2.6 Programma Bestuur en bedrijfsvoering

2.6.0 Inleiding

Onder het programma Bestuur en bedrijfsvoering is geen aparte visie en/of doelstelling opgenomen. Deze komen, voor zover relevant, terug in de desbetreffende paragrafen. In het programma zelf begroten wij de belangrijkste inkomstenstroom van de gemeente; de algemene uitkering. 

2.6.1 Bestuur en bedrijfsvoering

Inleiding

Omdat een groot deel van de hier op te nemen informatie is opgenomen in de paragrafen “Bestuur” en “Bedrijfsvoering” wordt hier volstaan met een korte toelichting op de ontwikkeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds, een toelichting op de budgetraming ‘Overhead’, de stand van de algemene reserve per 1/1/2022, een overzicht van de te betalen vennootschapsbelasting en een overzicht van de post onvoorzien.

De gehanteerde uitgangspunten voor het samenstellen van deze begroting zijn:

• De begroting 2022 is ‘beleidsarm’ samengesteld. Het bestaande beleid is doorgetrokken.
• Realistisch zicht op een Algemene reserve met een redelijke buffer.
• Een sluitende begroting 2022 én het meerjarenperspectief tot en met 2025.
• De in de voorjaarsnota 2021 opgenomen ontwikkelingen zijn verwerkt.

Ontwikkeling algemene uitkering uit het gemeentefonds

De algemene uitkering uit het gemeentefonds is geraamd op basis van de meicirculaire 2021.  De effecten van de meicirculaire zijn betrokken bij de voorjaarsnota 2021. Ten opzichte van de voorjaarsnota 2021 is de raming van de algemene uitkering 2022 met circa € 8 ton toegenomen. Dit wordt in hoofdzaak veroorzaakt doordat het Rijk de incidentele compensatie jeugdhulp 2022 heeft vastgesteld op € 5,8 miljoen. In de Voorjaarsnota  hebben we in afwachting van nadere informatie over de incidentele compensatie van het Rijk  voorzichtigheidshalve een raming opgenomen van  € 5 miljoen. Rijk, IPO en VNG hebben afgesproken dat gemeenten in hun meerjarenraming voor de jaarschijven 2023 tot en met 2024 rekening mogen houden met 75% van de bedragen uit de Hervormingsagenda Jeugd. Dit resultaat komt in de plaats van het bedrag van  structureel € 300 miljoen waarmee rekening mocht worden gehouden. Voor onze gemeente betekent dit ten opzichte van de raming voorjaarsnota een hogere algemene uitkering voor de jaren 2023 tot en met 2025 van respectievelijk € 3,5 miljoen , € 3,2 miljoen  en € 2,9 miljoen. Daarnaast is in de meerjarenraming rekening gehouden met de effecten van het invoering van het nieuwe verdeelmodel - voorzien vanaf 2023- beschermd wonen. Op basis van door het Rijk gepubliceerde rekenmodellen en de voorgestelde overgangsregeling voor beschermd wonen houden we voor de jaren 2023 tot en met 2025 rekening met een hogere algemene uitkering van respectievelijk € 500.000, € 1, 7 miljoen en € 2,6 miljoen.  Hierbij is nog geen rekening gehouden de nacalculatie uitname Wet langdurige zorg. Nadere informatie  volgt waarschijnlijk bij de septembercirculaire 2021.     

