikt gemaakt van externe  schuldhulpverlening. In 2021 is het 'loket zelfstandigen' gestart;
  • In 2021 hebben wij gewerkt aan een convenant met de vijf grootste beschermingsbewindvoerderskantoren. Samen met bewindvoerders zetten wij in op het vergroten van financiële redzaamheid. Indien mogelijk werken bewindvoerders naar uitstroom uit beschermingsbewind of ondersteuning in de vorm van een lichtere maatregel. Het convenant met beschermingsbewindvoerders is op 25 januari 2022 ondertekend. 

Het bereik van de website meten we door het aantal bezoeken te registreren. Een bezoek is een reeks pagina-aanvragen van dezelfde bezoeker. Over 2021 zien we het volgende beeld: 

  • Algemene pagina Kredietbank 3.810 bezoeken;
  • Advies bij geldzorgen 373 bezoeken;
  • Geldzorgen voorkomen 134 bezoeken;
  • Ik word 18, wat moet ik regelen? 77 bezoeken;
  • Ziek? Zo houd je grip op je geldzaken 39 bezoeken;
  • Geldzorgen na je scheiding? Zo regel je het! 36 bezoeken;
  • Hulp bij schulden 393 bezoeken;
  • Betalingsachterstanden 115 bezoeken;
  • Lening aanvragen 527 bezoeken;
  • MijnGKB 25.631 bezoeken. 

Preventie en Vroegsignalering

Thema 1: Vroegsignalering

Thema 1: Vroegsignalering

Vroegsignalering is per 1-1-2021 een taak binnen de Wet gemeentelijk schuldhulpverlening (Wgs) geworden. 

Wat hebben we bereikt?

We hebben inwoners met beginnende schulden via relatief eenvoudige instrumenten weten te bereiken. Op deze manier hebben wij voorkomen dat beginnende schulden problematisch zouden worden. Medewerkers van het team vroegsignalering hebben inwoners een eenvoudige oplossing geboden op het moment dat de betalingsachterstand nog relatief laag was. 

Wat hebben we daarvoor gedaan?

Wij hebben een gedegen werkwijze opgezet. Dit hebben wij gedaan samen met onze vroegsignaleringspartners. Dit zijn woningcorporaties, zorgverzekeraars, het waterbedrijf en energiemaatschappijen. 

Indicatoren

  • In 2021 had een klant gemiddeld 14 schuldeisers en was de omvang van de gemiddelde schuldenlast € 21.775,83. De omvang van de gemiddelde schuldenlast is in 2021 verbeterd ten opzichte van 2020. In 2020 had een klant gemiddeld 11 schuldeisers en was de omvang van de gemiddelde schuldenlast € 36.768,24;
  • In 2021 zijn er 1709 vroegsignalen ontvangen. Hiervan is er 399 keer hulp aanvaard. Dit komt neer om ruim 23%;
  • Van de 399 inwoners die hulp hebben aanvaard zijn er 114 geholpen met een 'quickfix'.  Een quickfix is een directe oplossing, zoals het treffen van een betalingsregeling;
  • 285 inwoners zijn doorverwezen. Hiervan zijn er 260 doorverwezen naar financiële hulp en 25 naar niet financiële hulp;
  • Van de 260 inwoners die zijn doorverwezen naar financiële hulp zijn er 48 doorverwezen naar de Kredietbank. De overige 212 inwoners zijn doorverwezen naar andere financiële hulp zoals Humanitas, Schuldhulpmaatje en de Voorzieningenwijzer;
  • Gemiddeld vonden er per inwoner twee contactpogingen plaats. Het grootste deel van de inwoners heeft een hulpaanbod ontvangen per brief. Contacten via de telefoon en huisbezoeken blijken in de praktijk het meest succesvol;
  • De gemiddelde hoogte van de openstaande schuld die via vroegsignalering wordt ontvangen is € 400,59. De meeste vroegsignalen worden ontvangen van zorgverzekeraars.

Thema 2: Preventie

Wat hebben we bereikt?

We hebben bijgedragen aan financiële bewustwording van onze inwoners, specifiek bij jeugdigen en hun ouders.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

  • Wij hadden preventieactiviteiten op basisscholen gepland en zouden de inzet van de ervaringsdeskundige op scholen verder ontwikkelen. Door corona konden deze activiteiten helaas geen doorgang vinden;
  • Tijdens de Week van het geld zijn er 350 “Dagobert Ducks” binnen onze gemeente verstrekt aan kinderen;
  • Wij hebben sociale media ingezet om financiële bewustwording bij onze inwoners te creëren;
  • Wij hebben gewerkt aan alternatieve manieren om inwoners te bereiken. Een concreet resultaat hiervan is dat we in 2022  het boek 'spaarvarken geeft leergeld' uitdelen. Ook ontwikkelen we een 'QR-game' om jongeren te bereiken. 

