De belangrijkste financiële risico’s bij de uitvoering van het treasury-beleid zijn de renterisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitenrisico’s en koersrisico’s. Aangezien de gemeente geen leveranciers en afnemers kent van buiten de eurolanden zijn koersrisico’s niet aanwezig. Blijven over de rente-, krediet- en liquiditeitenrisico’s.
Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet is de toelaatbare omvang van de netto vlottende schuld om op de korte termijn het renterisico te beheersen. De risico’s zijn groot door mogelijke fluctuaties op de geldmarkt.
Onder de vlottende schuld vallen alle financieringen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar. De limiet is door de minister van Financiën vastgesteld op 8,5% van de omvang van de primaire begroting. De limiet is het maximale bedrag dat met kortlopende leningen mag worden gefinancierd. De liquiditeitspositie heeft betrekking op de financiering met een rentetypische looptijd van korter dan een jaar. De liquiditeitspositie is het saldo van (a) de vlottende of korte schulden, zoals schulden in rekening-courant en in bewaring zijnde kasgelden van derden en (b) de vlottende middelen zoals kasgelden en tegoeden in rekening-courant. De gemiddelde liquiditeitspositie van de drie kwartaalmaanden wordt getoetst aan het bedrag van de kasgeldlimiet. Als de gemiddelde liquiditeitspositie van drie achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet overschrijdt, dan dient de gemeente de drie kwartaalrapportages toe te zenden aan de toezichthouder (de provincie), met daarbij een plan om weer te voldoen aan de kasgeldlimiet.
Voor 2021 is het begrotingstotaal van de primaire begroting € 238.013.000, dus is de toegestane kasgeldlimiet €22,9 mln. De conclusie is dat de gemeente in 2021 ruim heeft voldaan aan de kasgeldlimiet.
Renterisiconorm en renterisico’s
Met de wet HOF zijn de Europese afspraken van het stabiliteits- en groeipact en het al bestaande Nederlandse budgettaire beleid vanaf 1 januari 2014 wettelijk verankerd. De Wet Hof bepaalt onder meer dat Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen een gelijkwaardige inspanning leveren bij het op orde brengen van de overheidsfinanciën. Daarmee worden de tekorten van gemeenten of provincies door de Europese Commissie meegeteld bij de berekening van het begrotingstekort, dat volgens de EU-regels niet meer dan drie procent mag bedragen.
EMU-saldo
De berekening van het EMU-saldo is in paragraaf 4.5 opgenomen.