Naast de positieve ontwikkelingen van extra middelen voor Jeugd en beschermd wonen  zien we ook nog steeds een risico, namelijk de herijking van het gemeentefonds. De eerste uitkomsten hiervan in februari 2021 waren voor onze gemeente zeer nadelig. Samen met andere gemeenten in Groningen en Friesland hebben we bij het ministerie aangegeven dat de uitkomsten onaanvaardbaar zijn. Inmiddels heeft BZK na alle ophef het voorstel eind juli herzien en in augustus nogmaals geactualiseerd met cijfers van 2019. In dit nieuwe voorstel komen de meeste gemeenten in Groningen en Friesland er weliswaar beter van af, maar zijn de gevolgen nog steeds heftig. Dit ook tegen de achtergrond dat gemeenten in het Noorden kampen met grote tekorten als gevolg van de decentralisaties in het sociaal domein en de daaraan gekoppelde bezuinigingen. Het financiële effect voor onze gemeente  ging van circa - € 155 per inwoner in februari via - € 100 in juli naar circa - € 58 in augustus.

De provincie (toezichthouder gemeentefinanciën) heeft aangegeven dat gemeenten, in afwachting van de definitieve besluitvorming van het nieuwe kabinet, de effecten van de herijking  van het gemeentefonds niet mogen verwerken in de raming van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Het herverdeeleffect hebben we daarom meegenomen in de risicoparagraaf.

Overhead

Op grond van het BBV behoort in de begroting een overzicht te worden opgenomen van de ‘Overhead’ in de organisatie. Hoofdlijn begroting 2022 ’Wat direct kan worden toegerekend, wordt direct toegerekend’.

  • Ondersteunende taken zijn niet direct dienstbaar aan de externe klant of het externe product en behoren derhalve tot de overhead. Wanneer deze ondersteunende taken worden uitbesteed, behoren de uitbestedingskosten bedrijfsvoering tot de overhead;
  • Sturende taken, vervuld door hiërarchisch leidinggevenden behoren tot de overhead. De bijbehorende loonkosten behoren ondeelbaar tot de overhead;
  • De positionering van een functie binnen de organisatie heeft geen invloed op de beoordeling of er sprake is van overhead.

De overheadkosten in de meerjarenbegroting zien er als volgt uit.

Overhead
Omschrijving realisatie 2020 Gewijzigde begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025
Saldo lasten en baten
overhead 25.766 27.291 27.458 27.763 28.044 28.375
25.766 27.291 27.458 27.763 28.044 28.375
bedragen x € 1.000

Algemene reserve

Voor wat betreft de specificaties van mutaties in de reserves wordt verwezen naar het onderdeel ‘Uiteenzetting financiele positie’ / “Reserves en voorzieningen”. Daar vindt u ook de stand van de reserves en voorzieningen, die wij jaarlijks herijken en ziet u de toevoeging en aanwending van de reserves, die in de budgetonderdelen van de themas zijn verwerkt.

De stand van de algemene reserve voor de begroting 2022 ziet er als volgt uit.

Algemene reserve
Omschrijving Boekwaarde stand 01/01/2022 storting 2022 onttrekking 2022 Boekwaarde stand 31/12/2022
algemene reserve (algemeen) 8.679 8.679
Totaal 8.679 0 0 8.679
bedragen x € 1.000

Vennootschapsbelasting

De gemeente is niet aangemerkt als ondernemer door de Belastingdienst. Er wordt jaarlijks een toets uitgevoerd of er winst gemaakt wordt op niet-overhedentaken. Indien dit winstbedrag structureel is wordt de gemeente voor die betreffende activiteit als ondernemer aangemerkt en vallen we onder de vennootschapsbelasting.  Dit is  naar verwachting voor de betreffende begrotingsjaren niet het geval.

Vennootschapsbelasting
Omschrijving realisatie 2020 Gewijzigde begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025
Saldo lasten en baten
heffing VPB 0 0 0 0 0 0
Totaal 0 0 0 0 0 0
bedragen x € 1.000

Onvoorzien

Als onvoorzien is een gering vast bedrag voor de toekomstige jaren opgenomen. Dit betreft een stelpost ter dekking van tegenvallers, c.q. niet voorziene uitgaven waar gedurende het begrotingsjaar alsnog prioriteit aan toe wordt gekend. Hierbij is uitgegaan van een bedrag van € 2,27 per inwoner.