Indicatoren

De  budgetcursussen van Stichting Knip zijn, ondanks corona wel doorgegaan. Er hebben zes inwoners de fysieke cursus gevolgd en vier deelnemers deden de online cursus. Ook is er zes keer een stukje geplaatst in het blad van de POSO, hiermee is de oudere doelgroep bereikt. Bereik aantal kinderen en jongeren in de Week van het geld 2021.

Thema 3: Netwerk

Thema 3: Netwerk

De kredietbank werkt samen met de sociale teams, de sociale dienst en diverse vrijwilligersorganisaties in onze gemeente.

Wat hebben we bereikt?

De verwachte toestroom van inwoners in 2021 is uitgebleven. Het aantal klanten dat gebruik maakte van budgetbeheer in 2021 is met 23 klanten gestegen ten opzichte van 2020. Voor het uitblijven van de verwachte toestroom kunnen diverse oorzaken worden aangewezen. Ondernemers hebben gebruik kunnen maken van ondersteuningsmaatregelen van de rijksoverheid. Hierdoor is een verwacht 'domino-effect' uitgebleven. Ook waren instanties het afgelopen jaar eerder bereid tot het treffen van betalingsregelingen voor openstaande vorderingen. Hierdoor is de verwachte toestroom van inwoners met financiële problemen uitgebleven. 

Wat hebben we daarvoor gedaan?

Wij hebben onze samenwerking met 'SchuldHulpMaatje' vormgegeven. SchuldHulpMaatje heeft een groep opgeleid die onze inwoners ondersteunt. 

Indicatoren

  • SchuldHulpMaatje is op 1 maart 2021 gestart. 17 inwoners hebben zich hier gemeld. Schuldhulpmaatje heeft 12 actieve vrijwilligers;
  • 876 inwoners hebben de website van Geldfit bezocht. 370 inwoners hebben een online test gedaan. 2 inwoners hebben een telefonisch gesprek met Geldfit gevoerd.  

Hersteloperatie toeslagen

Hersteloperatie toeslagen

Een groot aantal ouders in Nederland is benadeeld door de hardheid van het stelsel van de kinderopvangtoeslag. Door een compensatieregeling wil de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT) van de Belastingdienst het onrecht compenseren. Ook wil de Belastingdienst de gedupeerde ouders een schuldenvrije toekomst bieden. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), Rijksoverheid en Belastingdienst hebben afgesproken dat gemeenten gedupeerde ouders ondersteunen. 

Wat hebben we bereikt?

  • Ouders die (mogelijk) gedupeerd zijn in de kinderopvangtoeslagaffaire kunnen een beroep doen op de gemeente voor brede ondersteuning. Deze ondersteuning kan bijvoorbeeld bestaan uit hulp bij schulden, gezondheid, dagbesteding of werk;
  • De gemeentelijke vorderingen van gedupeerde ouders zijn kwijtgescholden. De Belastingdienst verstrekt gegevens van gedupeerde ouders die voor deze kwijtschelding in aanmerking komen en compenseert de gemeente voor alle gemaakte kosten.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

  • Alle (mogelijk) gedupeerde ouders in onze gemeente hebben het aanbod gehad om gebruik te maken van ondersteuning. Twaalf ouders hebben gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. Met deze ouders is een plan van aanpak opgesteld. Het meldpunt beantwoordt daarnaast regelmatig vragen van (mogelijk) gedupeerde ouders. 
  • Het 'meldpunt toeslagen' is ingericht. Op deze manier kunnen ouders laagdrempelig in contact komen met onze gemeente. De meest recente cijfers (maart 2022) laten zien dat 157 ouders uit onze gemeente zich als gedupeerde bij de Belastingdienst hebben gemeld. Gedupeerde ouders kunnen zich nog tot en met 2023 bij de Belastingdienst melden. Het meldpunt toeslagen in Midden-Groningen blijft gedurende deze tijd bereikbaar. 
  • De gemeentelijke vorderingen van gedupeerde ouders zijn kwijtgescholden. In 2021 hadden 121 ouders recht op kwijtschelding van hun vorderingen. 

