3.2 Paragraaf lokale heffingen

Inleiding

Inleiding

In de Paragraaf lokale heffingen leggen we verantwoording af over de belangrijkste financiële ontwikkelingen van de gemeentelijke belastingen in het afgelopen jaar. De paragraaf is bestaat uit de volgende onderdelen:

  • De inkomsten;
  • Het beleid dat we voeren;
  • De kostendekking van de heffingen;
  • De belastingdruk voor de burger in vergelijking met die in buurgemeenten;
  • Het kwijtscheldingsbeleid.

Inkomsten lokale heffingen

Inkomsten lokale heffingen

In onderstaande tabel zijn de opbrengsten uit lokale heffingen in 2021 weergegeven. In de laatste kolom staat het verschil tussen de begroting en de realisatie. Onder de tabel staat een korte uitleg van de afwijkingen. 

Opbrengsten lokale heffingen

  

Lokale heffingen
Onderdeel Begroot 2021 Begroot 2021 na wijziging Realisatie 2021 verschil
Onroerende zaakbelasting woningen Eigenaren 10.307 11.512 11.535 23
Onroerende zaakbelasting niet woningen - Eigenaren 5.516 5.016 5.023 7
Onroerende zaakbelasting niet woningen - Gebruikers 4.005 3.755 3.722 -33
Rioolheffing 5.714 5.714 5.580 -134
Afvalstoffenheffing 6.837 6.284 6.289 4
Toeristenbelasting 250 250 292 42
Begraafplaatsen 210 210 286 76
Leges 1.500 1.950 2.574 624
Marktgelden 9 9 8 -1
Totaal 34.348 34.700 35.308 607
bedragen x € 1.000

De afwijking bij de OZB komt vooral doordat er ten gevolge van bezwaarschriften minder waarde aan niet-woningdelen is toegerekend en meer aan woningen.  Dit verschil is ten opzichte van de gewijzigde begroting overigens beperkt.

De toeristenbelasting heeft betrekking op het belastingjaar 2020. Deze heffing wordt immers pas achteraf opgelegd. De meeropbrengst ten opzichte van de begroting komt waarschijnlijk doordat er vanwege corona meer vakanties in het binnenland geboekt zijn. 

De hogere opbrengst van de begraafplaatsen (lijkbezorgingsrechten) is het gevolg van een wijziging in het invorderingsproces, waardoor de nota's sneller betaald worden. In 2021 is een inhaalslag gemaakt met oude vorderingen.

De lagere opbrengst van de rioolheffing komt voor een deel doordat de heffing voor grootverbruikers te hoog was geraamd. In het afvalwaterbeleidsplan is uitgegaan van een opbrengst van € 203.000 en dat bleek circa € 100.000 minder te zijn. In de prognose is indertijd geen rekening gehouden met het feit dat veel ingenomen water niet afgevoerd wordt, maar in het productieproces verdwijnt. Voor een ander deel gaat het om verminderingen op basis van een uitspraak van de Rechtbank. Dit betrof de jaren 2018 en 2019, maar is in 2021 bekend geworden en afgeboekt.

Er is een forse meeropbrengst van de leges voor omgevingsvergunningen. Er zijn veel meer aanvragen voor aanbouw en verbouw van woningen geweest. Ook dit is een effect van de coronabeperkingen: tijdens lockdowns hebben mensen meer investeringen in de woning gedaan. Van het gerealiseerde bedrag van € 2,5 miljoen over het belastingjaar 2021 is ongeveer € 700.000 in het kalenderjaar 2022 opgelegd. 

Beleid lokale heffingen

Beleid lokale heffingen

Lokale heffingen kunnen we als volgt verdelen: 
• Vrij te besteden belastingen: de onroerende-zaakbelasting (OZB) en de toeristenbelasting;
• Aan een doel gebonden heffingen: de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De opbrengst van de afvalstoffenheffing moet gebruikt worden voor de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval;
• Rechten: de leges, de lijkbezorgingsrechten en markt- en liggelden. Het gaat hier om diensten die de gemeente verleent of laat verlenen en waarbij er een individueel belang voor de aanvrager is. 