Onvoorzien
Omschrijving realisatie 2020 Gewijzigde begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025
Saldo lasten en baten
onvoorzien 0 -138 -138 -138 -138 -138
Totaal 0 -138 -138 -138 -138 -138
bedragen x € 1.000

2.6.2 Verplichte beleidsindicatoren (BBV)

Programma Bestuur en bedrijfsvoering
Naam Indicator Eenheid Gebied 2017 2018 2019 2020 2021
Gemiddelde WOZ-waarde In Euro’s (x €1.000) Midden-Groningen 152 153 168 172 -
Nederland 217 230 248 270 -
Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden In Euro’s Midden-Groningen 644 - 693 762 806
Nederland 644 651 665 700 733
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden In Euro’s Midden-Groningen 694 - 732 813 852
Nederland 723 721 735 773 810
Formatie Fte per 1.000 inwoners Midden-Groningen - 8,7 9,1 9,7 9,4
Nederland - - - - -
Bezetting Fte per 1.000 inwoners Midden-Groningen - 8,9 9,0 9,9 9,6
Nederland - - - - -
Apparaatskosten Kosten per inwoner Midden-Groningen - 440,83 473,54 445,04 452,06
Nederland - - - - -
Externe inhuur Kosten als % van tot. loonsom + tot. kosten inhuur extern Midden-Groningen - 21,8% 18,1% 17,1% 10,5%
Nederland - - - - -
Overhead % van totale lasten Midden-Groningen - 11,6% 11,7% 11,3% 11,1%
Nederland - - - - -

2.6.3 Financieel overzicht

Bedragen x €1.000
Omschrijving Realisatie 2020 Begroting 2021 na wijzigingen Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025
Lasten
Bestuur 3.259 3.200 3.114 3.159 3.235 3.314
Bestuursondersteuning 27.032 28.123 27.930 28.094 28.375 28.746
Belastingen 1.322 1.164 1.148 1.176 1.207 1.234
Treasury 535 145 -172 -187 -318 -322
Overige baten en lasten 556 2.283 3.336 4.012 4.296 4.542
Totaal Lasten 32.704 34.915 35.356 36.255 36.795 37.515
Baten
Bestuursondersteuning 1.032 684 413 422 431 440
Belastingen 18.650 19.978 20.649 21.139 21.572 21.868
Treasury 380 534 407 391 312 310
Gemeentefonds 125.000 128.551 131.280 130.652 132.849 135.750
Overige baten en lasten 562 4.121 3.172 3.059 3.016 3.068
Totaal Baten 145.623 153.868 155.922 155.663 158.180 161.436
Saldo voor bestemming 112.920 118.953 120.566 119.408 121.385 123.922
Stortingen
Bestuursondersteuning 938 1.670 0 0 0 0
Overige baten en lasten 1.986 0 0 0 0 0
Totaal Stortingen 2.924 1.670 0 0 0 0
Onttrekkingen
Bestuur 71 57 0 0 0 0
Bestuursondersteuning 894 1.563 141 141 70 16
Overige baten en lasten 2.557 450 0 0 0 0
Totaal Onttrekkingen 3.522 2.071 141 141 70 16
Totaal mutatie reserves 598 401 141 141 70 16

Toelichting

Het saldo van de lasten en baten (voor bestemming) op het programma Bestuur en bedrijfsvoering is ten opzichte van 2021 verbeterd met € 1,61 miljoen. Het saldo na bestemming (inclusief verwerking reservemutaties) is € 1,35 miljoen verbeterd. We lichten per product de belangrijkste wijzigingen toe.

Bestuur
Het saldo tussen de lasten en baten is ten opzichte van 2021 met € 86.000 voordeliger. De belangrijkste reden daarvoor is een lichte daling van de kosten van de Gemeenteraad.