Schuldhulpverlening

De kredietbank Midden-Groningen geeft uitvoering aan de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). Het beleidsplan van de kredietbank ‘Samen komen we verder’, geeft praktische invulling aan deze wettelijke taak. Belangrijke thema’s voor 2021 waren vroegsignalering,  de NVVK belofte en ons nieuwe communicatieplan. Wij hebben ons ingezet om inwoners, die kampen met financiële gevolgen van de coronapandemie passende ondersteuning te bieden. Hierin hebben wij speciale aandacht gehad voor ondernemers.

2.2.9 Sociale teams

Speerpunt 1: Harmonisatie

Speerpunt 1: Harmonisatie

In 2014-2015 is in de voormalige gemeenten Hoogezand-Sappemeer, Slochteren en Menterwolde gekozen voor vijf sociale teams. Uit de evaluatie van de sociale teams bleek dat de werkbelasting in de verschillende gebieden niet in balans was. Dit was aanleiding voor het advies om de omvang en samenstelling van de teams te heroverwegen. In 2021 hebben we diverse grote veranderingen doorgevoerd om tot een goede en werkbare omvang en samenstelling van de teams te komen, die aansluit bij de ondersteuningsbehoefte van de inwoners in de verschillende gebieden van de gemeente. 

Wat hebben we bereikt?

  • We hebben een nieuwe organisatiestructuur van de sociale teams ingevoerd. Er zijn nu vier sociale teams in onze gemeente die op een integrale manier hun toegangs- en ondersteuningstaken uitvoeren op alle levensdomeinen.
  • We hebben de lokale toegang voor Beschermd Wonen ingericht.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

  • Kwartier Zorg en Welzijn heeft een nieuwe organisatiestructuur voor de sociale teams ingevoerd. Vanaf 1 februari 2021 wordt in onze gemeente gewerkt met vier in plaats van vijf sociale teams. Met deze veranderingen hebben we ervoor gezorgd dat de indeling van ieder team beter aansluit bij de vragen en behoeften van onze inwoners;
  • We hebben in 2021 samen met Kwartier Zorg en Welzijn, de Gemeentelijke Kredietbank (GKB) en het Bedrijf voor Werk, Re-integratie en Inkomen (BWRI) afspraken gemaakt om de toegang en de ondersteuning op de levensdomeinen ‘financiën’ en ‘meedoen’ te verbeteren .  Met ingang van 1 januari 2022 is er een medewerker van de Kredietbank een halve dag per week in een sociaal team aanwezig. Op basis van gedeelde casuïstiek worden huisbezoeken inhoudelijk afgestemd en/of gezamenlijk gevoerd;
  • In juli 2021 is de toegang voor Beschermd Wonen lokaal ingericht in onze gemeente. Met deze lokale toegang leggen we een goede verbinding met de sociale teams en voorzien we onze inwoners van integrale hulp en ondersteuning op maat. Als voorbereiding hierop hebben twee casemanagers stagegelopen bij de centrale toegang van centrumgemeente Groningen. Een derde casemanager heeft een online scholing  gevolgd en heeft meegelopen met de collega’s. Ook de medewerkers van de front- en backoffice zijn geschoold;
  • Samen met Kwartier Zorg en Welzijn zijn vier ontwikkelvelden ingericht die tot een boventeamse aanpak en werkprocessen moeten leiden. De ontwikkelvelden richten zich op complexe problematiek bij gezinnen, OGGz-Wvggz, onderwijs, en het verbeteren van de hulpverlening aan de voordeur van de inwoner.

Speerpunt 2: Verzakelijking

Wat hebben we bereikt?

  • We hebben stappen gezet om de sturing en monitoring binnen de sociale teams te verbeteren;
  • We hebben afspraken gemaakt en acties uitgevoerd om wachtlijsten voor de toegang tot zorg en ondersteuning in de toekomst te beperken.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