Onroerende zaakbelastingen (OZB)
De OZB is de belangrijkste gemeentelijke belasting. De OZB kent drie verschillende tarieven. Eén voor de eigenaren van woningen, één voor de eigenaren van niet-woningen en één voor de gebruikers van niet-woningen. Onder niet-woningen verstaan we kantoren, winkels of scholen, maar ook bijvoorbeeld straatmeubilair, trafo’s of onbebouwde grond. Meer dan deze drie tarieven mag de gemeente niet hanteren. We zijn verplicht om sommige objecten, zoals kerken en landbouwgrond, buiten de heffing te houden. Naast deze verplichte vrijstellingen kan een gemeente ervoor kiezen om zelf bepaalde soorten onroerende zaken vrij te stellen van OZB. Vanwege het gelijkheidsbeginsel zijn we daar terughoudend in. Daarentegen kunnen niet-commerciële organisaties zoals sportverenigingen, culturele instellingen of buurthuizen een compensatie krijgen.
De hoogte van de OZB-aanslag is afhankelijk van de waarde van een object en van de door uw raad vastgestelde tarieven. De taxateurs van de gemeente stellen elk jaar de nieuwe waarden vast op basis van de Wet waardering onroerende zaken (Wet woz). Degene die op 1 januari van het jaar als eigenaar en/of gebruiker geregistreerd staat moet de belasting betalen. Voor het belastingjaar 2021 geldt de waarde van de onroerende zaak per 1 januari 2020. Algemeen uitgangspunt van onze gemeente is dat we de opbrengst jaarlijks aanpassen met het zogeheten consumenten prijsindexcijfer (CPI). We nemen daarbij het laatst afgeronde jaar. Dat betekent dus dat de geraamde opbrengst van de OZB is verhoogd met 2,6%; het CPI van 2019.

Rioolheffing
De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet verankering en bekostiging gemeentelijke watertaken. Dat betekent niet alleen de zorgplicht voor opvang en transport van afvalwater en hemelwater, maar ook voor de beheersing van het grondwaterpeil in de bebouwde kom. De kosten hiervoor dekken we uit de rioolheffing; een naam dus die de lading niet volledig dekt. In onze gemeente betalen alle eigenaren van percelen een vast bedrag voor de rioolheffing. Voor objecten kleiner dan 50 m2 geldt een lager tarief. Daarnaast hebben we een heffing voor grootverbruikers, waarbij het aantal afgevoerde kubieke meters afvalwater de grondslag is. Zo geven we het principe ‘de vervuiler betaalt’ vorm. De kosten en de baten van de rioolheffing berekenen we elk jaar opnieuw met als uitgangspunt 100% kostendekking, in plaats van aanpassing met het CPI. Het is niet toegestaan meer inkomsten te ramen dan uitgaven. Als na afloop van het jaar blijkt dat er toch meer is binnengekomen, dan moet dat bedrag gereserveerd blijven voor de gemeentelijke watertaken. 

Afvalstoffenheffing
De gemeente heeft vanuit de Wet milieubeheer de plicht om zorg te dragen voor inzameling en verwerking van huishoudelijk afval. Dat bestaat niet alleen uit de wekelijkse ophaaldienst, maar ook uit de afval-aanbrengpunten en het opruimen van zwerfvuil. De kosten daarvoor betalen we uit de afvalstoffenheffing. Deze heffing stuurt de gemeente naar alle huishoudens waar huishoudelijk afval kan ontstaan, behalve in situaties waarin het verzorgingsaspect het belangrijkst is. We hebben het diftarsysteem. Dat betekent een differentiatie van de tarieven. In onze gemeente houdt dit in dat elk huishouden een bedrag voor vastrecht betaalt en daarnaast een bedrag dat afhankelijk is van het aantal keren dat de containers worden aangeboden en geleegd. Dit is dus ook volgens het principe ‘de vervuiler betaalt’.
De aanslag afvalstoffenheffing rolt na afloop van het belastingjaar, als het aantal afvalledigingen bekend is, in de bus. Bij de afvalstoffenheffing streven we naar 100% kostendekking. In 2021 is de kostendekking uitgekomen op 80%.