Bestuursondersteuning
Het nadelig saldo is ten opzichte van 2021 toegenomen met € 0,78 miljoen waarvan € 0,17 miljoen wordt veroorzaakt door een per saldo hogere overhead ten opzichte van 2021. Hetgeen minder is dan 1%. Binnen de overhead is de belangrijkste afwijking die van de huisvestingskosten, namelijk circa € 0,9 miljoen. Deze toename is een gevolg van het functioneel ramen van de exploitatiekosten van het in 2021 in gebruik nemen van het nieuwe gemeentehuis. Voorheen werden deze lasten (het verschil tussen bestaande en nieuwe huisvestingslasten) toegevoegd aan de reserve huisvesting. Zie de toelichting bij het product mutaties reserves.

Belastingen
Het voordelig saldo tussen de lasten en baten is ten opzichte van 2021 toegenomen met € 0,7 miljoen. De toename van het voordelig saldo is een gevolg van de structurele doorwerking in de opbrengstberekening aan OZB door prijsinflatie en wijziging in het areaal.

Treasury
De lasten en baten zijn  gedaald met respectievelijk  € 0,32 miljoen en  € 0,13 miljoen. Per saldo betekent dit een verbetering ten opzichte van 2021 met circa € 0,19 miljoen. Dit is voornamelijk het gevolg van de aanhoudende lage rentestand . Daarnaast wordt ook voor 2022  en volgende jaren nog lagere dividend uitkering  verwacht van de BNG.

Gemeentefonds
De toename van de meerjarenraming van de algemene uitkering houdt o.a. verband met de jaarlijkse accresontwikkeling. De raming van de algemene uitkering 2021 en volgende jaren is gebaseerd op de meicirculaire 2021. De effecten hiervan zijn betrokken bij de voorjaarsnota 2021. Ten opzichte van de voorjaarsnota 2021 is de raming van de algemene uitkering 2022 met circa € 0,81 miljoen verhoogd omdat het Rijk de incidentele compensatie jeugdhulp 2022 hoger heeft vastgesteld dan bij de voorjaarsnota verwacht.    

Overige baten en lasten
Onder de overige baten en lasten worden ramingen opgenomen inzake stelposten, taakstellingen en nog niet bestemde uitgaven/inkomsten etc. Deze post fluctueert elk begrotingsjaar en is veelal een gevolg van nog niet afgeronde besluitvorming. Voor 2022 betreft dit o.a.:

  • Aan de lastenkant, de budgetten voor o.a. ziektevervanging, basis op orde en kwaliteitsimpuls,  boventalligen, WW verplichtingen voormalig personeel, nog toe te delen taakmutaties algemene uitkering en de post onvoorziene uitgaven
  • Aan de batenkant zijn bezuinigingstaakstellingen opgenomen welke niet functioneel zijn geraamd alsmede de taakstelling op maatschappelijk vastgoed, zie ook de paragraaf taakstellingen.

Het saldo van de baten en lasten bedraagt in 2022 circa € 0,15 miljoen nadelig. Dat is ten opzichte van 2021 een verslechtering van circa € 2,5 miljoen. Dit is o.a. het gevolg van het functioneel verwerken van gerealiseerde bezuinigingstaakstellingen. Daarnaast  drukken met ingang van 2022 de vanuit de herindeling resterende frictiekosten op het product overige baten en lasten. Deze kosten werden tot en met 2021 geraamd op het product bestuurlijke samenwerking en gedekt uit het van het rijk ontvangen frictiekostenbudget herindeling.    

Mutaties reserves

Voor 2022 en volgende jaren is een onttrekking aan een tweetal afschrijvingsreserves geraamd van in totaal € 140.000 in 2022 aflopend naar € 71.000 in 2024 voor dekking van uit investeringen I&A voortvloeiende kapitaallasten. 

De in 2021 geraamde mutaties hebben betrekking op incidentele verrekening met o.a. de reserve Huis voor Cultuur en Bestuur en overhevelingsvoorstellen jaarrekening 2020.