  • We hebben samen met de sociale teams de wachtlijsten gemonitord. De wachtlijst Jeugd is in 2021 vrijwel constant gebleven. Er is een wachtlijst Wmo ontstaan door een toename van de aanvragen Individuele Begeleiding (BG) en Dagbesteding (DB) en een toename in de aanvragen voor Huishoudelijke Hulp.  Een oorzaak, naast corona, van de wachtlijst Wmo is dat de bezetting van één van de sociale teams onder druk heeft gestaan, omdat 2 casemanagers Wmo zich afgelopen jaar hebben gespecialiseerd in de lokale toegang voor Beschermd wonen. Vervanging van hun reguliere Wmo werkzaamheden is niet spoedig en volledig gelukt;
  • We hebben een aantal acties uitgevoerd om de wachtlijsten te beperken, zoals het tijdelijk verlengen van de termijn van onderzoek bij nieuwe aanmeldingen. In stabiele gezinssituaties hebben casemanagers tijdelijk minder regie gevoerd, zodat ze ruimte hadden om nieuwe meldingen op te pakken. Daarnaast hebben we tijdelijk extra casemanagers ingezet om de wachtlijsten op te lossen. We verwachten begin 2022 een significante daling in de wachtlijsten te zien als gevolg van deze investering;
  • Per 1 maart 2021 werken de sociale teams met het nieuwe regiesysteem 'Gidso'. Deze invoering van het nieuwe systeem heeft veel aandacht van de sociale teams gevraagd. Helaas bleek het systeem niet in alle behoeften te voorzien. In 2021 is door de sociale teams ingezet op het goed laten landen van het regiesysteem en waar mogelijk het systeem te verfijnen en gebruiksvriendelijker te maken. 

Indicatoren

  • Wachtlijsten (aantal en duur):
  December 2021 November 2021 Oktober 2021 September 2021 Juli 2021 Februari 2021 December 2020
Wmo              
Totaal 243 233 223 271 135 0 0
Langer dan 8 weken 95 55 14 0 0 0 0
Jeugd              
Totaal 58 68 60 55 55 55 49
Langer dan 8 weken 36 26 23 Onbekend Onbekend Onbekend Onbekend

 

Speerpunt 3: Transformatie

Wat hebben we bereikt?

  • We hebben het eigenaarschap en de zeggenschap van inwoners bij veiligheidsmaatregelen (jeugdbescherming, verplichte GGZ) versterkt. 
  • Het eigen netwerk van inwoners met een hulpvraag is verbreed en versterkt. 

Wat hebben we daarvoor gedaan?

  • De sociale teams hebben samen met inwoners en gezinnen plannen opgesteld om het eigenaarschap te bevorderen en verplichte maatregelen te voorkomen;
  • De sociale teams teams hebben Eigen Kracht conferenties ingezet als instrument om inwoners zeggenschap en regie te laten houden over hun eigen leven en verplichte maatregelen te voorkomen. Bij Eigen Kracht conferenties wordt het netwerk van een inwoner betrokken om mee te denken over een plan met oplossingen;
  • De sociale teams hebben beschermtafels georganiseerd om samen met de gezinsleden zorgen over het gezin en de ontwikkeling van betrokken kinderen te bespreken.

Sociale teams

De sociale teams vervullen een spilfunctie in het sociaal domein. Zij zijn het eerste aanspreekpunt voor inwoners die een ondersteuningsvraag hebben. De teams verzorgen de toegang tot hulp en ondersteuning. Daarnaast leveren de teams zelf lichte ondersteuning. De teams (onderdeel van de eerste lijn) zijn daarmee een belangrijke schakel tussen de zogenoemde nulde lijn (voorliggend veld, informele netwerken, samenleving) en tweede lijn (maatwerkvoorzieningen, specialistische voorzieningen).

In 2021 hebben we verder gewerkt aan het versterken van de werkwijze en organisatie van de sociale teams. Daarbij hebben we ingezet op de volgende speerpunten:

  1. Harmonisatie: afstemmen van de werkwijze tussen de sociale teams onderling;
  2. Verzakelijking: in het bijzonder in de uitwerking van opdrachtgeverschap en opdrachtnemersrol tussen de gemeente en Kwartier;
  3. Transformatie: verschuiving van professionele hulpverlening naar het voorliggend veld en/of inwoners zelf.

Deze speerpunten zijn gebaseerd op de belangrijkste verbeterpunten uit de evaluatie van de sociale teams in 2018. Deze verbeterpunten zijn uitgewerkt binnen het project ‘Doorontwikkeling sociale teams’ dat in 2021 is afgerond. 