Toeristenbelasting
Deze belasting is niet gebonden aan een kostenberekening en is vrij te besteden. We willen de opbrengst wel zoveel mogelijk gebruiken voor kosten die te maken hebben met recreatie en toeristische voorzieningen. De gemeente brengt toeristenbelasting in rekening bij degene die gelegenheid geeft tot verblijf; de recreatieve ondernemer. Deze kan de belasting verhalen op de gasten. We hebben een vast tarief per overnachting en een tarief per kampeerplaats voor campings.

Lijkbezorgingsrechten
Lijkbezorgingsrechten vraagt de gemeente voor het recht op een graf, voor onderhoud van de begraafplaatsen en voor het begraven zelf. Verder zijn er, afhankelijk van de verschillende begraafplaatsen, nog aanvullende diensten. De harmonisatie van het beleid krijgt in 2022 gestalte; de verordeningen lijkbezorgingsrechten van de drie herindelingsgemeenten zijn eerder al in elkaar geschoven. Ook voor de lijkbezorgingsrechten geldt de opbrengstlimiet. Er is echter geen sprake van kostendekkendheid in onze gemeente.

Liggelden
Alleen in het haventje van Zuidbroek heffen we liggelden. De exploitatie daarvan is in handen van de beheerder van de haven. De tarieven zijn niet kostendekkend. In de loop van het komende jaar stellen we een visiedocument op over het gebruik van water als ligplaats, zowel voor toeristen als voor woonboten. Dan komt ook de discussie over de tariefstelling.

Marktgelden
Marktgelden heffen we voor de locatie aan de Hoofdstraat in Hoogezand; de enige aangewezen markt in onze gemeente. De overige plaatsen zijn standplaatsen (al dan niet tijdelijk), waarvoor legesheffing is geregeld in de legesverordening. Indexering is hier van toepassing.

Leges
Onder de naam ‘leges’ heffen we een groot aantal verschillende rechten voor verstrekte diensten. Deze rechten lopen uiteen van de uitgifte van een paspoort, het sluiten van een huwelijk, tot een omgevingsvergunning voor het bouwen van een zonnepark. Belangrijke voorwaarde voor legesheffing is dat de aanvrager een persoonlijk, individualiseerbaar belang moet hebben bij de dienst. De belastingplicht ontstaat meestal op het moment van aanvragen. Deze diensten hebben we in de legesverordening in een drietal titels bij elkaar gezet:
• Titel 1 Algemene dienstverlening;
• Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/ omgevingsvergunning;
• Titel 3 Dienstverlening vallend onder de Europese Dienstenrichtlijn.

Onder titel 1 vallen vooral de diensten van Burgerzaken. Denk aan de verstrekking van een paspoort of rijbewijs. Onder titel 2 vallen de diensten van Omgevingsdienst voor het verlenen van omgevingsvergunningen en van de gemeente voor wijzigingen van een bestemmingsplan. Onder titel 3 vallen de vergunningen voor ondernemers, zoals een drank- en horecavergunning of een evenementenvergunning.

Kostendekking van de heffingen

Kostendekking van de heffingen

Voor het berekenen van de kostendekking maken we gebruik van een zogeheten kostenverdeelstaat. In deze kostenverdeelstaat rekenen wij kosten toe aan een heffing:
• Directe lasten
• Indirecte lasten (overhead)

Toerekening directe lasten
Dit zijn de lasten die rechtstreeks te maken hebben met de uitvoering van taken. Ze staan dan ook verantwoord binnen een taakveld. Een voorbeeld is het Taakveld Riolering: daar staan onder meer de kapitaallasten, de loonkosten van de medewerkers en kosten voor kolken en vegen op. Deze kosten zijn rechtstreeks toe te rekenen aan de rioolheffing.

Toerekening indirecte lasten
Onder de indirecte kosten valt de opbrengstderving door kwijtschelding, maar ook perceptiekosten (de kosten om de heffing daadwerkelijk te verkrijgen). Ook de te betalen BTW over de directe lasten en over de investeringen valt hieronder. Daarnaast rekenen we overhead toe. Dat betekent dat we kosten van administratie, personeelszaken, facilitair en automatisering als een opslagpercentage op de directe personeelskosten meetellen. In de Financiële Verordening 2020 is de methodiek voor de toerekening van overhead verantwoord.
In de onderstaande tabellen zien we de kostendekking van achtereenvolgens de rioolheffing, de afvalstoffenheffing, de leges en de lijkbezorgingsrechten.