2.2.10 Beleidsindicatoren

indicatoren

Verplichte beleidsindicatoren Sociaal
Naam Indicator Eenheid Peiljaar M-G Nederland
Absoluut verzuim Aantal per 1.000 leerlingen 2018 1,5 1,9
2019 2,1 2,4
2020 2,3 2,7
Relatief verzuim Aantal per 1.000 leerlingen 2018 31 23
2019 27 26
Vroegtijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsv-ers) % deelnemers aan het VO en MBO onderwijs 2018 1,9% 1,9%
2019 1,9% 2,0%
2020 2,0% 1,7%
Banen Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd 15 – 64 jaar 2018 556,7 777,4
2019 577,9 793,9
2020 574,5 795,9
Jongeren met een delict voor de rechter % 12 t/m 21 jarigen 2018 1,0% 1,0%
2019 1,0% 1,0%
2020 1,0% 1,0%
Kinderen in uitkeringsgezin % kinderen tot 18 jaar 2018 8,0% 7,0%
2019 8,0% 6,0%
2020 8,0% 6,0%
Netto arbeidsparticipatie % van de werkzame beroepsbev. t.o.v. van de beroepsbev. 2018 64,1% 67,8%
2019 64,8% 68,8%
2020 63,9% 68,4%
Werkloze jongeren % 16 t/m 22 jarigen 2018 3,0% 2,0%
2019 3,0% 2,0%
2020 3,0% 2,0%
Personen met een bijstandsuitkering Aantal per 10.000 inwoners 2018 486,6 401,1
2019 470,1 381,7
2020 547,1 459,7
2021* 486,9 431,2
Lopende re-integratievoorzieningen Aantal per 10.000 inwoners van 15 – 64 jaar 2018 1009,6 305,2
2019 655,1 207,0
2020* 506,1 202,0
Jongeren met jeugdhulp % van alle jongeren tot 18 jaar 2018 15,3% 11,8%
2019 15,0% 12,3%
2020 14,7% 11,9%
2021* 13,0% 10,3%
Jongeren met jeugdbescherming % van alle jongeren tot 18 jaar 2018 1,5% 1,2%
2019 1,7% 1,2%
2020 1,6% 1,2%
2021* 1,5% 1,1%
Jongeren met jeugdreclassering % van alle jongeren van 12 tot 23 jaar 2018 0,4% 0,4%
2019 0,5% 0,4%
2020 0,4% 0,4%
2021* 0,3% 0,3%
Cliënten met een maatwerkarrangement WMO Aantal per 10.000 inwoners 2018 470 640
2019 820 680
2020 850 700
2021* 780 649
Demografische druk % 2018 74,4% 69,6%
Toelichting: Het aantal personen van 0 tot 20 jaar én 65 jaar of ouder per honderd personen van 20 tot 65 jaar. 2019 74,8% 69,8%
2020 75,3% 70,0%
2021 75,6% 70,1%
* Cijfers beschikbaar over het eerste halfjaar.

2.2.11 Financieel overzicht

Financieel overzicht sociaal

Bedragen x €1.000
Exploitatie Realisatie 2020 Begroting 2021 Begroting 2021 na wijzigingen Realisatie 2021 Verschil 2021
Lasten
Inkomensregelingen 40.024 43.248 38.624 35.614 3.010
(Werk)Participatie 17.946 18.148 18.696 17.957 739
Burgerparticipatie 2.541 2.303 3.069 2.984 85
WMO (oude taken) 7.423 7.184 7.917 8.005 -89
WMO Sociaal domein (nieuwe taken) 12.551 13.288 15.353 14.250 1.103
Accommodaties 1.358 1.481 1.105 1.329 -224
Jeugd 28.862 28.778 30.257 31.365 -1.109
Onderwijs 11.446 12.383 14.139 11.211 2.928
Totaal Lasten 122.151 126.813 129.159 122.715 6.444
Baten
Inkomensregelingen 34.535 36.270 32.892 31.914 978
(Werk)Participatie 2.626 2.350 2.823 2.805 18
Burgerparticipatie 15 113 112 175 -63
WMO (oude taken) 728 617 617 597 20
WMO Sociaal domein (nieuwe taken) 893 486 3.719 3.747 -28
Accommodaties 69 105 183 102 81
Jeugd 237 43 152 174 -21
Onderwijs 2.844 3.234 3.851 3.475 376
Totaal Baten 41.947 43.217 44.349 42.988 1.361
Gerealiseerd saldo van baten en lasten -80.205 -83.596 -84.810 -79.727 -5.083
Stortingen
(Werk)Participatie 0 0 360 360 0
Onderwijs 1.000 4.286 4.313 4.311 3
Totaal Stortingen 1.000 4.286 4.673 4.671 2
Onttrekkingen
Inkomensregelingen 90 0 121 121 0
Burgerparticipatie 125 0 181 181 0
WMO Sociaal domein (nieuwe taken) 110 14 60 36 23
Accommodaties 0 0 133 133 0
Jeugd 460 0 191 0 191
Onderwijs 2.950 6.900 8.088 5.180 2.909
Totaal Onttrekkingen 3.736 6.915 8.774 5.651 3.123
Mutaties reserves 2.736 2.629 4.101 980 3.121

Toelichting

Inkomensregelingen
Inkomensregelingen laat per saldo (lasten en baten) een voordelig resultaat zien van € 2.182.000. Dit wordt op hoofdlijn verklaard door vier componenten:

Bijzondere bijstand
In 2021 leverde de bezuinigingsmaatregel op bewindvoeringskosten fors meer op dan vooraf gedacht. Daarnaast waren de lasten voor bijzondere bijstand lager dan aanvankelijk verwacht. Tegen de verwachting in had corona beperkt resultaat op de arbeidsmarktsituatie. Hetgeen leidde tot een kleiner dan verwacht klantenbestand dat een beroep deed op bijzondere bijstand. Tezamen leverde dit een resultaat op van ruim € 530.000.

Lagere personele kosten
Tijdens de coronaperiode kon gedurende langere tijd geen fysiek klantencontact of huisbezoek plaatsvinden. Er is dan ook besloten om tijdens corona zowel de bestaande als ontstane (vertrek medewerkers) vacatureruimte niet direct in te vullen. Het voordeel van ruim € 510.000 dat hiermee samenhangt, is daarmee grotendeels incidenteel van aard. 

Herijking systematiek vorderingen debiteuren
Naar aanleiding van het opvolgen van het advies van onze accountant HZG is in 2021 de systematiek voor het bepalen van vorderingen van debiteuren gewijzigd. Door deze wijziging is er sprake van een eenmalig voordeel van afgerond € 460.000.

Diverse overige ontwikkelingen
Naast een klein voordeel op de BUIG (€30.000) en BBZ (€130.000), resteert er per saldo € 380.000 rondom de uitvoering van de ondersteuning van zowel ondernemers in het kader van de Tijdelijke Overbrugging Zelfstandig Ondernemers (TOZO) en de gedupeerden van de toeslagenproblematiek. Het bedrag dat we vanuit het Rijk ontvangen is gebaseerd op normbedragen en een potentieel aantal gerechtigden. De uitvoering van de benodigde werkzaamheden zijn binnen de bestaande organisatie uitgevoerd, waardoor de ontvangen vergoeding meer dan toereikend blijkt. Daarnaast zijn er mede door corona enkele onderschrijdingen op diverse budgetten binnen het product inkomensregelingen. In totaal tellen de afwijkingen op tot grofweg € 680.000. Een in het oog springend restant dat we voorstellen over te hevelen hangt samen met het onderdeel gemeentelijke kredietbank. De gemeentelijke kredietbank heeft tijdelijke coronagelden ontvangen voor Schuldhulp voor ondernemers (SHVO). Doordat de werkzaamheden pas later in het jaar zijn opgestart en ook nog ten laste van 2022 komen, zijn de middelen nog niet volledig besteed. Het betreft een bedrag van € 125.000 waarmee we ondernemers in 2022 kunnen ondersteunen bij schulden ten gevolge van corona. We stellen dan ook voor dit resterende bedrag over te hevelen naar 2022.

(Werk)participatie
De totale lasten op werkparticipatie zijn € 740.000 lager dan begroot. Het resultaat op het onderdeel Wedeka is € 200.000 euro positiever uitgekomen. Grotendeels door de ontvangen coronacompensatie in 2021 is het resultaat van Wedeka € 2.500.000 minder negatief. Daarin bedraagt het aandeel van onze gemeente € 190.000. De totale lasten van het BWRI Werkbedrijf zijn in 2021 € 415.000 lager. Ondanks corona is het resultaat van het Werkbedrijf fors positiever, waardoor het tekort minder negatief is dan verwacht.

Op het onderdeel Nieuw Beschut zijn de lasten € 230.000 hoger dan begroot, doordat er meer mensen een dienstverband hebben dan volgens taakstelling voorgeschreven. Dit wordt gecompenseerd door de in 2021 vanuit het UWV ontvangen compensatie voor uitbetaalde transitievergoedingen. De lagere lasten worden grotendeels veroorzaakt door lagere salarislasten SW.  De uitstroom (inclusief overlijdens) is de afgelopen twee jaar groter geweest dan in de begroting was opgenomen.