Kostendekkendheid van de rioolheffing

Kostendekkendheid Rioolheffing
Onderdeel Realisatie 2020 Begroot 2021 Begroot 2021 na wijziging Realisatie 2021
Kosten taakveld 7.2 Riolering * 4.605 4.289 4.290 4.585
Inkomsten taakveld excl. Heffingen -18 -45 -44 -60
Netto kosten taakveld 7.2 Riolering 4.586 4.244 4.246 4.526
Overhead 2018 en 2019 (3% taakveld 0.4, max. € 350.000)
Overhead m.i.v. 2020 (naar rato directe personeelskosten) 686 604 364 325
Kwijtschelding 7 10 10 5
Perceptiekosten 46 57 57 57
BTW op exploitatie en investeringen 470 821 677 668
Totale kosten 5.795 5.736 5.354 5.580
Opbrengst rioolheffingen -5.788 5.714 5.714 5.580
Dekkingspercentage 100% 100% 107% 100%
* incl. storting egalisatievoorziening Rioolheffing 690 300 478 975
bedragen x € 1.000

Voor de afwijkingen binnen taakveld 7.2 wordt verwezen naar de toelichting op riolering in de financiële analyse onder programma 1.

De toegerekende loonkosten zijn € 130.000 lager dan geraamd. Daarnaast is de toevoeging aan de voorziening dubieuze debiteuren rioolheffing lager dan begroot (€ 71.000). Door deze lagere kosten en als basis lagere loonkosten van de gehele organisatie (zie programma 6) is de toerekening aan overhead met ca. € 300.000 lager dan geraamd. Dit totaal van lagere toegerekende kosten heeft een effect op de storting in de voorziening. Omdat uitgegaan wordt van 100% kostendekkendheid is het verschil van circa € 500.000 extra gestort in de voorziening.

Kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing

Kostendekkendheid Afvalstoffenheffing
Onderdeel Realisatie 2020 Begroot 2021 Begroot 2021 na wijziging Realisatie 2021
Kosten taakveld 7.3 Afval *) **) 7.621 6.989 6.839 6.758
Inkomsten taakveld excl. heffingen *) ***) -2.530 -1.631 -1.638 -1.438
Netto kosten taakveld 7.3 Afval 5.092 5.358 5.201 5.320
Overhead 2018 en 2019 (3% taakveld 0.4, max. € 350.000)
Overhead m.i.v. 2020 (naar rato directe personeelskosten) 1.509 1.827 1.363 1.327
Kwijtschelding 369 210 327 387
Perceptiekosten 67 67 67 67
BTW op exploitatie 991 1.128 819 801
Totale kosten 8.027 8.590 7.777 7.901
Opbrengst afvalstoffenheffingen -5.719 -6.837 -6.284 -6.289
Dekkingspercentage 71% 80% 81% 80%
*) incl. storting /onttrekking egalisatievoorziening Afvalstoffenheff. -466 -644 -760 184
**) excl. bedrijfsafval lasten 82 103 11 12
***) excl. bedrijfsafval baten -21 -20 -20 -18
bedragen x € 1.000

Het jaar 2021 kent afwijkingen m.b.t. de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing, zowel aan de inkomstenkant als aan de kostenkant. 

Ten eerste zijn de inkomsten uit fractievergoedingen papier hoger dan begroot. Dit komt doordat een aanbesteding is afgerond en daarnaast zijn de prijzen fors gestegen. In het begin van 2021 lag de opbrengst rond de € 15 per ton, die prijs is opgelopen tot € 165 per ton. Dit resulteert in een voordeel van € 210.000. Ten tweede is een voordeel van € 228.000 op de fractievergoedingen kunststoffen behaald. Dit verschil wordt veroorzaakt door correcties uit eerdere jaren. Bij de opgaven aan het afvalfonds is in de jaren 2018 en 2019 te weinig verantwoord, waardoor de eindafrekeningen (die in 2021 ontvangen zijn) hoger zijn dan destijds verantwoord. Tot slot zijn de inkomsten uit het brengstation € 120.000 hoger dan begroot. Net als voorgaand jaar is hier sprake van een corona effect.  Mensen verbouwen meer en ruimen daarnaast meer afval op.