Wmo Sociaal domein (nieuwe taken)
Het product Wmo Sociaal domein (nieuwe taken) laat per saldo (lasten en baten) een voordelig saldo zien van € 1.131.000. Het product 'Begeleiding' heeft een positief resultaat van € 810.000. We zien in 2021 een afname van het aantal mensen dat gebruik maakt van de maatwerkvoorziening Begeleiding, zowel individueel- als groepsbegeleiding. Het is niet met zekerheid te stellen dat deze afname alleen veroorzaakt wordt door de naweeën van corona en het ontstaan van de wachtlijst bij het sociale team.

De geëscaleerde zorg heeft een positief resultaat van € 242.000. Dit resultaat is veroorzaakt door een administratieve fout als gevolg van het vereenvoudigen van de interne verdeling van de basissubsidie Kwartier (minder interne budgethouders).  Dit bedrag is onterecht bijgeraamd bij de voorjaarsnota 2021.

Accommodaties
Het product Accommodaties laat per saldo (lasten en baten) een nadelig resultaat zien van € 305.000. De totale lasten van het product accommodaties zijn € 224.000 hoger dan begroot. In verband met corona zijn er subsidies uitgegeven die € 68.000 hoger zijn dan begroot. Het gaat hier om compensatie voor coronaschade voor stichtingen, buurt- en belangenverenigingen. Dankzij deze uitkeringen kan het voortbestaan van deze organisaties worden gegarandeerd. In 2021 is er een beleidsadviseur gebiedsgericht werken aangetrokken. Zijn inzet was niet geraamd en zorgt voor een overschrijding van € 62.000. Tevens zijn de kosten voor energie in 2021 sterk toegenomen door een stijging van de energieprijzen. De overschrijding hierop is € 35.000. Daarnaast zijn er extra huurlasten gemaakt in verband met de tijdelijke huur van het dorpshuis Froombosch Ruitenvelder ten hoogte van € 24.000. Tot slot zijn er afwijkingen op diverse kleinere zaken van € 35.000.

De totale baten van het product accommodaties zijn € 81.000 lager dan begroot. In verband met corona is voor de dorpscentra de huur kwijtgescholden. Dit heeft een nadelig effect van € 71.000.

Jeugd
Het product Jeugd laat per saldo (lasten en baten) een nadelig resultaat zien van € 1.088.000. De totale lasten van het product Jeugd zijn € 1.109.000 hoger dan begroot. De kosten van jeugdhulp zijn de voorgaande jaren redelijk stabiel geweest. We zien dat er in 2021 sprake is van een trendbreuk. Deze trend is in 2020 al gestart, maar mede door corona zijn de totale kosten voor jeugdhulp vorig jaar lager uitgevallen dan in 2021. Naar alle waarschijnlijkheid heeft corona (en de uitgestelde hulp)  effecten. In de decembercirculaire hebben wij een bedrag van € 116.000 ontvangen voor de continuïteit van de jeugdzorg in verband met corona. Deze middelen zijn budgettair niet meer bij de kosten van jeugd verwerkt, maar dempen het tekort.

De kosten voor Zorg in Natura (ZIN), de Solidaire kosten en de Persoons Gebonden Budgetten (PGB) zijn communicerende vaten. Ten opzichte van de actuele begroting stijgen deze kosten met ongeveer € 1.205.000. De kostenstijging is mede veroorzaakt door indexering van de tarieven. Daarnaast worden de kosten beïnvloed door:

  • meer zware zorg (dus problematiek);
  • De kosten lijken het hardst te stijgen bij cliënten van sociale teams;
  • De kosten stijgen vooral in de ambulante productgroep;
  • Dalend aantal cliënten en kosten PGB;
  • Correctie kosten boekjaar 2016/2017.

Ook de kosten voor maatwerk pakken dit jaar hoger uit. Dit komt voornamelijk door de subsidie voor een tweejarige pilot van de Toverboom om de sociale veerkracht van de lokale samenleving te bevorderen en een toename van de kosten van gezinsondersteuning.  Ten opzichte van de begroting zijn de kosten voor inspecties van de kinderopvang € 55.000 hoger geweest.  Ten eerste heeft de GGD vanwege coronamaatregelen beperkt geïnspecteerd in 2020. In 2021 heeft de GGD een inhaalslag gemaakt. Daarnaast zijn de tarieven voor de inspecties gestegen.