Aan de kostenkant zien we dat de loonkosten € 130.000 lager zijn dan begroot. Door lagere loonkosten van de gehele organisatie (zie programma 6) en de lagere loonkosten binnen afval, is de overhead circa  € 500.000 lager uitgevallen. Daarentegen zijn de kosten aan kwijtschelding 176.000 hoger dan geraamd. Tot slot is de BTW € 328.000 lager dan begroot doordat minder investeringen zijn gerealiseerd.

 

Belastingdruk (woonlasten)

Belastingdruk (woonlasten)

We kijken hoe de woonlasten (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing) in onze gemeente zich ontwikkeld hebben in 2021. Bij deze vergelijking gaan we uit van een koopwoning met een gemiddelde WOZ-waarde. De afvalstoffenheffing is gesteld op het vastrecht plus het bedrag van het gemiddelde afvalaanbod in 2021 (negen keer een container van 240 liter). De rioolheffing is een vast bedrag. 

Belastingdruk

Belastingdruk
Begroting 2021 Jaarrekening 2021
OZB 372 416
Afvalstoffenheffing 246 234
Rioolheffing 190 190
Totaal 808 840
bedragen in €

Woonlasten

De gemiddelde woonlasten zijn ten opzichte van de begroting met € 32 gestegen. Dat komt vooral door een hogere OZB opbrengst voor woningen. De tarieven van de afvalstoffenheffing zijn met 5% verhoogd, maar het gemiddelde afvalaanbod is in 2021 lager gebleken, waardoor de last voor onze inwoners is afgenomen. 

Het onderstaande overzicht geeft een beeld van de lastendruk van Midden-Groningen in vergelijking met omliggende gemeenten. De cijfers van onze buurgemeenten zijn gebaseerd op het jaarlijkse onderzoek van COELO naar de belastingverordeningen.

Woonlasten Midden-Groningen 2021 en omliggende gemeenten (bron COELO)
Gemeente Ozb Afval Riool Totaal
Tynaarlo 324 146 166 636
Stadskanaal 337 211 177 725
Eemsdelta/Loppersum 281 216 237 734
Aa en Hunze 316 253 168 737
Eemsdelta/Delfzijl 281 268 237 786
Veendam 372 292 124 788
Eemsdelta/Appingedam 281 280 237 798
Oldambt 374 214 235 823
Midden-Groningen 416 234 190 840
Groningen 395 304 142 841
Pekela 361 316 185 862
Westerwolde 349 295 285 929
bedragen in €
*) Ozb voor een woning met gemiddelde waarde, afvalstoffenheffing tweepersoonshuishouden en rioolheffing voor eigenaar/bewoner

Kwijtscheldingsbeleid

Kwijtscheldingsbeleid

De belastingen waar kwijtschelding voor mogelijk is zijn de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. De kwijtschelding wordt via geautomatiseerde toetsing voor een zo groot mogelijk deel van de doelgroep direct geregeld. Zij zien dit op de aanslag staan en hoeven geen aanvraag meer in te dienen.

Kwijtscheldingen
Kwijtscheldingen Begroot 2021 Begroot 2021 na wijziging Realisatie 2021 verschil
Afvalstoffenheffing 210 327 375 47
Rioolheffing 10 10 5 -5
OZB 10 10 7 -3
Totaal 230 347 387 40
bedragen x € 1.000

We hebben de verantwoordingsmethodiek van de kwijtschelding vorig jaar aangepast vanwege de splitsing in geautomatiseerde kwijtschelding vooraf en handmatig beoordeelde kwijtschelding achteraf.  De afvalstoffenheffing leggen we immers na afloop van het belastingjaar op.

De geautomatiseerde kwijtschelding over 2021 is verwerkt op de belastingaanslagen die eind februari 2022 verstuurd zijn en bedraagt in totaal € 227.973. De in 2021 handmatig beoordeelde kwijtscheldingaanvragen, die betrekking hadden op eerdere jaren én de kwijtschelding voor rioolheffing en OZB, bedragen in totaal € 158.842.