Er heeft een overheveling plaats gevonden van middelen voor de inzet van de sociaal en emotionele ondersteuning aardbevingen ter hoogte van € 191.000, welke met de VJN2021 is verwerkt in de begroting 2021. De middelen zullen worden overgeheveld naar 2022 en worden ingezet als dekking voor de inzet van de jeugdondersteuners.

Onderwijs
Het product Onderwijs laat per saldo (lasten en baten) een voordelig resultaat zien van € 2.563.000. 

Scholenprogramma
Onder het product Onderwijs worden de eenmalige lasten van het Scholenprogramma verantwoord. Doordat de sloop en het afboeken van de restantboekwaarden bij een aantal projecten net niet meer in 2021 werd gerealiseerd, maar in 2022 zal worden gerealiseerd, zijn de lasten € 2.861.000  lager. Deze lasten worden volledig gedekt vanuit bijdragen en onttrekkingen aan de reserve Scholenprogramma. Doordat de dekking vanuit bijdrage € 45.000 hoger is en vanuit onttrekkingen € 2.906.000 lager, heeft dit per saldo geen effect op het resultaat.

Onderwijsachterstandenbeleid
Er is € 401.000 minder uitgegeven aan Onderwijsachterstandenbeleid dan begroot, hier staat voor hetzelfde bedrag aan minder inkomsten tegenover. Dit betreft gelabelde middelen vanuit het Rijk, die aan onderwijsachterstanden besteed dienen te worden en ook als zodanig verantwoord. Het niet gebruikte deel van 2021 wordt ingezet in 2022 en daarna ingezet op het versterken van het onderwijskansenbeleid en de inzet van jeugdondersteuners. 
Er is sprake van een aanzienlijke groei van het budget door het toepassen van een nieuwe verdeelsleutel. Hierin wordt meer rekening gehouden met sociaal maatschappelijke problematiek. Tegelijkertijd kon ook in 2021 door de coronamaatregelen niet aan alle activiteiten uitvoering gegeven worden. Ook was er sprake van een lichte daling in deelname aan de voorschoolse educatie. Om de (extra/resterende) middelen ook effectief in te zetten hebben we Oberon gevraagd de huidige situatie rond onderwijskansen in Midden-Groningen in beeld te brengen en samen met onderwijs en kinderopvang de huidige aanpak te evalueren en te bepalen wat aanvullend op de huidige aanpak nog passende en zinvolle interventies zijn voor kinderen in Midden-Groningen. De extra middelen worden hiervoor benut. Daarnaast hebben we met het onderwijs een plan van aanpak jeugdondersteuners opgesteld. Dit gaan we vanaf 2022 uitvoeren. Een deel van de kosten van de jeugdondersteuners zal met het overschot in de onderwijskansenmiddelen worden bekostigd.

Vastgoed
Er is € 300.000 meer uitgegeven aan vastgoedkosten onderwijs dan begroot.  Er is € 100.000 meer uitgegeven aan energielasten. De kosten voor energie zijn in 2021 sterk toegenomen. Dit had onder andere te maken met de toenemende vraag naar energie en het gastekort door beperkt aanbod wereldwijd tijdens de coronacrisis. Het verbruik binnen de gebouwen is hier amper debet aan. Ook is er € 100.000 meer uitgegeven aan schoonmaakkosten. Hierbij gaat het voornamelijk om 4 gebouwen met een grote afwijking. Mars 1 Hoogezand met € 13.000, Pluvierstraat 11 Foxhol met € 10.000, Boomgaard 31-37 Sappemeer met € 36.000 en Schoolstraat 2 Noordbroek met € 28.000. Dit is vanuit facilitair en gebouwenbeheer niet juist begroot. Tot slot is er € 100.000 meer uitgegeven aan onderhoudskosten dan begroot. Dit is voornamelijk op installaties.  We kunnen niet precies aangeven waar dit aan ligt. Op bijna alle gebouwen is een relatief kleine overschrijding die optellen tot een hoog bedrag.

Mutatie reserves

Onttrekkingen Onderwijs: € 2.909.000 N voor het scholenprogramma. Dit nadeel ontstaat doordat er minder eenmalige lasten in het scholenprogramma waren in 2021 om te dekken. Dit nadeel bij de reservemutaties valt weg tegen het voordeel van de € 2.861.000 lagere lasten bij het product onderwijs. Samen met de hogere bijdrage derden van € 45.000 heeft dat per saldo geen effect op het resultaat.